Toen ik de aankondiging had gezien van deze Huiskamerkuren met Milo Meskens, had ik er niet op ingetekend: ik ken amper een nummer of twee van de man, en ik wist dat het een drukke week ging zijn.
Maar Jeroen liet in de loop van de namiddag weten dat Alexander toch liever bleef studeren en dat hij dus een kaart over had. Allez hup, ik tegen kwart voor acht naar Zomergem dus, samen met mijn broertje, zijn vrouw en hun dochter.
Zeggen dat ik er geen spijt van had, is ook nu weer een beetje een understatement, want ik durf beweren dat dit de beste huiskamerkuren is die ik al gezien heb, en dat wil wat zeggen, als je al Jan Hautekiet en Rick De Leeuw hebt gezien, of Klaas Delrue, Jan De Smet en nog wel enkele optredens.
Deze man is namelijk een rasmuzikant, en daarnaast een ongelofelijk sympathieke kerel. Maar echt. Voor zo’n jonge gast – hij is nog altijd maar dertig, en is al tien jaar bezig – stond hij vol zelfvertrouwen en zeker van eigen kunnen op het kleine podiumpje, en hij genoot zichtbaar. Zoals hij zelf zei: het was fijn om eens op zijn eentje te kunnen spelen en dus ook volledig zijn goesting te kunnen doen. Een echte setlist had hij niet bij: hij had een cursusblok gevraagd en gekregen, en daar een twintigtal nummers op gezet die hij eventueel wel zag zitten om te spelen. Maar op zich was het eerder op goed geluk: we mochten zelfs gewoon een cijfer roepen en dat nummer speelde hij dan. Hij liet zich echter ook gewoon leiden door de inspiratie van het moment, en van het feit dat er een piano stond: zelden iemand zo opgetogen gezien over een piano! Vol enthousiasme plofte hij achter dat klavier neer, begon te spelen, en stopte ook weer prompt: de cowboybotten die hij die middag had aangetrokken, waren blijkbaar geen ideale vestimentaire keuze om piano te spelen. Hij vroeg dan ook verschoning aan zijn publiek en ging vrolijk op zijn sokken verder. Het tekent Meskens: hij heeft de hele avond op zijn sokken staan spelen, piano, akoestisch gitaar, elektrische gitaar, het maakte niet uit: hij genoot van de schapenvelletjes onder zijn voeten.
Het zegt ook veel over de kwaliteit van zijn nummers – de meeste sowieso trage, melancholische melodieën – dat ze volledig uitgepuurd 100% overeind blijven. Hij bracht ze telkens met overtuiging, al twijfelde hij er soms luidop aan of het wel een goed idee was om een bepaald nummer op piano te brengen, terwijl het daar absoluut niet voor geschreven is. Hij gaf ook commentaar op die nummers: waarover ze gingen, hoe ze waren geschreven, hoe hij zich voelde tijdens corona en over de mentale problemen waarin hij verzeild was. Heel open, heel eerlijk, en bij momenten ook heel grappig en vooral spontaan. Echt, fantastische mens.
Al bij al heeft hij net geen twee uur gespeeld, veel langer dan eigenlijk de opzet is, gewoon omdat hij dat kon. En wou. En zich overduidelijk amuseerde. En het publiek, dat zei absoluut geen nee.
Topconcert. Topmuzikant. Topmens.
