Bart had alle kleren van Nelly meegebracht naar hier: het is zonde om dat weg te gooien, er zitten mooie dingen tussen. Ikzelf heb er een jasje uitgehaald, enkele sjaals en een slaapkleed of twee. Merel heeft er twee truitjes – Xandres, nota bene – en enkele T-shirts tussen gevonden. Ik had al een zak met kleedjes meegenomen voor Peggy, die er ook enkele de moeite waard vond, ook Ann had er al eens door gekeken en enkele dingen uit gehaald, en ik had ook Asse, mijn kuisvrouw, er eens in laten snuisteren. Zij had er onder andere twee jassen uit gehaald, een aantal broeken en rokken en nog wel wat. Soit, ik blij dus dat ik er mensen plezier mee kon doen.
En toen belde gisteren in de late namiddag plots Asse: of ik thuis was? Euh, ja? Goed, zei ze, dan kom ik af. Huh? Iets later – ze woont maar enkele straten verderop – stond ze hier dus voor de deur met een geniale zelfgemaakte taart. Als bedanking voor de kleren, zei ze. Ik stamelde dat dat helemaal nergens voor nodig was geweest, dat ik die kleren toch ging wegdoen en dat ik er dan liever iemand een plezier mee deed.
Tarara, zei Asse, ze wilde me er graag voor bedanken en ze bakte al eens graag. Nu, bij mij valt dat al niet meer onder gewoon ‘bakken’, dat is al zo net iets meer. Net iets veel meer. Oordeel gewoon zelf:
Een rijkelijk chocoladegebak met zeer royale crème, uitbundig versierd. Goh ja, zei Asse, dat was eigenlijk nog niks speciaals, waarop ze me een resem andere taarten toonde die ze ooit al gemaakt had. Bon, ik weet nu wel waar ik moet zijn als ik een taart wil.
