Uitgemest

Ik had al langer aan Merel gevraagd om ne keer haar kleerkast uit te mesten, want ik heb er geen flauw idee meer van wat ze nog wel en niet meer heeft qua kleren.

Vandaag heeft ze dat spontaan zelf gedaan en heeft ze me heelder stapels gegeven. Neem dat gerust letterlijk: drie wasmanden vol kleren heeft ze naar beneden gebracht. Ik heb die allemaal bekeken, netjes opgevouwen en dan gefotografeerd om weg te geven.

Voor het geval ge u afvraagt of dat dan wel de moeite was: er waren 34 T-shirts met korte mouwen, 16 T-shirts met lange mouwen, 7 shorts, 9 lange broeken en leggings, 16 rokjes, 3 slaapkleedjes, 1 pyjama en 14 kleedjes (en ze staan niet allemaal op onderstaande foto).

Aan de pulls en gilets zijn we nog niet eens begonnen, da’s voor een volgende zitting.

Nu heeft ze toch nog een reeks rokjes, een kleedje of 5, een tiental Tshirts en een aantal lange broeken. Nog altijd. ’t Is dat het kind geen kleren heeft, he…

Mist en vooral ook misthaar, en een misser

Deze morgen was het behoorlijk mistig toen we opstonden, en toen Merel en ik naar school liepen, nog steeds, ook al zie je dat niet meteen op een foto.

Ik moest maar om tien over tien beginnen lesgeven en het beloofde alsnog een stralende dag te worden, zodat ik wel degelijk met de fiets ging.

Wel was het in het doorrijden nog steeds mistig, en ik had me eigenlijk niet gerealiseerd hoe nat je daarvan wordt. Ik had een regenbestendig vestje aan maar niks op mijn hoofd, en geloof me… Misthaar, it’s a thing. Of zoals een van mijn leerlingen uitriep: “Moh, mevrouw, gij hebt krullekes of wa?”

Ja dus. Hmpf. En dit is dan nog in de namiddag, na ettelijke kambeurten.

Och ja. Iet ies what iet ies…

In de namiddag kon ik dan wel vrolijk naar huis fietsen in de stralende zon. En dan komt ne mens al eens iets tegen…

Onder de noemer “voortaan te vermijden situaties”: wacht met uw fiets aan de kant van de rijbaan om over te steken, zwaai lief naar de automobilist die netjes stopt om je over te laten, stap zwierig uw fiets op en blijf haken met de achterbroekzak van uw jeans aan uw zadel. Stel vast dat ge net die dag geen broeksriem aan hadt, trek uw broek omhoog en fiets snel door.

Och ja, een schone bouwvakkersdécolleté is ook niet lelijk zeker?

Mons eructans

In het tweede jaar Latijn lezen we de eerste helft van het jaar altijd heel uitgebreid over de Vesuvius, en daaraan gekoppeld alles over het dagelijkse leven.

Lukas had daarop een vulkaantje meegebracht, het omgekeerde effect van zo’n sneeuwbalding. Ik was meteen verkocht: zo zalig zeg!

Hij dacht dat het uit de Action kwam en ik was meteen gaan kijken, maar helaas. Het bleek uiteindelijk uit de Flying Tiger te komen, en in het weekend was Lucca, een van mijn andere tweedes, daar gepasseerd en had me eentje meegenomen. Drie euro, jawel.

En dus ben ik vandaag zo content als een katjen met mijn eigen kleine vulkaantje. Geef toe, toch zalig om naar te (blijven) kijken?

 

Ballonvaart

Bart heeft soms van die geniale ideeën, zoals dat weekendje Pairi Daiza of die boottocht op de Leie.

Een ander idee dat eigenlijk al lang op onze bucketlist stond, was een ballonvaart. Hij had gezocht en gevonden en geboekt voor twee weken geleden, maar toen was het aan het regenen. Gelukkig maar, want toen was de rug écht nog niet goed genoeg om mee te gaan.

Vandaag was ik aan het twijfelen: zou dat wel lukken, anderhalf uur in zo’n mand? Maar bon, ik kon maar gaan kijken zeker? Om vijf uur stapten we in de auto, een grote zak met picknick en een tweede grote zak met pulls en jassen mee. Afspraaklocatie was een veld vlak naast parking 2 van domein Puyenbroeck, naast het zwembad. Daar is een “ballonopstijgveld”, I kid you not. Het staat zelfs zo aangegeven met een plakkaatje, en er zijn die avond maar liefst 13 ballonnen vertrokken.

We hebben even staan kijken hoe de zonen van onze vaarder opgestegen zijn met een ballon voor 12 personen – aka. de “bus” – en als laatste zijn wij zelf vertrokken, een uurtje na aankomst. Heel erg vond ik dat niet, want ik vond het een machtig zicht om al de rest te zien vertrekken. Eigenlijk gaat dat verbazingwekkend snel. Het grootste stuk is de mand, de ballon zelf is een pak kleiner als hij opgevouwen is. Het is een kwestie van uitladen, mand vastmaken aan de ballon, ballon openvouwen, blazers aanzetten en ballon opblazen. En dan, als hij redelijk wat gevuld is met koude lucht, de brander aanzetten. Dan is het nog een kwestie van minuten voor het ding zich volledig opricht. Wijs! De jongens hebben dan ook volop geholpen.

Intussen stegen rondom ons de andere ballonnen op, machtig om zien.

Met enige moeite klauterde ik de mand in – dat is redelijk hoog, maar heeft gelukkig voldoende gaten om je voeten in te zetten – en weg waren we. Ook dat is verbazingwekkend snel, en vooral compleet schokvrij en vooral glijdend. En toen was het vooral genieten. Tot onze verbazing was het op een kilometer hoogte niet kouder dan aan de grond. We hadden ook ongelofelijk veel geluk met het weer: geen wolkje te zien, en een heldere lucht. We vlogen over Moerbeke en de E34, zagen de monding van de Oosterschelde en de haven van Antwerpen en keken onze ogen uit.

Ik genóót! Echt, ik vond dit ongelofelijk zalig! Ik had een vouwstoeltje mee in de mand – die was voor acht personen dus groot genoeg – maar ik heb het eigenlijk vrijwel niet gebruikt: de rand van de mand is ideaal om op te leunen, je kan ook perfect tegen de rand leunen en je zag gewoon niks als je zat. En dat laatste, dat is magisch. Je gaat aan een 8 kilometer per uur, de hoogte bepaalt de vaarder. Het hoogste was net geen kilometer, maar op een bepaald moment gingen we ook door de boomtoppen.

En de landing? Bij de ballon van zijn ene zoon landen lukte net niet, we waren iets meer naar rechts afgedreven, maar toen zagen we een wei waarop een ander team was geland – zij waren vroeger vertrokken en hadden zelfs al volledig ingepakt – dat teken deed. Onze vaarder gooide een lijn uit, zij trokken de ballon naar het midden van de wei en met een paar bumpjes stonden we aan de grond. En vooral: die mannen – vijf jonge gasten – wisten perfect hoe lastig het kan zijn om zo’n ballon op te vouwen en staken gewoon een handje toe. Binnen het kwartier zaten mand en ballon alweer op de aanhangwagen, verbazingwekkend!

Een taxirit later stonden we weer op de parking, tegen half tien waren we thuis.

Wat een ervaring! Héérlijk! Dus ja, ik zou dit graag opnieuw doen, en dan bij voorkeur – als de wind meezit – iemand met verschillende startlocaties al naargelang de wind, zodat we over Gent kunnen vliegen.

Ik heb eindelijk een vervoersmiddel gevonden waarop ik niet de minste zweem van reisziekte heb gevoeld. Alleen dat het niet zo praktisch is om mee naar uw werk te gaan, bijvoorbeeld.

 

Onverwachte pancakes

Op maandagmorgen eten we hier eigenlijk altijd cornflakes: het brood is standaard op op zondagavond.

Gisteren moest Kobe het eerste lesuur niet op school zijn: zijn leerkracht was ziek. Toch is hij mee opgestaan om zeven uur om voor een verrassing te zorgen: pancakes! En voor u zegt: waarom moet dat in het Engels, dat zijn toch pannenkoeken? Nee hoor, pancakes zijn van die kleinere dikkere Amerikaanse dingetjes die supermakkelijk zijn om te maken: alle ingrediënten in de blender, even mixen, en bakken.

Ik vond het zalig, die zoon van me. En het fijnste? Ik heb er niet naar moeten omkijken, gewoon mijn voeten onder tafel steken en eten.

Toch een heerlijke start van de werkweek, me dunkt.

Water!

Begin juli schreef ik nog dat we een beetje een probleem hadden met het water, meer bepaald met de hoofdkraan en dat soort onzin. Farys was bijzonder meegaand en professioneel en begrijpend in de planning, chapeau voor die mensen.

Een en ander leidde ertoe dat deze morgen om acht uur er al twee jonge gasten van Farys de dienstkraan waren komen toezetten, en iets over acht stonden Patrick (de klusjesman) en Willy (de bijhorende loodgieter) hier om de bewuste put uit te graven en al wat ze konden, zoals de toegeroeste drukmeter en zo, af te breken.

Tegen de middag had ik al een heuse deftige put, en kwart voor twee stonden die twee jonge gasten van Farys hier terug en knikten goedkeurend. Voilà, daar konden ze tenminste mee werken. Drie kwartier later was de hoofdkraan mét terugslagklep, nieuwe flexibels en nieuwe drukmeter netjes boven de grond geplaatst: dat werkt nét iets makkelijker.

Om half drie had ik alweer water, en hoe! Een van de problemen hier is dat we heel weinig waterdruk hadden, maar onze buren hadden dat probleem dus niet. Bon, het zat bij ons dus duidelijk in die put: alle roeste stukken zijn er vantussen en nu stroomt dat water dat het een lieve lust is.

Ik ben benieuwd naar de douche morgen…

Bedanking

Eigenlijk wordt dat al jaren niet echt meer gedaan, je leraars bedanken in het middelbaar. Niet dat dat hoeft voor mij, hoor, we doen per slot van rekening onze job, maar het is echt wel fijn om die appreciatie te krijgen. Waar ik bijvoorbeeld apetrots op ben, is het feit dat twee van mijn elf laatstejaars overwegen om Latijn verder te studeren aan ’t unief, en dat er dit jaar eentje afstudeert in de richting Klassieke Talen. Zegt veel, toch?

Een paar dagen geleden kreeg ik een berichtje van een van mijn eerstes: of ze me nog even kon zien. Ik gaf door wanneer ik nog op school was, en jawel, vandaag stond ze daar. Met een doosje zelfgemaakte koekjes en vooral een tekening. Een strip, nota bene, over Rombaudus en Rebus, waarin ze het verhaal vertelt van de Romeinse tweeling met alle eigenaardigheden en onnozele grapjes die ik er altijd insteek (zie de post van gisteren met de foto van de dag).

Ik vind het fantastisch hoe ze alle detailtjes onthouden heeft, en vooral, hoe ze er zo veel tijd in willen steken heeft. Ik vind ze gewoon zalig, die tekening! En hoe ze mij dan treffend typeert, net op het moment dat ik er toch wel weer een cliffhanger kan insteken.

Awel, dat doet deugd. Echt. Zeker als het komt van een van de leerlingen van de twee uur. Weliswaar eentje die, zoals Kobe vorig jaar, voor de twee uur heeft gekozen omdat de andere modules ook zo interessant waren, maar toch.

Bij deze nog eens bedankt, Kaat!