Zelfgemaakte pasta

Vorige week was Bart naar de Cru geweest om boodschappen, en zei hij terloops: “Nu nog zelf pasta maken en ik ben er helemaal.”

Toen ik een paar uur later in de LIDL liep, zag ik, jawel, een klein pastamachientje. Serendipiteit? Ik vond van wel en nam het meer.

Vandaag stond Bart dus plots deeg te kneden, uit te rollen met de deegroller, en hadden Kobe en Merel het machientje in elkaar gevezen. Je moet dat dan vastklemmen aan een tafelblad, maar blijkbaar was enkel mijn bureau dun genoeg om in aanmerking te komen.

Het leverde volgende taferelen op:

En is het nu een meerwaarde? Goh… Tegenover gedroogde pasta zeker. Tegenover de verse die je in de Delhaize koopt, is het eerder een kwestie van zen, denk ik. Ik zou het er persoonlijk niet voor over hebben, nee… Is het dan voor herhaling vatbaar? Bart vindt van wel, als hij er tijd voor heeft.

Indoor Skydiving in Charleroi

Het stond al lang op Barts bucketlist: skydiving. Maar misschien dan wel eerst de indoor versie, namelijk in een windtunnel.

Bart vond en boekte meteen in Charleroi, daar kan je terecht voor een initiatie: een uurtje uitleg, pak uitkiezen, dat soort dingen, en dan twee keer een minuut in de windtunnel. De eerste keer is dat om wat het gevoel te krijgen, de tweede keer neemt een instructeur je even mee de hoogte in, zodat je nog meer het “valgevoel” krijgt.

Ik kan dat uiteraard niet doen: dat zou zelfmoord zijn voor mijn rug en dus compleet uitgesloten. Ik geloof dat het zelfs niet toegelaten is, wat perfect begrijpbaar is.

Tegen half drie dropte ik de rest van het gezin af in de Airspace, waar zij nog een uur moesten wachten en de formaliteiten doorlopen. Ik nam de gelegenheid te baat om intussen een paar cachekes in de buurt op te pikken: een paar labcaches en twee echte, voor meer was er geen tijd.

Om half vier zaten ze klaar voor hun “vliegbeurt”: eerst Bart, dan de jongens, dan Merel. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat ze het zou durven, maar ja hoor, ze ging er voluit voor en genoot er zichtbaar van.

A propos, je kan zien aan de schoenen wie wie is :-p

Ik heb het zelf ook gefilmd, maar de filmpjes genomen door de firma zijn wel beter, ik zet die hier dus even.

Tegen half vijf stonden we weer buiten, en ik zag vier paar blinkende ogen. Een stevige, fijne ervaring, zeiden ze alle vier, en zeker de moeite waard!

The package that wouldn’t leave…

Nu zijn we hier weer wat tegengekomen, een zalige Kafka… (en een lang maar redelijk verbijsterend verhaal).

Barts managementsvennootschap heet Webomatic, al sinds jaar en dag. Af en toe krijgen we hier een telefoon voor Webomatic, maar dat blijkt steevast de Duitse firma te zijn met dezelfde naam, een bedrijf dat luchtdrukmachines maakt, van die hele grote.

Bon, in januari werd hier nietsvermoedend een groot pakket geleverd, reken een meter lang, en zo’n 40 cm breed en hoog, en vooral pokkezwaar. Hmmm? Niemand van ons had iets besteld, al zeker niet met die afmetingen en op naam van de vennootschap. Ik keek eens goed naar het etiket, en dat bleek een Google printout te zijn, want zelfs nog ons Waterhoenlaan adres en ons vast telefoonnummer. Nog meer hmmm. Alleen stond er op de verpakking in het groot talloze keren ‘Webomatic’, met andere woorden: iets uit Duitsland. Verdere informatie was niet te vinden. Het begon me te dagen: UPS was wellicht de papieren van het pakket kwijtgeraakt, hadden dus gewoon de naam gegoogled en het geheel naar ons teruggestuurd.

Ik geef toe, het heeft even geduurd voor ik gebeld heb naar UPS. Ah, oei, luidde het daar, dat klopt precies niet. Môh gij. Maar ze moesten het uitzoeken en dan gingen ze me iets laten weten. Quod non.

Een beetje later, met het pakket nog steeds in onze hal, belde ik nog eens. Ah? Euh wij weten van niks? Bon, alles nog eens uitgelegd, ze gingen het uitzoeken en dan gingen ze me iets laten weten.

Een goeie week later: nog steeds niks.

Nieuwe tactiek dan maar: Webomatic Duitsland aanspreken. Ik stuurde een berichtje, begin februari.

Dear sir/madam

a couple of weeks ago, UPS has delivered a package to us, webomatic.be. It clearly wasn’t meant for us, but a package that you sent to a customer, that got lost in UPS, and that they tried to return. It has large WEBOMATIC stickers on it, so they googled and found us instead of you.

I have contacted UPS and they promised to rectify and collect the package, and send it back to you, whence it came. Alas, no pick-up, nothing.

So, we have a package here in Gent (Belgium) that you sent out to a customer and that we’d like to get rid of.
Can you figure out a solution? Either it gets picked up or we just throw it out.

Sincere regards

Ene Sven beantwoordde mijn bericht, vroeg adres en tracking code van de bestemmeling, die er uiteraard niet was. Begrijpend lezen is in Duitsland ook niet meer wat het was.

Maar bon, enig heen-en-weer gemail later stuurde hij dat UPS het ging komen oppikken op donderdag 11 februari. Drie keer raden: geen UPS gezien. Ik stuurde op vrijdag een nieuw mailtje met de vraag naar bevestiging van de oppikdatum. Goh, zei Sven, hij had aan een collega gevraagd dat te regelen maar die was dat waarschijnlijk vergeten.

Op donderdag 18 februari een nieuw mailtje, dat ik nog steeds een groot pak in mijn hal liggen had dat op mijn zenuwen werkte. Antwoord: UPS is ermee bezig, maar ze moeten het uitzoeken en gaan nog iets laten weten. Tiens, waar hadden we dat nog gehoord?

Nog een paar mailtjes later, met mijn vraag of dat nu zo moeilijk is: “We assume that it is a return delivery from a customer who sent it to your company by mistake.” ZUCHT. Nee, UPS heeft al bevestigd dat zij gewoon de orders kwijt waren, dat het geen terugzending is.

Radiostilte.

Begin maart vond ik plots een briefje in de brievenbus: dat UPS was langs geweest om het pakket op te pikken, maar dat er niemand thuis was. Ja, dat is niet zo vreemd als ge langs komt zonder te verwittigen, toch?

Ik wachtte nog even, maar geen contact meer. Zucht. En nog steeds een serieus groot pak aan mijn voordeur dat stilaan gigantisch op mijn zenuwen begon te werken.

Bon.

Na een paar weken toch nog maar eens mijn moed bijeen geraapt en nog eens naar UPS gebeld. De medewerker daar viel uit de lucht – môh – maar zag het probleem niet in: het ging gewoon de volgende dag opgehaald worden, en daarmee probleem van de baan. Oef.

Volgende dag, jawel: een vriendelijke jongeman van UPS die het komt ophalen.

Volgende dag: diezelfde jongeman die een pakket komt afleveren voor Webomatic. ECHT! Ik heb het uiteraard categoriek geweigerd en het hem terug mee doen nemen. De jongeman dacht al dat het niet klopte, dat hij dat pakket al gezien had. Soit, hij had het weer mee.

Volgende dag – je houdt het niet voor mogelijk: DIEZELFDE jongeman die me prompt zijn gsm in handen duwt – hijzelf was Franstalig maar zijn baas sprak gelukkig Nederlands – met de vraag om het uit te leggen want zijn baas geloofde hem niet. Hij had die morgen geweigerd om het pakket nóg eens mee te nemen naar ons, en had daardoor serieus boel gekregen met zijn baas. Bon, het lag dus wel in zijn camionette maar hij had het, begrijpelijkerwijs, niet eens uitgehaald. Ik heb het uitgelegd aan zijn baas, die blijkbaar in onderaanneming werkt voor UPS, en die verzekerde me dat hij het ging doorgeven aan UPS Diegem, het verdeelcentrum, en dat het nu echt niet meer ging terugkeren. Ik heb vooral ook de jongeman hartelijk bedankt om zelf zijn nek uit te steken.

Bart en ik hebben nog een paar dagen afgewacht, want we geloofden het eigenlijk zelf niet eens meer, maar we zijn intussen een maand verder, en het is niet meer teruggekomen.

Echt. Hoe incompetent kan je zijn???

 

Nieuwe radio?

Allez ja, ik geloof niet dat die zo nieuw is, maar die komt nu pas in mijn vizier. Ik heb het over de internetradio Willy.

Ik ben eigenlijk een fervente Studio Brussel-luisteraar, al van in het prille begin, eigenlijk. Al luister ik niet zo veel naar de radio: in de auto, en soms als ik hier alleen thuis ben, en ik niet speciaal behoefte heb aan stilte.

Maar dan wil ik eigenlijk gewoon muziek en nieuws, zonder al het getetter tussendoor. Met een presentator heb ik absoluut geen probleem, maar al die bellers en wedstrijden en zo, dat hoeft absoluut niet voor mij, echt niet. En soms is het gewoon ook kutmuziek, zoals pakweg Drake.

In de auto zap ik dan al eens naar Nostalgie, als ze daar ook niet aan het tetteren zijn tenminste. Maar die is misschien wel jaren 80, maar nogal popgericht, en dat hoeft dan ook weer niet.

Resultaat: op zondagmiddag zet ik eigen speellijsten op van Spotify: ik heb er eentje met “Goed gezind” en eentje met rustiger nummers, “Melancholie”. Af en toe wordt het de keuze van de redactie, en heel soms eens een zware New Wave lijst of zelfs Tomorrowland.

Ik weet eigenlijk niet hoe ik erop gekomen ben – hoogst waarschijnlijk via Bart, die al dat soort dingen introduceert bij mij – maar Radio Willy kon deze week mijn goedkeuring wegdragen: donkerder, alternatiever, veel jaren tachtig, maar dan niet de Kylie Minogues of de Stock-Aitken-Waterman dinges.

Alleen verzeilde ik op bepaald moment bij Van Thilt, en die hoort ook zichzelf nogal graag praten. Meh. Maar die afspeellijsten van Willy op Spotify? Yup.

Sorry, StuBru. Ik vrees dat ik je af en toe ga bedriegen, lieverd. Met Willy.

 

Nieuw geocachevriendje?

Telkens wanneer een van je eigen caches gelogd wordt – gevonden of niet gevonden – krijg je als eigenaar een mailtje. Ik lees die meestal cursorisch, maar de “niet gevonden” logjes bekijk ik wel grondiger, al was het maar om er zeker van te zijn dat die al dan niet weg zou zijn.
Nu kreeg ik vandaag dus een bericht van een mij onbekende cacher dat ze de multi aan de kerk van Wondelgem – een oude cache die ik niet gelegd heb, maar wel overgenomen heb van de originele legger die inmiddels verhuisd is – niet had gevonden. Ze had de juiste coördinaten berekend, maar op ground zero had ze niks gevonden. Ik stuurde een berichtje terug met de vraag of ze er nog was, want dat is minder dan een kilometer van mijn deur, en anders kwam ik rap eens kijken.
Ze antwoordde dat ze vlakbij woonde, dat ze nu aan het koken was, maar dat ze sebiet wel even tot aan den Dries wilde komen. Enfin, een dik kwartier later stonden we beiden aan de cachelocatie om vast te stellen dat hij effectief pootjes had gekregen. Ik had een nieuw potje mee, liet haar tekenen en stopte het weg.
En toen fietste ik nog met haar mee tot aan haar deur en bleven we, welja, twee uur staan kletsen.
Ik denk dat ik iemand gevonden heb om in de buurt mee te gaan cachen, zo af en toe. Wijs mens. Een pak jonger dan ik, dat wel, maar een hele vlotte.
Yupyup.

Zeepreventorium

Facebook geeft me altijd herinneringen van dingen die op die dag, zoveel jaar geleden, gebeurd zijn.

Deze week zaten daar vooral berichten over het Zeepreventorium bij: blijkbaar was het op 16 april drie jaar geleden dat we Wolf voor het eerst daar achterlieten.

Hij was vol goeie moed, dat wel, maar voor ons was het toch ook met een bang hartje: zou het wel goed komen met hem? Hij was fragiel, uitgeput, mentaal en fysiek bijna gebroken en vooral futloos. Zouden we ooit nog ons gezonde, vrolijke, energieke kind terugkrijgen?

Vandaag is hij een gezonde kerel van 17 die met zijn maten rondhangt, die sport, die zijn voorlopige rijbewijs heeft, die alles doet wat een jonge gast in coronatijden doet.

Het is vooral vreemd dat dat amper drie jaar geleden is. Dat lijkt niks, en toch, in een puberleven, is dat een wereld van verschil. Vooral in het leven van Wolf is dat een wereld van verschil: hij lijkt in niets meer op de breekbare tiener van toen maar is intussen gewoon, tsja, volwassen geworden, breed in schouders, met een vierkante kaak en een ongelofelijk charmante grijns.

Drie jaar geleden had ik dat nooit durven hopen en ik kus mijn pollekes…

Opgeruimd staat netjes

Ik had de kinderen deze week gevraagd om even een uurtje mee te helpen opruimen hier beneden: gewoon de rommelhoekjes aanpakken en vooral ook het gerief voor het containerpark klaar te leggen. Het is niet dat het hier vuil ligt – daar hebben we gelukkig Chantal voor – maar gewoon… rommel. Dingen die blijven liggen. Je kent het wel: een schroevendraaier die gebruikt is om het bakje van iets open te vijzen, die lege batterijen die naar de box in de berging moeten, wat magazines die richting papierslag moeten verhuizen, ontsmettingsgel die op de kast is gezet maar in de berging moet…

Resultaat dik drie uur later, toen ze er eens in gevlogen waren: tuinhuis opgeruimd, garage opgeruimd, berging volledig opgeruimd, alles voor het containerpark klaar gezet, boekenkast in orde gezet, nog extra dingen netjes gemaakt en mijn rug steendood.

Oud zijn, veronderstel ik. Maar wel een ietsjes properder huis. Het zijn schatten.

Bekskes!

Toen Merel gisteren douchte, vroeg ze om haar nog halfnatte haar meteen in te vlechten, zo twee van die vikingvlechtjes. Op zich zijn die heel mooi, maar het was niet alsof ze buiten moest zijn, vandaag. Ze had echter een heel duidelijk doel voor ogen: bekskes! Zelf kende ze dat woord niet, maar mijn Gentse kuisvrouw zei dat toch ook meteen zo.

Het resultaat was… overweldigend, vond ik. Wat een bos haar!

Ze was apetrots en ik was pokkejaloers.

En ze is van plan om vaker in de loop van de zondag te douchen en het mij dan te laten invlechten, zodat ze op maandag zo naar school kan.

ijdeltuit!