Een écht cadeautje
U kent het wellicht wel, zo van die enquêtes waarbij je de belofte krijgt dat je kans hebt om iets te winnen. Tsja. Ik geloofde dat eigenlijk nooit, want pakweg 25 mensen op de 3000 respondenten krijgen iets, en daarvoor moet je het dus echt niet doen.
Een tijd geleden vulde ik zo’n enquête in voor de stad Gent, over tevredenheid en dat soort dingen. Ik had er tijd voor en ik wilde ook wel dat mijn mening af en toe eens telt.
Vorige week kreeg ik een brief van de stad Gent. Tiens, dacht ik, wat is er nu weer? Tot mijn grote verbazing kreeg ik wel degelijk een waardebon van 12 euro voor de Colruyt: ik was een van de ‘gelukkige winnaars’.
Dus ja, ze doen dat wel degelijk, al is het maar 12 euro. Maar wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, zeker?
Parkeerkaartgedoe
Op 1 april had ik het nieuws gekregen dat mijn handicap aanvaard was, dat ik geen financiële tegemoetkomingen kreeg – die had ik ook niet gevraagd – maar dat ik wel recht had op een parkeerkaart. Daar was ik echt blij mee: doorgaans heb ik het niet nodig, maar soms kan het heel handig zijn, zeker na lange werkdagen wanneer de rug op is en ik toch nog boodschappen of zo moet doen. En ja, er mag ook eens een voordeel zijn aan die rug, toch?
Nu, ik had het opgezocht: de kaart ging me automatisch opgestuurd worden binnen een termijn van 30 werkdagen. Ik wachtte dus geduldig af en ging elke dag vol verwachting richting mijn brievenbus. Helaas…
Intussen had ik wel al een briefje gemaakt met mijn attest waarin staat dat ik er recht op heb, en een bijkomend briefje: “Echte kaart zit vast in de post. Zie attest”. Want ja, ik dacht dat met die poststaking mijn kaart ergens in limbo zat. En er waren ook wel wat officiële feestdagen en al. Dat briefje lag aan mijn voorruit en hielp wel: ik kreeg effectief geen parkeerboete waar ik niet betaald had, terwijl de auto’s voor en achter mij er wel eentje hadden.
Na 42 werkdagen ging ik toch even online bij het contactformulier, en stelde ik de vraag of ze even konden nakijken of mijn kaart effectief verzonden was, en zo ja, of ze misschien een nieuwe konden aanmaken want dat die nu wel erg lang weg bleef.
Ik kreeg een beleefd antwoord, gestandaardiseerd: “Beste, we hebben uw aanvraag voor het verkrijgen van een parkeerkaart goed ontvangen. Deze wordt nu aangemaakt en opgestuurd. U zal deze ontvangen over twee à drie weken”.
Ah bon. Tot zover dus het automatisch opsturen van dat ding, ge moet dat effectief nog aanvragen. Zal ik wel zitten wachten.
Maar kijk: op 25 juni zat ze in de bus! Helemaal een echte parkeerkaart enal, waarmee ik mag parkeren op gehandicaptenparkeerplaatsen, maar waarmee ik ook overal in België onbeperkt mag parkeren in blauwe zones en op bewonersplaatsen, en ik niet hoef te betalen behalve anders aangegeven (zoals aan de kust).
Een en ander zorgt ervoor dat ik bepaalde dingen wél kan doen, zoals een wandeling bij een of ander evenement waarbij ik weet dat ik op het einde doodop ga zijn en krom van de pijn, en ik dan niet nog een kwartier extra moet lopen tot aan de auto. Want dat is voor mij een reden om dan niet te gaan, zoals bv. het lichtfestival hier in Gent.
Oh, en mijn EDC, mijn European Disability Card zat er ook bij: een kaart waarmee ik kan aantonen dat er iets scheelt, en waarmee ik bij culturele instellingen vaak korting kan krijgen. En waarmee ik hopelijk ook een lange aanschuifrij aan pakweg een museum kan omzeilen, want ook dat is funest voor de rug.
Yup. Tevreden.
Opnamestudio!
Schreef ik gisteren nog dat ik trots was op mijn kinderen omwille van hun punten, dan mag ik nu nog eens extra stoefen!
Zoals ik eerder al schreef, zit Kobe intussen in een groepje en doen ze dat zeker niet slecht. Nu, alle leden zitten in de scouts, alleen niet allemaal in dezelfde. Kobe, Jurre en Anna zitten hier in de Scouts de Kleine Prins (Scouts en Gidsen Vlaanderen), en van de andere twee zit de ene in de FOS (Federatie Open Scouting, niet-christelijk) en de andere in een soortement onafhankelijke tak, ik weet het ook niet precies.
Elk jaar is er een themalied bij de SCV, speciaal voor het thema van het jaar geschreven. En jawel, deze keer zijn ze bij X-it uitgekomen – geen idee hoe! – en mochten zij dus het nieuwe lied schrijven, rond het thema scoutentiek. Het lied zelf kan ik u nog niet meegeven, dat wordt pas bekendgemaakt op de herfstontmoeting, eind augustus. De bedoeling was eigenlijk dat ze het dan ook live zouden spelen, maar dat hadden ze duidelijk aangegeven: ze hebben dan quasi allemaal tweede zit, dus dat zal niet lukken.
Maar eind juni, na de examens, zijn ze dus samen de studio ingetrokken. Jawel, een heuse studio met alles erop en eraan, met een producer en al.
Ik ben echt mega benieuwd wat het geworden is, ik heb er een paar flarden van gehoord maar meer ook niet, en vond het toen echt wel wijs en eigentijds klinken, zeker geen scoutskampvuurmeezingonding.
En ja, trots op mijn Kobe, ja.
Resultaten!
Eigenlijk heb ik het er nog niet over gehad, maar… De kinderen hebben schitterende cijfers gehaald! Allez ja, bij Kobe niet helemaal schitterend, maar zeker ook niet slecht.
Merel had een prachtig rapport: allemaal in de 80, en zelfs in de 90 voor biologie, Engels en wiskunde. Alleen Nederlands was eind de 70, maar daar eindigde ze nog bij de allerhoogsten.
Wolf kreeg ook zijn punten, en jawel, gewoonweg eerste zit. Ik ben bijzonder blij voor hem, want daardoor kan hij dus zonder zorgen naar alle competities van UGent Racing.
Kobe had zich vooral gefocust op zijn twee vakken van vorig jaar, analyse en chemie, zodat hij van de dreiging van de Knip vanaf is. Voor wie dat niet weet: De Knip bestaat sinds een paar jaar, en zegt dat je vier zittijden krijgt om te slagen voor al je vakken van het eerste jaar. Lukt dat niet, dan moet je stoppen met deze richting en kan je deze in geen enkele universiteit in België nog volgen. Hij was voor deze vakken vorig jaar dus niet geslaagd, en kreeg dus dit jaar nog twee kansen. Hij heeft die gegrepen, want hij wilde vooral niet de stress in augustus om er dan zeker door te moeten zijn. En ja, dit is echt de studierichting die hij wil doen en die hem ook ligt. Het zorgde er ook voor dat zijn examenrooster niet optimaal was: de dag na analyse had hij datawetenschap, en dat is er ook aan te merken, want dat vak had hij eigenlijk niet bekeken. Dat hij misschien in het jaar daarvoor kan werken, dat was blijkbaar in hem niet opgekomen. Soit.
In totaal heeft hij nu dus vijf herexamens, waarvan twee negens, een zeven, een vijf en zelfs een vier. Hijzelf vindt het een haalbare kaart, en ik zou dat de max vinden, maar bon, we zien wel. Hij is al bij al niet slecht bezig, voor zo’n warhoofd. En ja, hij is er ook in gegroeid.
Ik ben in elk geval blij dat hij er al door is voor het eerste jaar en voor meer dan de helft van het tweede jaar.
Yup. Toch wel trots op mijn kinderen.
Wandelingetje naar de sluis
Ik moest vandaag bij Carglass een sterretje in mijn voorruit laten repareren, en dan is het zalig om een klein wandelingetje te maken, de Wiedauwkaai over te steken en naar de Tolpoortsluis te wandelen. Heel weinig mensen weten die zijn, zodat ik er een cache heb weggestoken. Ik checkte die even, zag dat alles nog in orde was, en merkte toen dat er een schip aankwam om versluisd te worden. Meer nog: er kwam zelfs een tweede!
Ik heb me dus heerlijk op een meerpaal in de schaduw gezet en gekeken hoe zalig dat zo’n sluis eigenlijk werkt.
En toen ik na een half uurtje terugkwam, was mijn auto gewoon al klaar en had ik even een rustmomentje gehad, daar aan die sluis. Ik kan dat iedereen aanraden.
Moerbeien
Zikrullah is een van de leerlingen die ik de voorbije drie jaar in de klas had. Dit jaar zit hij bij mijn collega. Hij was na het tweede al aan het twijfelen om verder te doen met Latijn, idem na het derde jaar, en gaat nu toch voluit voor wiskunde-wetenschappen. Hij wil geneeskunde doen, en daar heeft hij alle capaciteiten voor.
Nochtans is hij nog niet zo heel erg lang in België: hij is geboren en deels opgegroeid in Afghanistan, tot zijn familie is gevlucht. Ik vind het een zalige kerel, maar je moet weten hoe je hem moet aanpakken.
In een van de verhalen van Ovidius, dat van Pyramus en Thisbe dat we vorig jaar in de les hebben gelezen, ging het op een bepaald moment over moerbeien, zowel zwarte als witte. Morus nigra en alba, voor mocht u het willen weten. Ik gaf ruiterlijk toe dat ik de vruchtjes nog nooit had gegeten en dus geen oordeel kon vellen. Hij verschoot daarvan: blijkbaar groeien die volop in Afghanistan, wat op zich niet zo verwonderlijk is, want het verhaal speelt zich af in Babylon, het huidige Irak.
Blijkbaar heeft hij dat ook onthouden, want hij kwam plots naar me toe, met zijn kenmerkende brede grijns en een papieren zakje: gedroogde moerbeien, beide soorten! Hij had ze speciaal meegebracht voor me, aangezien ik het niet kende, en ik denk dat ze zelfs uit Afghanistan zelf komen.
Ik vond het in ieder geval prachtig: heerlijk toch, hoe die leerlingen dit soort details onthouden en daar dan ook mega trots in kunnen opgaan! En ik, ik heb nu een ganse hoop moerbeien om zelf op te peuzelen – lekker! – of om leerlingen te laten proeven.
Dikke merci, Zikrullah! En ergens hoop ik dat je toch nog bij mij in Latijn komt, de volgende jaren.








