Nu ik de serie rond César Hawke en zijn Preternatural Affairs min of meer had afgerond, wilde ik ook nog dit kortverhaal erbij lezen, omdat het nog een aantal losse eindjes aan elkaar knoopt en vooral de dynamiek tussen César en zijn baas/vriend/partner/kopis Fritz Friederling.
Het is wel eens fijn en het verduidelijkt wel wat, maar ik vond het eerder een beetje cheesy, alsof de auteur probeerde uit te melken wat ze kon.
Mja.
Soit, het is gelezen.

