- Sofia is een veel modernere stad dan wij (Gwen en ik) dachten. Veel moderne gebouwen, hoogbouw, glas en staal, de meeste huizen zijn echt wel verzorgd. Hier en daar staat er nog een communistisch blok, maar niet veel eigenlijk. We hadden eerder oostblok verwacht, maar het is duidelijk gewoon Europa.
- Ik heb geen leva in handen gehad: overal kan je met kaart betalen. Aangezien ze op 1 januari overschakelen naar de euro, staan alle prijzen in beide munteenheden aangeduid.
- De meeste Bulgaren zijn enorm vriendelijk: je kan hen alles vragen en je krijgt met de glimlach geduldig antwoord. De jonge mensen spreken allemaal Engels, bij de taxichauffeurs en de oudere mensen durft dat al eens tegenvallen, maar ook dan – een enkele uitzondering niet te na gesproken – is er een vriendelijke poging tot communicatie.
- De metro van Sofia is zalig: snel, groot, proper, en je houdt gewoon je bankkaart tegen het poortje om te betalen. Makkelijker kan het niet zijn.
- De taal is uiteraard onverstaanbaar, en de Cyrillisch is verdomd lastig om lezen. Wij kunnen er nog wel wat uithalen wegens het Grieks, maar dan nog. Vreemd.
- Over taal gesproken: het is echt bijzonder vreemd om jonge gasten tegen elkaar bezig te horen in het Latijn als gewone voertaal. Maar zoals Ivo, de Duitse afgevaardigde poneerde: het is nog veel vreemder om, als je naar het toilet gaat en er een van die gasten nog in een hokje zit en de andere zijn handen aan het wassen is, plots de een te horen zeggen: “Οὐ ἀκουω”, ik hoor je niet. Met andere woorden: soms spreken ze ook gewoon Oudgrieks onder elkaar, en dat is nog veel bizarder.
- De conferentie zelf was niet altijd even relevant, omdat we natuurlijk over compleet andere onderwijssituaties spreken. Maar net dat was dan wel soms weer interessant, want dat realiseerde ik me totaal niet.
Kom ik terug? Goh, er zijn zo ongelofelijk veel plaatsen en steden die ik nog wil zien, maar dit is zeker een stad die een bezoek waard is.
