Niet Kobe, wel ik

Alle arrangementen die ik gemaakt had met mijn moeder om Kobe op te vangen, waren tevergeefs: deze morgen stond hij fluks op, vrolijk als altijd, koortsvrij, en met veel zin om naar school te gaan. Ik ging die ambitie uiteraard niet fnuiken, verre van.

Alleen…

In de loop van de voormiddag stak een gemene koppijn de, euh, welja, kop op. Zo eentje die ik te lijf ben gegaan met een geleende Dafalgan 1000, maar die daar enkel eens naar grijnslachte, en vrolijk verder deed met pijn doen. Eentje die ervoor zorgde dat ik zelfs een tijdlang, tijdens het lesgeven, een van mijn lenzen uitdeed omdat ik die niet meer kon verdragen. Eentje die maakte dat ik tijdens de middagpauze op mijn eentje in mijn stille lokaal ging zitten, weg van alle lawaai. Eentje die de nodige rare versprekingen tijdens het lesgeven opleverde, wat dan weer voor enige hilariteit zorgde.

Vooral ook eentje waardoor ik bij het thuiskomen quasi onmiddellijk de gordijnen dichttrok en ging liggen in de zetel, met een kussen op mijn kop. Eentje waar ik gewoon misselijk van werd.

Ik hoop maar dat dit morgen beter is, want dit, dit is een gemeen soort koppijn. En ik heb morgen een pak toetsen af te nemen.

(Oh, en Kobe had weer koorts toen ik hem in bed legde. Ook dat nog.)

Eén antwoord op “Niet Kobe, wel ik”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *