Mélanie

Zevende en laatste verhaal (wat mij betreft toch) in ons novembers schrijversverhaal, ofte Nanowrimo. Jan heeft verder gedaan op mijn vorige verhaal, en ik heb daar dan maar weer een stukje aan de zijkant bijgeplakt.

Het verhaal kan op zich staan, maar het is wel leuk als je eerst dus de vorige verhalen leest.

Mélanie

Mélanie wasemde op het wijnglas in haar handen en veegde de laatste sporen van een waterdruppel weg met haar handdoek, voor ze het glas op het rek zet. Zuchtend nam ze het volgende, hield het tegen het licht, en herhaalde dan mechanisch de handeling die ze bij het vorige, en het dozijn daarvoor, ook al had uitgevoerd. “Zo’n afwasmachine spaart misschien wel tijd, en is vooral een zegen voor je handen, maar je blijft toch werk hebben met de glazen,” dacht ze. “En daar kunnen alle reclames voor ‘vaatwasproducten’ geen barst aan veranderen, wat ze je ook proberen wijs te maken. Kristalhelder, het zal wel!”

Haar shift zat er bijna op voor die avond. Het was niet echt haar favoriete job, zo achter de bar van een café staan, maar het was werk, en ze kon er van leven, en dat was het belangrijkste. Op haar leeftijd mocht ze niet meer kieskeurig zijn, had ze gemerkt. De meeste bedrijven wilden iemand van 47 niet meer in dienst nemen, ze kostte gewoon te veel. Trouwens, ze mocht dan wel heel haar leven een goede secretaresse geweest zijn, met lovende aanbevelingsbrieven, van de allernieuwste technologieën was ze niet meer zo goed op de hoogte, en het ging ook allemaal zo vlot niet meer om nieuwe dingen aan te leren, moest ze in alle eerlijkheid toegeven. Uiteraard kon ze met een computer werken, en een tekstverwerker als Word had niet echt veel geheimen meer voor haar. Haar typsnelheid zat boven het gemiddelde van een secretaresse (was ze ooit via een testje op het internet te weten gekomen) en koffie zetten kon ze als de beste. Maar toen haar bedrijf een nieuw boekhoudingsprogramma had ingevoerd, om daarmee te kunnen besparen op de personeelskosten voor een fulltime boekhouder, was haar dat bijzonder zwaar gevallen. Ze had uiteraard de volledige uitleg gekregen, en het echte boekhoudingswerk en opmaken van balansen en zo was niet voor haar, maar toch. Het was een paar keer gebeurd dat ze een fout had gemaakt bij het opslaan van een halve dag werk, en ze was al haar ingevoerde gegevens weer kwijt. Uit eerlijke schaamte had ze dan het werk ingehaald na haar uren, zonder daarvoor betaald te worden. Haar baas had het trouwens nooit geweten, maar vermoedde wellicht toch wel iets. Het was een hele goeie baas geweest, dat wel. Ze had hem altijd graag gehad, en vice versa. Niet dat ze daarmee iets bedoelde hoor! Zij mocht dan misschien wel een ouwe vrijster zijn die er eigenlijk toch behoorlijk goed uit zag voor haar leeftijd, hij was getrouwd en dat had ze altijd gerespecteerd. Hijzelf had ook nooit avances gemaakt, daar niet van.

Drie jaar geleden was het verkeerd beginnen gaan. De markt veranderde, en het bedrijf draaide minder goed. De directeur (haar baas) had er nog alles aan proberen doen: er werd bespaard op personeel, er werden slimme investeringen gedaan met een langetermijnvisie, een paar lokalen die al een tijd leeg stonden, werden opgefrist en verhuurd aan een zelfstandig ondernemer, maar helaas… Na 23 jaar dienst werd ze bedankt voor haar trouw, en samen met haar alle andere personeelsleden. Het bedrijf was failliet. Ze was er het hart van in, zoiets laat je niet zomaar achter.

Ze bleef even staan met een glas in haar handen. “Wat zou er geworden zijn van de baas?” mijmerde ze. Ze had nooit meer iets van hem gehoord. “Hij vond het zo vreselijk erg dat hij ons moest ontslaan, de laatste paar maanden had hij zichzelf niet eens loon uitgekeerd om het nog te kunnen rekken. Arme man… Ik denk dat hij zich gewoon schaamde…”

Met een zucht zette ze het glas in het rek. Dat was meteen ook het laatste, ze kon beginnen met de machine weer op te vullen. Bierglazen waste ze wel met de hand, maar de rest werd minder vaak gebruikt, vandaar.

Intussen stond ze toch ook al weer twee jaar hier achter de bar. Ze was er eigenlijk stomweg ingerold. Ze had wel overal gesolliciteerd, stond zelfs ingeschreven in meerdere interimkantoren, maar veel respons kreeg ze niet. Tsja, haar curriculum was nu ook niet direct indrukwekkend te noemen. Ervaring zat, ja, maar dat vroeg dus ook een geldelijke compensatie, en al die jonge dingen konden veel beter met de computer overweg dan zij, kostten veel minder, en waren meestal ook aangenamer om naar te kijken. Alhoewel… Terwijl ze een paar vuile koffiekoppen nam, keek ze even in de barspiegel. Zelfs op haar 47ste had ze nog steeds maatje 38, en haar korte kokette kapsel liet geen enkel grijs haartje zien. Geverfd, uiteraard, maar dat maakte niks uit, toch? Ze trok even haar korte rok recht, controleerde haar nylons, en duwde even haar boezem op zijn plaats. Yup, ze was best wel tevreden met haar spiegelbeeld. Iemand had haar ooit het prototype van de kokette Parisienne genoemd, en daar was ze nog steeds apetrots op.

Soit, die bewuste avond was ze met een paar vrienden iets gaan drinken, in het dichtstbijzijnde café, en dat was dit dus geworden. Ze zaten geanimeerd te kletsen, en waren lang niet de enige klanten. Er hing een gezellige drukte, en de sfeer zat er goed in.

Tot plots, voor het hele café: “Het kan me niet schelen, ge kunt ze kussen! Tu m’emmerdes! Ik blijf hier geen minuut langer!”

Uiteraard waren de gesprekken overal stilgevallen, en keek iedereen verbaasd naar de bar. Blijkbaar zat er iets meer dan behoorlijk scheef tussen de bareigenaar en zijn dienster. Zij, blondgelokt en hooggehakt, smeet met bijzonder veel gevoel voor drama haar dienstersschort in zijn gezicht, nam een paar glazen en smeet die eveneens in zijn richting – het geklingel van het brekende glas deed de klanten ineenkrimpen – draaide zich met nog meer pathetiek om, en stevende op de buitendeur af. Ze rukte de deur open, draaide zich nog even naar hem toe, stak haar middenvinger op naar hem en kuste het topje ervan, en gooide de deur met al haar kracht achter zich dicht. Als een levensgroot cliché viel de kader naast de deur naar beneden, maar niemand durfde te lachen. Alleen Julien Clercq blèrde onverstoorbaar verder over zijn Hélène.

Alle blikken gingen nu van de deur naar de man achter de toog. Die stond met grimmige blik en gekruiste armen naar de deur te staren, herpakte zich, en zei luid voor het ganse café: “Voilà, daar zijn we dan ook tenminste weer van af! Salope! Tournée generale!” Onmiddellijk kwamen de tongen weer los aan alle tafeltjes, en de gesprekken werden hernomen. Mélanie en haar gezelschap hadden het tafereeltje hoogst vermakelijk gevonden, en waren nu aan het fantaseren wat er precies zou gebeurd zijn tussen die twee.

“Hij kon natuurlijk zijn handen niet thuishouden, en zij had er genoeg van!”
“Maar nee, je ziet toch zo dat zij dat niet erg zou gevonden hebben, zo’n blonde bimbo! Wedden dat ze had ontdekt dat hij nog een ander had?”
“Môh, heb je die gast zijn kop al eens goed bekeken? En ‘t is niet alsof de mensen in de horeca nog veel sociaal leven hebben. Wanneer zou hij er nog een andere koeketiene op na moeten gehouden hebben?”
“Maar dat kan toch? Hij is in de voormiddag niet open, en dan zijn zo van die huisvrouwtjes die hun rijke maar hardwerkende man toch niet veel zien, net thuis! Ja, dat zal het wel zijn: hij had er nog een jong ding bij!’”
“Wie zegt dat het om een amoureuze affaire ging? Misschien had hij haar gewoon te weinig uitbetaald, of haar loon te laat gegeven, of alle gebroken glazen en flessen wijn die ze zelf had opgedronken, afgehouden.”
Zo waren ze nog even doorgegaan. Tot er plots een lichtje opging bij Mélanie. “Wacht even,” zei ze tot haar tafelgenoten, “ik ben direct terug. Ik ga even iets proberen.”

Ze had zich rechtgesteld, even haar handen door haar haar gehaald, en was op de uitbater afgestapt. “Bonsoir, monsieur. Als ik het goed heb, zit u acuut zonder dienster. Ik weet niet of u het liever allemaal alleen doet, maar anders wil ik best wel inspringen. Ik ben momenteel toch op zoek naar werk. Het bedrijf waar ik werkte als secretaresse is failliet gegaan, en ik heb nog niks anders gevonden. De late uren storen me niet: ik heb geen vriend, en ook geen kinderen. Wat denkt u?”

De man had eerst niks geantwoord, maar haar even van top tot teen gemonsterd.

“Kan je een pint tappen?”
“Nee, maar als u het me voortoont, zal ik het snel leren. En wijn uitschenken en koffie zetten, daar heb ik jarenlange ervaring mee.” Ze lachte.
“Je directheid bevalt me wel. En ja, ik heb echt wel iemand nodig. Kan je nu meteen beginnen?” Toen ze grijnzend ja knikte, vervolgde hij: “Haal dan maar een stoffer en blik uit de berging, en ruim dat gebroken glas op, dan lopen we het niet overal rond. We bespreken de details straks wel.”

Ze wierp een triomfantelijke blik naar haar vrienden, en verdween door de deur achter de toog.

Dat was dus dik twee jaar geleden. Ze had gedacht dat ze het maar even ging doen, dat café houden, tot ze opnieuw een bureaujob had gevonden. Ze had echter de ene desillusie na de andere ontgoocheling opgelopen. En dus stond ze nog steeds hier, en had ze er zich al lang bij neergelegd dat ze dit nog wel een tijdje ging doen. Roland was tevreden over haar, en hoewel het niet schitterend betaalde, had ze absoluut geen klagen.

Wat ze wel nog steeds deed, was achtergronden fantaseren bij de flarden gesprek die ze opving. Of de relatie tussen de klanten onderling proberen te bepalen. Soms kreeg ze hilarische invallen, en zat ze zelf te grinniken. Of had ze al een gans scenario in haar gedachten, en bleek dat door één of ander gebaar of woord compleet in duigen te vallen, waardoor ze zelf moest lachen.

Soms waren bepaalde situaties overduidelijk, en kon ze bijna letterlijk de woorden aanvullen. Zoals dat jonge koppeltje dat vanmiddag zat te glunderen aan een tafeltje. Hij had een glas wijn besteld, zij wilde dat ook doen, maar veranderde toch naar een glas water. Ze hadden de hele tijd in elkaars ogen zitten kijken en elkaars handen vastgehouden over de tafel heen, en af en toe had zij een hand op haar buik gelegd. Veel uitleg had zoiets niet nodig, toch?

Of neem nu die twee koppels daar samen aan de tafel in de hoek. Er hing een overduidelijke spanning, en de oudere heer keek schuldbewust, maar leek luchtig te praten. De dame aan zijn zij was vreselijk zenuwachtig en zat te schuiven op haar stoel, terwijl het meisje aan de andere kant van de tafel haar ontzet aankeek, en verwijtende blikken in de richting van de oudere man wierp. De jongeman die blijkbaar bij het meisje hoorde, zat er een beetje bij voor spek en bonen, zo te zien. Als je dan nog in rekening bracht dat het meisje en de man behoorlijk wat gemeenschappelijke trekken hadden, dan was het verhaal ook snel in elkaar gepuzzeld, vond Mélanie.

Ondertussen was ook de vaatwas opgevuld, tussen het brengen van de bestellingen van de klanten door. Ze keek even op haar horloge.

“Roland, het is elf uur. Kan je het verder alleen af vanavond?” Hij knikte. “Ga maar. Ik zie je morgen dan wel weer, ok? Bonne nuit!”

Ze nam haar jas van de kapstok in de berging, stak nog even haar hand op naar Roland, en ging naar buiten. De koppels in het café was ze al lang weer vergeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *