Blergh

Allez hup, dag drie is dus nog ellendiger dan dag twee. Als in: opgestaan om medicatie te kunnen nemen, want het geklop in mijn sinussen doet een drilboor alle eer aan. En nee, ik kan de meeste medicatie niet nemen wegens glaucoom.

Ik kruip gewoon terug. Meh.

Lamlendig

Vandaag voelde ik me pas helemaal ellendig. Ik heb deze ochtend naar school gebeld met de boodschap dat ik zeker niet kon komen werken, heb vooral geslapen en lamlendig in de zetel gelegen, en heb me in de namiddag naar de dokter gesleept.

Die bekeek me even, checkte mijn keel en oren, luisterde naar mijn symptomen – gisteren keelpijn, vandaag vooral hoofdpijn, spierpijn, verstopte neus, smaakverlies, maar geen koorts en geen verminderde eetlust – en verklaarde: “Griep. Of corona, maar daar testen we toch niet meer op, de behandeling is toch dezelfde, namelijk: rusten. Veel slapen, veel drinken, desnoods een pijnstiller nemen tegen de mottigheid, en rusten. Ge zijt oververmoeid. Ik ga u dus thuis zetten tot het einde van de week.”

Euh.

Goed dan?

Ik heb wel vrijdag een presentatie voor de School of Branding en die ga ik echt wel geven, maar bon. We zien wel hoe ik me tegen dan voel, want eigenlijk was dat ritje met de auto naar de dokter al niet verantwoord: de concentratie van een oververmoeide dodo.

En dan ga ik nu terug in mijn zetel, als het voor u gelijk blijft. Mijn lijf doet pijn.

Keelontsteking, jawel

Eergisteren zei ik nog dat mijn stem zo zwoel klonk, gisteren en vandaag ging het alweer een pak minder…
Mijn keel doet namelijk gemeen zeer, mijn stem is bijna volledig weg, en ik voel me ook niet zo super…
De dokter was formeel: keelontsteking, twee dagen thuis, huis niet verlaten, veel slapen. En als ik te veel tegenstribbelde, ging ze er vier dagen van maken.
Ik heb braaf ja gezegd…
En waarom ben ik dan gisteren niet naar de dokter geweest? Wel, ik had gisteren en deze voormiddag mondeling examen, iets wat geen collega kan overnemen. Ik moet gelukkig zelf niet veel zeggen, maar toch… Ik heb dus vooral op mijn tanden gebeten en alles zeer stilletjes gezegd.
Deze namiddag en morgenvoormiddag had ik eigenlijk nog les, de laatste lesjes in mijn tweede en een van mijn eerstes, maar dat gaat dus niet door. Ik had heel graag die laatste lessen nog gegeven, maar helaas, mijn stem heeft het gewoon compleet opgegeven. Ik heb me dan maar ziek gemeld.
Hopelijk is na het weekend de stem wel weer van de partij, want maandag heb ik opnieuw mondeling examen. Tsja…

Eventjes niet

Deze morgen, toen ik opstond om kwart over zeven, dacht ik nog dat het wel zou lukken. Maar na een douche, bij het ontbijt, werd het vrij duidelijk dat lesgeven er vandaag niet in zou zitten: de rug werkt echt niet mee. Niet dat ik scheef loop of zo, zoals wanneer de hernia’s lastig doen, nee, het is gewoon de constante pijn van alle spieren en de ruggengraat zelf die het niet doet. Lesgeven is op die manier echt moeilijk, want ik kan me zelf voor geen meter concentreren.

Ik heb tegen kwart voor acht gebeld naar school dat het niet zou lukken, en kreeg heel begrijpelijk onder mijn voeten: Peggy was net klaar met de vervangingen en mocht dus herbeginnen. Sorry!

Ik heb zowat de hele dag in de zetel gelegen: geblogd, de website van de school bijgewerkt, wat cursus geschreven, wat gelezen… Ook de was van de OpenSchoolDag gedaan, ja: alle Romeinse kledij moet telkens gewassen worden, want die wordt vrij intens gebruikt die dag.

Ook al was het mooi weer, ik ben niet echt veel buiten geweest: de rug moet echt warm blijven. Maar toen Merel thuis kwam, zijn we toch naar buiten getrokken: ik met een dekentje tegen de rug in de zetel, zij in de kist. Ze past er nog steeds in en ze vindt het daar om een of andere reden zalig om te liggen.

Kobes, caches en confituur. En ook wel voetbal, ja.

Blijkbaar was het iets te veel voor Kobe de voorbije dagen: wellicht de warmte? In elk geval voelde hij zich gisterenavond niet zo lekker, heeft ook niet gegeten, en datzelfde geldt voor deze morgen en deze middag. Tot zover de plannen om samen naar ’t stad te fietsen en daar iets te eten. Goh ja, de vakantie is nog lang…

Ik wilde echter nog aardbeienconfituur maken, maar vond al een paar weken geen confituuraardbeitjes. Tsja. Op algemeen aanraden ben ik naar Ertvelde Tervenen gereden, toch wel een eindje weg, maar als ik dat kon combineren met cachen, waarom ook niet? Ik baande me een weg door de mais – die blaren snijden nog serieus! – sloeg wat tengels plat, en vond vier caches op toch wel hele mooie plekjes.

De aardbeitjes stonden niet goedkoop – 2.5 euro per bakje – maar waren echt wel topkwaliteit. Ik heb ze ’s avonds tijdens de match – ne mens moet toch iets doen, nee? – gesneden en in de pauze verwerkt tot confituur. Mooi meegenomen, en bijzonder lekker. En Kobe, die voelde zich een pak beter en speelde vlotjes een grote omelet binnen. Oef.

Streep door de rekening

Half zeven: Merel roept dat ze zich niet zo lekker voelt. Mja. Ik vraag haar nog even te slapen, en dat het wellicht wel zal beteren. Niet dus. Ze is beginnen overgeven, en daarna voelde ze zich zo fris als een hoentje, zei ze. Tot ze netjes gedoucht en aangekleed, vrolijk rondspringend, beneden kwam, één hapje van een boterham nam, en weer ging liggen. En toen bleek uitsloeg en weer begon over te geven.

Streep door de rekening: ik moest deze voormiddag geen les geven aan mijn zesdes, maar met hen een lezing bijwonen. Tsja. Maar ons ma en ons pa zijn ’s middags Merel wel komen halen: ze kwamen terug van het ziekenhuis, en pikten haar op. Op die manier kon ik rustig zelf gaan lesgeven, en na de les ging ik Wolf halen om samen naar de kapper te gaan. En toen bleek dat het avondlicht perfect zat, dat de zon nog volop scheen, en dat we toch naar Zomergem moesten om Merel op te halen, en dat we dus eigenlijk feitelijk evengoed konden proberen om zelf foto’s te maken voor Wolfs communie. Ik zie anders eerlijk gezegd niet zo goed wanneer dat nog zou moeten….

Enfin, wij even bij ons ma binnen, Wolf zich snel omgekleed in zijn schone kleren, en wij naar de vijver. Ik geef u hier een paar foto’s mee, de geselecteerde voor het kaartje krijgt u later nog te zien.

En ja, we waren zelfs nog net op tijd voor Wolfs gitaarles.

Rustige zaterdag

Donderdagvoormiddag ging de telefoon: Merel was beginnen overgeven, of ik haar niet kon komen ophalen.

Bart kon gelukkig overnemen in de namiddag, en dat was dat, dacht ik. Want meestal is zo’n buikgriepje een eendagsaffaire, en is ze de volgende dag weer helemaal in orde.

Helaas. Dat bleek dus niet het geval, want toen ze ’s morgens opstond, nam ze één hap van een boterham, en ging daarna terug naar de zetel. En het glas water dat ze daarna vroeg, was goed voor een impersonatie van ‘The Excorcist’. Helaas was ze net op mijn schoot gekropen, en mocht ik dus zowel de zetel, het parket, Merel als mezelf schoonmaken. Een goeie douche later voelde Merel zich duidelijk wat beter, maar nog echt niet in orde. Hmpf. Geen les dus voor mij.

Tegen ’s avonds voelde ze zich echt wel pakken beter, en dus gingen we picknicken. Ik lette er wel op dat het niet te ver en niet te lang was, en tegen kwart voor zeven waren we al in het clubhuis. Waar ze een soepje dronk, wat foto’s nam, gigantisch blozende kaken kreeg, en tegen half acht half lag te slapen op een paar stoelen.

Reden te meer om deze morgen Merel niet mee te sleuren richting Schaarbeek voor de rugbymatchen van de jongens: Bart was niet thuis, en om dan een paar uur in de kou te gaan staan met een half zieke kleine, nee bedankt. Ik gooide de jongens af op het clubhuis rond acht uur, en Wolf stond te glunderen: zijn eerste match van het jaar! Nog wel onder sterk voorbehoud en maximaal vijf minuten per keer op het plein – gelukkig zijn er onbeperkt spelerswissels bij de rugby – maar toch wel al match. En daarna mocht hij mee met Ian, Amy en vooral Stijn naar de rugbymatch België-Nederland in de Heizel, en dat vond hij minstens even leuk. Ik had hem gelukkig wel pijnstillers meegegeven, en dat was blijkbaar ook nodig.

Enfin, een en ander zorgde dus voor een heerlijk rustige voormiddag met enkel Merel, en in de namiddag er enkel nog een even rustige Kobe bij. En wat doet ne mens dan in een opwelling? Vanillewafeltjes bakken, en een stapeltje ervan inpakken als bedanking voor het meenemen naar de rugbymatch.

Om kwart over zes ging ik Wolf oppikken, pikte thuis dan de rest van de familie op, en reed richting lagere school voor de Culinaire Wereldreis. Veel te veel wijze leuke kleine hapjes gegeten, en vooral ook heel enthousiaste kinderen moegespeeld in hun bed gestoken.

Fijne dag, en ik had vooral de rust eens nodig.