Winterterras

Ik wilde al een tijdje nog eens afspreken met Annick om koffie te drinken, maar voorlopig kan dat dus niet. Allez ja, niet zoals we het anders doen, namelijk gezellig in de zetel.

We overlegden even: zouden we het buiten doen? In dat miezerige weer, in de kou? Of gewoon elk in onze eigen zetel, met een kop koffie, en een scherm? Maar dat is maar half zo gezellig…

Uiteindelijk kwam Annick hier om kwart over twee in levende lijve aanzetten, met een dikke jas, sjaal en handschoenen. Merel en ik hadden, met de hulp van Kobe, de tuinkussens en vooral ook de vuurschaal buiten gezet. We hebben anderhalf uur zitten kletsen, koffie gedronken, koekjes gegeten en ik heb vooral intens genoten van een beetje sociaal contact.

Ik heb gelukkig mijn gezin om me heen en op school zijn er de collega’s, maar dat is toch helemaal niet hetzelfde. Als je dan een fijne vriendin voor je neus hebt, in de buitenlucht op anderhalve meter, dan doet dat echt deugd.

En ik denk dat ik hiermee een trend ga beginnen, en dit vaker ga doen. Yupyup.

Geocachen in Munte

Vandaag had ik afgesproken met Véronique om in het mooie weer te gaan cachen. Plaats van afspraak was Munte, de rand van het Bruinbos, waar ik een rondje van zo’n 5 kilometer en 14 caches had uitgestippeld. Vijf kilometer, da’s normaal gezien ongeveer een uur, maar als je cacht moet je per cache daar toch vijf à tien minuten bij rekenen: sommige caches vind je in een oogopslag en moet je enkel nog loggen, bij andere ben je soms tot een half uur kwijt, afhankelijk van hoe koppig je bent.

Over ons rondje deden we iets meer dan drie uur, pauze op een hekkenbalkje met een carré confituurtje inbegrepen. Oh, en talloze foto’s, dat ook.

Ik hield het bij de gsm, kwestie van het gewicht wat te beperken, maar Véro had haar toestel mee en documenteerde grondig.

Tegen het einde was het echt wel donker, de laatste cache hebben we gezocht én gevonden met het lichtje van onze telefoons.

Om kwart over vijf reden we huiswaarts, en ik pikte in het passeren in het donker nog 4 extra caches langs de baan op.

Ik heb er immens van genoten: buitenlucht, beweging, volwassen gezelschap en een zalige babbel. Meer moet dat toch niet zijn?

Een nieuwe traditie?

Vorige week ging ik lunchen met Véronique op donderdag, en dat was ons beiden zo goed bevallen dat we dat deze week gewoon herhaalden.

Waar we vorige week in het STAM zaten, gingen we nu naar het KASK café, een voor mij nobele onbekende. Wel, het is me gigantisch goed meegevallen! Het aanbod is er vooral vegetarisch/veganistisch, maar je kan er evengoed lekker vlees krijgen, en dat voor zeer weinig geld. Je schuift gewoon aan aan de toog, bestelt wat je wil, betaalt, wacht even, en voilà.

Binnen is het ruim en licht, met veel hout, en buiten is er een zeer fijn, groot terras, waar het zalig zitten was. Het hipstergehalte is misschien vrij groot, maar wat had je anders verwacht van een kunsthogeschool?

En de prijzen? 5 euro voor een groot broodje, het kraantjeswater kregen we er gratis bij.

Achteraf lieten we ons ook nog een koffie en een royale portie tiramisu welgevallen, en we zagen dat het goed was! Yup, ik denk dat we hier nog terugkomen, ja.

Marleen

Al de hele coronaperiode doe ik één keer per week boodschappen voor Marleen, die wat verderop in Mariakerke woont. Het verhaal daarvan kan u hier lezen.
Toen ze me gisteren belde met haar boodschappenlijstje, zei ze me dat ik een grote aardbeientaart moest kopen voor mijn gezin – bij wijze van bedanking – en een eenpersoonstaartje voor haarzelf, want het was vandaag haar verjaardag. Dan konden wij taart eten op haar gezondheid, en zij kon bij haar thuis hetzelfde doen dan.

Wel, dat vond ik nu eens dikke onzin! Ik wéét dat ze voorzichtig moet zijn, maar er zijn grenzen, en vooral: hoe eenzaam kan je zijn, zeg! Ik beloofde haar een aardbeientaart mee te brengen, maar alleen als ze ze hier in de tuin samen met ons kwam opeten. Lang heb ik eigenlijk niet hoeven aandringen: als het buiten was met afstand, zag ze dat wel zitten.

Bon, om half vier stond ze hier dus, goed ingepakt, terwijl wij een aparte tafel mét parasol hadden voorzien, een klein cadeautje, en Merel ook nog een kaartje en een tekening had gemaakt. Marleen strààlde! Ze is hier blijven zitten tot half zes, en ze heeft honderduit gepraat met de kinderen, en vooral ook geluisterd, want daar is ze zeer goed in. Een beetje een erzats-omaatje, zeg maar.

Eigenlijk vonden we het allemaal best leuk, en vooral: Marleen had  een fantastische 71ste verjaardag. En daar gaat het toch om!

Op den bots

Merel had nieuwe scoutsschoenen nodig – het kind groeit als kool. Na school zijn we dus richting Decathlon gereden, waar ze meteen ook een paar wandelsandalen kreeg en we ook nog shorts voor Wolf en een opblaaskussen voor Kobe meenamen. Oh, en een echte heuse toeter voor op mijn rollator.

In het terugrijden viel plots mijn euro dat we eigenlijk vlakbij Gwen waren en dat die vandaag jarig was. En dat we dus eigenlijk evengoed even hallo konden gaan zeggen. Gwen deed zelf open en nodigde ons meteen uit om een glas te drinken op het terras. Haar ouders waren er ook al, maar we bleven allemaal netjes op afstand, behalve om de obligate foto te nemen.

Ik denk dat we een dik uur zijn blijven zitten, het was er ook echt gezellig.

Yup, zelfs na al die jaren is ze nog steeds mijn beste vriendin. En vice versa, heb ik zo de indruk.

Vriendschap

Eigenlijk ken ik Koen niet echt zo goed. Al een paar jaar een larpvriend, ja, en het klikt wel tussen ons. Hij is net als ik een taalfreak, maar is gedesillusioneerd uit het onderwijs gestapt en werkt nu in de Colruyt. Als rekkenvuller.

De paar keer dat we samen hebben gespeeld, was het meestal hard tegen onzacht. Maar ergens begrepen we elkaar altijd al. Toen hij door een diepe depressie ging, hield ik hem vanop een afstandje in het oog. Met hier en daar eens een vraagje aan zijn maten, of het wel ging. En behoorlijk bezorgd om zijn alcoholgebruik, dat ook, toen het toch wel erg de verkeerde kant begon op te gaan.

Koen is ook Eriks beste vriend. Je weet wel, Erik, die gigantisch fijne larpkerel die eind juni besloot om er een eind aan te maken. Toen ik het hoorde, gingen mijn eerste gedachten uit naar Eriks ex, de moeder van zijn dochter. En toen naar Koen. Met een dikke godverdomme.
Het was einde schooljaar, een te drukke periode voor mij om veel contact op te nemen, maar ik wist dat ze elkaar goed omringden, daar in Antwerpen. En dat Koen daar nood aan ging hebben. Uiteraard.

Toen ik op de dag van Eriks afscheidsdienst – de dienst zelf miste ik door andere verplichtingen – in The Cauldron kwam, werd ik langs alle kanten vastgepakt door larpvrienden, die even erg in zak en as zaten. En kwamen er meteen ook verschillende mensen naar me toe: “Koen zit binnen. Ga naar hem toe.” Wat ik uiteraard ook deed. We pakten elkaar vast, woordeloos, en bleven zo’n vijf volle minuten zo staan, denk ik. En toen grabbelde hij iets uit zijn binnenzak. “Hier. Lees mijn tekst.” Dat deed ik, terwijl hij in stilte naast mij voor zich uit zat te staren. Ik gaf hem de tekst terug, veegde mijn tranen weg, en knikte. Meer niet.

Later die avond hebben we nog gepraat, en ik heb hem uiteindelijk naar huis gevoerd. Ik wilde niet dat hij op dat moment nog een uur op een troosteloze bus moest zitten.

Gisterenavond ben ik bij hem gaan eten. Iets wat we eigenlijk al heel lang eens gingen doen, nog lang voor Erik. Het werd een aangename avond met vooral veel gepraat over muziek en literatuur. De verwachte huilpartijen bleven uit, ook al hebben we het onderwerp niet gemeden. Maar het werd een bijzonder gemoedelijke avond, alsof ik hem al jaren door en door ken.

En Koen kookt ook niet onverdienstelijk, al had ik de tarte tatin thuis in de ijskast laten staan. Goed bezig.

Nee, ik ga Koen niet wekelijks of zelfs niet maandelijks zien, dat weet ik. Dat weet hij ook. Maar als hij het vraagt, zal ik er staan. Want die connectie, die is er wel. Die zal er wellicht ook altijd wel blijven.

Vriendschap, het is iets raars. Toch?