Vriendschap

Eigenlijk ken ik Koen niet echt zo goed. Al een paar jaar een larpvriend, ja, en het klikt wel tussen ons. Hij is net als ik een taalfreak, maar is gedesillusioneerd uit het onderwijs gestapt en werkt nu in de Colruyt. Als rekkenvuller.

De paar keer dat we samen hebben gespeeld, was het meestal hard tegen onzacht. Maar ergens begrepen we elkaar altijd al. Toen hij door een diepe depressie ging, hield ik hem vanop een afstandje in het oog. Met hier en daar eens een vraagje aan zijn maten, of het wel ging. En behoorlijk bezorgd om zijn alcoholgebruik, dat ook, toen het toch wel erg de verkeerde kant begon op te gaan.

Koen is ook Eriks beste vriend. Je weet wel, Erik, die gigantisch fijne larpkerel die eind juni besloot om er een eind aan te maken. Toen ik het hoorde, gingen mijn eerste gedachten uit naar Eriks ex, de moeder van zijn dochter. En toen naar Koen. Met een dikke godverdomme.
Het was einde schooljaar, een te drukke periode voor mij om veel contact op te nemen, maar ik wist dat ze elkaar goed omringden, daar in Antwerpen. En dat Koen daar nood aan ging hebben. Uiteraard.

Toen ik op de dag van Eriks afscheidsdienst – de dienst zelf miste ik door andere verplichtingen – in The Cauldron kwam, werd ik langs alle kanten vastgepakt door larpvrienden, die even erg in zak en as zaten. En kwamen er meteen ook verschillende mensen naar me toe: “Koen zit binnen. Ga naar hem toe.” Wat ik uiteraard ook deed. We pakten elkaar vast, woordeloos, en bleven zo’n vijf volle minuten zo staan, denk ik. En toen grabbelde hij iets uit zijn binnenzak. “Hier. Lees mijn tekst.” Dat deed ik, terwijl hij in stilte naast mij voor zich uit zat te staren. Ik gaf hem de tekst terug, veegde mijn tranen weg, en knikte. Meer niet.

Later die avond hebben we nog gepraat, en ik heb hem uiteindelijk naar huis gevoerd. Ik wilde niet dat hij op dat moment nog een uur op een troosteloze bus moest zitten.

Gisterenavond ben ik bij hem gaan eten. Iets wat we eigenlijk al heel lang eens gingen doen, nog lang voor Erik. Het werd een aangename avond met vooral veel gepraat over muziek en literatuur. De verwachte huilpartijen bleven uit, ook al hebben we het onderwerp niet gemeden. Maar het werd een bijzonder gemoedelijke avond, alsof ik hem al jaren door en door ken.

En Koen kookt ook niet onverdienstelijk, al had ik de tarte tatin thuis in de ijskast laten staan. Goed bezig.

Nee, ik ga Koen niet wekelijks of zelfs niet maandelijks zien, dat weet ik. Dat weet hij ook. Maar als hij het vraagt, zal ik er staan. Want die connectie, die is er wel. Die zal er wellicht ook altijd wel blijven.

Vriendschap, het is iets raars. Toch?

Eindelijk bij Vallery

Vallery heeft, geloof ik, al een half jaar een nieuwe keuken. Allez, een ganse verbouwing eigenlijk: de achterbouw is aangepast, ze heeft een nieuw buitenvenster, toilet en vooral keuken. De max. Doordat de vensters quasi helemaal openschuiven, lijkt het alsof haar woonkamer veel groter is geworden, en de tuin is ook veel toegankelijker. Zalig.

Alleen was ik er nog steeds niet geraakt, wat ze me langzamerhand bijna kwalijk begon te nemen. Begrijpelijk.

Vandaag heb ik dus Merel achter op de fiets gezet – allez, eigenlijk klimt ze er zelf op omdat ik haar absoluut niet kan tillen – en ben ik met Kobe tot bij haar in Sint-Amandsberg gefietst. Een hele mooie fietstocht eigenlijk, via het fietspad door de nieuwe wijk in Wondelgem, over de spoorwegbrug naar Meulestee, en dan langs het water verder tot aan de Koopvaardijlaan en de Dampoort.

Bij Vallery zetten wij ons te kletsen, terwijl de kinderen ook samen een paar spelletjes speelden.

Tegen een uur of vijf reden we richting stad om een geocache van een vers dekseltje te voorzien en vooral ook een ijsje te eten. Ha ja, want dat hoort zo.

Lunchen in de zon

Maat, ik heb toch echt een luizenleven… Daarnet ben ik vrolijk in de zon naar ’t stad gefietst om er te lunchen met een vriendin op een terras in de zon. Allez ja, naar de studentenbuurt want ze werkt op het rectoraat, en dan zijn we maar zoals altijd gaan eten in de Pacha Mama, mijn favoriete vegetarische restaurant. En dat het warm was in de zon!

We hebben heerlijk honderduit zitten kletsen en er een bijzonder aangename middag van gemaakt.

Dat impliceert wel dat ik nu stevig moet doorwerken, maar dat vind ik helemaal niet erg.

En verder blijf ik nog steeds in een enorm goedgezinde omenbubbel zitten, met heel veel chat- en andere gesprekken met medelarpers.

Alleen mis ik Bart toch wel een beetje…

Avondje Gwen

Gwen en ik probeerden al de hele week af te spreken, maar eerst zaten zij een paar dagen in Normandië, dit weekend zit ik op Haven en volgende week zitten we in de Ardennen, en dus spraken we gewoon gisterenavond af, redelijk op den bots, en niet te ver van mij wegens de rug die het toch niet helemaal doet nog.

Het werd het Italiaanse restaurant Mauro di Puglie hier in Wondelgem: een goeie, atypische Italiaan waar je uiteraard wel pasta’s en pizza’s kan krijgen, maar toch altijd net dat beetje anders. Iets duurder ook, maar daar lagen we zo niet wakker van.

Zoals altijd hebben we het over de meest uiteenlopende onderwerpen gehad: uiteraard over de onderwijshervorming en de nieuwe leerplannen Latijn, maar ook over echtgenoten, kinderen, vakanties, de was, verbouwingen, rugby, algemeen gedoe… De avond was weer voorbij voor we het goed en wel beseften, en ze blijft toch echt mijn beste vriendin. Al 30 jaar…

Gaan spelen bij een vriendje!

Ik mocht van mezelf vandaag gaan spelen bij een vriendinnetje als mijn vijfdes verbeterd waren. Keigoeie motivatie, geloof me!

Want tegen een uur of drie stond ik in Aaigem bij Sophie, mijn vriendin van in het lager middelbaar, die vorige week geopereerd werd aan haar galblaas. Ik had een taartje mee, en we dronken goeie koffie en hadden nog veel betere babbels.

Blijkbaar ligt haar huis te midden van een ganse cacheroute, en dus duffelden we ons stevig in en gingen een cache een tiental meter verder oppikken. Dat vond ze zo amusant dat we nog eentje verder gingen zoeken. En daarna nog eentje, en dan nog eentje een pad in aan een bosrand. Ze was daar zelfs nog nooit geweest, en dat amper op een paar minuten van haar deur. Cachen, een topbezigheid!

Toen was het intussen zo donker geworden dat het gewoon niet meer lukte om verder te doen, en daarbij, het was ook welletjes voor Sophie, die eigenlijk ook een bronchitis heeft.  Maar ik had een ongelofelijk ontspannende, aangename namiddag met mijn vroegere bestie, en ik zie het helemaal zitten om morgen weer lekker verder te verbeteren.

 

WWW

Nee, niet World Wide Web, maar wel Wilde Wijven Weekend. Allez ja, het is al twintig jaar geen weekend meer, maar Kim had het nog altijd www gedoopt :-p

Toen we zeventien of achttien waren, ging ik met Kim, Nathalie en nog een paar vrienden regelmatig op weekend, aan zee of in de Ardennen. Later werden dat etentjes omdat we door kleine kinderen geen weekend meer weg geraakten. Soms bleef het bij een avondje iets drinken, en eigenlijk doen we het lang niet vaak genoeg. Maar vanavond was het wel nog gelukt om nog eens af te spreken om samen iets te gaan eten.

Kim en Nathalie wonen allebei aan het station, en dus werd het een restaurant in de Fabiolalaan, het Spoorloos Perron. Ik kende het niet, zelfs de dames kenden het niet maar Kim had een foldertje gekregen, en dus gingen we een kijkje nemen. Dik in orde, dat kan ik u zeggen. Niet goedkoop, maar wel de betere brasserie. We namen gezamenlijk een bordje tapas, en dan een hoofdgerecht. Een echt dessert hoefde niet, maar wel een verwenkoffie, en die was méér dan genoeg.

 

Op ons, dames!

Lap…

Jawel, het is weer van dat, en ik vrees echt het ergste. Vannacht deed het op een bepaald moment zoveel pijn dat ik dacht dat we vandaag toch weer richting ziekenhuis zouden moeten gaan. Alleen… daar kunnen ze eigenlijk ook niet veel doen. De vorige keer hebben ze me zware pijnstilling gegeven, heel veel laten rusten, en dan voorzichtig weer in beweging gebracht. Niks minder, maar vooral ook niks meer dan dat.

Ik ben dan maar heel voorzichtig naar beneden gegaan, ben er nog in geslaagd me te douchen, met veel moeite, en heb dan gewoon in de zetel gelegen. Qua eten hebben we overschotjes gegeten, Merel en ik, er was gelukkig wel voldoende. En dan liet Wolf weten dat hij vandaag al mocht opgehaald worden, ik had dat verkeerd genoteerd, ik dacht dat het morgen was.
Bart had een vergadering om één uur, wist niet echt hoe lang die zou duren, maar wilde Wolf daarna wel ophalen. Neenee, had die gezegd, ik kom wel met de trein. Bart is hem dan maar van ’t station gaan halen, want zelfs dat zou voor mij te veel geweest zijn, denk ik. Hoewel, met enig doorzettingsvermogen kom je ook ver natuurlijk.

Het vervelendste vind ik mijn koor: er is namelijk vanavond én morgenavond nog een optreden van Djiezes, maar dat zal zonder mij zijn: ik kan met moeite rechtop staan momenteel. Blah. Blah blah blah.

Het enige wat mijn dag nog een klein beetje goed maakte, was het feit dat Annick gezellig kwam koffiedrinken. Ik had dat eerst nog wat afgehouden met het gedacht dat ik dus met Merel naar de GF kon gaan, maar niet dus. Gelukkig vond ook Merel dat niet zo erg: we zaten blijkbaar in B&B/koffiehuis De Gele Kat, waar een vrolijke jongedame met gele kattenoortjes, een gele blocknote en een gele stylo onze bestelling kwam opnemen en die dan ook netjes uitvoerde. Compleet met melkschuim, koekjes en een rekening.

Oh, en een tweede positieve noot: het heeft geregend vandaag! Nu ja, regen, het heeft toch een half uurtje gedruppeld, in die mate dat op een bepaald moment gans ons terras toch nat lag. Het droogde wel heel snel op, dat ook, maar toch: er was vocht, en die typische geur van regen op een zomerse dag na een periode van droogte. Petrichor, heet die geur, en dat wil blijkbaar zeggen: “het bloed van de goden op de stenen”. Poëtisch, die Grieken.

Vossenweekendje ter voorbereiding van Haven

In oktober hadden we hier al eens samen gezeten voor Haven III, maar toen kon ik uiteraard niet mee gaan larpen door mijn kapotte rug. Mireille, Caterina en Hanneke zetten toen zeer overtuigende Akata neer, zo bleek achteraf uit alle verslagen.
Intussen zijn we een half jaar verder, is mijn rug nog absoluut niet oké – dat zal ook nooit meer goedkomen, maar bon – maar goed genoeg om een weekendje te gaan spelen. Ik was in november wel al een weekendje naar Omen gegaan, maar dat was als figurant en dus compleet anders.
Nu ga ik dus opnieuw spelen, mijn derde spelersrol ooit, en de eerste buiten Poort. Ik ga Els keihard missen, dat weet ik nu al: de laatste poorten speelden we voortdurend zij aan zij.
Ook Sabrina gaat nu mee, we waren dus met twee nieuwe spelers, en haar personage moest nog opgesteld worden en de rest bijgestuurd. En daarbij, gewoon een weekendje onder vriendinnen is ook zalig. Mireille was hier al van gisterenavond, ik had haar opgepikt in Drongen station. Bart zit intussen een weekendje in Rome met Jaguar, extra rust dus in huis :-p

Tegen de middag reed ik even naar Mariakerke om Chinees voor zes personen, en om één uur stonden effectief Hanneke en Sabrina hier. We waren net allemaal bediend toen ook Stefaan, man van Els en eigenlijk ook een echte Vos, hier stond. Hij had nog niet gegeten, we schoven een bord bij, en het werd extra gezellig. En ook al waren we met achten, er was nog steeds veel te veel eten :-p



Na het eten overliep Mireille even het concept van Haven, het spelsysteem, en gingen we aan de slag voor een personage voor Sabrina en meteen ook voor Stefaan, want bij hem was het ook beginnen kriebelen. Hij gaat nu nog niet mee doen, maar hopelijk wel de volgende. Yes! Dik in orde! Hij ging trouwens maar even blijven, had hij gezegd, maar het was toch ruim half zes voor hij weer richting Brugge vertrok ^^

Het was oorspronkelijk de bedoeling dat Mireille vanavond nog een trein naar huis nam, maar uiteindelijk is ze, samen met de andere twee, gewoon blijven slapen. Hehehe. Doodjammer dat Caterina er niet bij kon zijn, maar die heeft volgende week examens en was ijverig aan het blokken.

Enfin, vermoeiende, maar wel superwijze dag dus.