Steunzolen

Ik draag al meer dan dertig jaar steunzolen en ik kan echt niet zonder: als ik langer dan een half uur in gesloten schoenen loop zonder, doen mijn voeten echt gewoon gemeen pijn.
Toen Merel en ik twee weken geleden gingen geocachen, zei ze al vrij snel dat haar voeten pijn deden. Niet als in blaren of zo, maar dieper vanbinnen, zei ze, meer als een soort spierpijn. En eigenlijk was dat al lang: op kamp had ze ook elke keer problemen, vertelde ze. Het waren niet de blaren of een platte teen die haar ambeteerden, de pijn zat dieper.

Tijd voor een afspraak bij Wouter Van Den Broecke, dacht ik zo, de huisorthopedist. Deze avond zaten we dus bij hem, en jawel, Merel heeft de neiging tot X-benen en heeft dus steunzolen nodig, wat ik eigenlijk al dacht.

Ik hoop maar dat ze nog op tijd zijn zodat ze ze wat kan inlopen voordat ze op kamp vertrekt: het is vooral daar dat ze ze nodig zal hebben. En verder vooral blote voeten en goede sandalen, net zoals het bij mij eigenlijk al al die jaren is.

En Merel was eigenlijk best wel opgelucht, moet ik toegeven.

Oh, en daarna dacht ik eraan dat Vallery, die schuin tegenover de dokterspraktijk woont, nog kleren had van Bo die ze wilde verkopen. We zijn dan maar bij hen binnengewaaid en een behoorlijk lang tijdje blijven kletsen, eerst met Eddy, aangezien Vallery pas iets later is toegestuikt, en dan daarna tijdens een passessie. Merel heeft er een shortje, een pull, een T-shirt en vooral twee hele mooie kleedjes uitgehaald: dik in orde.

Enfin, ’t was weer een gevuld dagje.

Voetupdate

Weet u nog, eind september, dat Wolf zijn voet had omgeslagen op zijn eerste rugbymatch in een jaar of twee? Het was toen een beetje misgelopen met een verkeerde diagnose en zo, waardoor hij in oktober alsnog in het gips moest en ook zijn gwp en de vakantie in Duitsland niet verliepen zoals het hoorde. Hij heeft dan ook een lange tijd een brace gedragen, zich koest gehouden en netjes naar de kinesist geweest.
En toen waren het examens en kreeg de voet sowieso veel rust.
Dinsdag stonden we weer bij de orthopedist voor controle, en weet je, in de auto vroeg Wolf zich zelfs op een bepaald moment af of het nu de linker- of de rechtervoet was geweest. Met andere woorden: het is wel in orde, ja.

Hij mag na nieuwjaar ook opnieuw beginnen rugby spelen, maar nog even geen wedstrijden, niet vooraleer hij een stevige spiertonus en conditie heeft opgebouwd.

We houden hout vast, maar ik ga mijn zoon niet in een kooitje steken. En als rugby zijn sport is, dan is dat maar zo. Ook een voetballer kan stoten tegenkomen, en ge wilt als wielrenner niet tegen het asfalt smakken. En geef toe, veel wijzere sporten dan rugby zijn er toch niet?

Update Wolfs voet

Update over Wolfs voet, deze keer van bij onze vaste orthopedist Van Den Broecke, een mens die ik wél vertrouw en die daarnaast nog eens mega sympathiek is: een serieus onderschatte verstuiking.
Er is niks gebroken, de voet is niet laks en goed stabiel, dus de ligamenten zijn nog goed, maar er heeft wel iets gebloed in het gewricht, en dat veroorzaakt de pijn. Hij moet nu met krukken en zo’n orthopedische laars lopen, en misschien tegen het eind van de week zonder krukken. De laars moet echt nog wel aanblijven tot het eind van de vakantie, daarna wellicht brace en zeker kine.

Hmm. Dat wordt nog fijn voor zijn GWPweek in Engeland, want daar gaat hij sowieso te veel stappen. Ik heb al voorgesteld om een rolstoel te regelen, maar dat zien de collega’s niet zitten: ze moeten nogal vaak metro op – metro af, en met een rolstoel is dat echt sukkelen. Tsja.

En wij die gehoopt hadden dat hij eens een normale GWP ging hebben, die zoon van ons. Niet dus.

Bummer.

Voetperikelen: een waas van mysterie

Twee weken geleden berichtte ik dat ik langs geweest was bij de orthopedist, dat die verklaard had dat hij het echt niet meer wist, en dat hij me doorstuurde naar een absolute voetspecialist. Of zoals mijn huisarts het noemde: “Burssens? Ha, de god der voeten!” Wachttijd is standaard een maand of vier, maar bon, ze hadden mij er tussen gepakt, en ik mocht dus vandaag gaan.

Een stagiaire deed de anamnese, luisterde aandachtig, zocht de scanresultaten op, vulde het dossier in, en bevoelde de voet. De dokter zelf luisterde al even aandachtig, liet me een aantal keer heen en weer lopen, en begon toen serieus te trekken en te duwen aan de voet. Ik begon zowaar te zweten van de pijn. Daarop verklaarde hij doodleuk dat ook hij het niet wist. Mijn scans en pijnbeeld waren totaal onlogisch. Hij zei dat er drie opties waren: ofwel het bot, ofwel een geknelde zenuw, ofwel een peesprobleem. Waarop ik opmerkte dat dat zowat alle mogelijkheden waren wegens enkel ook nog spieren aanwezig in de voet. Waarop hij droog: “Correcte analyse, mevrouw”.

Juist.

Er werd prompt een MRI besteld – standaard wachttijd 3 maanden, ik mag dag op dag volgende maand al gaan – waarbij hij zowel botoedeem wilde laten nakijken, als peesbedding en zenuw, maar met telkens meer vraagtekens erbij. Hij was benieuwd, verklaarde hij nog. Een week na de scans moet ik terug bij hem staan.

Ik ben in elk geval wel blij dat hij ronduit durft toegeven dat hij het niet weet, in plaats van me alle mogelijke behandelingen aan te smeren.

Bon, wordt vervolgd over een dikke maand dus.

Update over de voet

Een goeie week geleden had ik nog eens naar de orthopedist gebeld, omdat de pijn in mijn voet maar blijft aanhouden. Hij had, toen de diagnose artrose viel, gesproken van vier tot zes weken. Intussen zijn we drie maand verder, en was het vooral de huisdokter die haar bezorgdheid uitsprak. Bon, ik mocht dus vanavond gaan om, zoals hij het zelf ook aan telefoon had gezegd, doorverwezen te worden. Van den Broecke geeft het namelijk eerlijk toe: hij weet het niet meer. De scans wijzen duidelijk op artrose, maar dan had de opstoot – artrose werkt blijkbaar met opstoten en perioden van rust – al lang voorbij moeten zijn. De pijn in mijn voet is ook niet consistent met artrose, maar wel met de oorspronkelijk vermoede stressfractuur, want het is echt op één plekje. Aan de andere kant: als het ook echt een stressfractuur was, dan had die al lang genezen moeten zijn.

Een doorverwijzing dus, naar een absolute specialist die enkel en alleen maar voeten doet, en naar ik links en rechts hoor, ook de absolute autoriteit blijkt te zijn. Gemiddelde wachttijd: dik vier maanden. Behalve natuurlijk als een andere specialist je doorverwijst. In de loop van de komende week zou zijn secretaresse me moeten bellen voor een afspraak.

Nog een chance dat ik eigenlijk weinig last heb van die speciale laars, maar aangenaam is het niet, nee. Allez, we leven in hoop.

Niet bepaald goed nieuws

Met een relatief bang hartje, na de uitspraak van de radioloog, toog ik vanavond naar de orthopedist. En ik had gelijk, het is niet echt goed nieuws. De pijn in mijn voet wordt niet veroorzaakt door een stressfractuur – wat op zich ook geen fijne diagnose zou zijn, want daar zou dan ook een achterliggende oorzaak te zoeken zijn – maar wel door het begin van artrose. Jawel. Artrose. Ik moet nog 45 worden.

Aangezien ze meteen mijn hele skelet hebben gescand, is er een uitgebreidere diagnose ook: artrose in mijn beide voeten, in mijn onderrug (wellicht te maken met mijn hernia) en in mijn nek. Wat me eigenlijk ook absoluut niet verwondert. Maar dus ook in mijn voeten. En daar valt niks tegen te doen. Als het dus serieus verslechtert in de komende jaren, wordt dat een looprek of een rolstoel. Ik mag hopen dat dat nog de eerste dertig jaar niet zal zijn, maar ik ben daar absoluut niet zeker van.

Wat veroorzaakt die artrose, ofte versleten gewrichten, nu? Er zijn verschillende factoren, maar erfelijkheid is er precies geen, want ik kan me niet voorstellen dat iemand in mijn familie daar zoveel last van heeft. Soit.

  1. Bouw van mijn voeten. Brute pech dus.
  2. Mijn bijzonder actieve levensstijl. Niet als in sporten, wel als in rondcrossen van het een naar het ander.
  3. Mijn overgewicht. Tsja.
  4. Hoge hakken. Want die zetten extra druk op mijn voeten.

Wouter ging spontaan de website van Floris Van Bommel opzoeken, omdat die blijkbaar bijzonder goeie zolen heeft. Spuuglelijke schoenen ook, trouwens. Ik denk dat mijn roloog in zijn richting redelijk legendarisch was, toen hij deze voorstelde:

8508300_3g

Dat zijn trouwens sandalen, kalf. Enfin, hij gaf het vlug op, en zei dat hij me zelf wel ging laten zoeken. En voegde eraan toe: “Allez, ge kunt nu toch geen vrouw straffen door te zeggen dat ze nieuwe schoenen mag gaan kopen, zeker?” Een serieus giftige blik was zijn deel. Eén: ik moet ze zelf betalen, en heb er absoluut geen nodig. Twee: ik heb nog maar net twee paar prachtige laarsjes gekocht met een hak van 7 cm. Drie: platte schoenen. Serieus. Platte schoenen. Nee.

Bottom line is: ik zal ermee moeten leren leven. Voorlopig gaat het in mijn linkervoet om een acute opstoot, en moet ik nog een zestal weken de laars dragen totdat de pijn is verdwenen. Gelukkig heb ik niet veel last van het ding, en kan ik er zelfs probleemloos mee autorijden. En krijg ik ook een nieuwe, want de oude begint een beetje uit elkaar te vallen qua mousse en velcro.

Artrose.

Ge voelt u op slag tien jaar ouder, geloof me. Zucht.

Stressfractuur

Hmmm. Ik heb het blijkbaar nóg maar eens gekund.

Al sinds half september doet er iets pijn in mijn linkervoet. Zomaar, plots. Ik weet nog dat ik op een bepaald moment verbaasd mijn schoen en kous uittrok, om naar mijn voet te kijken. Ik had namelijk het gevoel dat hij serieus blauw stond, alsof ik er een fles water of zo op had laten vallen. Maar er bleek niks te zien. Ach ja, ’t zou wel over gaan zeker?

Helaas… Op 26 september moest ik met Wolf naar de orthopedist, en ik maakte een terloopse opmerking over mijn pijnlijke voet. Van Den Broecke keek even naar me, en zei toen: “Begint ne keer met deftige schoenen aan te doen?” Een sneer naar mijn hoge hakken dus. Mja…

Maar het beterde totaal niet, wel integendeel. Het is nu inderdaad wel zo dat ik niet van het stilzittende type ben, en dat ik me niet laat tegenhouden door een zere voet. Ik droeg dan maar mijn laagste hakken, en op een bepaald moment zelfs mijn MBT’s. Thuis liep ik zo veel mogelijk op mijn sokken, maar ook dat hielp niet, en vooral ’s morgens bij het wakker worden doet die voet serieus pijn.

Vandaag dus zelf naar de orthopedist. Wouter kent me al serieus lang en intussen ook vrij goed, en weet dat ik er niet zal zitten als het niet behoorlijk wat pijn doet. Hij weet ook dat ik niet in pijnstillers geloof. Hij schudde zijn hoofd, en vroeg of ik soms een soortement voetfetisj had? Het is ook altijd wat met mijn voeten. Maar na een kort onderzoek was hij toch bloedernstig: wellicht een stressfractuur in een van de middenvoetsbeentjes. Zekerheid zou hij maar hebben na een medisch beeld. Ideaal is een NMR-scan, maar de gemiddelde wachttijd daar is ongeveer twee maanden. Dan maar een isotopenscan: iets minder gezond, maar wel even duidelijk.
En voorlopig zo min mogelijk staan en zo veel mogelijk mijn afneembare plaaster/diabeteslaars aan. Nog een chance dat ik dat ding heb, want stilzitten zit er bij mij helaas niet in. Ik word er zot van.

Enfin, en dan die scan. We zien wel weer.

Van dokter naar dokter

Gisteren was dus een dokterdagje. Zodra de kinderen thuis kwamen, vlogen ze naar boven om hun tanden te poetsen, want om vier uur moesten we bij tandarts Saar staan. Merel kreeg het compliment dat haar tanden zo goed gepoetst waren, en ook Kobe kreeg datzelfde complimentje. Het is ooit anders geweest.

img_1980

Ook Wolfs tanden waren prima gepoetst, maar hij staat zelfs achterop tegenover Kobe wat het wisselen betreft. Alweer zat er een melktand veel te hard vast, eentje die zelfs roze kleurde omdat er tandvlees in was gegroeid. Een teken dat hij heus niet uit eigen beweging ging loskomen. Twee jaar geleden in juni zijn er al vier tanden getrokken bij Wolf, en nu dus nog eentje. Erg vond hij dat niet, die prop watten in zijn mond was al veel irritanter. En mijn tanden? Die werden gecontroleerd, goed gevonden, gepolijst, en dat was dat. Oh, en 185 euro, dat ook.

Enfin, we gingen naar huis, deden elk ons ding, aten, en gingen weer op weg naar de volgende dokter. Wolf sukkelt nu al een week of twee met pijn aan zijn knie, de andere dan het vorige probleem. Omdat ik dat echt niet vertrouw, zijn we dus maar richting orthopedist afgezakt. Ik had eerder aan Vallery gevraagd – zij woont schuin tegenover de praktijk – of ik de twee kleintjes bij haar mocht afzetten, en toen bleek dat zij de afspraak na ons had bij de dokter. Juist ja. Scheelde voor haar ook weer een babysit, want ik heb iets over zeven Kobe en Merel bij Bo afgezwierd, en toen wij binnen gingen, heb ik Vallery een smsje gestuurd. Zij stak de straat over, en in het kruisen gaf ze ons de sleutels en bleven wij rustig bij Bo. Netjes opgelost dus.

En Wolfs knie? Blijkt niks ernstigs te zijn, gelukkig maar. Hij is in de vakantie zodanig explosief gegroeid, dat het peesblad in zijn bil met aanhechtingspunt onder de knie niet voldoende mee is gegroeid, en voortdurend onder spanning staat. Hij moet stretchoefeningen doen, en het zal uiteindelijk zichzelf wel oplossen. Oef, weer een zorg minder!

Orthopedist

Exact een week loop ik dus al rond met mijn verstuikte poot. Vandaag kon ik gelukkig terecht bij mijn vaste orthopedist, en die zat al te grijnzen toen hij me zag: “Wat hebt ge nu weer uitgestoken, hm?” Hij moest lachen met het verhaal, maar bevestigde wel dat het een zware verstuiking was, een derdegraads, wat zoveel wil zeggen als dat alle gewrichtsbanden een stevige knauw hebben gekregen, en dat er eentje op zijn minst partieel is gescheurd. Niks nieuws, dus. Toen ik mijn voet uit de laars haalde, ontsnapte hem wel een welgemeende ‘whoa’, en als je orthopedist dat zegt, weet je dat het er op zijn minst spectaculair uit ziet. Voet zag inderdaad nog steeds alle kleuren, en behoorlijk dik ook.

Maar, zo wist hij na enig getrek en gesleur te zeggen: de voet heeft wel zijn stevigheid en stabiliteit, en da’s goed nieuws. Nog een week met de laars aan, en dan minstens zes weken met een brace. En vooral veel rusten, voegde hij er op een sarcastisch toontje aan toe. Ik denk dat die mens me na al die jaren veel te goed kent.

Rusten? Ja, als ik er eens tijd voor vind, ja.