Nascholing rond het praktische gebruik van GenAI in de klas

Vandaag was er na school nog een Algemene PersoneelsVergadering, al dekte de vlag de lading aan geen kanten. Normaal gezien krijgen we dan info over allerhande onderwerpen, zoals de stand van zaken ivm het gebouw, gewijzigde reglementering, deadlines allerhande, te halen doelstellingen, dat soort dingen.

Vandaag kregen we een uiteenzetting over AI. Vorig jaar was er al de basisuitleg, deze keer kwam de docent van de Hogeschool ons meer praktische tips geven: hoe kan je AI gebruiken in de klas en voor huiswerk thuis? Want dat de leerlingen het gebruiken, daar kan je niet meer omheen. Dat hoeft ook niet, legde ze uit, maar je moet wel weten als leerkracht hoe je het dan wel doeltreffend kan inzetten. Meteen gaf ze ons ook een aantal tips mee over het concrete gebruik, over de mogelijkheden die in zo’n AI zitten, en waar de valkuilen zitten.

Ze was grondig, ter zake, doelgericht, en vooral ook zeer deskundig. En ja, daar heb ik echt wel behoorlijk wat bijgeleerd. Ik ga in de loop van de week nog eens grondig haar presentatie nakijken en de nodige info ook echt opslaan. Yup, meer van dat, graag.

Lezing: “AI als study buddy – leer je kind slim omgaan met ChatGPT en co.” door Tommy Opgenhaffen

Ook op school durven ze al eens een lezing te organiseren als die interessant is voor ouders, leerlingen en leerkrachten. En dit onderwerp was dat echt wel, geloof me.

Tommy Opgenhaffen kwam uitleggen wat generatieve AI eigenlijk is: de ChatGPTs, Geminis, Claudes en andere AI platformen van deze digitale wereld. Hij schetste kort de werking ervan, de – luttele – verschillen tussen de specifieke platformen, en vooral ook hoe je er het best mee kan omgaan.

Als in: wat biedt een Chat GPT eigenlijk allemaal aan mogelijkheden? Hoe stel je een quiz voor jezelf op, hoe laat je het iets samenvatten, en vooral: hoe stel je een correcte prompt op? Daarbij liet hij ook zien wat de mogelijkheden én de beperkingen zijn, en hoe je sommige van die laatste kan omzeilen.

Veel wist ik al, maar wat ik onder andere bijgeleerd heb, is dat je je AI ook best een rol toebedeelt in het begin van je prompt. Als in: “Je bent een leraar klassieke talen in het laatste jaar van het middelbaar.” Dan weet het algoritme op welk niveau het moet gaan zoeken, en vanuit welk standpunt het onderwerp moet gepresenteerd worden.

Soit, wil je meer weten? Dan had je er eigenlijk gewoon bij moeten zijn. Leerlingen en ouders kunnen de PPT nakijken via de Post van de school. En anders kan je misschien aan Chat of een andere AI vragen om het boek van Opgenhaffen of een van zijn lezingen voor jou samen te vatten. Kan geen moeilijke opdracht zijn, toch?

Lezing NKV: “Beeldvorming over Nero als schoolvoorbeeld van desinformatie” door Koen Vandendriessche

Dit moet echt wel een van de meest bezochte lezingen geweest zijn van het NKV: het kleine zaaltje in de Rozier was eigenlijk te klein, er werden nog extra stoelen aangesleept en we waren zowaar met 41 personen!

Het onderwerp sprak dan ook wel aan, alleen jammer dat de spreker niet de allerbeste spreker was: hij legde rare pauzes, wisselde enorm van volume in zijn uitspraken en brouwde soms verwarrend lange zinnen.

Maar zijn onderwerp was dan weer zeer interessant. Keizer Nero wordt standaard afgeschilderd als een zeer slechte keizer, terwijl hij eigenlijk niet beter of niet slechter was dan andere keizers. Augustus, bijvoorbeeld, heeft minstens evenveel doden op zijn geweten, net als Constantijn.

Hoe komt het dan dat er zoveel negativiteit heerst rond zijn persoon? Het begint bij Tacitus, die al graag eens sensationeel uitpakt. Hij had echt de intentie om een roman te schrijven, en zet dus daarom bepaalde dingen net iets meer in de verf. Zo poneert hij al eens dat er “gezegd werd dat”, om dan een lange uitweiding daarover te beginnen en pas op het einde, in een kort zinnetje, te stellen dat dat eigenlijk niet echt waar bleek te zijn. Als lezer onthoud je echter het lange betoog. Suetonius neemt Tacitus over, maar dan zonder het voorbehoud, en stelt de beweringen als feiten voor. En dan later worden die door Cassius Dio al helemaal versterkt. Resultaat: een bijzonder negatief relaas op basis van vaak opzettelijk verkeerd geïnterpreteerde bronnen. Tsja.

Je moet dus bij Tacitus ook echt oplettend lezen, want je wordt snel op het verkeerde been gezet, gewoon omdat hij dat interessanter vindt.

Al bij al een echt wel interessante lezing, waarvan ik ga proberen delen in mijn syllabus rond historiografie van Tacitus te verwerken.

En toen hielp ik na afloop eventjes mee met het ronddelen van drankjes, bewonderde ik de architectuur en het feit dat er zomaar een puzzel ligt voor wie dat wenst, moest ik uiteraard ook nog een stukje leggen, en genoot ik nog maar eens van het beeld van de Boekentoren, maar dan bij nacht.

Lezing: Mathieu de Bakker met “Aan het hof van de grote koningen: Herodotus en het Oosten”

Eerlijk? Ik was de lezing van vanavond eigenlijk compleet vergeten. Dat gebeurt.

Het was zelfs zo dat Merel vandaag een toneelstuk had – voor de les Drama – in de Vooruit en dat ik beloofd had haar te voeren, maar dat ik al had zitten denken wat ik intussen zou kunnen doen. Ha ja, want het begon om half acht en duurde tot kwart voor negen, en als ik intussen naar huis zou rijden, zou ik misschien twintig minuten thuis zijn voor ik haar weer mocht komen halen. Idioot dus.

En toen sprak Lucie – mijn collega Latijn en vooral Grieks – me aan dat ze wel van plan was te gaan naar die lezing. Eureka, dacht ik, ideaal! Ik zet Merel af om kwart na zeven aan de Vooruit, ga parkeren aan de Blandijn en ben netjes op tijd voor de lezing om half acht. Die duurt doorgaans een uurtje, dus ook weer perfect om Merel op te halen.

En zo geschiedde: ik luisterde vol aandacht – en gelukkig op een aparte stoel en niet die ondingen van een auditorium – naar wat professor De Bakker te vertellen had. Hij dook in allerhande Griekse teksten om meer duidelijkheid te verschaffen over hoe het er nu eigenlijk aan toe ging bij die Perzen, en dan vooral bij Herodotus. Je moet er vooral ook tussen de lijnen kunnen lezen, wat vaak bij historiografen het geval is natuurlijk.

Zelf heb ik er geen praktisch nut voor, maar ik vond het wel eens interessant, ja.

Alleen bleek de lezing tot kwart voor negen te duren, en waren er nog talloze vragen. Ik glipte naar buiten om Merel op te halen, maar bleek mijn petje achtergelaten te hebben, en ik durfde niet zomaar weer binnen te gaan tijdens het vragenuurtje.

Het resultaat was dat Merel al tot aan de Blandijn was komen wandelen en het zelfs al na negenen was voor we elkaar weer troffen.

Tsja.

Ne mens moet er wat voor over hebben, voor zijn culturele verlichting. Toch?

Lezing: “Disability and Healing in Greek and Roman myth”

Ik pik al graag eens een lezing mee van het Nederlands Klassiek Verbond (NKV), de rug was haalbaar, en een lezing duurt maar een uurtje, dus dit moest wel kunnen.

Ik reed vanavond dus richting Ledeberg om er te luisteren naar professor Christian Laes over handicaps en genezing in de Griekse en Romeinse mythologie, iets waar hij op vraag van Cambridge University, waar hij ook werkt, een boekje over geschreven heeft.

Laes is een uitstekend verteller, dat wist ik al, en ik werd ook nu niet ontgoocheld: een uur lang grasduinde hij in allerlei teksten naar voorbeelden van handicaps in de goden- en heldenwereld, niet alleen bij de Grieken en Romeinen, maar ook in diverse andere panthea, zoals dat van de Hindoes of de Noorse mythologie.

Wat ik eruit onthou, is het volgende:

1. Grieken en Romeinen hadden geen apart woord voor handicap, of voor homoseksualiteit. Het was simpelweg geen definiërend probleem. Wanneer je een handicap had, maakte je dat eenvoudigweg niet geschikt voor bepaalde dingen en handelingen, maar dan wel voor andere. Er was dan ook geen aparte behandeling voor hen. Ja, het leven zal wellicht wel een pak moeilijker en lastiger geweest zijn, maar het was niet iets dat je apart zette tegenover anderen, bv. blind zijn was even definiërend als vrouw zijn, of bejaard zijn. Het was een onderdeel van wie je was.

2. Goden zijn misschien wel onsterfelijk, maar daarom niet onkwetsbaar. Hephaistos wordt door zijn moeder – of vader, al naargelang de versie – van de Olympos gegooid omdat hij een bult heeft en krijgt daardoor ook nog een beperking aan zijn voeten. Dat kan niet genezen worden, omdat dat ook in realiteit niet kan. Een blinde kan eventueel wel weer zien in de mythologie, maar niet als zijn ogen helemaal ontbreken. Een afgehakte arm zal niet terug aangroeien, maar een pijlwonde kan wel genezen. In sommige mythes en op sommige afbeelding heeft Hephaistos effectief een beperking, in andere verhalen komt het helemaal niet aan bod en is het dus geen issue. Het beperkt hem niet in wie hij is en wat hij kan.

3. Leerlingen vragen wel eens, als goden onsterfelijk zijn, wat er dan gebeurt als hun hoofd wordt afgehakt. Euh, simpel: dat gebeurt niet in de mythologie. Die vraag wordt niet gesteld omdat ze niet kan beantwoord worden en dus wordt ze ook gemeden. Hetzelfde geldt voor een afgehakte ledemaat en dergelijke. In andere mythologieën, zoals in het Hindoeïsme, is er wel sprake van een kunsthand die dan even goed werkt als de natuurlijke hand. Ja, er kan dus een ledemaat verloren gaan, maar dan is er een alternatief.

Ik voeg hier voor mezelf enkele afbeeldingen toe zodat ik ze later kan terugvinden voor het geval dat ik hier nog iets mee wil doen of dat er een onderzoekscompetentie over gemaakt wordt.

Blij dat ik geweest ben, want toch wel enkele nieuwe inzichten verkregen. En blij toen ik weer in mijn zetel lag, want damn, dat zijn toch slechte stoelen…

Lezing: “Milia multa basiorum: het Griekse en Latijnse zoengedicht” door Tom Ingelbrecht

Zoals ik al eerder zei, durf ik al eens een lezing van het NKV bijwonen. Ik maak daar ook een verslagje van, maar de directie heeft dat nu ook in een echt sjabloon – lees: keurslijf – gedwongen en dat ga ik dus niet doen voor een lezing waarvoor ik zelf betaal en die ik buiten de schooluren volg. Soit, ik wil het wel bijhouden voor mezelf natuurlijk.

Tom Ingelbrecht – die zelfs ooit nog stage bij mij liep, als ik me niet vergis – is een bevlogen leerkracht Latijn met een verregaande passie voor vertalen, en dan vooral de latere zoengedichten van bijvoorbeeld Janus Secundus en andere neolatijnse dichters.

Aangezien ik al sinds het begin van mijn carrière enkele zoengedichten van Catullus lees, maar ook al sinds dan de link leg naar een Janus Secundus en een Sanazarro in het Nachleben, ben ik ook nu nog volledig in orde met de leerplanvereisten van diachronie, ofte het Latijn doorheen de eeuwen en niet alleen in de oudheid.

Tom wist een prachtige staalkaart te brengen: eerst enkele Griekse zoengedichten – die ik aan mij moet laten voorbijgaan wegens geen Grieks in hogere jaren – en dan natuurlijk Catullus, waarna hij verder ging doorheen de eeuwen. De middeleeuwen sloeg hij over, omdat er toen niet echt iets relevants werd geschreven, maar daarna leverde hij prachtig bruikbaar materiaal aan.

Uiteraard Janus Secundus, maar ook een groot aantal navolgers uit diverse landen, om te eindigen met een hedendaagse schrijver, Jonathan Meyer. Ik ga dus een paar gedichten nog toevoegen aan mijn cursus, alleen ben ik er nog niet uit wie ik dan wel ga schrappen. Hmpf.

In elk geval was ik bijzonder blij dat ik geweest ben: bijzonder bruikbaar materiaal met een goede vertaling, en met toestemming van de auteur. Dik in orde.

Romeins Recht

Een jaar of vijftien geleden – of is het er al twintig? Ik volg het zo niet meer – verscheen plots Romeins Recht op het curriculum van het middelbaar Latijn. Allemaal goed en wel en bijzonder interessant, maar dat is geen vak binnen de richting Klassieke filologie aan ’t unief. Nog steeds niet overigens: Klassieke is een onderdeel van Taal- en Letterkunde, we focussen op de taal an sich, terwijl Romeins Recht een inhoudelijk vak is dat toevallig ontstaan is tijdens de oudheid en daarom ook gebruik maakt van het Latijn. Het is wel een verplicht vak in de Rechten, en dat is ook logisch.

Plots moesten we dat wel geven in de derde graad, terwijl zo goed als niemand van ons daar ook maar iets van kende. In allerijl werden er nascholingen ingericht en aan de hand daarvan heb ik een toch wel bevredigend cursusje opgesteld, vond ik, kort maar krachtig en met drie totaal verschillende casus.

Maar nu wilde Koen Vandecruys, classicus maar blijkbaar ook juridisch onderlegd, daar toch wel een en ander over duidelijk stellen. Met de nieuwe leerplannen is Romeins Recht namelijk niet langer verplicht, maar er zijn ampel goede redenen om het toch te blijven aanbieden, vond hij. Als medewerker van de opleiding Romeins Recht aan de KUL kan hij er dan ook met grondige kennis van zaken uitleg over geven, en dat deed hij in een online lesje van een uur, waarbij we ook vragen konden stellen.

Ik ga het in elk geval blijven doen: het kost me een tiental lesuren, maar de leerlingen zijn er echt wel in geïnteresseerd en er zijn er elk jaar die rechten gaan studeren, vandaar. Toen ik tijdens corona op een bepaald moment les moest geven aan één leerling – roosterknopen door halve klassen – en ik dus sneller ging dan in de andere groep, vroeg hij om extra Romeins Recht, en dat heeft hij ook gekregen. Enfin, een klein beetje toch, want zoals gezegd weet ik daar niet zoveel van.

Soit, ik heb het ook samengevat en dat ga ik hieronder toevoegen, al was het maar om mijn eigen notities niet kwijt te spelen. En wie weet is iemand er nog iets mee.

Inleiding van Vandecruys zelf: “Romeins Recht is geen verplichting meer in het curriculum Latijn van de derde graad. Er zijn echter tal van redenen om het toch te blijven aanbieden – van voorbereiding tot het hoger onderwijs over recrutering tot het (opvallend lege) onderwijsdoel rond juridische competenties. Nu, de meesten onder ons zijn geen juristen en hebben geen juridische scholing gehad. Dat leidt tot koudwatervrees (in het beste geval) of (in het slechtste geval) tot een anachronistische retroprojectie van moderne mores op het Romeins Recht.

Ik ben evenmin jurist, maar ben nu het zesde jaar verbonden aan het eerstebachelorvak Romeins Recht aan de KUL.”

    • Romeins Recht: heel eigen terminologie, gewone woordenboek is niet toereikend. Classici zijn hierin niet opgeleid.
    • Drie manieren van kijken: als historicus (overzicht van één moment, bv. ten tijde van Cicero Pro Milone) of als jurist (historisch overzicht van de evolutie) of als taalkundige?
    •  Evolutie: van 7de E AC tot 18de E PC, constante evolutie en herinterpretatie van teksten.
    • Wat is er te vinden als bron voor ons? Corpus Iuris Civilis (6de E PC) of Institutiones Gaii (2de E PC). CIC: Instituten, Digesten (uitspraken van geleerden, bv aansprakelijkheid over een kapper met bal tegen hand). Qua recht grote scheiding tussen de republiek en het keizerrijk: het tweede is beïnvloed door het eerste maar wezenlijk verschillend. Het CIC wordt vanaf de 12de E constant herlezen, gerecipieerd en herinterpreteerd, soms zelfs semi-literair.
    • Casus: familia: iedereen waarvoor een pater familias verantwoordelijk is, ic. de afstammelingen, de slaven, de clientes. Gelinkt met burgerrecht, en dat is oorspronkelijk alleen voor soldaten. Republiek = in essentie militaire organisatie. Zij mogen praetoren verkiezen, beslissingen nemen. Geen militair = geen rechten. Mensenrechten = 16de Twee militairen kunnen conflict hebben, dit moet opgelost worden om geen soldaten te verliezen. Ergo: praetor voor civiel recht. Later: aansprakelijkheid over familia. Een kind is van de PF, niet de vrouw. Wanneer iemand van de familia iets misdoet, is het de PF die naar de praetor gaat.
      Evolutie: de familie komt los van de PF, beschermd door het recht. Oorspronkelijk heeft hij bv. het recht om iemand van zijn familia te doden, die hebben geen bestaansrecht op zich. Later wel, maar de PF blijft verantwoordelijk. De filius blijft in de familia zolang zijn PF nog leeft, ook al wordt die 90 jaar. Enkel wanneer de PF beslist dat de Filius Familias uit de familie wordt gezet en geëmancipeerd wordt, krijgt hij eigen rechten.
      Vanaf de late republiek kan een vrouw een PF zijn, maar niet voor kinderen en clientes, wel voor slaven. Man of vrouw maakt niet uit, blijft pater familias. Zij is voogd voor de rechtbank voor die slaven, kan alleen als haar vader sterft en zij de enige erfgenaam is. Anachronisme: het christelijke idee van man en vrouw samen aan een familie, samen een huwelijk en dus geëmancipeerd, zelfstandig.
      Pas in de 12de E PC word het RR bestudeerd en leest men pater familias. In kerkelijk recht zijn man en vrouw gelijkwaardig. Teksten worden geïnterpreteerd als puur patriarchaal, terwijl ook de vroeg-middeleeuwse vrouw had best veel zelfstandigheid. Cfr. Pas in 1976 recht voor vrouw op het openen van rekening zonder toestemming van de man.
      Ergo: twee interpretaties van familia: enerzijds gezin, anderzijds entiteit binnen het RR.
    • Enkel de PF heeft toegang tot het recht. Hoe? Via procesvormen. Ius = niet datgene waar ik recht op heb, een aanspraak. Pas in 13e is er tussen factum en actium een ius, een aanspraak. Daarvoor: factum (feit) rechtstreeks naar actio (aanklacht). RR is puur procedureel. Een recht bestaat pas wanneer er een bewijs is binnen een proces. Soms dus ook processen niet om iets te krijgen van een ander, maar als bezitsbescherming (possessio).
      Voorbeeld: keizerlijke procesvorm, altijd twee zittingen: inleidende zitting, zitting ten gronde. Inleiding; rechter bepaalt welke actio gepast is. Eventueel komt er een interdictio, een voorlopige maatregel. Hier kan ook het proces eindigen, wanneer de possessio is toegewezen. Hoeft geen bezit te zijn, kan ook bv. de status van Romeins burger zijn.
      Zitting ten gronde: op basis van de aanwezige bewijzen velt de rechter het vonnis. Er bestaat een recht op hoger beroep, binnen een eengemaakt rechtssysteem.
      Recht als blijvende aanspraak bestaat dus niet, tenzij expliciet bewezen binnen een rechtbank bv. je verliest een trouwring, brute pech.
    • Ontstaan: groot breekpunt tussen republiek en keizerrijk. Republiek: geen eenheid, er is recht binnen Rome, maar ander recht binnen societates en provincies, al naargelang de gouverneur. Keizertijd: eengemaakt recht naar Egyptisch model, met recht op hoger beroep bij de nomarch. Veto: beslissing wordt ongedaan gemaakt, hoger beroep: de zaak wordt opnieuw ten gronde bekeken.
      Keizer: decreet is een beslissing in hoogste beroep bij de keizer, geldt als precedent voor alle volgende dergelijke zaken. Een functionaris kan al op voorhand – prejudicieel – een vraag stellen over een casus, het rescript is dat antwoord.
      Een keizer stelt geen wetten op op voorhand, de keizerlijke administratie (onder de praefectus praetorio) gaat pas in hoogste beroep oordelen en dit wordt veralgemeend voor het hele keizerrijk.
      Opletten met rechtsadagia: vaak pas geschreven in 16de eeuw en later.

 

Lezing: “Vrijgelatenen en het stigma van slavernij in Rome” door Kristof Vermote

Ik durf al eens naar een lezing van het Nederlands Klassiek Verbond gaan, ja, en tegenwoordig maak ik daar ook een verslagje van, want dat wordt gevraag door onze directie, als ik het als nascholing wil opgeven.

Ik had er ook reclame voor gemaakt door het te delen op mijn socials, en kijk nu: ik herkende plots twee oud-leerlingen van mij! De ene is een tandarts die ook doctoreert en assistent is aan ’t unief, de ander is een historica-in-spe, maar met focus op de Middeleeuwen. Hij had het zien passeren bij mij, vond het interessant en had haar dus meegevraagd. Ik vond dat ronduit de max! Daar haalt een leerkracht al eens voldoening uit, jawel.

Oh, en de lezing?

Wel, Vermote vraagt zich af of we de libertinatio – het expliciet vermelden van de status van libertas bij een vrijgelatene – wel als iets negatiefs moeten zien. Mede door de invloed van Tacitus, die dat altijd op een zeer negatieve manier doet, is er een sterk “geloof” in het bestaan van een macula servitutis, de smet van slavernij die je als vrijgelatene nooit achter je kan laten.

Met tal van voorbeelden, vooral uit de correspondentie van Cicero, toont Vermote aan dat dat een Hineininterpretierung is, een lezing telkens net vanuit die stelling van de macula servitutis.

Hij toont aan dat een libertas zeker niet beschaamd was in die status: er zijn strikte regels rond vrijlating, een slaaf die werd vrijgelaten had dat ook echt verdiend en zag het als een soort keurmerk. Ook was er een echte vertrouwensband tussen de vrijgelatene en zijn ex-meester, zijn patronus. Wanneer die een taak gaf aan een libertas, werd dat gezien als een verlengstuk van zichzelf, een te vertrouwen persoon.

Ergo: de libertinatio werd eerder als positief gezien, niet als iets negatiefs zoals bij Tacitus. Uiteraard bleef een libertas een lagere klasse en had de elite het moeilijk met de rijzende liberti als nouveau riches, maar dan net zoals een ambachtsman, en niet omdat ze libertas waren, eerder als beschermingsreflex tegenover hun eigen elitaire status.