Dark Breakfast in het GUM
Toen Bart aan mij en Merel vroeg of we zin hadden in een Dark Breakfast in Halloweenstijl, met drie korte lezingen, zeiden we meteen ja.
Om tien uur stonden we aan het GUM – het Gents UniversiteitsMuseum, waar ik tot mijn grote scha en schande nog nooit ben geweest – en schoven we aan voor het ontbijt: croissants, broodjes, maar ook een zwarte kaas – zeer bizar – zwarte olijven, koekjes in de vorm van schedels en hersenen en anatomisch correcte harten, en nog wat meer in die stijl. Als drank was er koffie, chocomelk en een bessensap dat de allure had van bloed. Dik in orde. Oh, en een redelijk gotisch aandoende, maar veel te zware biscuittaart.
Ondertussen kregen we van drie onderzoekers van de UAntwerpen telkens een lezing: eentje over spiritisme op het einde van de 18de eeuw en hoe wetenschappers dit probeerden te ontmaskeren, eentje over de toverlantaarn, en eentje over de invloed van de rondtrekkende ‘musea’ van foorkramers op de wetenschap. Best wel interessant, ja!
En toen hadden we nog een half uurtje de tijd – ik had beloofd aan mijn vader hem tegen één uur op te halen – om rond te lopen in het museum en vooral ook de opgeslagen artefacten in de kelder te bekijken: die zijn normaal gezien niet toegankelijk voor het publiek. Man, wat een collectie! Wat een enorme hoeveelheid! Wat een prachtige iuxtapositie met de kunst van o.a. Roa! Ik keek mijn ogen uit, serieus.
Blij dat ik die kelders gezien heb. Het normale stuk ga ik zeker nog eens komen bekijken, liefst in de zomer wanneer ook de tuin in volle bloei is. Of wie weet in de winter, wanneer de serres extra fijn zijn…
Lezing: “Het vrouwelijk perspectief; de oudheid door de ogen van vrouwen”
Ik durf al eens naar een lezing te gaan, doorgaans die van het NKV, het Nederlands Klassiek Verbond. Vroeger ging ik vaker naar die van het Griekenlandcentrum, dat vooral over de cultuur in het huidige Griekenland rapporteert. Ons ma was daar grote fan van, vandaar.
Maar nu heeft het Griekenlandcentrum een reeks lezingen die me wel kan boeien, enfin, de meeste toch.
Ik moest me behoorlijk reppen want ik kwam pas met Merel thuis van de muziekles om half zeven, moest nog snel koken en wilde dus om half acht op de Blandijn staan. Het is me net gelukt, oef.
De Nederlandse Jacqueline Klooster had het over hoe, in de vierde feministische golf, de klassieke mythes herverteld worden, maar vanuit het standpunt van de vrouwen die doorgaans enkel een rol in de marge spelen. Neem nu het boek “Lavinia” van Ursula Le Guin: om haar hand – en het bijhorende koninkrijk, dat ook – wordt in de Aeneis een heuse oorlog gevoerd, maar zij komt niet aan het woord. Meer nog, in de hele Aeneis komt ze met moeite ter sprake, tenzij als veroverbaar object. Klooster vroeg zich af hoe dat komt, en gaf meteen ook een hele lijst boeken die inderdaad een ander perspectief geven, vanuit het standpunt van Penelope, Medusa, Kassandra, Klytaimnestra, Circe…
Ik ga die boeken hier even oplijsten, zowel voor mezelf als voor wie er interesse in zou hebben. Klooster gaf aan dat het zowat begon met de Penelopiad van Atwood, maar dat er sindsdien een heuse stormvloed aan hervertelde mythen is, niet alleen de klassieke.
Bon, best een interessante avond gehad. En dus opnieuw een stevig pak lectuur, al heb ik er wel al een paar van gelezen – die zijn gelinkt naar de bespreking. Pas op, Klooster waarschuwt wel dat dit geen waardeoordeel bevat, alleen het onderwerp.
* The Penelopiad van Margaret Atwood (2005)
* Lavinia van Ursula Le Guin (2008)
* The Song of Achilles van Madeline Miller (2012)
* Galatea van Madeline Miller (2013)
* For the most beautiful van Hauser (2016)
* Circe van Madeline Miller (2017)
* The Children of Jocasta van Haynes (2017)
* For the winner van Hauser (2017)
* The Silence of the Girls van Pat Barker (2018)
* For the Immortal van Hauser (2018)
* A thousand ships van Haynes (2019)
* Wake Siren van MacLaughlin (2019)
* Ariadne van Saint (2021)
* Daughters of Sparta van Heywood (2021)
* The Women of Troy van Pat Barker (2021)
* Medusa van Burton (2021)
* Medusa van Hewlett (2021)
* Greek Myths van Emily Higgins (2021)
* Stone Blind van Haynes (2022)
* Electra van Saint (2022)
* Ithaca van Claire North (2022)
* Wrath Godess Sing van Deane (2022)
* Athena’s Child, Queens of Themiscyra, A Spartan’s Sorrow van Hannah Lynn (2022)
* Atalanta van Saint (2023)
* The Shadow of Perseus van Heywood (2023)
* Clytemnestra van Casati (2023)
* House of Odysseus van Heywood (2023)
* Lies we sing to the Sea van Underwood (2023)
* Phaedra = The Heroines van Shepperson (2023)
* No Season but the Summer van Leyser (2023)
* Psyche and Eros van MacNamara (2023)
* Spin van Caprara (2023)
* Medusa’s Sisters van Bear (2023)
* Gender Swapped Greek Myths van Karrie Fransman en Jonathan Plackett
* God of Fire van Helen Steadman
* Argos van Ralph Hardy
* The Just City van Jo Walton
“Ibis” van Ovidius: een mysterie?
Ik geef het toe: toen ik de titel van de lezing zag, wist ik ook hoegenaamd niet waarover dit ging. Ik heb wel al wat van Ovidius gelezen, maar zijn Ibis, die was me totaal onbekend.
Blijkbaar is dat niet onlogisch. Zijn Ibis is een vervloekingsgedicht van meer dan 600 verzen, waarin hij zijn vervloekingen steeds herhaalt in andere bewoordingen en er losjes over gaat. De eerste 200 verzen zijn in het Nederlands vertaald, de rest zelfs niet meer.
Stefan Van Den Broeck, zoon van, is leraar Latijn in Blankenberge en gebeten door Ovidius. Hij heeft daar tal van opzoekingen over gedaan, dingen geschreven, vertalingen gemaakt, en is dus ook steeds weer op die Ibis gebotst. En er uiteindelijk ook gefascineerd door geraakt. Want de hamvraag is hier: wie wordt er hier zo intens, uitgebreid en copieus vervloekt?
Het is jammer dat de techniek het liet afweten, want ik ben er zeker van dat de 60 slides die Stefan had voorbereid, een echte meerwaarde zouden geweest zijn. Maar ook zonder dat wist hij zijn karige publiek te begeesteren: hij presenteerde zijn onderzoek als een soortement escape room: de aanwijzingen mochten niet te duidelijk zijn zodat Ovidius er niet kon op afgerekend worden, maar mochten voor insiders ook weer niet té verborgen zijn.
Eerst rekende Stefan af met alle hypotheses van zijn voorgangers door op duidelijke misinterpretaties of fouten te wijzen. En daarna begon hij zijn eigen these op te bouwen: zowel omstandigheden, gebeurtenissen en verwijzingen door en naar andere auteurs, maar vooral intertekstuele clues stapelden zich op: talrijke verwijzingen naar de naam van het doelwit, al dan niet cryptisch, anagrammen, levensgebeurtenissen enzoverder.
En de slotsom? Wie was nu het doelwit van alle beledigingen, aanvallen en aantijgingen? Niemand minder dan keizer Tiberius.
365 – 22 maart 2023 – lezing van het NKV
Peppi en Kokki in Antwerpen
Gwen had me al een hele tijd geleden gevraagd of ik niet meeging naar Antwerpen vandaag voor een lezing van het Nederlands Klassiek Verbond: onze vroegere professor Gunnar De Boel ging het hebben over Anna Komnene, zowat de eerste vrouwelijke historica die in de 15de eeuw nog steeds in het Klassiek Grieks schreef. Dat is ideaal voor onze diachronische cursussen, Gwen was daar al mee bezig en wou wat extra info opsteken.
Prima, dacht ik zo, maar waarom maken we er dan niet meteen een middagje Antwerpen van? Gwen moest in principe wel werken, maar kon die ‘verloren’ uren dan wel achteraf inhalen, dacht ze. Zo gepland, zo gedaan, toch? Was het maar waar. Want gisteren kreeg ze nog te horen dat ze alsnog om vier uur een online vergadering had. Meh.
Meteen zag ik het ook niet meer zitten om met de auto te gaan: ik ga echt niet op het spitsuur naar Antwerpen rijden en daar een beetje vast gaan staan op de ring in de file. Bon, in plaats van dus een middagje Antwerpen werd het een avondje: we namen de trein van 18.02 uur, want ons nog net de tijd gaf om snel iets te eten en ons dan naar de UAntwerpen in de Rodestraat te reppen. Het werd een Ellis Burger: een echt goeie hamburger met uitstekende frieten, en vooral ook snel, gezien onze beperkte tijd.
We wandelden verder en pikten onderweg nog een Antwerpse studiegenoot op, Steve, die uitstekende cursussen schrijft. Hij was ook onderweg, en dus liepen we samen verder, mooi op tijd in de aula van de UA. Er zat toch wel een man of 35, niet slecht voor een lezing over een dergelijk onderwerp.
Onze trein van 21.37 uur konden we niet halen, we opteerden dan maar voor die van 22.37 uur – ne mens zou denken dat er nog wel meer treinen zouden zijn dan eentje per uur – en gingen na de uitstekende lezing nog mee eentje drinken met de heren van NKV Antwerpen, in een klein kerkzaaltje ergens uit de jaren 70. Gwen, Steve en ik hebben echt bij momenten onze lach moeten onderdrukken: wij zijn alle drie intussen in de 50, maar voelden ons de jonkies van de hoop, een enkele student niet te na gesproken. Ik vermoed dat de gemiddelde leeftijd ergens rond de 70 lag. De gesprekken waren dan ook bijzonder amusant om naar te luisteren.
Enfin, lang zijn we niet gebleven, we hebben ons uiteindelijk nog moeten reppen om de trein te halen, maar het is wel gelukt. En jawel, opnieuw een zeer fijne avond.
365 – 01 maart 2023 – lezing in Antwerpen
Online lezing
Normaal gezien durf ik al eens naar een lezing gaan van het Nederlands Klassiek Verbond of van het Griekenlandcentrum, maar uiteraard ligt ook dat nu op zijn gat. Tsja.
Het NKV vond echter dat het evengoed online kon doorgaan, zo’n lezing, en ik vond dat ook wel. Het duurde wel even voor de spreker zijn presentatie gesynct kreeg, maar bon. Concreet lag ik dus in mijn zetel, met mijn dochters nieuwe hoofdtelefoon op, te luisteren naar “Arjan Zuiderhoek – Rumoer in de polis: over sociale conflicten in de Griekse stad”. Op zich nog wel interessant, maar er waren een paar “lolbroeken” ingelogd die in de chat de hele boel eigenlijk continu stoorden, op lagereschoolniveau, echt. Idiote opmerkingen, idiote vragen… precies alsof ze gedronken hadden of zo, bijzonder kinderachtig.
Maar verder was dat eigenlijk best wel oké, zo’n lezing: was ze fysiek doorgegaan, ik had er me niet meer heen gesleept, daarvoor was mijn dag te vol vandaag en werkte de rug niet meer mee. Maar nu ben ik tenminste weer mee wat de antieke auteurs in hun schrijfsels wisten te vertellen over standentwisten, conflicten en andere problemen in de gemiddelde Griekse polis. ’t Is maar dat ge het weet.
Geld en economie bij de Romeinen
Dat ik regelmatig naar een lezing van het NKV ga, dat kon u hier al lezen. Maar dit jaar heeft ook het Geuzenhuis een lezingenreeks rond de Romeinen. Ik slaag er niet in naar alles te gaan – ik vergeet het ook al eens – maar gisteren heb ik me richting het Geuzenhuis gerept tegen half acht, vooral omdat ik om half negen tegenover de deur de quiz had.
Jammer genoeg was het een zeer interessante lezing die langer dan een uur duurde, waardoor ik moeten weglopen ben nog voor het einde, en dan was ik nog te laat op de quiz.
Maar Koen Verboven belichtte heel knap de evolutie van een ruilhandel naar een monetair systeem met absolute waarde en vervolgens naar een fiduciair systeem.
Volgende keer ga ik proberen toch wat meer tijd uit te trekken voor die lezingen.
Tellen, rekenen en meten in de Klassieke Oudheid
Awel, toen ik de titel van deze lezing zag, dacht ik meteen: “Daar wil ik naartoe”. Want ik ben wel een classica, een specialist in Oude Talen, maar van dat rekenen, daar had ik eigenlijk weinig benul van. De basisgetallen, uiteraard, die kent iedereen, maar hoe deden ze dat met grotere getallen? Hoe gingen ze rekenen? Hoe werkt een abacus?
Enfin, ik naar Ledeberg, waar een oude Nederlander, Flip De Bree, ons zeer vakkundig en met veel enthousiasme te woord stond. Hij deed zowel het Griekse als het Romeinse systeem uit de doeken, en intussen weet ik dus ook hoe ze met een abacus werken en hoe je het bijvoorbeeld ook gewoon met strepen in het zand kan rekenen. Wijs, eigenlijk. Oh, en ook de jaartelling kwam uitgebreid aan bod, maar daar wist ik het meeste wel van, aangezien we dat ook aan onze leerlingen leren.
Een goed gespendeerde avond dus. Allez ja, uurtje, want tegen half tien was ik weer thuis.










