Rare leerlingen

Ik heb eigenlijk allemaal best fijne klassen dit jaar. Soms heb je zo’n klas waar je jezelf voor motiveren en waar je ook telkens weer doodop naar buiten komt, maar dit jaar valt dat heel erg goed mee.

Misschien mijn tweedes een beetje… Ze zijn maar met twintig, maar ze zitten nooit in deze constellatie samen, waardoor ze natuurlijk extra graag babbelen. Ik moet dus ook voortdurend moeite doen om hen stil te houden, maar aan de andere kant is het een klas die schitterend zijn best doet. Echt, hun klasgemiddelde voor dagelijks werk voor het tweede semester was gewoonweg 8,5/10! Zeker in het tweede jaar is dat een prestatie! En qua medewerking heb ik al helemaal niet te klagen.

Ik heb ze nu ook niet meteen op de meest dankbare uren van de week: de maandagnamiddag twee uur, en de vrijdagnamiddag twee uur. En als je dan weet dat er in het tweede gigantisch veel grammatica is, tsja… En ja, ook voor mij is het vrijdag, ik ben ook altijd opgelucht als het half vier is, net als zij.

Maar aan de andere kant zijn ze een heel dankbaar publiek, en eigenlijk echt wel fijne leerlingen. Dat werd me vandaag ook nog maar eens duidelijk. Ik zat op pasjescontrole aan de poort vooraan. Dat betekent een half uur op een lege speelplaats, controleren wie er buitengaat. Moest ik er niet zitten, zou er wél een hoop volk passeren natuurlijk :-p

Maar aangezien het ramadan is, mogen de moslimleerlingen ook tijdens de lunch op de speelplaats. Ik had me naast het hek tegen een muurtje op de grond gezet met mijn boek, en plots plopte er een leerlinge naast me, terwijl er twee gewoon bleven rechtstaan. Mijn tweedekes dus. Die hadden me zien zitten en waren er gewoon vrolijk bij komen zitten om te kletsen. Honderduit, zoals alleen veertienjarige meisjes dat kunnen. Het zegt veel dat ik een kwartier langer dan nodig ben blijven zitten, daar buiten tegen dat muurtje.

Blij dat ik niet alleen die strenge leerkracht ben, maar blijkbaar ook nog meer dan dat.

Auw.

Lesgeven vandaag, dan met Kobe even tot bij mijn pa in het ziekenhuis en dan boodschappen doen staat vandaag blijkbaar gelijk aan plots misselijk worden van de pijn.
De rug vindt dat hij het recht heeft om wraak te nemen voor de esbattementen van dit weekend, heb ik de indruk.

Gelukkig doen mijn benen het wel nog en moet ik mijn krukken of stok niet boven halen, dat is het niet. Maar het zweet loopt me af en ik heb het moeilijk om me te concentreren. En ik weiger om pijnstillers te nemen want dan ga ik er gelijk los over.

Nope.

Ik ben blij dat ik nog de bewegingsvrijheid heb om te dansen zoals dit weekend – een millimeter verder en ik was verlamd – maar dat moeten boeten voor elk pleziertje, nee, dat is het toch niet.

Bah humbug.

IJslandse caches

Vanavond komt mijn lief terug van een week New York – IJsland. En hij heeft een ongelofelijk lief cadeau voor me mee: drie geocaches!

Ja, de nerd in mij vindt dat prachtig! Ik hoef geen parfum, geen sjaal of iets anders waar hij nog op het laatste moment aan denkt en dan meebrengt uit de luchthaven of zo.

In New York had ik het hem niet eens gevraagd, maar toch zag ik plots die geocache verschijnen. Hij moet dus zelf gewoon uit eigen beweging de app geopend hebben en opgezocht hebben waar er eentje in de buurt lag. Nochtans is geocachen niet echt zijn ding.

In IJsland had ik het gevraagd maar had hij niet echt tijd gevonden: zijn programma zat overvol. Edoch, op de luchthaven van Reykjavik liggen er blijkbaar twee, en dus heb ik nu twee IJslandse caches in mijn collectie.

En vooral: vanavond heb ik mijn lief terug en keert mijn innerlijke rust weer. Eigenlijk is het niet slecht dat we af en toe elkaar eens een weekje moeten missen: dan weet ik pas écht goed wat hij voor mij betekent.

En geloof me: dat is veel. Na 27 jaar is dat meer dan mijn halve leven. Voor mij mag het gerust driekwart worden. Of meer.

Wat. Een. Feest.

Zo’n twee jaar geleden hadden ze het al aangekondigd: Roeland en Sarah gingen een groot feest geven omdat ze twintig jaar samen waren. Een klein jaar geleden kwam toen plots de boodschap dat het een trouwfeest ging zijn: hij had haar gevraagd, en zij had ja gezegd!

Deze morgen kleedde ik mezelf op tot in de puntjes, stoomde de kinderen klaar – Bart zit nog in IJsland – laadde ook Arwen in de auto, en reden naar Zulte voor de plechtigheid op het stadhuis.

Daarna volgde een bijzonder aangename receptie in de tuin van het gemeentehuis, met croques en heel veel spelende kinderen.

Tegen één uur gingen we richting feestzaal, in Moorslede maar liefst. Maar ik snap waarom ze het zo ver gingen zoeken: het was er heerlijk! Heel informeel, heel gezellig, heel erg hipster ook. En we hadden mega chance met het weer: het werd warm maar het bleef wel droog, en tijdens de ceremonie ging de zon zelfs achter de wolken, zodat we niet gestoofd werden.

Nic en Jo deden dat fantastisch als ceremoniemeesters, er waren verschillende speeches (waaronder eentje van Jeroen en eentje van mezelf) en het was gewoonweg mooi. En man, ik miste ons ma!

Daarna volgde natuurlijk nog een zeer uitgebreide receptie waarop onder andere alle tantes, nonkels, neven en nichten waren uitgenodigd, en tegen zeven uur werden de kinderen opgehaald door Arwen haar pa (dank u, Jarno!). Ik verzeilde aan tafel – één lange lange tafel waar het eten in kommen op werd geserveerd en je dus jezelf kon bedienen – bij de Zomergemse oud-KSAers (senioren) en heb bij momenten tranen gelachen. Serieus maat, die gasten zijn echt een paar vijzen kwijt! De ambiance zat er al enorm in: Mexican waves, gezang, onnozeliteiten… En een decibelmeter die toen al boven de 100 dB aangaf.

Na het dessert verhuisden we en masse naar een ander gebouwtje om daar dan het dansfeest in te zetten. Roeland en Sarah posteerden zich netjes op de dansvloer voor de openingsdans en werden prompt opzij gezet: flash mob!

Gelukkig volgde daarna wel nog de openingsdans, en vooral ook nog een knaller van een feest! Zelden zo veel ambiance geweten, serieus. Ik heb een dik uur staan dansen en toen was mijn pijp volledig uit. Ik heb ons pa opgepikt en ben naar huis gereden, waar ook ons pa bleef slapen.

Een fantastisch feest van een fantastisch koppel. Ik had niks anders verwacht.

Drie jaar…

Zeg ma,

het is vandaag precies drie jaar dat ik de laatste keer salu heb kunnen zeggen tegen u. Drie jaar… En ik mis u bij momenten nog altijd even hard.

Ik heb het gevoel dat dat in de lente het ergst is: gij hadt daar zo’n deugd van, van die beginnende zon en die beginnende natuur. En ik, ik kan geen bloeiend muguetje zien, of de magnolia’s of de rododendrons zonder aan u te denken en u te willen bellen. Het doet nog altijd pijn, ma.

Meestal maakt het me nostalgisch, en denk ik met zo veel deugd terug aan ons beidjes. Aan alle domme stoten die we samen gedaan hebben, aan al onze gesprekken, al dan niet diepzinnig…

En de kinderen missen u ook, ma. Ze zeggen dat dikwijls: dat oma daar zo of zo zou op reageren, of dat of dat zou zeggen. En dan staan we met zijn allen met onze voeten in de Warche en staan we allemaal te grijnzen omdat gij daar zo godsoneindig veel leute hebt gehad dat ge tewege in uw broek hebt gedaan van ’t lachen. En dan doen we de wandeling die we samen met u deden, en dan genieten we daarvan.

Och ma, er is zo veel veranderd in die drie jaar, en tegelijk zo weinig. De kinderen worden groot, ik sta erbij en ik kijk ernaar, en ik kan ze alleen maar graag zien, net als gij. En ik ben nog steeds gelukkig met mijn leven, mijn Bart, mijn job, mijn kinderen, mijn vrienden… Alleen mis ik het om tegen u te kunnen zagen over dat lijf van mij, en ambeteer ik daar nu andere mensen mee. En ik mis het zelfs dat gij zaagt tegen mij over dat lijf van mij, en dat ik beter ne keer wat zou vermageren, dat dat algelijk een pak zou schelen voor mijn rug. En dan zou ik met mijn ogen rollen en zuchten en zeggen dat ge u niet te moeien hebt.
Terwijl, ma, ik eigenlijk niets liever zou hebben dan dat ge u nog zoudt kunnen moeien.

Zaterdag trouwt Roeland, ma, en ik ga daar staan in uw plaats. Dat is zo niet eerlijk: gij hadt daar moeten staan blinken en genieten en uitleggen en peten tekenen. Ge kondt dat zo goed. En nu ga ik dat moeten doen, en iedereen gaat zeggen dat ik zo ongelofelijk op u trek, dat ik just mijn moeder ben.

Ik mis u, ma. Al drie jaar. En wellicht gewoon de rest van mijn leven.

Kus.