Lectuur: “La Mémoire de Babel” (La Passe-Miroir #3) van Christelle Dabos

OPGELET: lichte spoilers!

Op het einde van het tweede boek was Ophélie verplicht teruggebracht naar Anima, haar eigen ‘planeet’ waar ze zich hopeloos verloren voelt, zonder doel, en ook zonder Thorn. Maar wanneer er zich een kans voordoet, ontsnapt ze en gaat ze richting Babel, een oosters aandoende arche waar ze vooral heel veel opzoekingswerk doet naar wat de wereld om zeep heeft geholpen en waar ze, wonder boven wonder, ook Thorn terugvindt. Maar uiteraard moet ze zich in honderdduizend bochten wringen, zit ze in een overgecontroleerde omgeving waarin Big Brother nooit ver weg is, en ziet ze gewoonweg af, zowel mentaal als fysiek. Zo hoort dat blijkbaar ook, in deze reeks.

Maar de spanning is regelmatig te snijden, de plot is ingewikkeld maar goed opgebouwd, de personages zijn nooit helemaal goed of helemaal slecht, en de steampunk sfeer is zelfs nog iets meer aanwezig op Babel dan in de vorige boeken. Ik blijf echt wel fan en ik ga door de boeken als een mes door de boter. Of zoals Wolf zegt: “Mama, je bent echt wel weer heel veel aan het lezen, he? Overdrijf je niet een beetje?”

Misschien wel. Maar deze boeken moeten dan maar zo leuk niet zijn.

 

 

Colmar

Gisteren zijn we met zijn alle gaan eten in de Colmar in Sint-Denijs. We moesten toch Merel oppikken om half twaalf in De Pinte, dus waarom ook niet?

Bij mij was het zeer lang geleden dat ik nog in een Colmar was geweest, en het was dan nog die van Lochristi, voordat hij vernieuwd werd. Bart kende het niet echt, maar wist wel ongeveer de formule.

Die is: je kiest een hoofdgerecht, kiest of je er het voorgerechtenbuffet bij wil, of je voor het dessertbuffet gaat, en je mag onbeperkt soft drinks nemen. Wijn en koffie en zo moet je wel betalen.

De kinderen gingen voor barbecue spare ribs, Bart en ik voor gegrilde beenham, en het waren zeer royale porties, vrees ik. Dat van Merel was dan nog de kinderportie…

Eigenlijk had ik al genoeg gegeten, maar dat dessertbuffet zag er zeer aanlokkelijk uit, vooral dan de nog warme pasteis de nata. Ook de rest liet zich niet onbetuigd.

Zoals de jongens het zeiden: geen standaard restaurant, maar best wel gezellig, en ze zouden het wel zien zitten voor een verjaardag of zo. En dan vooral een kleiner hoofdgerecht nemen :-p

Eeuweling

Jawel, mijn tweede grootmoeder is nu ook 100 geworden vandaag.

Maar wat een verschil met mijn andere grootmoeder. Toen die in 2011 100 werd, zat ze smakelijk te eten, las ze zonder bril haar speech even na – want ze had niet alles verstaan – en genoot ze met volle teugen. Zelfs op haar 103 was ze nog volop bij de pinken en zat ze vrolijk taart naar binnen te werken, intussen commentaar gevend op alles en iedereen, samen met haar zus van 100. Hey, ze had zelfs nog gedanst op haar verjaardagsfeest in het rusthuis, “met nen here van 102. Maar hij moest geen gedachten krijgen zulle, daar ben ik veel te oud voor geworden!”

De moeder van mijn moeder wordt vandaag 100. Het contrast kan bijna niet groter zijn, vind ik, en da’s zo ongelofelijk jammer. Ik heb haar nu al twee jaar niet meer gezien, en eigenlijk is dat niet eens zo erg. Het ging niet door corona, en toen ik daar vorige maand nog eens stond, bleek ze net in quarantaine te zijn. Tsja.

Maar vooral: mijn grootmoeder is mijn grootmoeder niet meer, of toch niet echt. Ze is al minstens twintig jaar een been kwijt, maar dat is niet zo erg: vroeger kon ze zich met een kunstbeen en een looprek perfect behelpen, ook nog in haar eigen huis. Tegenwoordig zit ze in een rolstoel.

Erger was dat ze intussen ook al ettelijke jaren helemaal blind is. Glaucoom, waardoor ook mijn overgrootmoeder helemaal blind was. Ik heb het ook, maar het is perfect onder controle dankzij dagelijkse druppels. Nog een chance, of ik was ook al tien jaar blind. Bij oma is het de voornaamste reden dat ze naar een rusthuis moest: toen zag ze nog met één oog als door een wc-rolletje, en dat is te weinig. Wij waren dat gewoon: als we gingen wandelen – voordat ze haar been verloor – liep ze aan onze arm en zeiden wij “Pas op, een boordje” terwijl zij rustig kon rondkijken. In het begin kon ze in het rusthuis nog tv kijken, of lezen in een groteletterboek met een loep, maar ook dat viel weg.

En toen begon ook haar gehoor te verdwijnen. Eerst brachten hoorapparaten nog soelaas, maar minder en minder. Had ze al in jaren geen gezichten meer gezien, ze herkende feilloos stemmen. Maar ook dat minderde en minderde en maakte gesprekken behoorlijk moeizaam.

En intussen is ook het geheugen aan het wegdeemsteren. Mijn kinderen herkende ze al een tijdje niet meer, of beter, ze wist niet meer wie ze waren. Volgens mijn oudste nonkel vergeet ze tegenwoordig zelfs dat je bij haar zit, na een paar minuten. Ze kent haar kinderen nog, herkende vandaag op het etentje nog mijn vader: “Ha ja, Koen, van Annemie!” maar ik betwijfel het of ze mij nog zou kennen.

En weet je… Dat is de reden waarom ik eigenlijk niet meer langs ga. Ze herinnert het zich toch niet, voor haar hoef ik het eigenlijk niet te doen. En ik, ik herinner me liever de goedlachse oma die ik altijd heb gehad, mijn “grandma” die haar blinde gezicht altijd met een grote glimlach naar me richtte wanneer ik dat woord nog maar had uitgesproken.

100. Ik ben halverwege, maar ik weet niet of ik wel 100 wil worden.

Lectuur: “De Upgrade” van Steven Van Belleghem

Vorige week kwam Bart thuis met een boek, dat hij meteen in mijn handen stak. “Hier”, zei hij, “de nieuwste van Steven. Maar ik ben zo geen lezer. Als ge goesting hebt…” Ik stelde vast dat het om het tweede in een reeks ging, maar Bart stelde me gerust: deel één stond ook in zijn bureau.

Dat eerste boek nam ik dan maar ter hand, las het op twee dagen, en schreef er een bespreking voor.

En toen kwam uiteraard deel twee. Ook die werd op twee dagen gelezen, en eigenlijk vond ik die beter dan de eerste: Van Belleghem heeft iets meer zijn eigen draai gevonden, ik vind het ook iets vlotter geschreven. De auteur heeft niet meer de behoefte om telkens naar 2020 terug te keren, te refereren aan de gebeurtenissen van nu, zoals hij dat in het eerste boek wel vaker deed. Alleen heeft hij hier en daar nog steeds de aandrang om bij élke auto te vermelden dat die wel degelijk zelfrijdend is, zodat we zeker niet vergeten dat dit de toekomst is.

Het verhaal situeert zich in 2045, en Romy Bell, het hoofdpersonage uit Eternal is ook hier weer de centrale figuur. Nu staat ze aan het hoofd van een internationale federatie rond ethiek en heeft ze de gebeurtenissen van vijf jaar geleden grotendeels achter zich gelaten. Ze verdiept zich momenteel voornamelijk in DNA-modificatie, vooral dan bij embryo’s, via de crispr-techniek. Genetische modificatie om bepaalde ziektes uit te schakelen is misschien wel verantwoord, maar wanneer ga je te ver? Schakel je de techniek ook in om een blonde baby met blauwe ogen en een atletisch lijfje te krijgen? Eugenetica dus. Maar blijkbaar kan de techniek ook gebruikt worden om virussen te ontwikkelen die enkel op bepaalde DNA-kenmerken reageren, positief of negatief. En wanneer er doden beginnen te vallen onder DNA-wetenschappers en er blijkbaar met data is geknoeid, kan Romy niet anders dan zich in het onderzoek moeien, zeker wanneer een van de doden een goede vriendin blijkt te zijn met wie ze de avond voor haar dood nog had afgesproken…

De plot zit knap in elkaar en je wordt echt wel meegesleept in het verhaal. Alleen vond ik het boek op het einde een beetje inzakken: Van Belleghem wou per se nog een oplossing vinden voor een bijkomend probleem, nadat de hoofdplot was afgerond, en dat was er eigenlijk een beetje te veel aan. Hij had daar beter een andere draai aan gegeven, maar dat is een persoonlijke mening natuurlijk. Het feit dat Bell ook zomaar alle mogelijke presidenten aan de lijn krijgt, ongeacht de positie die ze heeft in de federatie, lijkt me ook wat gemakkelijk, als je weet hoe moeilijk het is om zelfs maar verschillende bedrijfsleiders in éénzelfde vergadering te krijgen.

Verder is dit best een aangename thriller, als je van het genre houdt: goed geschreven, een aannemelijke plot, een genuanceerd hoofdpersonage en een knappe setting. Conclusie: als er een deel drie komt, ga ik het ook lezen, al hou ik doorgaans niet van Nederlandstalig of van thrillers. Maar dit zijn fijne tussendoortjes.

Pedagogische studiedag

Het is waar, meestal ben ik niet zo enthousiast over de pedagogische studiedagen op school. Vaak is het gewoon een hele dag vergaderen, een enkele keer is het meer teambuilding, zoals het kanovaren waar we zo fan van zijn.

Deze keer was het ook een atypische studiedag, vond ik: hij stond in het teken van zelfzorg voor de leraars. Oh? De directie had Vonk en Visie ingeschakeld, en ik geef toe dat ik er eerst heel er sceptisch tegenover stond. Maar de inleidende speech bleek al een schot in de roos: die mens wist duidelijk waarover hij sprak en snapte wat de besognes van een leraar waren.

Ik had ingetekend op de workshop “Zelfzorg”, maar ik had evengoed kunnen inschrijven bij “Timemanagement” of “Onverstoorbaar vriendelijk lesgeven”.

We zaten door omstandigheden met nogal veel volk in deze workshop, maar dat stoorde eigenlijk niet, en ik was verbaasd door sommige van de inzichten die ik ervan kreeg. Maarten haalde vaak voorbeelden uit zijn eigen leefwereld aan en deed me vooral veel nadenken. Af en toe was het misschien wat wollig en weinig praktisch, maar ik vertrouw op de zes nieuwsbrieven die nog zullen verstuurd worden voor meer praktische handgrepen.

Wat ik overigens zeer knap vond, was dat de lesgever gewoon afweek van zijn standaard lesplan toen hij merkte dat we als team echt wel met bepaalde problemen zaten die zelfzorg als leerkracht een beetje in de weg zaten. Hij nam de tijd om die problemen onder woorden te brengen, te verzamelen, te benoemen, en zelfs dat deed eigenlijk al deugd.

Het heeft me aan het denken gezet, en ik ga proberen iets liever voor mezelf te zijn. Geen idee hoe lang ik dat zal volhouden, maar bon, het is een begin.