Geocachen op de fiets in Maarkedal

Geen vakantie zonder minstens één dagje geocachen met Véronique, toch?

Deze keer spraken we af om een kapelletjesroute te doen in Maarkedal, vlakbij Ronse dus, en de thuisbasis van mijn liefste. De jongens laadden mijn fiets op de drager en ik reed, eigenlijk al op het laatste, naar Ronse om er Véro met fiets op te pikken.

Iets later stonden we aan ons eerste kapelletje voor een zeer fijne route langs 18 caches, enkele kapelletjes en een joekel van een huis dat prachtig in het glooiende landschap opging.

We aten koekjes, dronken thee, kletsten en fietsten. En zochten ongelofelijk lang op enkele caches die we toch niet vonden. En keerden zelfs terug om na een hint nog verder te zoeken, maar helaas.

Het was na achten tegen dat ik thuis was, maar wat een heerlijke, rustige, stille, ontspannen dag!

Een typisch vakantiedagje

Het werd een lange, fijne, maar vooral ook onverwachte namiddag.

Het begon allemaal heel rustig met een fietstocht rond al mijn caches in centrum Gent, waar er wel een paar verdwenen waren of een nieuw rolletje konden gebruiken. De tocht liep langs ’t Sluizeken, Oude Beestenmarkt, Ham, en dan over de Lousbergskaai naar het begin van de Brusselsesteenweg, om terug te keren naar de Coupure.

Toen ik daar dan stond, viel mijn euro dat Bart ook met de fiets was, dat hij bijna gedaan had op kantoor en dat we eigenlijk ook nog gewoon samen iets konden gaan drinken. Ik belde en hij stelde voor om gewoon samen iets te eten in Café René. Moh, goed idee! Ik belde de kinderen op om te zeggen dat ze zelf maar voor eten moesten zorgen en zei tegen Bart dat ik enkel nog even langs de Jozef Kluyskensstraat ging passeren om er de bloesems te fotograferen, en dat ik af kwam.

De Kluyskensstraat is momenteel de mooiste straat van Gent zonder weerga. Aan weerszijden bloeien de Japanse kerselaars, en met die prachtige gebouwen op de achtergrond… Alleen jammer dat er nog overal auto’s staan.  Ik begon dus foto’s te nemen en zag plots twee dames de straat oversteken: eentje met lang blond haar en vooral een jas in exact hetzelfde roze als de bloesem, de andere met, jawel, roze haar. Ik nam een paar foto’s, zag hen kijken, en sprak hen aan over het feit dat ik die foto’s genomen had. Een en ander leidde tot een heuse fotoshoot, echt waar…

Alleen… was ik de tijd compleet uit het oog verloren, waardoor Bart al twintig minuten stond te koekeloeren voor een gesloten Café René. Oeps. Hij was er niet bepaald goed gezind van geworden, maar ging wel akkoord om nog iets te eten in de Foley’s. Je gaat er niet voor de gezonde hap, maar het was wél lekker!

Daarna fietste Bart verder naar huis, terwijl ik een omwegje wilde maken via de Westerbegraafplaats: daar ligt een labcache en met die avondzon op die prille lenteblaadjes moet het er fantastisch mooi zijn.

Gelukkig kwam ik aan de ingang collega Karel tegen, met wie ik eerst wat stond te kletsen en die me toen waarschuwde dat ik beter niet meer naar binnen ging, want dat het sloot om acht uur, en dat sinds de recente verkrachtingsperikelen de knoppen om de poort van binnenuit te openen, verdwenen waren. Nog een chance, of ik had gewoon vastgezeten op het kerkhof!

Maar een gevulde, fijne namiddag dus!

Geocachen in Lochristi (deel 6)

Jawel, nog een zondag, en nog een aflevering van het cachen in Lochristi, deze keer in het dorp zelf en aan het station.

Ons pa had het lastig met het wandelen, hij was de hele week ziek geweest zonder me iets te zeggen of zonder de dokter te laten komen. Tsja…

Opmerkelijk: hij had zelfs zijn taart laten staan, en het was er eentje met slagroom.
Ik maak me zorgen, ja.

Nieuw Gent

Vandaag moest ik bij Kim in de Kikvorslaan zijn, een zijstraat van de Depintelaan in Nieuw Gent. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om eerst nog in het Leebeekpark een bonuscache op te pikken, eentje die daar al opgelost lag sinds 2018, zo bleek.

Vervolgens reed ik naar Kim, maar in het passeren spotte ik een aantal prachtige graffiti die ik uiteraard niet niét kon fotograferen.

En na de tiramisu en het passen van de Aetherkledij was er natuurlijk ook nog het mega schattige beeldje dat aan Kims voordeur staat.

In het naar huis rijden wilde ik nog een cache oppikken en verzeilde ik zowaar in een heel knap park – parkje zou het oneer aandoen – waarvan ik het bestaan ook niet wist. Nota bene aan de afrit van de R4 aan het UZGent, en dus ook vlak bij Barts kantoor. De moeite waard, dat Vossenpark.

Enfin, al bij al een zalige zaterdagnamiddag in de vakantie. En dan moest de Vampiresessie ’s avonds nog komen!

Afscheid van mijn motor…

Deze morgen is er een klein stukje van mijn hart afgebroken, en ik denk niet dat het nog kan geplakt worden…

Bart, een bevriend larper, is namelijk mijn motor komen ophalen. Ik had eerder een motor dan een auto, ik heb er als student een vakantiejob voor gedaan en reed rond op mijn 21ste, altijd met hetzelfde model, een Suzuki Savage. Dat is een kleine, lage chopper, 652 cc, riemaandrijving, luchtkoeling, een heerlijk ding om mee te rijden.

Ik heb met een hoop mannen van toen middelbare leeftijd in Zomergem een motorclub opgericht, MC Arapaho, en reed als eenentwintigjarige met hen mee op zondagse toer. Secretaris was mijn functie en ik heb me er echt mee geamuseerd.

Ik ben met het ding ooit naar Parijs gereden, enfin, naar Jouy-en-Josas bij Versailles, waar een goede vriendin destijds werkte, en we zijn samen gaan cruisen op de Champs Elysées.

De laatste jaren voor mijn rugprobleem reed ik al niet vaak meer: ik moest te vaak kinderen of boodschappen meenemen of andere dommigheden, en om naar school te rijden op een mooie zomerdag nam ik dan liever de fiets. Dat scheelt een pak in kledij, namelijk. De regels zijn ook enorm verstrengd, en terecht: ik heb nog gereden met sandaaltjes, shortje, bustier en jawel, lederen handschoentjes, in mijn magere en leniger studentenjaren.

Sinds mijn rugongeluk in 2017 stond hij stil, die motor. Bart reed ook al niet meer, sinds hij zelf zijn knie om zeep had geholpen door ermee te vallen. Ik kreeg het echter niet over mijn hart om hem weg te doen, dat betekende het definitief afsluiten van een stuk van mijn jeugd, een stuk van mijn vrijheid, een stuk van mijn wilde haren.

Maar het ding stond op den duur in de weg, en die rug gaat toch nooit meer beter worden. Ik mag er niet meer op rijden, het geeft me te veel schokken. En dus heb ik van mijn hart een steen gemaakt en heb hem weggegeven. Kon ik hem verkopen? Goh, wellicht wel, maar dat wilde ik niet.

Bart is hem komen ophalen, omdat hij stelde dat het ding gewoon wat extra liefde nodig had. Dat is ook zo: hij staat vier jaar stil, zit onder het stof en vuil, de leidingen moeten gekuist worden, maar vier jaar geleden reed hij wel nog prima, met nieuwe banden en al.

Ja.

Het deed pijn om mijn motor te zien vertrekken. Maar ik weet dat hij in goede handen is.

Ik ben officieel een ouwe taart nu.

Zucht.