Lectuur: “His dark materials” van Philip Pullman

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na de intense Matthew Swift boeken kwam ik bij de klassieker “His Dark Materials” van Pullman, en het zei me totaal niks. Alleen de tekening van de eerste cover – want het gaat hier om een reeks van drie boeken – deed vaag een belletje rinkelen: een meisje op de rug van een gepantserde ijsbeer.

Ik begon dus te lezen in “The Golden Compass” en stelde vast dat het blijkbaar om de avonturen van een meisje van een jaar of tien ging, in een steampunkwereld. Was ik van mijn sokken geblazen? Euh, niet echt, nee. Het was een fantasyverhaal, met pratende dieren, zeppelins, steampunktoestanden, alternatieve werelden, maar ik heb, om eerlijk te zijn, al betere fantasy gelezen.  Ook al betere allegorieën over hoe de mensheid de wereld om zeep aan het helpen is, of betere coming-of-age verhalen.

Ik heb toch de andere twee boeken ook gelezen, want als ik ergens aan begin, wil ik ook weten hoe het afloopt. Maar nee, het was niet alsof ik hier begeesterd in de zetel zat te lezen overdag, terwijl dat wel het geval is met andere verhalen.

Mja.

Het kan helemaal aan mij liggen, maar nee, voor mij haalt het belange niet het niveau van de andere klassiekers die ik hier al heb gelezen.

Vriendjes…

Dat het alweer een hele rustige vakantiedag was, zonder echte plannen. Nu ja, ik had afgesproken met Robbe om hier gezellig iets te komen drinken, en Wolf had afgesproken dat Wout naar hier kwam om dan samen te gaan karten. Op mijn voorstel haalde Kobe er zijn maatje Levi bij. Alleen Merel kreeg geen vriendinnetje over de vloer: die waren allemaal met vakantie, zo bleek, of niet beschikbaar. Mja.

Robbe en ik installeerden ons in de tuin, ik met een koffie, hij met een streekbiertje, en we kletsten erop los.
Tussendoor kwam Wolf salu zeggen, en werden we natgespat door Kobe en Levi. Moet kunnen.

En toen was het plots zeven uur en was de namiddag voorbij gevlogen. Ik had niks gedaan, maar het vakantiegevoel was wel immens, en ik was heerlijk relax.

Sic fugit irreparabile tempus.

Geocachen in Balen

In de Gentse Feesten en vorige week had ik Mathias kennis laten maken met Gent, nu was het tijd dat ik eens ging kijken in Balen. Niet dat dat nu bepaald een grootstad is, maar de natuur is er wel prachtig.

Tegen kwart over twee stond ik bij Mathias en Wim, en iets later stonden we achter zijn huis in Scheps, een natuurgebied met moerassen – heuse, echte, gevaarlijke, ik-zink-weg-en-ben-een-beetje-dood-moerassen – en vlonderpaden, poelen, vijvers, en blijkbaar ook een kapel, een Lourdesgrotje én een waterput van Sint-Odrada. De natuur is er inderdaad prachtig.

We gingen daarna naar Picknick eiland, een heus eiland met twee picknicktafels en drie palen voor hangmatten, om er gewoon rustig te zitten, te praten en te chillen. Mijn rug was de jongens dankbaar.

Ze lieten me ook nog de lokale visvijver – zonder vis – zien, en daarna reden we naar de andere kant van Balen voor een rondje geocachen, het rondje Natte Voeten, langs een kanaal en daarna langs de Nete, waar het soms inderdaad echt wel modderig en drassig lag. In de andere seizoenen kom je er niet door zonder rubberlaarzen, het was nu soms zelfs uitkijken en rondspringen.

Tegen zevenen stonden we weer bij Mathias thuis om even op te frissen – ik zweette als een bunzing – Stijn ook nog op te pikken, en dan naar Geel in het Aards Hof iets te eten.

Tegen elf uur zat ik in de auto richting Gent, klaarwakker, en dus pikte ik langs de baan in en rond Geel nog vijf extra losse caches op. Tegen half twee was ik uiteindelijk thuis, na een ideale, relaxte vakantiedag.

Heerlijk toch?

Heerlijke, rustige, doodgewone zondag

Jawel, mijn pa is thuis sinds vorige maandag maar mag niet meer met de auto rijden, dus ging ik hem tegen half twaalf ophalen in Zomergem. Kleine moeite, en dan kan hij gelukkig opnieuw gezellig bij ons zijn op zondag. Meteen gingen we ook Wolf ophalen die nog in Lovendegem bij Arwen zat.

Er werd binnen gegeten wegens de tafel aan de kleine kant, en dan installeerden we ons buiten onder de parasol. En ons pa deed zijn gewoonlijke werk met de kousen: all back to normal.

Merel wou dolgraag nog zwemmen, maar op haar eentje is daar niet zo veel lol aan. De jongens hadden eigenlijk niet veel zin, maar met blad-steen-schaar lieten ze zich toch allebei nog verschalken tot een plonsje. Het was frisjes, maar blijkbaar best nog oké.

Tegen vijf uur bracht ik mijn vader naar huis, met een klein ommetje via Meirlare, alwaar ik de daar verstopte cache nog maar eens niet vond. Zal voor een derde keer zijn.

Domme duiven

Deze lente vond een wilde duif het nodig om boven ons terras, in de blauwe regen, een nest te bouwen. Hmpf. En uiteraard zat ze er te broeden, met twee duivenjongen tot gevolg.

Deze middag zaten Kobe en Merel toevallig net buiten, toen ze een luide “plof” hoorden. Hmm? Een van de jongen was uit het nest gevallen, of had een premature poging tot vliegen gedaan: er staat nog wat dons op het kopje, maar de vleugels zijn zo goed als volgroeid.

Meteen was de interesse van de katten gewekt natuurlijk, waarop wij een doos namen en het beest zonder veel plichtplegingen in de doos pleurden. En nu?

Het Vogelasiel in Merelbeke zag ik niet zitten, da’s zo’n vijfentwintig minuten rijden met de auto, en ik wilde met Kobe en Merel nog de caches in het park naast de school in orde zetten. We zetten het beestje op een veilige plaats en fietsten naar Mariakerke.

Tegen dat we thuis waren, was ook Bart thuis, en samen haalden we de grote ladder uit, positioneerden die voorzichtig tegen de plant, en ik legde het piepende jong terug in het nest, waar het zich onmiddellijk weer installeerde.

Ik ben benieuwd. Domme duiven!