Touchscreens!

Al jaren zaag ik over de verouderde computers en beamers op onze school: ik had op sommige dagen gewoon twee lessen voorzien, al naargelang de zon scheen buiten of niet. Hoezo? Wel, als de zon scheen, kon ik gewoon geen powerpoints of filmpjes laten zien omdat de lamp van de beamer gewoon niet sterk genoeg was en er geen gordijnen zijn. Zucht.

Maar… de school heeft haar budget een tijdje opgespaard en nu een zware investering gedaan: elk lokaal is nu voorzien van een speciaal touchscreen van 75 inch. Je kan er rechtstreeks mee op het internet en dus filmpjes laten zien, dingen opzoeken, inloggen in smartschool enzoverder. En het beeld is haarscherp en bijzonder duidelijk. Je kan ook rechtstreeks een USB-stick inpluggen en aflezen.

Het ding heeft ook een whiteboardfunctie, zodat je perfect kan krabbelen en uitleggen. Maar vooral… Je kan ook een tekst of ander beeld oproepen en daar dan notities op maken. Met een beamer kon dat niet, waardoor ik dat eigenlijk niet zo vaak gebruikte.

Maar nu, nu zet ik gewoon de oefeningen van pakweg de tweedes op scherm en vul die samen met hen in. Of ik zet de tekst van bijvoorbeeld Catullus op scherm en duid dan de stijlfiguren aan, de moeilijke dingen, maak tekeningetjes in de kantlijn… Het is echt een andere manier van lesgeven, ik sta vooral ook veel meer recht en de rug vindt het niet altijd even wijs, maar het lesgeven zelf is wel véél amusanter.

Nieuw speelgoed, quoi.

Eindelijk weer les!

Nee, ’t is niet alsof ik recent totaal geen les heb mogen geven, gelukkig maar.

Maar onze eerstes zitten in een modulestructuur, waarbij ze netjes in hun klasbubbel blijven voor het grootste deel van hun lesuren. De levensbeschouwelijke vakken – zedenleer en de verschillende godsdiensten – geven overkoepelende taken en lessen zodat ze ook daar in hun bubbel blijven. Alleen de modules zorgden voor dikke problemen: daar zitten de modules niet per bubbel, maar komen de leerlingen uit alle zeven klassen. Dat is bewust zo gedaan om te vermijden dat ouders hun kind Latijn laten volgen enkel “om in een goeie klas te zitten”. Yup, it’s a thing.

Resultaat is natuurlijk dat ze tijdens hun modules – Latijn 4 uur, Latijn 2 uur, cultuur en filosofie, duurzaam en ecologisch groenbeheer, samenleven en ondernemen, sport, technologie en ICT, wetenschappen, wiskunde anders bekeken – wel compleet uit hun klasbubbel gaan. Resultaat: sinds de herfstvakantie, dus sinds oktober, geen les meer in die modules. De andere modules dienen om leerlingen te laten kennis maken met bepaalde kennisvelden zodat ze hun interesses ontdekken, maar Latijn heeft wel degelijk een leerplan. Oeps.

We hebben ze in november en december dan bezig moeten houden met taken, spelletjes, dat soort dingen. En geloof me, voor Latijn zijn de taken op een bepaald moment echt uitgeput: ze hebben instructie nodig voor ze verder kunnen.

Maar de collega’s vonden die situatie ook niet houdbaar, begrepen volledig het probleem voor de Latinisten, en zochten een oplossing. Resultaat: Latijn mag doorgaan in grote lokalen zodat ik hen per klas in een klein bubbeltje kan zetten, en de rest van de klas volgt dan allemaal samen een bepaalde module voor een paar weken, in een doorschuifsysteem. Ik ben mijn collega’s oprecht dankbaar.

Gisteren stond ik voor het eerst dus weer voor de klas in een eerste jaar. Ik was dolgelukkig, en ook de leerlingen bevestigden dat ze blij waren dat er weer les was, in plaats van die bezigheidstherapie. Ik heb het hen niet makkelijk gemaakt: ze kregen meteen de uitleg over naamvallen, functies, verbuigingen, nominatief en accusatief, maar ze waren mee. Allemaal.

En man, ge hebt er geen gedacht van hoe gelukkig ik daarvan werd. Serieus.

Dagje dokters met ons pa, deel 2

Ook vandaag was het bij momenten pittig. Na school, om half vier dus, reed ik naar Zomergem om ons pa op te pikken en te zorgen dat we om half vijf netjes in het Jan Palfijn stonden: tijd voor ons pa zijn halfjaarlijkse afspraak bij de neuroloog en de neuropsychiater. Alleen… het was deze keer meer dan een jaar geleden: in april, in volle coronatijd, was ons pa half in paniek geslagen bij het idee van een ziekenhuisbezoek alleen al, en omdat hij eigenlijk bijzonder goed is, hadden we het dan maar overgeslagen.

Deze keer vond ik het wel noodzakelijk en dat zei hij zelf ook. Bij de psychiater kwamen we tot de vaststelling dat hij zelf vond dat hij behoorlijk depressief is – Roeland en ik vonden eigenlijk van niet, maar we zien hem natuurlijk niet op een doodgewone ochtend alleen in zijn grote huis – maar dat hij zijn stabilisatiemedicatie niet stipt genoeg neemt. Ha ja, ’t kan niet missen dan!

Afspraak is dat hij ze nu veertien dagen echt wel twee per dag neemt, het uur is niet zo belangrijk, en dat er dan een bloedstaal wordt afgenomen zodat we zien of het niveau van dat medicijn voldoende hoog staat in zijn bloed. Als dat niet het geval is, wordt de medicatie bijgestuurd, maar hij zou zich in elk geval beter moeten voelen.

Een behoorlijk tijdje later mocht hij dan zijn uitleg doen bij de neuroloog, en die stelde vast dat zijn beven toch wel erger was geworden, dat zijn ogen achteruit zijn op een manier die niks te maken heeft met ouderdom en dat dat korte-termijngeheugen iets sneller achteruit gaat dan dat op zijn leeftijd normaal is. Alzheimer is het niet, dat uit zich op andere manieren.

Bon, MRIscan van zijn hersenen om te kijken of er effectief meer hersenschade is – dan valt daar niks aan te doen – of dat de oorzaak ergens anders ligt, wat misschien wel met medicatie bij te sturen is. En dan daarna opnieuw een afspraak, ergens in maart.

Zo blijft ne mens bezig, maar het is met liefde gedaan. En veel geduld, dat ook.

Dagje dokters met ons pa, deel 1

Stevig dagje vandaag: opnieuw beginnen lesgeven, compleet met halve klassen en dus de helft van de leerlingen die voor mijn neus zit, terwijl de andere helft van thuis uit volgt via de camera van mijn laptop. ’t Is een bezigheid als een andere, geloof me.

Maar bon, ik had dus les tot 12.55 uur, sprong in mijn auto, reed naar Zomergem, gooide daar bij ons pa snelsnel mijn eten in de microgolf en maakte dat we samen in Merendree bij de huidarts zaten om kwart voor twee. Ik moet het zeggen: we hebben geen halve minuut moeten wachten. Ons pa kon meteen binnen in een van de kabinetten, de laser werd op zijn arm gezet, en dat was dat.

Twintig na twee waren we weer thuis, kon ik de rest van mijn eten opeten en installeerde ik me in zijn goeie zetel. De rug doet namelijk al pijn sinds oudejaarsavond – geen idee waarom – en dus probeer ik die vooral zo veel mogelijk rust te gunnen. Het was er stil, alleen de kat zat op de vensterbank te spinnen, ik kon er eigenlijk niks anders doen, en dus zat ik onderuit in zijn zetel te lezen, met een koffietje erbij. En ik genoot, ik werd helemaal zen.

Tegen half vijf reden we opnieuw naar Merendree voor deel twee van de behandeling, het verbranden van de ongewenste cellen. En dat mag u gerust letterlijk nemen: ons pa houdt er een heuse brandwonde aan over en dat kan geen deugd doen.

Enfin, kwart over zes was ik weer thuis en kon ik wat schoolwerk doen. Maar ondanks het gerij was ik eigenlijk wel helemaal ontspannen.

Dik in orde!

Lectuur: een overzicht van 2020

Vorig jaar verwonderde ik er me nog keihard over dat ik 52 boeken had gelezen en stelde ik me oprecht de vraag of dat me opnieuw zou lukken.

Wel… Dit jaar ben ik geëindigd op 62 boeken met een gemiddelde lengte van 405 pagina’s. Er zaten kortere tussen, short stories, maar dus ook van die kleppers van 900+ bladzijden. Alles wat een eigen ISBN-nummer heeft, heb ik apart gerekend.

Ik heb ze, net als vorig jaar, ook allemaal besproken, maar dan vaak per reeks, want fantasyboeken komen nogal vaak in reeksen voor, en je kan dus gewoon doorklikken.

Een overzicht:

1-3: een boek en twee graphic novels in de reeks rond Peter Grant van Ben Aaronovitch, waar ik het vorige jaar mee geëindigd was (fantasy)
4. The Grapes of Wrath van John Steinbeck (klassieker)
5. Birdsong van Sebastian Faulks (klassieker)
6-7: twee Baru Cormorant van Seth Dickinson (fantasy)
8. The Time Traveller’s Wife van Audrey Niffenegger (BBC-leeslijst)
9. IJzerkop van Jean-Claude van Ryckeghem (leeslijst Wolf)
10-14: vijf boeken Red Rising van Pierce Brown (scifi)
15. Northanger Abbey van Jane Austen (klassieker)
16. Stone Cold van Robert Swindells (leeslijst Wolf)
17-19:The Grail Trilogy van Bernard Cornwell (fantasy)
20. Middlemarch van George Eliot (klassieker)
21. False Value van Ben Aaronovitch, aansluitend bij 1-3 (fantasy)
22-24: de Broken Empiretrilogie van Mark Lawrence (fantasy)
25-32: 8 boeken van The Witcher van Andrzej Sapkowsi (fantasy),
33. Peace Talks van Jim Butcher (fantasy)
34-36: Heart of Darkness/Amy Foster/The secret sharer  van Joseph Conrad (klassiekers)
37-39: Shattered Sea Trilogy van Joe Abercrombie (fantasy)
40. Persuasion van Jane Austen (klassieker)
41-43: de Mistborntrilogy van Brandon Sanderson (fantasy)
44-50: de zeven boeken van The Chronicles of Narnia van C.S. Lewis (fantasyklassiekers)
51. Sjakie en de chocoladefabriek van Roald Dahl (voorleesboek voor Merel)
52-54: de tweede trilogie van Mistborn van Brandon Sanderson (fantasy)
55. Een Schitterend Gebrek van Arthur Japin (leeslijst Wolf)
56. Battle Ground van Jim Butcher (fantasy)
57. A Prayer for Owen Meany van John Irving (klassieker)
58. Secret History van Brandon Sanderson (fantasy)
59. Sjakie en de grote glazen lift van Roald Dahl (voorleesboek voor Merel)
60. The Woman in White van Wilkie Collins (klassieker)
61-62de eerste twee boeken van de Codex Alera van Jim Butcher, maar die moet ik nog als reeks bespreken (fantasy)

Het zijn dus duidelijk meer fantasyboeken dan klassiekers geworden, maar bon, die zitten er toch ook tussen. En, héél duidelijk, zo goed als alleen maar in het Engels. Ware het niet van die leeslijstboeken van Wolf, er zat geen Nederlands tussen, denk ik. Tsja.

Ik ben ambitieus geweest en heb weer 52 boeken als richtlijn voor 2021 gezet. Dat moet perfect haalbaar zijn, denk ik, ik ben nog steeds keihard in mijne lees en ben net begonnen aan het derde boek voor dit jaar. Jawel, met een gemiddelde van 615 pagina’s. Het jaar goed begonnen, noemen ze dat.