Nu al taartdag

Mijn zesdes, vorig jaar nog vijfdes, keken al heel lang uit naar het concept “taartdag”. Als u niet mee bent met wat ik bedoel: hier kan u de uitleg uit 2014 lezen. Nu ik een eigen lokaal heb, kan dat ook makkelijker: ik kan een mes en servetten en dat soort dingen gewoon in mijn kast leggen.

Maar deze groep was er zodanig op gevlast, dat ze dinsdag al afgesproken hadden om vandaag de eerste keer al taart mee te brengen. Sanne had heerlijke, nog zachte brownies mee, en die smaakten enorm! Nee, dat is nog niet eerder gebeurd, dat er al taartdag is in de eerste week. Ik ben benieuwd naar wat er nog volgt.

Dit was de vakantie van 2026

Net als vorig jaar zat mijn vakantie ook dit jaar goed vol, en dan ben ik nog niet eens met vakantie geweest met Bart, want dat was Japan in de paasvakantie.

Maar ik was dus wel enkele keren voor enkele dagen op zwier:

Ik deed van cultuur en concertjes:

Het geocachen haalde ongeziene hoogten, vooral dankzij Londen.

Ik was daarbuiten eigenlijk ook best wel sociaal, deze vakantie.

Boeken lezen viel dan weer extreem tegen: mijn vakantie zat gewoon te vol, denk ik. Bof, ik haal dat dan wel in, denk ik zo.

En dan was er vooral ook de dood van mijn vader, die de eerste week van mijn vakantie bepaalde: het geregel, het leeghalen van zijn kamer, de begrafenis, en vooral het laat-me-met-rust-gevoel dat ik daarbij had en wellicht ook uitstraalde. Mijn excuses daarvoor.
Wat me minstens even diep raakte, was het overlijden van Hanneke, ook al was ik niet op de begrafenis wegens in Londen.

Ik kon gelukkig ook een aantal keren echt blij en trots zijn:

Jammer genoeg waren er ook voldoende redenen om me te ergeren, tot huilens toe, vooral dan werkgerelateerd

Maar ik kan dus aan geen kanten klagen: het was een fijne, volle, geslaagde vakantie, zodat ik er gewoon zin in heb om weer aan de slag te gaan. Ik kijk al uit naar mijn leerlingen!

Bon, hopelijk volgend jaar weer van dat.

Eerste schooldag

Het werd een bijzonder drukke dag, maar eigenlijk best wel fijn, ja.

Om half negen zat ik in een lokaal met mijn favoriete zesdekes om algemene schoolafspraken te overlopen en algemene administratie in orde te brengen. Het werd een fijn weerzien, en aan de lachende gezichten te zien was dat wederzijds.

Om kwart over negen stond ik, gewapend met mijn gsm en vooral ook bijgestaan door een fijne collega met klaslijsten en een goeie stem, in mijn lokaal om daar foto’s te maken. Al onze leerlingen hebben uiteraard een Smartschoolaccount, en voor ons leraars is het zeer handig dat daar ook een recente foto aan gelinkt is, zeker bij de eerstes, zodat we ze meteen herkennen. En nee, identiteitskaarten inlezen is niet ideaal, want dat is vaak nog een kinderfoto. Het beste is dus gewoon zelf een close-upfoto nemen, als een pasfoto.

Ik had het zelf voorgesteld – ik heb het jaren gedaan toen ik nog de communicatie en website van de school deed – maar ik had er niet op gerekend dat ik niet alleen de 170 eerstes moest fotograferen, maar in de tijdspanne tussen half tien en een meteen àlle leerlingen, dus een kleine 800 stuks. Euh…

Gelukkig moest ik hen niet zelf gaan opzoeken in alle lokalen, maar werden ze netjes door de collega’s tot bij mij gebracht en door Bert alfabetisch opgelijnd en binnengestuurd, zodat ik echt enkel maar de foto moest nemen.

Alleen is mijn gsm niet meer van de recentste, en gaf die het na een tijdje gewoon op, compleet leeg. Ik kon gelukkig die van een collega lenen en die daarna naar mezelf doorsturen, maar het is dus een dingetje om rekening mee te houden.

Tegen één uur was ik compleet plat, maar een paar sandwiches en wat rust hielpen wel wat. En daarna had ik weer mijn zesdes, moesten we nog een aantal dingen bespreken, en trokken we daarna met zijn allen naar het veld. Terwijl de leerlingen varianten van Dikke Berta speelden en zich de benen van onder het lijf liepen – allez, de meesten toch – kon ik heerlijk in de zon plat liggen, terwijl ik eigenlijk gewoon de hoek van het speelterrein was.

Thuis ging ik ook meteen plat, maar weet je? Het doet goed om terug te zijn, mijn leerlingen terug te zien, eindelijk een eigen lokaal te hebben en vooral: terug de job te doen waar ik zo van hou, nu al het 32ste jaar. Yup. 32. Ik ben een van de fossielen, de dino’s op school, en ik vind dat eigenlijk best aangenaam, ja.

Avondlijk cacherondje

Als je geocacht, heb je ook statistieken: hoeveel caches per jaar, per maand, na elkaar, max. per dag, dat soort dingen. Ik ben dan een sucker voor ronde getallen, om niet te zeggen een beetje OCD.

In Londen had ik een hele reeks labcaches kunnen doen met multiple choice, en was daardoor tot een enorm getal gekomen dat ik wellicht nooit meer zal kunnen halen. Alleen… dat getal was 447, en dat klikte niet in mijn hoofd.

Vandaag was dus de laatste dag van augustus en de laatste dag om dat getal wat rechter te zetten. Ik ben dus na het avondeten nog even tot aan Dok Noord gereden, want daar lag nog een recente reeks labcaches die ik nog niet had opgelost. Ik ben er daar drie van gaan doen, heb meteen ook zelf nog een cache gelegd, en ben dus netjes op 450 uitgekomen. Daar kan ik dan wel weer mee leven.

Om het jaar netjes af te ronden, daar heb ik nog tijd voor.

Meteen heb ik ook een mooie avondwandeling gemaakt, en een locomotief opgemerkt waar ik wellicht al tientallen keren voorbij ben gereden, maar nooit heb opgemerkt.

Een mooie manier om de vakantie af te sluiten, denk ik dan.

De schaal Windey – Paelinck

Misschien zeggen bovenstaande namen u niks, misschien doen ze een belletje rinkelen. En als u een fervent kijker bent van het VRT Nieuws, dan weet u aan wie ik refereer: Ferre Windey en Gianni Paelinck, twee journalisten en schermgezichten.

Merel en ik hebben al lang een boontje voor Gianni Paelinck: die man kan alles en was een tijdlang bijzonder alomtegenwoordig: van het Songfestival tot de rechtbank in Anderlecht, indexering en de billen van Miss België, Gianni deed het allemaal. Zodra we hier zijn gezicht zien verschijnen of zijn stem horen, klinkt het hier eenstemmig: “Gianniiii!” En toen de mens met welverdiende vakantie was, werd hij hier gemist, jawel. Wij zijn dus fan van Gianni.

Helaas is dat niet bepaald het geval met Ferre Windey, de hipster van dienst. Deze zomer had hij de tijd van zijn leven: hij mocht alle festivals coveren! Bij de brand in de Hoge Venen stond hij dan weer dik tegen zijn goesting, zoveel was duidelijk. Nee, die ligt ons niet: zijn stem, zijn manier van spreken, zijn mullet, zijn hipstersnorretje…

Sindsdien hebben Merel en ik voor alle reporters en nieuwsankers de schaal van Windey-Paelinck. Het spreekt voor zich dat de ene de nul vertegenwoordigt en de ander de tien. Het gaat ons dan ook om stem, stembuiging, manier van verwoorden, zinsbouw, maar ook lichaamshouding, manier van kijken, beweging… Kortom, het totaalpakket.

Wim Devilder bijvoorbeeld scoort zeer hoog met zijn zachte, aangename stem en verzorgde voorkomen: een negen. Ook Ann De Bie mag er zijn: heel vlotte manier van spreken en al. Goedele Wachters is ook een favoriet met haar fijne glimlach, net als Catherine Van Eylen. Oh, en Björn Soenens: een tien! En dan hebben we het nog niet over Kobe Ilsen en Xavier Taveirne.

Hilde Mertens spreekt dan weer te hortend en stotend, die staat behoorlijk laag. Helaas onthouden we van de lage scorers zelden de namen…

Oh, en als u zich afvraagt of we het menen: dit is wat Bart ons stuurde toen we in Londen zaten:

waarop wij beide in koor uitriepen: “Gianniiiii! Hij is terug!”

Laat gerust weten wie volgens u nog hoog of laag scoort op de schaal Windey-Paelinck: ik ben benieuwd!