English Day

Yup, vorig jaar was hij er niet, maar dit jaar dus wel weer: de English Day op school. Merel had er al tijden naar uitgekeken, ze had een speciale outfit voorzien: een prachtig plooirokje met bijpassend kostuumvestje, lange zwarte kniekousen en ik had vorige week nog speciaal in de kringwinkel een wit bloesje voor haar gekocht. Het was de perfecte outfit, en toen durfde ze plots niet meer en ging ze toch in gewone kleren naar school. Ja, ik was nijdig, ja: daar heb ik dus wel wat geld aan gehangen, en behoorlijk wat moeite ook. Bleh.

De meeste leerlingen van de lagere jaren durfden dus precies niet meedoen, en dat was wel wat jammer, ja. Ook bij de leraars was er precies weinig animo, in vergelijking met anders. Kobe was wel in kostuum gegaan, net zoals de meesten van zijn klas. En er was versiering overal. En uiteraard ook The English Theatre Company met hun bizarre toneelstukken. Oh, en mijn collega had schitterende scones gebakken met clotted cream: ze waren zalig!

Extra koorrepetitie

Zaterdag en zondag zijn er onze concerten met Cantandum: een overzicht van de voorbije vijf jaar met enkele nieuwe liederen erbij, allemaal a capella. Ik heb er wel zin in, ja, temeer daar ik deze keer ook weer de presentatie doe, maar ook sommige van de liederen als gedicht eerst mag voordragen. Het oorspronkelijke opzet was om telkens een gedicht over een kleur te brengen, maar daar vonden we echt onze goesting niet in, ondanks verwoede pogingen van onder andere een schat van een heer in het Poëziecentrum.

We wilden nog een extra repetitie voor de laatste repetitie op donderdag en dan de generale op vrijdag, maar het lokaal was niet beschikbaar. We hebben sowieso een beetje lokaalproblemen: de Spaanse Gouverneurswoning, waar we dus al jàren – ik reken Cantabile erbij – kunnen repeteren, wordt gerenoveerd. Dat was nodig wegens vochtproblemen, maar ik vrees dat we ze daarna gewoon kwijt gaan zijn aan andere dingen van Stad Gent. Jammer, ik repeteerde daar wel graag. Momenteel zitten we in de trouwzaal van het Dienstencentrum in Ledeberg, maar dat zingt niet zo aangenaam en het parkeren is er hel. En dat was zondagvoormiddag dus niet beschikbaar, zodat we uitweken naar Barts kantoor. Jawel, de White House bleek prima te zijn: een redelijke akoestiek, voldoende ruimte, veel licht en lucht… Iedereen was eigenlijk wel enthousiast, ja, en ik was best wel trots.

Het Zwanenmeer

Bart had via een vriendin die blijkbaar toch niet kon gaan, tickets gekregen voor de namiddagvoorstelling van Het Zwanenmeer in de Capitole. Omdat ik wel hou van ballet en deze klassieker nog nooit had gezien, zei ik niet nee, natuurlijk.

De Capitole is eigenlijk geen ideale zaal: omdat ze beschermd is, mag er ook binnenin niks veranderd worden, maar… de stoelen staan gewoon plat en vooral ook niet geschrankt maar gewoon recht achter elkaar, zodat je niet altijd alles kan zien. Voor een concert is dat niet zo problematisch, bij een ballet ligt dat wat moeilijker. Dat hoorden we ook meer dan uitgebreid door de commentaren van de zes zestigers achter ons, die eigenlijk niks anders gedaan hebben dan geklaagd. Tsja, als je dichter wil zitten, moet je betere kaarten kopen, toch? Maar ik zat aan de middengang en zag dus prima.

En het stuk zelf? Ach ja, bijzonder klassiek ballet dus, goed geënsceneerd, degelijke vertolking, maar niet iets waarvan je ‘wow’ zegt. Ik kreeg er geen kippenvel van, terwijl dat ik dat soms wel heb, ja.

Blij dat ik het gezien heb, maar ik heb het dan ook gezien.

Lectuur: “The Path of Daggers” (The Wheel of Time #8) van Robert Jordan

Ik was gewaarschuwd voor dit boek: in het Engels noemen ze het een ‘slog’, een bijzonder traag, saai boek dus. Al bij al viel dat best mee, vond ik. Ja, het tempo ligt laag en er gebeurt niet veel, maar Jordan kan hier een hoop extra achtergrondinfo meegeven, al had hij daar misschien geen 700 pagina’s voor hoeven te gebruiken.

Wat me vooral ergerde, is dat Jordan blijkbaar toch nog altijd een vrouwenhater is. Ja, de meeste samenlevingen zijn in handen van of bepaald door vrouwen: Ebou Dar, waar het verhaal begint, heeft een matriarchale samenleving, de Aes Sedai zijn allesbepalend, Elayne wil de kroon van Andor want dat is steevast een koningin, geen koning, de Atha’an Miere zijn matriarchaal, bij de Seanchan zijn het duidelijk de vrouwen die aan de macht zijn… Maar het enige wat die zogenaamd machtige, zelfbewuste en waardige vrouwen doen, is ruziemaken, de bitch uithangen, elkaar de loef afsteken, jaloers zijn… terwijl de machtige mannen veel meer hun waardigheid behouden. Enfin, als we Perrin even niet meerekenen. Ik heb hem al nooit sympathiek gevonden, maar zoals die jongen onder de sloef ligt, is gewoon niet meer mooi. Serieus, wat een vreselijke relatie heeft die man! Die hoofdstukken waren dan ook niet aangenaam om te lezen. Maar ook Elayne is niet bepaald sympathiek: wat een bitch! Nynaeve, die met opzet minder sympathiek wordt neergezet, valt dan wel beter mee. En mijn lievelingspersonage, Mat, komt hier helaas niet eens in voor, en het blijft raden wat er met hem zal gebeuren.

Er gebeurt dus wel wat, maar geen grote plottwists: Elayne komt eindelijk in Caemlyn aan, het weer wordt gerepareerd, Egwene verklaart officieel de oorlog aan Elaida en krijgt daardoor meer grip op de Aes Sedai, Rand voert strijd met de Seanchan en verliest op een bepaald moment controle over de Power waardoor er massa’s doden vallen, Faile valt met een aantal anderen in handen van de Shaido. Op zich zijn het niet eens spoilers, want je verwacht dit soort dingen. Mja. Ik lees zeker verder.

“Medea’s kinderen” in NTG

Man.

Wat was dat, zeg?

Dit is een toneelstuk waar je niet bepaald vrolijk van wordt, en dat is ongeveer het understatement van de eeuw. Het begint allemaal zeer… simpel, bijna amateuristisch: een volwassen man werpt zich op als medewerker van het toneel die na het stuk de vijf spelers – kinderen tussen de 8 en de 14 – hen moet interviewen, gezeten op stoelen voor het doek. Dat duurt eigenlijk vrij lang, om eerlijk te zijn, en ik dacht al: “Oei, is dit wat het zal worden?”

Maar dan tonen de kinderen wat ze eigenlijk bedoelen in hun interview en gaat het doek open op een prachtige enscenering. Zoals vaker bij Milo Rau krijg je een combinatie van live spel en videoprojectie: in dit geval zijn dat de volwassen personages van wat de kinderen spelen. Knap gedaan. Ook het huis dat op scene staat, is knap gedaan: naargelang het draait, kan het vier verschillende achtergronden opleveren.

Wat je krijgt, is een verweving van de mythe van Medea – prinses die meegenomen wordt uit haar thuisland door Jason, maar niet geaccepteerd wordt in haar nieuwe land en dan zelfs, ook al hebben ze twee kinderen, door Jason in de steek gelaten wordt, waarop ze haar kinderen vermoordt – en het verhaal van Amandine Moreau, de Waalse vrouw die een aantal jaar geleden haar vijf kinderen één voor één vermoordde, omdat haar man van Marokkaanse afkomst haar en die kinderen compleet verwaarloosde.

Alle rollen, dus ook die van de volwassenen, worden gespeeld door de kinderen, terwijl de volwassene er als een reporter tussen loopt, vragen stelt en vooral ook alles realtime filmt, wat dus als close up wordt afgespeeld op de achterwand. Alles loopt prima, vond ik, tot Milo Rau ervoor kiest om ook de moorden op de kinderen in beeld te brengen. Als in: je ziet in close up hoe Amandine haar jongste kind eerst wurgt en dan de keel doorsnijdt. Chapeau voor de jonge acteurs: het meisje van acht moet eerst de volle vijf minuten piepen en krijsen en wenen voor ze stilvalt, en dan krijg je ook het bloed te zien, op een bijzonder realistische manier.

Je zit te kijken, en je vraagt je af: “Moet dit echt? Wil ik dit zien? Oh please, laat hem niet alle vijf de moorden zo expliciet in beeld brengen!” Maar jawel, de ene na de andere wordt vermoord, met achtervolging, stuiptrekkingen en vooral veel bloed. Op de rij voor ons begon een meisje onbedaarlijk te huilen en moest de zaal verlaten. Waarom dit per se moest, vraag ik me dus af. Rau zoekt wel vaker een schokeffect op, maar kom zeg… Gelukkig werd er ons verzekerd dat er een kinderpsycholoog aanwezig was geweest bij alle repetities, maar dan nog.

(De foto’s, behalve de eerste, zijn van de hand van Michiel De Vijver, van de site van NTGent gehaald wegens zelf geen foto’s mogen nemen)

Los daarvan: schitterend stuk, dat wel, heel mooi hoe Rau de twee verhalen, het Oudgriekse van 2500 jaar geleden en het hedendaagse, naast elkaar zet. Maar dat schokeffect? Nee bedankt.