Lectuur: “The Game of Kings” (Lymond Chronicles #1) van Dorothy Dunnet

Het is eigenlijk voor deze boeken dat ik besloten heb om geen reeksen meer te bespreken, maar aparte boeken, want deze verdienen het echt om een aparte beoordeling te krijgen.

Dit was me aangeraden, maar ik wist duidelijk niet waar ik aan begon: het heeft me 200 bladzijden gekost om er echt ‘in’ te geraken, maar toen kon ik het boek ook echt niet meer loslaten.

Het zegt veel over het boek dat er een apart compendium voor bestaat. En dat het wel zo handig is als je naast Engels ook Latijn, Spaans, Duits, Middelengels en Schots kan. En dat ik duidelijk mijn Rabelais en consoorten moet opfrissen.
Dame Dunnet is ongelofelijk belezen en het hoofdpersonage, Francis Crawford of Lymond, Master of Culter, speelt dan ook volop met zijn kennis. De citaten vliegen je om de oren, en gelukkig kan ik zonder enige moeite Frans, Latijn en Duits vertalen en weet ik ook wel het Spaans te begrijpen. Het Middelengels en het Schots, maar ook de immens uitgebreide Engelse woordenschat worden me gelukkig voor een groot deel aangeleverd door de ingebouwde Oxford English Dictionary, en ook Wikipedia die standaard op mijn Kindle zitten.
Maar dat wil niet zeggen dat ik alle citaten zomaar kan thuis brengen, jammer genoeg. En om er telkens weer google bij te halen, daar heb ik ook geen zin in.
Aan de andere kant is het net dat belezene dat me wel heel erg aansprak.
Het (fictieve) verhaal is dat van ene Francis Crawford of Lymond in de zestiende eeuw, een Schotse edelman, tweede zoon uit de Culter familie. Hij is erin geslaagd om zichzelf buiten de wet te laten stellen door zijn acties, terwijl hij eigenlijk in de strijd tussen Schotland en Engeland toch wel een belangrijke rol heeft gespeeld. Mede daardoor heeft hij een bende outlaws rond zich verzameld waar hij als absolute leider het land mee afschuimt. Maar er zit meer achter, zo veel meer… En zijn enige doel is zichzelf – en zijn familie – rehabiliteren.
Ik heb er geen idee van hoeveel opzoekwerk Dunnet heeft verricht voor deze historische fictieroman, maar het moet de moeite zijn geweest: zowat alle personages zijn dan ook echt en de politieke situatie is ook zeker historisch correct. Het vraagt ook wel enige moeite om mee te zijn en te blijven, vooral ook door de cryptische omschrijvingen en omsluierde uitspraken van de personages. Dunnet strooit met personages als Mary Queen of Scots, Mary de Guise Queen Dowager, Earl of Lennox, Lord George Stewart of Douglas, en het vergt wel wat concentratie om te blijven onthouden dat Sir George, de oudste Stewart, de broer van Lennox of Lord Douglas eigenlijk één en dezelfde persoon is.
Maar de intrige zit ongelofelijk goed in elkaar, bijzonder ingenieus, en ook al weet je dat het goed – enfin, toch in zekere mate – zal aflopen en dat Lymond het wel zal overleven, toch zit er gigantisch veel spanning in. Denk Game of Thrones, maar beter. Veel beter. En in de tijd vlak na Henry VIII.
Is het hoofdpersonage sympathiek? Ik ben er nog niet helemaal uit. Hij is jong, knap, atletisch, ongelofelijk intelligent, maar ook arrogant, koud, hard, beschadigd, gewetenloos en macchiavellistisch. Hij gebruikt mensen, en tegelijk zit er ook iets onzelfzuchtigs in. Ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik met heel veel goesting aan boek twee ga beginnen.

Lenteterras

Sociaal doen in deze coronatijden, het is een uitdaging. Toen ik vorig weekend hoorde dat we een paar dagen echt zomers weer gingen krijgen, deed ik meteen een oproep op Facebook:

Lieve mensen, volgende week wordt het een aantal dagen stralend weer.
Ik heb sommige mensen al veel te lang niet gezien, en ik heb nog steeds een fijne tuin met een bijzonder aangenaam terras. Bij deze zijn jullie uitgenodigd om een koffie, een thee, een gin-tonic of om het even wat te komen drinken, op voorwaarde dat ge eerst met mij afspreekt en dat we met maximaal vier mensen zijn.
Ik heb nood aan doodgewone, ongedwongen babbels.
Consider yourselves invited.
Veel reactie kreeg ik helaas niet: de meeste mensen moesten uiteraard werken. En twee dagen heb ik sowieso al cachend doorgebracht en een andere al vergaderend.
Maar gelukkig kon ik rekenen op een ouwe getrouwe die regelmatig komt koffiedrinken, en die ook al in de winterkou aan het vuur was komen zitten.
Annick, het was andermaal zeer gezellig, en vooral: het deed deugd om nog eens iemand te zien die niet minderjarig of een collega is.
Merci!

Tochtje door Ronse

Het zijn geen Pasens meer zoals vroeger, zoveel is duidelijk. Vorig jaar “vierden” we nog Pasen achter de computer met Barts ma en broer, en mijn pa bleef braafjes en veilig thuis.

Andere jaren gingen we altijd, op Pasen zelf of op paasmaandag als het op zondag de Ronde was, naar Ronse bij Nelly, die dan een uitgebreide koude schotel of zo voorzag.

Helaas, ook dit jaar werd het eerder iets in mineur: we mogen Nelly maar bezoeken met twee extra bezoekers – Bart is haar knuffelcontact – en die moeten duidelijk boven de 12 zijn. Merel was geen optie, Kobe eigenlijk blijkbaar ook niet, en Wolf was de vorige keer rond nieuwjaar niet mee geweest, de keuze was dus snel gemaakt. Bart, Wolf en ik reden dus vandaag richting Ronse om eerst een kwartiertje te kletsen in de babbelbox. Daarna moest Bart nog een aantal dingen regelen voor zijn moeder, waardoor Wolf en ik een dik uur hadden om in Ronse wat caches te zoeken.

We gingen eerst nog eens op zoek naar de cache die aan een weefmachine zit, maar net zoals in 2016 moesten we het na een kwartier zoeken toch opgeven. Hmpf. Rotding.
Enfin, we deden een letterboxmulti, zagen dat de virtual die we gepland hadden, eigenlijk een hele wandeling was, en deden toen voor het eerst een labcache. Dat is een aparte app, eigenlijk, maar ongelofelijk leuk! Je krijgt een beginpunt en pas als je daar effectief op tien meter afstand bent, opent de app een uitleg en moet je een vraag beantwoorden. Heel vaak gaan labcaches dus om historische uitleg en dergelijke. Als je vraag 1 hebt beantwoord, krijg je toegang tot de tweede locatie, maar ook daar moet je effectief naartoe als je de vraag wil krijgen. Per opgeloste vraag krijg je trouwens een extra op je teller van gevonden caches. Zo gaat het snel, natuurlijk. En blijkbaar hebben de meeste labcaches ook een bonus, een effectief verstopt potje waarvan je de coördinaten maar krijgt als je de volledige labcacheronde hebt opgelost.

Wolf en ik hadden op dat moment niet zo heel veel tijd meer, zodat we de labcache in Ronse met de auto deden: ik reed tot aan de locatie, en van zodra ik de vraag kreeg, sprong Wolf uit de auto om het antwoord te zoeken.

Yup, dat was best wel amusant! Ik ga dat vaker doen, zo’n labcaches.

We pikten Bart om half vijf weer op, reden nog even langs nonkel Staf, en waren op het eind van de middag weer thuis.

Toch jammer dat het zo ver rijden is, he…

Filmen en zo

Deze voormiddag was er een algemene personeelsvergadering, deze namiddag stond ik op school, samen met een collega, om nog maar eens te filmen. Deze keer zonder Fluxlab, wel in eigen beheer. Het was dan ook een pak minder ingewikkeld en minder dwingend. Waar de OpenSchoolDag echt recrutering is en het voortbestaan van onze school waarborgt, is dit gewoon informatie voor onze bestaande leerlingen over hun mogelijke studiekeuzes.

Normaal gezien steken we dat in een saaie infoavond: een half uur algemene uitleg door de directie en dan nog een uur de mogelijkheid om vakleerkrachten te spreken. Op zich was er geen reden om daarvan af te wijken: een half uurtje een opname van de mogelijke studierichtingen en daarna mogelijkheid om via Teams de vakleerkrachten te spreken. Meer moet dat namelijk niet zijn: kort en krachtig en vooral buitengewoon informatief.

Enfin, ik had toegezegd om zelf te filmen, en van het beeld was ik redelijk zeker, alleen wist ik niet of ik het geluid voldoende ging kunnen capteren. Fluxlab heeft daar aparte richtmicrofonen of zelfs reversmicrofonen voor. Hmm.

En toen was er Ruben, een van de collega’s die vooral fysica geeft, maar stiekem ook een muziekopleiding heeft en vooral een eigen opnamestudio heeft thuis. Toen ik hem aansprak over de juiste microfoons, bood hij meteen aan om het geluid voor zijn rekening te nemen. Je kan echt niet geloven hoe opgelucht en blij ik was, hij heeft meteen mijn dag toen goedgemaakt.

Deze namiddag kwamen we de overgang van één naar twee filmen, en de overgang van tweede naar derde graad. Die van eerste naar tweede graad zal voor na de vakantie zijn, want dat is nog maar net goedgekeurd en moet nog uitgewerkt worden.

Toen ik toekwam met ringlight, camera en toebehoren zat Ruben al volledig geïnstalleerd met verschillende microfoons en mengpaneeltje, I kid you not. We hebben er het licht bijgezet, de camera’s opgezet, vastgesteld dat mijn iPhone 11 echt nog het beste beeld gaf met dat touchscreen, een tweede camera opgesteld, en toen gaf ik eigenlijk gewoon de leiding door aan Ruben, want die wist veel beter dan ik wat hij aan het doen was.

Tegen goed drie uur stond alles erop en zag Ruben het ook zitten om alles te mixen en af te werken tot een bruikbare film van een half uurtje.

Echt.

Om mooie resultaten te behalen hoef je zelf niet veel te kunnen, maar je gewoon weten te omringen met de juiste mensen.

Ongelofelijk waar. En een serieuze last die van mijn schouders valt.

De Relieken part 3

Eergisteren was ik al een eind rond Deinze gaan fietsen voor de geocachingreeks De Relieken, vandaag breide ik daar nog een vervolg aan. Dat prachtige weer kan je nu eenmaal niet verloren laten gaan, toch?

Intussen had ik de raadsels die ik nog miste, kunnen oplossen dankzij medecacher Bergloper, en parkeerde ik opnieuw aan de kerk van Poesele. Vol goeie moed – het was alweer na drieën – stapte ik de fiets op, en meteen ook weer af: de ketting lag eraf! Op zich totaal geen probleem – ik kan een ketting met behulp van twee stylo’s of stokjes weer opleggen zonder mijn handen vuil te maken – ware het niet dat mijn ketting volledig in een plastieken omhulsel zit. En dat die kettingbeschermer stevig vastgevezen zat met inbusvijzen. Grr.

Ik keek rond en spotte wat verderop een camionette van een schilder/behanger. Ik daarnaar toe, want de garage stond open en de man in kwestie was effectief aan het behangen. De dame des huizes vertrok net richting kine en kon me niet helpen, maar hij had wel een alaambak bij. Helpen kon hij niet, want al behangend kon hij zich echt niet permitteren zijn handen vuil te maken. Begrijpelijk. Maar ik mocht dus wel het juiste sleuteltje uit zijn werkbak vissen, en ik toog aan het werk. Gene zever: het heeft zeker tien minuten geduurd voor ik die rotbeschermer los kreeg. De ketting zelf lag er op twee seconden weer op, dat wel. Maar die beschermbak terug op zijn plaats krijgen duurde nog eens tien minuten en mijn handen waren pottezwart. Ugh. Gelukkig kon de behanger me wel een vod geven, waarmee ik het ergste van mijn handen kon krijgen. Me binnenlaten kon hij uiteraard niet, zeker zonder de aanwezigheid van de eigenaars. Maar bon, iets over half vier kon ik alsnog op de fiets stappen, iets minder fluitgeneigd dan daarvoor.

Ik fietste doorheen de velden, stapte elke 200 meter af om een cache te zoeken en gelukkig ook te vinden, fietste verder, genoot van het mooie weer, fietste vooral ook langs de vaart, merkte dat die wind toch wel stevig was en dat het uiteindelijk toch wel meer dan frisjes begon te worden, en was blij dat ik tegen zessen terug aan de auto was. Opnieuw heerlijk uitgewaaid, heerlijk ontspannen, en blij dat ik van dat laatste goede weer had genoten.