Telbureau

Yup, ik was dus opgeroepen om te gaan tellen vandaag. Ik had wel bezwaar ingediend met een foto van mijn rug en alles, maar blijkbaar weegt dat niet voldoende door om toch niet te moeten gaan. Ik moet echt werk maken van dat gehandicaptenstatuut.

Bon, kwart voor drie stond ik in de Wispelberg en kon ik me aanmelden. Er worden telkens acht mensen door de voorzitter effectief opgeroepen waarvan er zes (vijf + de voorzitter) dienst moeten doen. Twee mensen zijn niet opgedaagd, waardoor we daar met zijn zessen zaten voor vijf plaatsen. Tsja.

Drie mensen zeiden onmiddellijk dat ze wel gingen blijven, één dame zei dat ze ook een hernia had (ik moest me inhouden om niet cynisch in de lach te schieten, maar een hernia kan ook zeer belastend zijn – ik weet het, ik heb er ook twee bovenop de ruggengraatverschuiving) en één dame zat thuis in de problemen omdat haar man zijn voet had gebroken en nu alleen thuis zat met twee kleine kinderen.

We gingen lootje trekken, de dame met de kinderen en ik, maar toen zei ze dat ik toch mocht vertrekken. Ha ja, ik had ook duidelijk gemaakt dat ik een uur of twee-drie wel volop ging kunnen meedoen, maar dat het niet echt langer dan dat ging lukken zonder te gaan liggen af en toe. Dat is helaas niet eens overdreven, dat zou ook gewoon echt het geval geweest zijn.

Ik voelde me er toch wel wat ongemakkelijk bij, maar bedankte hen uit het diepste van mijn hart, en vertrok. Bij deze nog eens, leden van telbureau 28 A: bedankt. Echt waar.

Ik ben dan maar heel eventjes verder gefietst naar het ziekenhuis waar mijn pa nog een paar dagen zit, en heb er met hem een taartje gegeten in de cafetaria. Hij had er oprecht deugd van.

Daarna fietste ik gezwind weer naar huis om er plat in de zetel nog wat schoolwerk te doen. De rug vond het welletjes.

Verjaardagsfeestje

Voor sommige verjaardagsfeestjes durf ik al eens een eindje rijden. Naar Ranst, bijvoorbeeld. In maart 2015 had ik dat al eens gedaan voor Dave’s veertigste verjaardag, vandaag vierde Veerle die van haar, en ik was andermaal uitgenodigd bij hen thuis.

Het werd een fijne avond, met een vuurkorf op hun terras, en alle larpers die daar eigenlijk in gala rond zaten. Het thema was James Bond, en dat werd door sommigen vrij letterlijk genomen: Bart was er als Blofeld met twee witte poezen ^^

Zoals altijd werd het vrij laat en was ik tegen drieën terug thuis. Tsja, dat komt ervan als al die vrienden op een uur rijden wonen. Maar het was een aangename, ontspannende avond, en meer moet dat niet zijn.

Voorlezen

Nog steeds lees ik elke dag voor aan Merel bij het slapen gaan. Nu ja, elke dag, toch elke avond wanneer ik thuis ben om haar in bed te stoppen.

Bij de jongens heb ik dat nooit zo lang volgehouden, ik weet eigenlijk niet goed waarom, want ik doe dat eigenlijk wel graag. Eerst kwamen zowat alle boeken van Roald Dahl aan de beurt, en af en toe iets anders. Aangezien de Dahls op waren, zaten we bij David Walliams, maar die leest ze nu liever zelf. We hebben ook al een van de grote sprookjesboeken gelezen. En nu, nu zijn we bezig in De Wind in de Wilgen, de klassieker van Kenneth Grahame. Die kan ze uiteraard ook al helemaal zelf lezen, maar ze vindt het leuker als ik bij haar onder haar deken kruip, met enkel het nachtlampje aan, en dat ze dan zachtjes kan liggen luisteren.

En het is dan supermooi om te zien, wanneer ze met haar poppen speelt, dat die ook verhaaltjes krijgen. Simpelere verhaaltjes, want de poppen zijn kleiner en het mag niet te moeilijk zijn, legt ze dan uit.

Mooi, toch?

Fietstochtje naar het werk

Wanneer ik met de fiets naar en van school kan gaan, maakt me dat ongelofelijk… blij, tevreden, vrolijk, zen, noem maar op.

Mijn fietsroute is dan ook zalig: doorheen de wijk, en dan het park van De Lange Velden in – officieel het Ter Durmenpark – waar Stad Gent een prachtig fietspad heeft aangelegd. Dat sluit aan op een rustig baantje dat parallel met de R4 loopt, achter ofwel een aarden wal, ofwel nog een stuk land, en dan verder een andere wijk door, over de brug, doorheen nog een park, tot aan de school.

Ik heb er vandaag een klein stukje van gefilmd, maar het mooiste stuk staat er eigenlijk nog niet op. Dat zal ik wel eens filmen in de andere richting, ’s morgens, wanneer het zomer is en alles in volle bloei en blad staat.

Maar met deze route begrijp je wellicht wel waarom ik hier zo graag fiets.

Vooroordelen

Eigenlijk zijn vooroordelen toch een gemeen beest…

Daarstraks reed ik weg van de Delhaize toen ik plots dacht dat ik nog bloemen wilde van de bloemenwinkel die op hetzelfde terrein ligt. Ik sla, nog op het parkeerterrein, rechtsaf, kijk dus opnieuw uit naar een parkeerplaats en rijd vrij traag. Op het moment dat ik links een plekje zie, pink ik naar links en wil inslaan. Op dat moment vlamt een witte sportieve auto me links voorbij, waarbij ik me zowat een ongeluk verschiet én bijna een ongeluk veroorzaak. Geschrokken hamer ik op mijn toeter.

De witte auto stopt een paar meter verder en een jonge gast mét petje stapt uit. “Lap” dacht ik, “dit wordt een geval van verkeersagressie” en ik zet me mentaal al schrap.
Maar nee, de jongeman komt op me toe en verontschuldigt zich uitgebreid. Hij had me naar rechts zien pinken – die pinker moet nog even aangestaan hebben – en dacht dat hij probleemloos links voorbij kon. Het pinken naar links had hij effectief niet gezien. Ik heb me verontschuldigd voor het getoeter en zeg dat ik gewoon gigantisch geschrokken was.

Hij geeft me nog net geen knuffel, lacht breeduit, verontschuldigt zich nogmaals en stapt opnieuw in.

En ik ben een illusie over mezelf armer: blijkbaar ging ik ervan uit dat een jonge gast met sportauto en petje net iets agressiever ging zijn. Tsja…

Met een beschaamd gevoel reed ik naar huis.