Deze ochtend, in een stralend Kyoto, stond ik iets voor acht al in de tempel naast het hotel. Ha ja, die was gisteren al dicht, en ik vond het nu toch te onnozel dat we heel Kyoto afgekletst waren om dan die tempel naast de deur te negeren. Het was overigens een bijzonder grote tempel, met twee grote hallen. In de ene was een dienst bezig en kon ik even niet binnen. Het was wel mooi om al die monniken in hun zwart-witte pijen te zien, maar uit respect heb ik ze niet op foto. En eigenlijk vond ik deze tempel veruit de mooiste…
Om kwart over acht zat ik met de rest van het gezin aan het ontbijt, waar Kobe zich de ochtendlijke, vers in de steenoven gebakken pizzaatjes liet welgevallen. Yup, een bijzonder fijn hotel, dit is top. Jammer dat we weg moeten dus…
Maar om kwart over negen werden we verwacht in het Samourai & Ninja Museum voor een rondleiding en een initiatie zwaardvechten. We kregen allemaal een gi en een hakama aan, mochten even met echte zwaarden poseren, en kregen dan een houten zwaard om een aantal basis kamai’s aan te leren. Mijn rug vond dat niet zo wijs, zodat ik de oefenposes niet mee deed, alleen de stukjes op snelheid. Ha ja, ik heb niet voor niks zo veel jaar nin jitsu gedaan, en de basis kwam snel terug, ja. Wel eens amusant.
Aansluitend gingen we met onze volle rugzakken – de valiezen hadden we gisteren al richting Hiroshima gestuurd – de bus op naar het station. De shinkansen allemaal goed en wel, maar je verliest telkens wel een uur tussen reservatie en effectieve rit, en door de JR railpas kan je niet onlin reserveren. Nu, deze keer konden we die tijd goed gebruiken door in het station – denk: gigantisch winkelcentrum en talloze restaurantjes, in vrijwel elke stad – een Italiaans pastaatje te gaan eten.
En dan dus een tweetal uur de trein op, naar Hiroshima – met de klemtoon op de o, niet de i. Voor wie zich afvraagt of je dan niet gewoon gezellig naar buiten kan kijken om te genieten van het landschap: dit is wat je meestal ziet. Ik heb drie willekeurige foto’s genomen.
Maar bon, tegen een uur of drie waren we in het Hilton in Hiroshima. Zeker geen slecht hotel, verre van, maar niet te vergelijken met de prachtige Japanse stijl van het Kanra in Kyoto. We zaten op de 17de verdieping, wat wel een fijn uitzicht gaf.
Waar we deze ochtend in Kyoto nog in de stralende zon liepen en we het eigenlijk nog vrij warm hadden, zaten we hier in de regen. Dat lieten we niet aan ons hart komen: goed voorzien namen we de bus richting Hiroshima Memorial Museum, en ja, dat kwam even hard binnen. Zelden zo’n stilte geweten in een zo enorm druk museum, want ook hier was het aanschuiven. Maar die beelden, die foto’s, die voorwerpen, die massale vernietiging en dat onnoemelijk leed…
In de plensende regen liepen we verder langs de monumenten, onder andere langs het Children’s Monument met de talloze kraanvogels, en langs de Koepel, het enige gebouw in de buurt van het hypocentrum – hypo betekent onder, want de bom is in de lucht ontploft – dat min of meer is blijven rechtstaan. Aangrijpend, stuk voor stuk.
Nat gingen we terug naar het hotel, om daar dan ter plekke iets te eten. We waren niet onder de indruk: kleine porties zodat we allemaal nog een dessert namen, en bovendien echt wel duur. Maar wel gemakkelijk en droog, natuurlijk.
En buiten was intussen de natte nacht gevallen over Hiroshima.
15.000 stappen.










