Murphy en zwembaden

Serieus zeg. 25 graden? 30 graden???

Allez, niet dat ik niet content ben, ik geniet keihard van deze enthousiaste nazomer, ge gaat mij niet horen klagen.

Maar vorige week zaterdag besloot ik dat het zwembadseizoen voorbij was, en heb ik het zwembad laten leeglopen. Zondag hebben we het dan met man en macht schoongemaakt, afgebroken en laten drogen. En dat echt wel met man en macht: we hebben allemaal een stuk gedaan en vooral de zeilen doe je niet eventjes op je eentje.

Het zwembadwater was gewoon vuil: het grootste deel van de maand augustus was het nu niet echt zwembadweer geweest, en aangezien mijn rug het opgegeven had, had ik het ook niet onderhouden en proper gemaakt. En blijkbaar de kinderen ook niet. Tsja.
Met enige moeite en de nodige producten had ik het wel weer bruikbaar gekregen, maar goh, begin september, ik zag daar zo het nut niet van in. En goed weer ging het toch niet meer worden, dacht ik zo.

Meh.

Aan de andere kant: ik heb nu wel mijn terras terug.

 

Donderdagse lunch

Op donderdag moet ik maar twee uurtjes lesgeven – van 9.20 uur tot 11.00 uur met dan nog een uur permanentie erna. Dat zorgt ervoor dat ik om 12.05 uur de school kan verlaten.

Véronique heeft op donderdag ook maar twee uurtjes les, maar helaas voor haar liggen die niet zo fijn: een uurtje van 11.15 uur tot 12.05 uur en dan van 13.50 uur tot 14.40 uur. Ze komt ervoor speciaal uit Ronse en is zowat haar hele dag kwijt. Ze hoopt dan ook dat met het nieuwe lesrooster in oktober die twee uurtjes weggewerkt zullen worden.

Ik, daarentegen, vind die twee uurtjes met die lange middagpauze eigenlijk helemaal niet erg: dan kunnen we samen lunchen! Om half één stond ik dus aan het STAMcafé, niet ver van haar school, en zat zij al prinsheerlijk op mij te wachten op het terras.

Ik at er toch wel zeer lekkere garnaalkroketten met een slaatje, en zag dat het meer dan goed was.

Ik gun Véronique van harte een verplaatsing minder, maar zelf vond ik het eigenlijk wel zalig, zo’n donderdagse lunch.

Uitslag van de scan

Gisteren een afspraak bij de rugspecialist, en die was – zoals gewoonlijk – nogal rechtlijnig en direct. Zo heb ik het graag, overigens.

Eerst het goede nieuws: de twee hernia’s houden zich koest en zien er behoorlijk uit. Voor mijn leeftijd en algemene toestand van de rug zijn die niet zorgwekkend, hooguit vervelend bij momenten.

Helaas was er ook ander nieuws:  er zit een zware ontsteking, een stressreactie op de ruggengraatverschuiving. Er zijn voortdurend microverschuivingen van die twee wervels tegen elkaar, de discus is zo goed als volledig weg, en dat zorgt voor de pijn. Aaneengroeien zal op die plaats nooit gebeuren, aangezien er altijd druk op staat en er dus die microbeweging is.


Hij nam er prompt zijn ruggengraat bij en sprak van lordose en hyperlordose. Lordose is de natuurlijke kromming van de ruggengraat die ter hoogte van de lendenen en het sacrum naar voor bolt. Bij mij is dat, door de verschuiving, een hyperlordose: alles staat gewoon te veel naar voor, waardoor de rest van mijn rug en spieren voortdurend moeten compenseren. Mijn lijf heeft ook voortdurend de neiging om naar voor te vallen en wanneer ik rechtsta, is het voortdurend naar een evenwicht aan het zoeken. Doordat ik geen natuurlijke balans heb, doet rechtstaan pijn. Zitten is beter, aangezien het lichaam dan geen balans moet zoeken, en stappen valt ook mee, omdat je dan sowieso voortdurend aan het balanceren bent. Ik moet toegeven: één en ander werd me meteen ook duidelijker.

Op mijn vraag legde hij me ook uit wat een operatie – die voorlopig niet aan de orde is – zou inhouden, en het is geen lolletje, met 10 procent kans op verslechtering of zelfs verlamming. Tien procent, ik vind dat veel, ja.

Maar bon, wat moet er nu concreet gebeuren? Tien dagen zware Medrol zou het voorlopig moeten oplossen en zou me mijn bewegingsvrijheid moeten teruggeven.
Maar er zal wellicht een tijd komen dat de pijn constant blijft, en dan moeten we verder kijken. Zucht.

Maar momenteel zijn er dus geen verdere bijkomende complicaties, geen zwaardere hernia’s, geen verdere artrose of een verdere verschuiving. Da’s toch alweer dat.

Onverwachte pancakes

Op maandagmorgen eten we hier eigenlijk altijd cornflakes: het brood is standaard op op zondagavond.

Gisteren moest Kobe het eerste lesuur niet op school zijn: zijn leerkracht was ziek. Toch is hij mee opgestaan om zeven uur om voor een verrassing te zorgen: pancakes! En voor u zegt: waarom moet dat in het Engels, dat zijn toch pannenkoeken? Nee hoor, pancakes zijn van die kleinere dikkere Amerikaanse dingetjes die supermakkelijk zijn om te maken: alle ingrediënten in de blender, even mixen, en bakken.

Ik vond het zalig, die zoon van me. En het fijnste? Ik heb er niet naar moeten omkijken, gewoon mijn voeten onder tafel steken en eten.

Toch een heerlijke start van de werkweek, me dunkt.

Lectuur: “Heart of Darkness – Amy Foster – The Secret Sharer” van Joseph Conrad

Tussen al het fantasygeweld door probeer ik toch nog gestaag verder te lezen aan de infame, apocriefe BBC-lectuurlijst.

Deze keer was mijn lodderig oog gevallen op de absolute klassieker “Heart of Darkness” van Joseph Conrad. De titel alleen al deed me vermoeden dat ik ook hier geen jolige lectuur voorgeschoteld ging krijgen, en dat vermoeden werd bewaarheid.

Het hoofdpersonage Marlow vertelt van zijn zeer vreemde reis naar Congo in dienst van de Union Minière, jawel, het Brusselse bedrijf dat slavernij en uitpersing tot zijn handelsmerk maakte. Hij wordt er aangenomen als kapitein van een rivierboot die ivoor moet ophalen in de lokale handelsposten en naar de haven brengen. Het is een relaas van uitbuiting, van verregaande corruptie waardoor zijn boot makkelijk een paar maanden stil ligt wegens het ontbreken van onderdelen, en geen haan die ernaar kraait. Maar het is vooral een verhaal over reputatie: hij reist ene Kurtz achterna die blijkbaar een genie is als het op ivoor aankomt, maar zichzelf als een god voordoet bij “die achterlijke zwarten” en eigenlijk vooral stapelgek blijkt te zijn.

We volgen Marlows gedachtegang en daar is bijvoorbeeld nauwelijks conversatie tussen hem en Kurtz opgenomen. Maar hij beschrijft wel wat hij ziet en hoort, hoe bevreemdend alles is, en hij vraagt zich af of hij ook zelf niet gek aan het worden is.

Het is een… verontrustend, beangstigend boek dat vooral ook de wreedheden van Leopold II en co in de verf zet zonder dat expliciet te doen. Het is net dat… casuele, dat vrijblijvend racisme dat de tijdsgeest weerspiegelt, dat het boek zo indringend maakt. Het heeft zich in elk geval een tijdlang in mijn geest genesteld, geloof me. Een aanrader, maar liefst niet als je je al ietwat depressief voelt, me dunkt.

Mijn ebookversie knoopte daar ook nog “Amy Foster” aan vast, een kortverhaal over, jawel, racisme. Een schipbreukeling met Indische roots komt op het platteland terecht, met alle desastreuze gevolgen vandien. Ook een doordenker.

Het derde verhaal in mijn ebook was “The Secret Sharer”, opnieuw een kortverhaal over een zeeman die onopzettelijk iemand anders heeft vermoord, zijn schip kan ontvluchten en als verstekeling ontdekt wordt door de kapitein van een ander schip. Die ziet in hem een verwante ziel, een Döppelganger, een spiegelbeeld, en besluit hem verborgen te houden.

Alle drie de verhalen zijn een aanslag op je psyche: Conrad doet je nadenken over de inherente waanzin van de menselijke geest, over vooroordelen, eerste indrukken, racisme, perceptie en het verdraaien van waarheden.

Zoals gezegd: korte, maar indringende lectuur voor de stevigen van geest. Zalig voor een donkere winteravond, met de haard, een paar kaarsjes en een goed glas wijn. En bij voorkeur dan nog een uurtje stilte om na te denken over wat je nu net hebt gelezen.