Sad Kobe

Toen ik gisteren aan Kobe vroeg of hij al fagot had gespeeld, antwoordde hij zonder verpinken: “Ja hoor, terwijl jullie gaan fietsen waren”. Alleen was hij een klein beetje vergeten dat wij hier een aantal sensoren hebben staan, waaronder een geluidssensor, en dat ik dus toch wel redelijk zeker was dat hij dat niet had gedaan.

Had hij dat meteen toegegeven, dan had hij gewoon moeten spelen en was daarmee de kous af geweest. Maar liegen? Nee. Gewoon nee. En dus mocht hij vandaag geen schermen.

Ik ben wel in de lach geschoten toen hij deze morgen beneden kwam.

Ach, zo lang heeft het allemaal niet geduurd, want zijn allerliefste broer kwam heel liefjes vragen, zo rond een uur of zes, of Kobe toch niet mocht spelen, want hij had hem nodig in zijn computerspel. Tsja…

Het park

Was ik dinsdag in Gent zelf gaan rondfietsen om er mijn caches in orde te zetten, dan was het vandaag de beurt aan de caches in en rond het Claeys-Bouüaertpark. Alleen, daarvoor had ik een van de jongens nodig, want een van de caches die regelmatig gemolesteerd wordt, is eentje die op vijf meter hoog in een boom hangt, en die kan ik dus niet zelf in orde zetten.

Soit, Wolf en ik de fiets op, Merel achterop, en wij naar het park naast de school, zo’n vijf kilometer. We hebben het hele rondje gecontroleerd, papiertjes vervangen, en die in de boom effectief steviger en iets hoger vastgehangen en voorzien van vers papier en een dekseltje. Met dank aan Wolf die vakkundig de boom in kon.

Oh, en in het passeren hebben we ook nog de brieven naar oma en opa gepost. Ik lag wel strijk: geen van drie had ook maar enig idee waar je precies het adres schrijft en de postzegel plakt, en aan het postkantoor wist Wolf ook niet wat hij precies met die brief aanmoest. Gewoon in de brievenbus steken, uiteraard. Sign of the times, zeker?

Conference call, iemand?

Alweer prachtig weer vandaag, en ik had zin om opnieuw te gaan rondfietsen, maar helaas, er was een vergadering van het Certaminacomité gepland om 14.00 uur. Een en ander liep mis voor mij qua uitnodiging en het was vrijwel drie uur vooraleer ik erbij geraakte.

Er werd gepalaverd over jurering, over het afgelast zijn van de internationale wedstrijd en dus ook de reizen, en of de winnaars dan niet op citytrip konden gaan in september. Over de organisatie van de prijsuitreiking – waarbij niemand er oren naar had dat ook die misschien niet zou kunnen doorgaan wegens begin mei, maar bon – en over de beloningen. Vooral ook over het financieel verslag en de subsidies en dergelijke.

Enfin, drie uur later, iets over zes, was ik horendol en had ik het wel zo’n beetje gehad, ja. Ik heb medelijden met mensen die voor hun werk continu van die conference calls moeten doen, zoals Bart. Hondemoe word je daarvan, echt, veel lastiger dan een echte vergadering.

Pff.

Toertje van mijn caches

We moeten binnen blijven om sociaal contact te vermijden, maar tegelijk wel zo veel mogelijk buiten in open lucht vertoeven. Mja, lijkt me ideaal om te gaan geocachen op je eentje of met het gezin, zo lang je dan maar je handen wast na elke cache.

Dit leek me het ideale voorwendsel om vandaag de fiets op te springen en al mijn caches eens aan een onderhoud te onderwerpen: sommige zijn verdwenen, van anderen is het niet zeker of ze er nog wel zijn, en nog andere hebben een nieuw logrolletje nodig.

Ik fietste dus vrolijk naar de Gaardeniersbrug en stelde vast dat de cache aldaar inderdaad pootjes had gekregen. Nieuw exemplaar dus. Dan ging de tocht verder naar de Reke, de Sint-Jorissluis die effectief ook verdwenen was, maar dat was me gemeld. Nieuw exemplaar dus. Ik fietste verder naar de Kasteelsluis en zag dat die nog in orde was, en ging dan de kaai af tot aan de Brusselsepoortsluis die ook nog zat waar hij moest zijn. Langs het Keizerspark ging het terug richting Gentbruggesluis die ook verdwenen was en dus ook een nieuw exemplaar kreeg.

Van daaruit dook ik weer de stad in – vrijwel autovrij, heerlijk – om naar de Oude Beestenmarkt te rijden voor de Scaldissluis. Die cache was er wel nog, maar moest hersteld worden. Ik haalde de duct tape boven en hing die aan een haakje, terwijl ik nog bij mezelf de bedenking maakte dat ik die ging vergeten.

Bon, dwars door de stad naar de Sint-Agnetesluis aan de Coupure, want ook die was gemeld als verdwenen. En effectief, de cache daar zat aan de dop van een paal en die was deze keer met dop en al verdwenen. Komt dat tegen!

En jawel, wat geraadt gij? Mijn duct tape die ik nodig had om een nieuwe cache te fabriceren, hing nog op dat haakje aan de Reep. Allez bon, terug de fiets op, terug naar de Scaldissluis en dan opnieuw naar de Coupure. Cache gerepareerd en dan opnieuw dwars door de stad richting de Wiedauwkaai, want ook daar zat nog een cache die ik wilde nakijken, maar hij zat nog netjes waar hij thuishoort.

En dan fietste ik vrolijk via het nieuwe fietspad dwars door de Wondelgemse Meersen naar het Gaardenierspad en zo verder naar huis. Ik zat aan een goeie 30 kilometer, niet slecht, dacht ik zo.

Game room

Het is al lang dat ik denk dat we iets moeten doen met mijn gigantische slaapkamer boven. Oorspronkelijk was die ingericht als kantoor voor Barts beginnende bedrijf – ja, dat is echt bij ons op zolder gestart, ja.

Intussen is dat bedrijf gigantisch gegroeid en ettelijke keren verhuisd, en is de ruimte boven door ons ingepikt als reusachtige slaapkamer. Aan de ene kant stond ons bed, een aantal ingemaakte boekenkasten en gewone kasten, een boekenkast met zo’n 1000 strips en een oude tv.

In het midden staat er een vierkante pilaar die eigenlijk de schouw van de kachel is, en is er ook nog de  trap die uitkomt. Aan het ronde venster is er een verhoog waar Merel een heus restaurantje heeft ingericht. In 2016. ’t Is niet alsof ze er nog veel speelt, maar bon.

En de andere kant, tsja, daar deden we eigenlijk niks mee. Er staat een grote kleerkast van zowel Bart als mij, een tweezit die dienst doet als stortplaats voor larpkleren, een eenzit, een salontafeltje vol gerief dat naar de zolder moet, mijn oude stereo van 35 jaar oud maar mét platenspeler, en een keukenblokje met een pompsteen met koud water en een ijskastje dat prima werkt maar vooralsnog niet aan ligt. Langs de trapleuning is er nog een boekenkastje, en daarbovenop ligt het altijd vol met rommel en kleren die van beneden komen en in de kast moeten.

Ik stelde voor aan de jongens om er een game room van te maken. Op voorwaarde dat eerst de larpkamer werd uitgemest, want anders konden we het larpgerief dat in de kamer gesmeten was, niet opruimen.

Aldus geschiedde.

De larpkamer werd bijzonder grondig aangepakt, al het zoldergerief werd op zolder gelegd, de kleerkasten werden verschoven, alles werd schoongemaakt, opgeruimd en gestofzuigd, twee bureautafels die in de larpkamer stonden omdat ze ooit als laboratorium dienst deden, werden eruit gesleept, net zoals de bureaustoelen, een tapijt van Nelly werd netjes op de grond gelegd, de ijskast opgestart en opgevuld, extra schermen en toetsenborden aangesleept, en de game room was een feit! Ze kunnen er ongestoord zitten gamen met het geluid aan, er is ruimte voor drie computers en een extra scherm om vanuit de zetel op de Switch of de Playstation te spelen, en ze storen er vooral niemand. Oh, en er is een zware verwarming/airco voorzien, nog uit de kantoortijd.

Een hele verbetering, als je het mij vraagt, en vooral ook een goed begin van de quarantantie.