Zinloze vaststelling van de dag

Wat ik me daarnet heb zitten bedenken: onze hond – een stevige, 11 jaar oude maar zeker niet obese labrador – weegt evenveel als onze twee kinderen samen.

Gek eigenlijk, nee?

Tweiclub

knitting-gift1Ik had het al een hele tijd geleden gezegd, en nu maak ik er werk van: de Twitter breiclub, ofte kortweg de Tweiclub. Het is de bedoeling om lekker informeel samen te komen, te kletsen, en vooral te breien. Alle vormen van handwerk zijn trouwens ok, dus ook naaiwerk, borduren, haken, kantklossen…

Wie is er welkom? Iedereen, al heb ik vooral een publiek voor ogen dat twittert of blogt, en dat dan ook doet daarover (geen verplichting). Mannen zijn uiteraard welkom, zolang ze ook meedoen aan het breien/whatever, en niet zomaar als excuus. Leeftijd speelt geen enkele rol, gevoel voor humor wel :-p

De eerste bijeenkomst zou nu donderdag 12 maart zijn, acht uur, bij mij thuis. Ik kan drank en chips voorzien, maar je zal wel zelf glazen en zo uit mijn kast moeten halen, want ik loop nog steeds op krukken :-p

Als je wil komen, laat dan een commentaar achter, bij voorkeur met een emailadres, zodat ik je kan verwittigen.

Hopelijk tot dan!

Operatie – the update

Gisterenavond opnieuw naar de orthopedist geweest, op controle. Het begon eigenlijk al goed in de wachtzaal: blijkbaar had hij een achterstand opgelopen, iets wat niet van zijn gewoonte is. Er zaen dus wel wat mensen voor ons, en ik nam dus een tweede stoel om mijn been op te leggen. Wouter kwam een volgende patiënt halen, zag me zitten, en schoot in de lach. Iets wat verbazing wekte bij de andere wachtenden: blijkbaar was hij bij hen iets… gereserveerder :-p

Bon, toen het eenmaal aan mij was, knipte hij gezwind het plaastergeval van rond mijn been, en maakte het verband los. Ik zag een snee van ongeveer vijf centimeter, stevig dichtgenaaid, met wat opgedroogd bloed en korstjes. Bart ging prompt zitten, voor hem hoefde het al niet meer. Mijn voetzool stond wel nog behoorlijk dik, een centimeter meer dan normaal, en voelde bijzonder raar aan, precies nog half verdoofd. Wouter depte de wonde met desinfecterend spul, en verklaarde dat het er allemaal bijzonder goed uitzag, precies zoals het hoorde.
Door het drukverschil, de pijn van het deppen en het zicht trok ik wat witjes weg, zo merkte ik aan de reactie van beide heren, die me bezorgd vroegen of het ging en ik niet wilde liggen. Ja, ik voelde me wat misselijk, maar het ging wel.

Daarna werd er een bijzonder licht verband om mijn enkel gedaan, met een gaasje op de wonde, meer niet. Normaal gezien zou hij de voet weer in het gips steken, maar aangezien ik nog steeds de fameuze diabeteslaars liggen heb, mag ik die gebruiken. Op die manier kan ik iets comfortabeler douchen (zeker van zodra de wonde deftig dicht is), en kan ik ook beter slapen. Alhoewel… Mét laars is het moeilijk om te slapen, omdat het ding groot en zwaar is. Zonder laars doet het pijn, dus ideaal is het niet, maar het zal snel beteren.

In elk geval ben ik blij dat ik die laars heb: ik kan mijn voet en been wassen, ik kan krabben, en ik kan slapen 🙂

Blogroll

Aangezien mijn blogroll hopeloos verouderd is: bestaat er een manier om vanuit een feedreader als Bloglines automatisch te importeren naar WordPress? Of moet ik het effectief allemaal handmatig doen?

Folie FTW!

Voor al wie met één of ander lichaamsdeel in het gips zit en toch graag zou douchen, heb ik maar één woord: vershoudfolie! (Of plastiekfolie of shrink wrap, hoe je het ook wil noemen.)

Je moet er niet mee in bad gaan zitten of rechtstreeks onder de waterstraal gaan staan, maar het houdt wel alle opspattende water weg.

Yay voor folie!

Venus

venus

Wanneer ik, bij het sluiten van de gordijnen, nog even naar buiten kijk, zie ik boven de zuidwestelijke huizen een helderwitte ster staan stralen. Boven de einder is het nog net niet helemaal donker, en daarom kan ik de rest van de sterren (nog) niet zien.

Ik weet dat ik naar Venus sta te staren, en ik ben me er, een ondeelbaar moment, van bewust hoe klein ik wel ben.

En dan sluit ik met een ruk resoluut de gordijnen. In mijn eigen universum ben ik God. Toch voor een enkel ondeelbaar moment.

Vrienden versus kennissen

Vandaag is me het verschil tussen vrienden en kennissen nog maar eens duidelijk geworden.

Ja, op facebook heb ik intussen meer dan 600 ‘vriendjes’. Daar zitten echte vrienden tussen, maar vooral veel kennissen, collega’s, blogosfeervrienden, leerlingen en larpers. Ik ga er wel prat op dat ik hen moet kennen, al was het maar van puur online. Ik moet hen onmiddellijk kunnen thuisbrengen, en er net iets meer over weten dan enkel hun naam. Het overgrote merendeel valt dus onder de categorie ‘kennissen’.

Want vrienden, dat heb ik me vandaag nog eens gerealiseerd, zijn die mensen bij wie ik mezelf ben en kan zijn. Màg zijn, ook. Diegenen die me vaak al lang kennen, en bij wie ik geen blad voor de mond neem, en vooral aan wie ik probleemloos mijn emoties kan tonen. Want, hoe open ik ook lijk, ik steek heel veel van mezelf weg. Zoals iedereen, veronderstel ik.

En dan duikt er plots weer iemand op die ik al jaren ken, die ik een beetje uit het oog verloren was, maar die ik eigenlijk wel tot mijn vrienden reken. En dan kan het me niet echt schelen hoe ik eruit zie, en zitten we twee uur vol te kletsen over emoties en gevoelens. Gewoon, samen in de zetel.

En weet je? Dat doet deugd -)

Lente

De zon schijnt, en half Vlaanderen zit in zijn tuin. Zelfs Wolf kwam me daarnet vragen of hij buiten mocht spelen. Dat mocht, want hij was van plan een beetje heen en weer te fietsen op het voetpad. Het gras ligt er namelijk nog modderig bij, en ook de speeltuigen zijn nog wat vuil.

Maar de lente komt er onmiskenbaar aan:  daarnet zaten er drie mussen in de struik voor het raam te spelen en te fluiten, een paar dagen geleden (in de gietende regen) vloog een dikke vrouwtjesmerel rond met stro in haar bek, en ik heb net opgemerkt dat de vlinderstruik al vol kleine blaadjes staat.

De hond wil voortdurend buiten, en overal lopen wandelaars te genieten van de zon.

En ik? Ik zit languit in de zetel, en kijk verlangend naar buiten. Het gras is altijd groener aan de overkant, nietwaar?

Laptop

Ik heb al een jaar of twee een laptop. In het begin heb ik hem voortdurend meegesleept naar school, maar intussen heb ik een vaste PC met uitstekende internetverbinding in mijn lokaal, zodat dat niet meer hoeft.

Het ding ligt sindsdien voor het merendeel van de tijd in een schuif. Uiteraard gebruik ik hem wel af en toe, op reis bijvoorbeeld, of in de zomer als ik buiten wil zitten bij de kinderen. Hij heeft ook al gediend als depannage bij Netlash (toen de nieuwe computers nog niet waren toegekomen en de stagiair zonder computer zat), of om een vriendin uit de nood te helpen bij een acute laptopcrash.

Maar de laatste paar dagen weet ik bijzonder goed waarom ik het ding heb: ik geniet er immens van! Ik zit in de zetel, met telefoons, afstandsbediening en te verbeteren toetsen bij de hand, mijn geopereerde voetje netjes omhoog, en de laptop op schoot. Op die manier hou ik contact met de buitenwereld en voel ik me niet echt afgesneden. En kan ik me eigenlijk best wel verzoenen met mijn tijdelijke immobiele lot.

Nu nog proberen uitvissen waarom hij zo vreselijk warm wordt, en we zijn er helemaal 🙂

Het liefste zoontje ter wereld

Ik weet wel dat veel mama’s dit over hun kind zeggen, en ja, de boutade ‘Mijn kind schoon kind’ is niet voor niks een boutade, maar lees even mee, en u zal me wel gelijk geven.

Zoals altijd waren de kinderen rond zeven uur wakker, vakantie of niet, en gingen ze met papa naar de badkamer. Diezelfde papa wou geen risico op extra beenbreuken bij zijn vrouw lopen door haar zonder toezicht van de trap te laten stommelen met haar krukken, en maakte me rond half acht wakker. Een kwartier later zat ik bij de kinderen aan tafel boterhammetjes te smeren, en nog een kwartier later was papa naar het werk vertrokken, met medeneming van Kobe om die onderweg in de kribbe te droppen, en met achterlating van Wolf.

Diezelfde Wolf heeft uitmuntend voor me gezorgd. Hij bezorgde me stapels kussens om me te installeren, drapeerde een dekentje over me, en nestelde zich daarna liefdevol in mijn arm om samen tv te kijken. Een uurtje later overhandigde hij me mijn krukken, schoof een tapijtje uit de weg en gaf de hond een duw, en loodste me naar de keuken als piloot van een vliegtuig, mét bijhorend gebrom.
Daar hielp hij me de afwasmachine aanzetten, gaf me een tas, nam de melk uit de ijskast, zette de microgolf in werking, en maakte me een volmaakte latte, compleet mét suikerklontje en lepeltje. Intussen had hij ook al geholpen de was te sorteren, in de machine te steken (waspoeder doseren en in het laatje doen was voor mij) en het boeltje aan te zetten, en een mand propere was naar de living te versleuren. Daarna nam hij omzichtig de volle kop hete koffie in een ovenwant en zette die op het salontafeltje bij me, en kroop weer bij me in de zetel.
’s Middags hielp hij de tafel zetten en afruimen, liet hij een paar keer de hond buiten en weer binnen, hielp hij me nog maar eens een koffie te zetten, voorzag me van koekjes, bouwde een kussenhuisje rond me, sprong enthousiast heen en weer toen het lukte een paar spelletjes te winnen met de Wii (die hij zorgvuldig bij me had gebracht, nadat hij de tv wat had gedraaid en zo), nam de telefoon voor me op, en was eigenlijk ongelofelijk braaf, lief en geduldig met me.

Wolf is net vijf geworden. Waar heb ik zo’n ongelofelijk kind aan verdiend? En zeg me nu niet dat de titel van deze post niet op zijn plaats is, toch zeker voor vandaag.