Speeltjes uit de Happy Meal: aapje gezocht

happy-meal-toys-yoohoo-finland

Twee weken geleden, toen we op den bots van adres veranderden, had ik geen tijd meer om te koken, en nam ik de jongens mee naar de McDonalds, tot hun grote vreugde. Wolf is te groot voor een Happy Meal (lees: hij heeft niet genoeg gegeten met wat erin zit, maar vindt het eigenlijk nog best leuk), maar Kobe is er dol op.

In zo’n Happy Mealbox zit altijd een klein speelgoedje. Vaak is dat rommel, en wordt er thuis amper nog naar gekeken. Deze keer waren het kleine knuffeltjes uit de Yoohoo reeks, en Kobe was er meteen zot van. Hij had een klein paars aapje met gele oortjes waar een spiraal op stond, noemde het beestje Draaioortje, en liep er de hele tijd mee rond. Het mocht zelfs mee in zijn bed, en zijn  trouwe Eland werd opzij geschoven. Zondagavond was Bart nog eens McDonalds gaan halen, en had Kobe opnieuw een Yoohoovriendje, zoals hij ze zelf noemt, een haaitje.

Vandaag had hij het lumineuze idee om ze mee te nemen naar school, want hij wilde ze tonen aan zijn vriendinnetjes. En natuurlijk, wat raadt u? Hij heeft zijn aapje laten vallen, en is het kwijtgespeeld. Tsja, een andere kleuter die dat vindt, houdt dat uiteraard voor zichzelf, dat zou hij ook doen.

Hij heeft erom gehuild op school, heeft dikke tranen gelaten toen hij het me vertelde, en ’s avonds nog eens toen hij het aan papa vertelde. Zucht. En bij McDonalds zelf is het niet meer te krijgen.

Dus nu mijn oproep: heeft iemand van jullie onlangs nog een Happy Meal besteld voor zijn kinderen, en kijken ze niet meer om naar die Yoohoo knuffeltjes? Kan je ze me dan alsjeblief bezorgen? Ik wil er gerust voor betalen, vooral voor dat paarse aapje Sanchee. Kobe zal je immens dankbaar zijn.

iPad

Als iemand zich afvraagt of zo’n iPad moeilijk is, dan wel instinctief te gebruiken: Merel is twee jaar en vier maanden.

Back to life, back to reality.

Deze morgen was ik bijzonder vrolijk opgestaan, had mijn maliën aangetrokken, zwaard en schild gegrepen, en was gaan ontbijten. Pas rond een uur of twee, toen het spel gedaan was, kwam ik terug op mijn slaapplaats en bekeek mijn gsm.

En toen zag ik dat Bart had gebeld. En dat hij me ook een hartverscheurend berichtje had gestuurd: “Zou me plezier doen als je iets vroeger naar huis kwam. Merel is ziek; zit zonder bedgerief/kleren.”

Uiteraard heb ik hem onmiddellijk gebeld, en toen bleek dat Merel al vrijdagnacht voor de eerste keer had overgegeven, dat ze zaterdag overdag eigenlijk toch wel gewoon gespeeld had, maar dat ze zaterdagnacht nog twee keer had overgegeven, en in de loop van de voormiddag nog eens. Dat al het beddengoed vuil was, en vooral dat zijzelf ontroostbaar bleek. Ik hoorde ze effectief ook huilen in de achtergrond, dat zachte hartbrekende gesnik van een kind dat al uren aan het huilen is.

Ik heb onmiddellijk al mijn gerief bijeengegrabbeld en in de auto geladen, heb me verontschuldigd bij spelleiding – het is de bedoeling dat je mee helpt afbreken en opruimen, zodat zij dat niet allemaal moeten doen – en ben naar huis gereden.

Toen ik rond een uur of vijf thuis kwam, stond Bart met een snikkende Merel op de arm in de keuken, haar zachtjes wiegend. Ik nam haar dadelijk over, kalmeerde haar, merkte dat ze koorts had, en gaf haar een suppo – siroop had ze niet binnengehouden, en aan suppo’s had Bart niet gedacht. Een half uurtje later zat ze bij me in de zetel tv te kijken, en voelde ze zich merkbaar beter, zodat ik probleemloos kon gaan douchen. En dan die vier emmers kotswas – die Bart deels had uitgespoeld, deels gewoon in water had gezet – kon beginnen wassen.

Realitycheck, iemand?

UPDATE: ze heeft perfect de nacht doorgeslapen, en was maandag weer zo fris als een hoentje. Arme Bart, ik ben dan al eens op weekend… En hij wilde me niet bellen om mijn weekend niet te vergallen.

Boeken toe

Toch voor een weekend. Een weekend zonder computer, GSM of andere techniek, ondergedompeld in een wereld vol ridders, elfen, orken, vuurelementalen. Waar je grootste zorg is of je overnachting en eten kan vinden, je maliënkolder kan laten herstellen, en of je genoeg geld hebt om een nieuw schild te kopen want het vorige is aan splinters geslagen.

Dat soort onzin dus, en ik geniet er ongelofelijk har van, van dit onwereldse escapisme voor een weekend.

Film

Dan krijg je plots het verzoek van een oudleerling die nu op het Rits zit, of hij me soms een dagje mag komen filmen. Niet voor uitzenden, gewoon als project voor school. Een soort human interest reportage, waarbij hij iemand in zijn gewone doen en laten laat zien, en dan bij het uitoefenen van een hobby.

Tsja, weinig hobbies zijn zo fotogeniek, kleurrijk en spreken zo tot de verbeelding als larp. En dus stond Kamiel deze middag om half twee aan mijn lokaal om een les te filmen (gegeven door mijn stagiair, die net dan ook controle van ’t unief had, oh Murphy), om me daarna te volgen naar huis, te zien hoe ik alles bijeengraaide van gerief, en dan te komen filmen in Mol, op de Poort.

Tsja. Ik weet dat het niet voor uitzending bestemd is (of ik had nooit toegezegd), maar ik hoop dat ik het toch te zien krijg.