Tweiclub

knitting-gift

Of hoe het een flop was.

Oorspronkelijk lag deze editie van de tweiclub op maandag eerder deze week, maar toen bleek Wolfs infodag op die avond te liggen en heb ik de tweiclub verzet. Naar vanavond.

En toen kwam er niemand.

Dus, ik vraag me af, is daar eigenlijk nog wel iemand vragende partij voor? Of was het gewoon slechte timing?

Dewulf.

Ik ben blijkbaar lang niet de enige Morgenlezer die zijn kluts kwijt is.

Ik mis Dewulf.

Ik vind het verschrikkelijk om Camps zijn naam daar alleen te zien staan, zo op de voorpagina van de Morgen. Met alle respect voor mijnheer Camps, maar ik lees zijn stukjes niet graag. Soms lees ik ze niet eens tot het einde, omdat ze me niet boeien. De stukjes van Bernard Dewulf daarentegen…

Zoals bij vele mensen was dat het eerste van de krant dat ik las. Nog voor ik eigenlijk de koppen op het stuk erboven had gelezen. Nog voor ik ze zelfs eigenlijk maar opengevouwen had. Dewulf is de reden dat ik vaak bijna een dikke kruisspin heb ingeslikt. Gewoon, omdat ik op het tuinpad van de brievenbus naar de deur al aan het lezen was en dus niet keek waar ik liep.

In alle ernst, ik overweeg om mijn abonnement, al meer dan tien jaar, niet te vernieuwen. Zonder Dewulf, zonder de foto’s van Filip Claus, zonder wel meer dingen, hoeft het voor mij niet.

Ik kan De Morgen en zijn financiële problemen best begrijpen, en dat er ontslagen moeten vallen, is helaas harde realiteit.

Maar, lieve De Morgen, dan moet u mij ook maar begrijpen.

Merel

Helaas, ik vrees dat de kat van de buren hier moet gepasseerd zijn: sinds een paar dagen is alle gevlieg van de merels opgehouden, en is het weer stil in dat kleine stukje tuin.

Hoewel de rhodondendron er nu prachtig staat te bloeien, kan ik er toch niet onverstoord van genieten. Ik vond het véél leuker toen ik nog wist dat er mereltjes konden zitten.

Oh well…

Het is de natuur, zeker? Maar daarom vind ik het nog niet leuk.

Tranen

Daarnet, toen ik de weekendkrant zat te lezen in de cafetaria van het zwembad, was ik blij dat ik in de zon zat en mijn zonnebril op had. Er biggelden namelijk een paar grote tranen over mijn wangen.

Tranen van hartzeer en empathie voor een artikel in De Morgen van vandaag: een jongen van 15 beschrijft hoe hij ervoor uit is gekomen bij vrienden, ouders, klasgenoten, scouts, dat hij homo is. Hoe hij met zichzelf worstelde, en hoe bang hij eigenlijk wel was voor de reacties.

En dat raakt me diep. Dat je daar tegenwoordig nog zo bang voor moet zijn, en zo dapper. Jongens van vijftien hebben het zo al zo moeilijk met zichzelf en de wereld, dat ze zoiets echt niet nodig hebben.

Het lijkt voor hen misschien niet altijd zo, maar ik zit dus vaak in met mijn leerlingen. Met wat ze meemaken, wat ze doorstaan, en waar ze mee worstelen. Moest ik kunnen, ik zou ze voortdurend helpen. Gelukkig zijn er ook die spontaan een helpend handje vragen, al was het maar een eerlijk gesprek onder vier ogen over hun studiekeuze. En er zijn er gelukkig ook die aanvoelen hoe bezorgd ik soms ben, en die me op de hoogte houden wanneer een klasgenote flauwvalt in de gang, opgehaald wordt door de 100, en later op IZ op hartbewaking ligt.

De toekomst is in goeie handen, denk ik vaak, wanneer ik mijn leerlingen zie. Helaas, vaak is niet altijd. Nog steeds niet, zolang een jongen van 15 niet zomaar ronduit durft zeggen dat hij homo is. En dus veeg ik als een sentimentele ouwe doos een traan van onder mijn zonnebril. En ben ik blij dat ik die ochtend waterproof mascara heb opgedaan :-p

Morgen

Tenzij er eentje vannacht nog begint te kotsen, worden morgen mijn twee jongens geopereerd.

De nacht voor mijn eigen operaties slaap ik altijd als een roosje: ik weet wat me zal overkomen, en dat ik daar gewoon door moet. En het is mijn lijf, waar ik mee verder moet.

Maar vannacht, vannacht zal ik rusteloos zijn, en slapen als de muizen in het meel.

Want morgen, morgen worden mijn twee lieverds geopereerd, en mijn hart breekt nu al.

Ongelukken

Na het avondeten wilde ik nog snel batterijen halen in de Brico, amper een kilometer van ons deur in Wondelgem. Ik moet enkel de R4 oversteken daarvoor, dus lang hoefde dat niet te duren.

Helaas. Ik denk dat ik ongeveer tien kilometer heb gereden om er te geraken. Op het kruispunt aan de Brico was blijkbaar een zwaar ongeluk gebeurd, het hele kruispunt was afgezet en er waren omleidingen voorzien, alleen rechts afslaan kon nog. Men wist me te vertellen, in de winkel, dat het wellicht om twee motoren ging. Ik heb het niet gezien, ik heb er ook niet naar gekeken, maar ik dacht alleen maar aan die families voor wie het weekend een ging zijn om helaas nooit meer te vergeten.

Ik ben dan maar doorgereden naar het volgende kruispunt op de R4 met het idee me daar te draaien en terug te keren richting Brico. Helaas, ik voelde al nattigheid toen geen enkele auto me tegemoet kwam. En jawel, aan het kruispunt van Langerbrugge was er alweer blauw licht. Er stonden twee auto’s deze keer, behoorlijk verkreukeld. Wellicht iemand die hetzelfde idee had gehad als ik, een u-bocht wilde maken, en aangereden werd. Nog meer families in de miserie dus.

Met een wrang gevoel ben ik dan nog een kruispunt verder gereden en heb via binnenbanen mijn doel bereikt.

Maar mijn radio met vrolijke muziek heb ik afgezet. Eventjes niet, nee dank u.

The Hours

Daarnet op Canvas naar The Hours gekeken.

Ik had hem al gezien, en ik had eigenlijk beter moeten weten. Ook toen was ik bijzonder aangeslagen, en liep ik er nog dagen aan te denken en te piekeren.

Het is een prachtige film: drie vrouwen, elk in hun tijd. En toch… Iemand noemde het ‘vrouwentalk’, ik classificeer het eerder onder ’the unbearable lightness of being’, of het onder woorden en beelden brengen wat een depressie is.

Omgaan met de banaliteit van het leven, en beseffen dat dit echt alles is wat er is.

Midlifecrisis iemand?

Lieva.

Vorige vrijdag is mijn tante begraven. Tsja, such is life natuurlijk.

Ware het niet dat ze voor mij de eerste is van de generatie van mijn ouders die gestorven is. Dat maakte mijn eigen vader plots zo sterfelijk, en dat gevoel had hij duidelijk zelf ook. Ze was amper twee jaar ouder dan hij, 68, en compleet verteerd door de longkanker (zo bleek achteraf). Zelf bleef ze koppig ontkennen dat er iets mis was, ze weigerde heel erg lang om naar een dokter te gaan, en toen ze zich uiteindelijk liet opnemen in het ziekenhuis, wilde ze niemand zien. We wisten niet eens wat er precies scheelde. Wij hebben haar de hand gereikt, geprobeerd contact te leggen, zelfs aan haar deur in het ziekenhuis gestaan, maar nee, ze weigerde. Zo is ze dus ook gestorven: helemaal alleen, vrij onverwacht, en zonder enig menselijk contact.

Was ze geliefd? Helaas. Zal ze gemist worden? Alleen door haar eigen moeder, die tot een paar weken geleden nog samen met haar in één huis woonde. Dat moet vreselijk zijn, je eigen kinderen moeten begraven, zelfs al ben je zelf 97 en was je dochter 68, en zat daar een serieuze vijs aan los.

Ergens heerst er zelfs opluchting: nu krijgt de rest van de familie eindelijk de kans deftig voor oma te zorgen, zonder de maniakale bemoeienis van tante. Nu is tante geen zorgenkind meer, waarover iedereen met zijn handen in het haar zit en niet weet wat aan te vangen. Nu heeft ze zelf eindelijk rust.

Het werd dus een begrafenis met sterk gemengde gevoelens. Enerzijds was er wel degelijk een familielid gestorven, en werden vooral haar broers en zussen geconfronteerd met eigen sterfelijkheid. Anderzijds was er opluchting: ze is er eindelijk niet meer. En toch heb ik een paar tranen gelaten. Eerst en vooral toen ik mijn grootmoeder zag: een machtig sterke vrouw, een dame, die haar emoties zoveel mogelijk verborg.

En dan toen ik het gedicht op het santje las. Ik weet niet van wie het is, ik weet wel dat het perfect verwoordt wie mijn tante was.

Van waar zijn toch die stemmen,
die dwalen door mijn hoofd,
mijn hart zo nauw omklemmen,
verward en nooit geloofd?

Hoe kan ik ze ontvluchten?
Zij breken veel in mij
en dragen wrange vruchten,
vol onbegrip en medelij.

God, zucht mijn laatste rede,
Uw almacht is zo groot,
geef mij toch uw vrede
en stilte voorbij de kilte van de dood.

Het ga je goed, Lieva.

Voet

Gisteren ben ik nog eens naar de orthopedist geweest. Ikzelf had een lichte verbetering vastgesteld, maar eigenlijk niet veel meer dan dat. Ik loop nog steeds met die speciale laars, en dan heb ik geen pijnstillers nodig. Zodra ik blootsvoets loop, of met gewone schoenen, begint het wel weer pijn te doen.

Dit weekend ben ik op LARPweekend geweest. Normaal gezien loop ik daar kilometers, maar deze keer wist ik dat ik me bijzonder koest ging moeten houden. Bepaalde stukjes heb ik per fiets gedaan (nog eens bedankt, Gunther, om er eentje mee te brengen voor me) maar af en toe moest ik toch een 500 meter te voet. Vijf-honderd meter. Ocharme. En telkens ging ik, zwetend van de pijn, prompt zitten en slikte een nieuwe, zware pijnstiller. Dus bij een beetje belasting (een betere naam voor 500 meter heb ik niet) ging mijn voet onmiddellijk weer behoorlijk pijn doen.

En toch was de orthopedist bijzonder positief. Hij heeft hard zitten trekken en duwen, en vond het een hele verbetering. Fijn. Yay. Joepie. Ik mag de inspuitingen (een 50tal intussen) verminderen naar om de andere dag, en zelfs de laars beginnen uitlaten. Dat laatste zie ik niet zitten: zonder doet het echt nog veel pijn. Kine nog steeds drie keer per week.

Zucht. Ik begin er genoeg van te krijgen. Doorgaans ondervind ik er weinig hinder van, maar dit weekend voelde ik me echt gehandicapt. Bijzonder beperkt in mijn bewegingsvrijheid. Gelukkig heb ik voor de rest een schitterend weekend gehad, of ik was er helemaal depressief van geworden.

Sudeck, iemand?

Woensdagmorgen.

In de woonkamer hangt nog de lichte, onmiskenbare geur van het haardvuur van gisterenavond. Langzaam schuif ik de gordijnen open, waardoor het zonlicht naar binnen stroomt. Een felgekleurd windmolentje waait me tegemoet, en het gras glinstert bij elk zacht briesje.

De hond heft argwanend zijn kop op wanneer ik het speelgoed van de kinderen begin op te ruimen, maar droomt daarna ongestoord verder. Langzaam verdrijft de geur van verse koffie die van het verbrande hout, terwijl het gepiep van de microgolf me laat weten dat de melk warm is.

Behaaglijk vouw ik mijn benen onder me in de zetel, de latte in mijn handen, de krant naast me.

Ik mis mijn kat.