Japan – dag 13: Osaka baby!
Vreemd hoe het weer hier van dag tot dag kan wisselen: gisteren de hele dag regen, vandaag weer stralende zon!
Rond twintig voor tien stonden we met onze rugzakken al aan het station van Hiroshima, want daar was dus dat Pokémoncenter, waar gisteren de kaarten uitverkocht waren, dat om tien uur open ging en waar misschien nu wel kaarten te krijgen waren. We waren niet de eerste: er stond al een crazy Japanner die alle moves uit het spel aan het nadoen was.
En ja, achter ons vormde zich een rij. Stipt om tien uur ging het open, drie na tien kwamen de meesten uit de rij al weer naar buiten, net zoals wij: helaas geen kaarten binnen. Meh. Intussen had Bart al de shinkansen geregeld, maar die was pas om half twaalf. Geen nood, een koffietje gaat altijd binnen, en in Japan heb je altijd wel iets in de buurt waar je kan naar kijken en dat lawaai maakt.
In Osaka werden we netjes door een taxi aan het Conrad afgezet, en blijkbaar heeft Lien, onze reisagent, het beste voor het laatste gehouden: dit hotel zit in een gigantisch gebouw en beslaat de 8 bovenste verdiepingen. Je moet dus van een hal beneden de lift nemen naar de 40ste verdieping waar de lobby is, en dat uitzicht, dat is verbluffend!
Onze kamers waren al klaar, en onze valiezen waren aangekomen maar nog niet op de kamers. Geen probleem: snel even opfrissen en iets gaan eten, want het was vrijwel twee uur intussen, en we hadden wel een hongertje. Maar wat een luxe, wat een oog voor detail, en vooral: wat een uitzicht!
Wolf leidde ons naar een ramending, maar dat bleek volzet, en dus gingen we maar ergens anders binnen, in iets dat het equivalent bleek van ons frietkot. De ramen of udon kostten vrijwel niks, je kon er diverse soorten tempura bij krijgen, en er waren enkele zitplaatsen aan een toogje. Geen probleem, we wilden toch gewoon iets kleins eten.
Dan terug naar het hotel, om een uurtje te bekomen, tukje te doen, douche te nemen, andere kleren aan te trekken, dat soort dingen. Want ja, vandaag was het opnieuw 23 graden en stralende zon.
Tegen vier uur stonden we een eind verder in Osaka, in de toeristische buurt, voor een workshop sushi maken. Eerst zag ik dat niet zo zitten, want het was met het typische Japanse opgeklopte gedoe, wild enthousiasme, dat soort dingen, en dat is niet aan mij besteed. Maar dat meisje deed dat goed, en we maakte dus zowel maki als nigiri. Ze waren verre van perfect, maar we weten nu wel hoe het moet. En we hebben dan ook alles nog moeten opeten, waardoor we dus om vijf uur in de namiddag eigenlijk al ons avondeten binnen hadden. Veel te veel gegeten!
Tegen half zes stonden we in Dotonbori, een hippe en zeer drukke, toeristische buurt met vooral veel neonlicht en, jawel, een Don Quijote, blijkbaar een heel erg bekende en grote winkel. Je kan er alles kopen, van snacks – Kitkat in de vreemdste smaken – en make up tot valiezen en juwelen. En druk, druk!
Vooral Arwen en Wolf hebben er vanalles gekocht, onder andere een extra valies voor haar wegens alle eerdere aankopen. Ik denk dat we er bijna een uur kwijt waren. Serieus, wat een maf gedoe was dat!
Enfin, we liepen verder – schoven aan – om nog langs een ABC Mart te gaan voor speciale Japanse VANS T-shirts, passeerden nog langs een Owalaflessenstand waar de flessen vrijwel de helft minder kosten dan bij ons, en vonden het toen echt allemaal welletjes. We zijn allemaal geen fan van drukte en lawaai, en dit, dit was erger dan pakweg de Gentse Feesten.
Zoals het brave mensen betaamt, waren we dus terug op het hotel tegen acht uur. Ideaal om even tot rust te komen, even te zwemmen en voor mij ook nog even in het grote bubbelbad te gaan. De sauna hoefde even niet meer. Maar wat een heerlijk hotel is dit: de avondservice had een theesetje klaargezet met extra chocolaatjes, slaapkleren klaargelegd en het beertje – dat blijkbaar een soort mascotte is – een slaapzakje gegeven met een kaartje erbij. Op onze nachttafeltjes stond een flesje water en een glas intussen, en jawel, de handdoeken waren nu al ververst. Dat was nu ook weer niet nodig geweest, maar bon.
12.000 stappen.
365 – 16 april 2026 – selfie in Osaka
Japan – dag 12: een regen- en dus relatief rustdagje
Op het schema stond oorspronkelijk een rit van anderhalf uur naar het eiland Miyajima met die heel bekende rode poort in het water. Maar het weerbericht gaf de hele dag regen, en één dag rondkletsen in de gietende regen was meer dan voldoende, en zoals gezegd: er treedt wat schrijnmoeheid en ook treinmoeheid op, intussen. En eigenlijk waren we ook wel allemaal toe aan een rustig dagje op eigen tempo en ook wat alleen zijn.
Na het ontbijt trokken de kinderen met hun viertjes onmiddellijk, goed ingepakt, met de bus naar het station, want daar was het Pokémoncenter waar Kobe nog extra kaarten wilde kopen, en waar ook de rest nog wilde rondlopen en naar de arcade gaan en zo. Ze moesten daar dan ook maar iets eten, wat ze ook deden.
Bart ging een voormiddagje werken – in België zitten ze niet stil – en ik, ik had het plan opgevat om eerst naar een apotheek te gaan en dan in een park wat verderop te gaan geocachen. Euhm… Van de vijf minuten naar dat winkelcentrum was ik al behoorlijk nat, ondanks regenvestje en paraplu, en dus heb ik rondgedwaald in Fuji Grand: eerst mijn ogen uitgekeken in de mega supermarkt met alle rare spullen – en meteen ook middageten, aka. sushi voor Bart en mezelf gekocht – en dan door de rest van de winkels. Denk zowat alles wat je kan vinden in de Lange Munt, maar dan in een concept van de Inno. Ik vond er warempel drie mooie waaiertjes voor elk 100 yen, dus ongeveer een halve euro. Oh, en ook een setje eetstokjes, want we hadden geen bestek op ons kamer.
Tegen twee uur trokken Bart en ik naar het Hiroshima Museum of Contemporary Art, een speciaal gebouw temidden van een mooi park. Het museum was niet zo speciaal: veel Japanse kunstenaars, Broothaers, Duchamp, Giacometti… Niet groot ook, maar je betaalt dan ook nog geen 3 euro per persoon als inkom.
Daarna wandelde Bart terug naar het hotel – we hadden allebei een paraplu gekregen aan de buitenbalie van het Hilton – en ik wilde alsnog gaan geocachen in dat park. Het was nog zacht aan het regenen, niet meer aan het gieten. En beetje bij beetje minderde dat nog, tot het rond half vijf stopte met regenen. Oef. Ik liep dus rond in dat park, vond een aantal prachtige caches, wandelde naar beneden – had ik al gezegd dat het op een heuvel lag? – wandelde terug naar boven, weer een eind naar beneden, opnieuw naar boven, zocht veel te lang bij een bepaalde cache, verspilde daar tijd aan, maar genoot enorm van het rondlopen, het alleen zijn, de stilte en het feit dat er nauwelijks mensen waren. Héérlijk! Het feit dat er prachtige uitzichten waren, en een monument voor de G7 met onze eigen Charles Michel en een eind verder eentje met Obama, dat ik een bron tegenkwam, en enkele schrijnen, en daarna nog een mooie wandeling terug naar het hotel, was mooi meegenomen.
Jammer genoeg waren zowel mijn tijd als de batterij van mijn telefoon op, of anders had ik nog verder gelopen om de rest ook nog te doen. Maar om zeven uur hadden we gereserveerd bij het buffet van het hotel, iets wat gisteren al volzet was. De kinderen waren intussen al terug, maar zonder pokémonkaarten: die waren uitverkocht. Wel hadden ze zich goed geamuseerd, onder andere in de arcade.
En toen was er dus het buffet.
En toen was het welletjes, en was er enkel nog het uitzicht op Hiroshima van de 22ste verdieping.
Japan – dag 11: gewelddadig thema
Deze ochtend, in een stralend Kyoto, stond ik iets voor acht al in de tempel naast het hotel. Ha ja, die was gisteren al dicht, en ik vond het nu toch te onnozel dat we heel Kyoto afgekletst waren om dan die tempel naast de deur te negeren. Het was overigens een bijzonder grote tempel, met twee grote hallen. In de ene was een dienst bezig en kon ik even niet binnen. Het was wel mooi om al die monniken in hun zwart-witte pijen te zien, maar uit respect heb ik ze niet op foto. En eigenlijk vond ik deze tempel veruit de mooiste…
Om kwart over acht zat ik met de rest van het gezin aan het ontbijt, waar Kobe zich de ochtendlijke, vers in de steenoven gebakken pizzaatjes liet welgevallen. Yup, een bijzonder fijn hotel, dit is top. Jammer dat we weg moeten dus…
Maar om kwart over negen werden we verwacht in het Samourai & Ninja Museum voor een rondleiding en een initiatie zwaardvechten. We kregen allemaal een gi en een hakama aan, mochten even met echte zwaarden poseren, en kregen dan een houten zwaard om een aantal basis kamai’s aan te leren. Mijn rug vond dat niet zo wijs, zodat ik de oefenposes niet mee deed, alleen de stukjes op snelheid. Ha ja, ik heb niet voor niks zo veel jaar nin jitsu gedaan, en de basis kwam snel terug, ja. Wel eens amusant.
Aansluitend gingen we met onze volle rugzakken – de valiezen hadden we gisteren al richting Hiroshima gestuurd – de bus op naar het station. De shinkansen allemaal goed en wel, maar je verliest telkens wel een uur tussen reservatie en effectieve rit, en door de JR railpas kan je niet onlin reserveren. Nu, deze keer konden we die tijd goed gebruiken door in het station – denk: gigantisch winkelcentrum en talloze restaurantjes, in vrijwel elke stad – een Italiaans pastaatje te gaan eten.
En dan dus een tweetal uur de trein op, naar Hiroshima – met de klemtoon op de o, niet de i. Voor wie zich afvraagt of je dan niet gewoon gezellig naar buiten kan kijken om te genieten van het landschap: dit is wat je meestal ziet. Ik heb drie willekeurige foto’s genomen.
Maar bon, tegen een uur of drie waren we in het Hilton in Hiroshima. Zeker geen slecht hotel, verre van, maar niet te vergelijken met de prachtige Japanse stijl van het Kanra in Kyoto. We zaten op de 17de verdieping, wat wel een fijn uitzicht gaf.
Waar we deze ochtend in Kyoto nog in de stralende zon liepen en we het eigenlijk nog vrij warm hadden, zaten we hier in de regen. Dat lieten we niet aan ons hart komen: goed voorzien namen we de bus richting Hiroshima Memorial Museum, en ja, dat kwam even hard binnen. Zelden zo’n stilte geweten in een zo enorm druk museum, want ook hier was het aanschuiven. Maar die beelden, die foto’s, die voorwerpen, die massale vernietiging en dat onnoemelijk leed…
In de plensende regen liepen we verder langs de monumenten, onder andere langs het Children’s Monument met de talloze kraanvogels, en langs de Koepel, het enige gebouw in de buurt van het hypocentrum – hypo betekent onder, want de bom is in de lucht ontploft – dat min of meer is blijven rechtstaan. Aangrijpend, stuk voor stuk.
Nat gingen we terug naar het hotel, om daar dan ter plekke iets te eten. We waren niet onder de indruk: kleine porties zodat we allemaal nog een dessert namen, en bovendien echt wel duur. Maar wel gemakkelijk en droog, natuurlijk.
En buiten was intussen de natte nacht gevallen over Hiroshima.
15.000 stappen.
365 – 14 april 2026 – even de innerlijke samoerai evoceren
Japan – dag 10: van tempels en herten. En volk. Veel volk.
Onze reisapp had gezegd dat we best vroeg gingen, maar wij zijn zo niet van de vroege opstaanders. Pas om negen uur gingen we ontbijten, maar gaven wel al onze valiezen af aan de balie want die moesten verstuurd worden naar Hiroshima, en daar gaat een nacht overheen. We hielden dus weer enkel bij wat in onze rugzakken kan voor vandaag en morgen.
Tegen tien uur zaten we op de trein richting de Rode Poorten (Torii) van Fushimi Inari-Taisha, het meest beroemde Shinto-heiligdom van Kyoto. Dat laatste zullen we geweten hebben: het was zelfs al in het station aanschuiven om naar buiten te gaan. Man, wat een volk! Maar we moeten daar niet moeilijk over doen, wij liepen er ook. Het was dan ook aanschuiven door de poorten.
Tegen elf uur zaten we opnieuw op de trein, richting Nara om daar de hertjes te bekijken. Maar eerst daar ter plekke een uitstekende burger. Wolf is echt goed in het uitzoeken van die dingen.
En dan de herten: zo grappig! Het loopt er vol met tamme herten die zodanig geconditioneerd zijn dat, als je hen begroet met een buiging, ze gewoon terugknikken in de hoop dat ze dan een speciaal voor hen gemaakt en daar verkocht koekje krijgen. En juist omdat dat zo grappig is, doet iedereen dat ook. Al kunnen naar het schijnt de dieren soms agressief worden als ze niks krijgen.
Doorheen het hertenpark liepen we ook naar Todai-ji, een van de grootste houten gebouwen ter wereld en de reusachtige bronzen Boeddha. Indrukwekkend!
Eigenlijk was het nog de bedoeling om naar Uji, naar de Byodi-in tempel te gaan, maar iedereen was tempelmoe en eigenlijk ook gewoon moe, zoals de volgende foto van tijdens de treinrit van een uur bewijst. Bart heeft er zich even mee geamuseerd…
En je ziet zelfs tempels vanuit de trein.
Die rit had me weer zodanig opgekikkerd dat ik, terwijl de rest even een dutje deed, nog naar het ambachtenmarktje voor de grote tempel naast het hotel ging. Ik vond er nog leuke spulletjes, een fijn Japans vestje voor 11 euro – je kan er bij ons de stof nog niet voor kopen – en Wolf kwam nog af want ze verkochten er precies het soort eetstokjes dat hij wou. En toen wou ik nog even de tempel binnen, maar die sloot blijkbaar om half zes. Blah. Misschien morgenvroeg?
En iets over zeven zaten we in een sushi-restaurant met zo’n lopende band. De kleur van het bordje zegt wat het kost, en blijkbaar zijn ze allemaal getagd, want om af te rekenen gaan ze gewoon even met een scanner langs de stapel en het wordt automatisch geteld. Wijs!
Kwart over acht waren we terug, voor een deugddoende vroege avond met nog een fijn heet bad. Oef.
16,000 stappen.
365 – 13 april 2026 – herten in Nara
Japan – dag 9: fietsen in en rond Kyoto
Na een heerlijke nachtrust en een uitmuntend ontbijt – hoe kan het hier ook anders, in dit hotel? – werden we opgehaald aan het hotel door Rono, een Japanse gids die blijkbaar een tijd in de V.S. heeft gestudeerd. Zijn Engels was dan ook goed, maar soms niet heel verstaanbaar. Er stonden vijf lichtgewicht elektrische fietsjes klaar, en ja, die dingen waren echt goed!
En weg waren we: door kleine straatjes met iets dat voor een fietspad moest doorgaan, maar waar nog wat werk aan is. Eerste stop: het Shogunpaleis, ook wel Nijo kasteel genoemd, met complete rondgang en uitleg. Grappig: de houten vloeren maken een vreemd piepend geluid bij elke stap die je zet, en dat komt door de nagels. Ze noemen het nachtegalenvloer. Je mag er binnen geen foto’s nemen…
We reden verder tot aan Kinkaju-Ji, het Gouden Paviljoen, gelegen in een prachtig park. En af en toe kom je al fietsend een random tempel tegen.
Toen gingen we ramen eten met Rono: goedkoop en lekker.
Vervolgens richting een zen-rotstuin, Ryoan-ji, om dan door te fietsen naar het bamboebos.
Bizar: plots reden we door de velden en zagen we Kyoto in de verte liggen.
En dat bamboebos? Beetje overrated, denk ik dan, en vooral gigantisch druk, zoals alles in Japan eigenlijk.
En toen was het nog een klein uurtje terugfietsen naar ons hotel, door velden, langs kleine straatjes, drukke banen, maar eigenlijk wel ongelofelijk wijs.
Tegen goed half vijf waren we terug en gingen de kinderen, jawel, shoppen, want gisteren had Kobe vanalles gevonden qua kleren en werkte de kredietkaart niet. Er stond nochtans genoeg op. En Bart en ik deden, zoals het oude mensen betaamt, een tukje.
En toen namen we een taxi naar opnieuw zo’n wagyu restaurant, maar nog beter dan gisteren. Wow. Duur naar Japanse normen, maar voor ons best betaalbaar voor die kwaliteit. En Merel had wel een hongertje, ja.
En dat was onze tweede dag in Kyoto, met 18.500 stappen en zo’n 30 km. op de fiets.









