Avondje zee

Mijn dag was vandaag een beetje vreemd. Eigenlijk had ik afgesproken om met Max te gaan ontbijten, maar ik had ’s nachts moeten overgeven, en toen ik wakker werd, voelde ik me allesbehalve: misselijk, mottig, beetje hoofdpijn… Ik heb Max afgebeld en ben zowat de rest van de dag in de zetel blijven liggen, en heb nog een stevige dut gedaan ook.

De hoofdpijn werd erger, Dafalgan hielp niet, en dus nam ik een Excedryn, een middel tegen zware hoofdpijn en migraine. En kijk, binnen het half uur voelde ik me prima! Het moet dus een verholen migraine geweest zijn, en achteraf gezien kan dat wel kloppen, ja.

Maar mijn dag was dus compleet verloren geweest. Tot Bart zei dat hij die avond een diner had in Knokke, en ik op den bots besloot om zijn chauffeur te zijn en in Knokke te gaan geocachen intussen. Hij moest me dan maar een berichtje sturen wanneer hij daar aan het afronden was, en dan kwam ik hem wel weer oppikken.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik gooide hem af aan La Reserve en reed verder voor de stadscache van Knokke in een stukje park met duingrond. Mooi, zo in dat avondlicht!

Ik reed wat verder en ging in Duinbergen nog een paar caches oppikken, zelfs een webcamcache van een plaatselijke zeil- en surfclub. Ik genoot van de wind in mijn haar, de zon op mijn snoet, het geluid van de meeuwen en de golven, en uiteraard ook nog van een ijsje.

Ik moest me nog reppen toen Bart me een bericht stuurde: ik zat wel een eindje verderop. Maar ik heb er gigantisch van genoten. Moest het geen uur rijden zijn, ik reed vaker ’s avonds eens naar zee…

Twee daagjes Big Rivers

Allez ja, die verliepen toch wat anders dan gedacht, maar bon.

Gisterenochtend stonden we vrij laat op, en Sabrina zorgde voor een heerlijk uitgebreid ontbijt.

Nog een geluk, want de rest verliep iets chaotischer.

Tegen een uur of twaalf waren we bij Hanneke, en nee, het gaat niet goed met haar, maar dat wisten we al. We zijn sowieso al tijden bezig met geleende tijd, want eind 2023 had ze te horen gekregen dat ze kanker had, en zonder behandeling had ze nog zes weken. We zijn toen bij haar geweest en hebben toen een eerste keer afscheid genomen. We hadden beter moeten weten: koppig als ze is, vond Hanneke dat ze niet ziek was. We gingen in 2024 nog naar Big Rivers, en zelfs in 2025 lukte dat. En af en toe gingen we ook tussendoor nog even, gewoon voor de gezelligheid en omdat elk gestolen moment met haar er eentje was. Maar deze keer kon het niet: de behandeling slaat niet meer aan, en Hanneke heeft gewoon geen energie meer. We zijn een half uurtje gebleven, maar wat een deugd heeft dat half uurtje gedaan! En die knuffel, dat is er eentje om nooit te vergeten.

Mireille had echter enorm last van haar rug – spieren die vast zaten – en Kevin, Hannekes zoon die er ook was bij zijn ma, is samen met Po, een Thaise jongedame die Ayurvedische massages geeft. Kev heeft gebeld en we mochten meteen komen! Wij dus naar huis en vandaar naar het massagesalon, dat vlakbij Sabrina’s huis is. Het deed duidelijk deugd!

Het resultaat was wel dat we alle drie blauw van de honger waren, en dat we dus snel richting De Klik liepen, ons favoriete lunchadresje bij Maarten en Annemarie, met dat fantastische balkonnetje waarvoor je door het raam moet klauteren. Het was het wachten waard, gelukkig maar.

We slenterden verder, richting Grote Kerk voor de obligate foto op het trappetje, snuisterden even in de merchandise van dit jaar, en gingen op het Kerkplein luisteren naar een goeie Herman Brood Tribute Band. Klonk goed!

Een ijsje kon uiteraard ook, en daarna liepen we nog rond en pikte ik links en rechts wat labcaches op, om uiteindelijk bij Within Tension te verzeilen, een goeie Within Temptation Tribute band. Net voor het einde vertrokken we om een heerlijke Italiaanse pizza te verorberen op een alweer zalig terras aan het water. Dat laatste is niet moeilijk: er is quasi overal water in Dordrecht.

En toen was ons pijp uit: we keerden langzaamaan terug richting appartement, praatten nog even en kropen toen in ons bed. Fijne dag met gemengde gevoelens, kan je wel stellen.

 

Vandaag stonden we iets vroeger en gedisciplineerder op, want Sabrina en ik wilden om tien uur in het park staan voor een Pokemon Go! Event. Jawel, moet kunnen, toch?

Alleen… werd ze gebeten door een hond van een van de andere spelers! Die wimpelde dat zo goed als af, maar Sabrina’s been was echt aan het bloeden en haar broek was kapot, dus nee, het was niet zomaar iets! Ik ben me naar die man geschoten, en na veel gedoe gaf die uiteindelijk toch zijn telefoonnummer. Ik denk niet dat Sabrina daar iets mee gaat doen, ze hoeft niet naar de dokter want haar tetanosspuit is nog geldig, maar man! Die kerel nam dus niet eens zijn verantwoordelijkheid, vroeg zelfs niet hoe het met haar was! Echt he!

Meteen was de toon gezet: we waren allemaal wat van slag!

Soit, we liepen uiteindelijk toch de stad in, gingen een focaccia eten op een stralend terrasje – we zijn echt in Italiaanse doen – en liepen langs Biblis, een verplicht nummertje waar ik een superlichte zwarte wijde broek meenam voor amper 15 euro. We waaiden even langs het nieuwe snoepwinkeltje van Margriet, gingen even luisteren naar het koor van vrienden van Sabrina en Hanneke, en liepen daarna rustig terug naar huis.

Tegen vijven zaten we in de auto, tegen zeven uur was ik weer thuis, met opnieuw een hoop fijne herinneringen aan mijn favoriete Nederlandse stad. En ik vermoed dat haar inwoonsters daar voor veel tussen zitten, ja.

Brunchke in ’t stad

Het lukt niet zo vaak om met Gwen en Sofie tegelijk af te spreken, maar kijk: eerste poging gewoon!

Et Alors, aan de Jan Breydelstraat, ging maar open om elf uur, maar ik dacht dus dat het half elf was en stond daar dus te vroeg. Geen erg: ik moest toch nog een paar dingen in de Hema hebben, dus dat viel eigenlijk wel mee.

Maar we zaten dus heerlijk op het terras, gelukkig in de schaduw, op een plekje met een heerlijk uitzicht en massa’s mensen die passeren. Fijne vriendinnen, een goeie babbel, lekker eten en mensen kijken: wat moet ne mens meer hebben op een vakantiedag?

Daarna passeerde ik nog even langs het kot om de planten water te geven, en ik stelde vast dat daar beneden, op het stukje waar geen auto’s komen, gewoon een marktje was! Dat belooft, hopelijk is het er nog wanneer wij daar komen wonen.

En ja, er werd ook nog stof opgepikt voor een projectje, maar daar heb ik het later nog over.

Het was in elk geval weer een fantastisch ‘begin’ van een fijne vakantiedag.

Bedenkingen bij Japan

Ik heb het hier een beetje laten liggen, omdat het nogal druk was, zou men kunnen zeggen. Maar toch wel een paar dingen die me opgevallen of bijgebleven zijn in Japan:

  • Japan is druk, en dat is blijkbaar algemeen geaccepteerd. Niemand doet moeilijk over stampvolle metrostellen, over lange wachtrijen aan restaurants – dat is blijkbaar standaard – over kleine kamertjes, weinig plaats aan tafel in een restaurant, veel te veel volk in een museum. Ik spreek dan niet enkel over grootsteden zoals Tokyo of Osaka, ook op andere plaatsen was dat zo. Neem nu Nakatsugawa: daar liep om tien uur ’s avonds geen kat meer over straat, het leek verlaten. En toch waren de kamers in het hotel echt wel klein, was er in het restaurant echt niet veel plaats, en meer van dat soort details. Ze zijn dat daar gewoon, en daarom dat ons hotel in Hakkone zo uitzonderlijk aanvoelde: ruimte, plaats, stilte, een eigen ruimte voor het avondeten en het ontbijt, zonder extra lawaai. Want dat hoort er dus onvermijdelijk bij, zo blijkt: lawaai. Op elke bus speelt er een schermpje met reclames, in elke taxi achteraan ook, overal op straat is er schreeuwerige muziek, in de wachtrij voor de kabelbaan stond er een reclamebord met luide repetitieve muziek. Ik had het daar soms echt moeilijk mee.
    .
  • de spreekwoordelijke vriendelijkheid is ook echt. In Tokyo op onze eerste dag sprak ik een jongeman aan om het bureau van de Japan Rail te vinden. Hij had ons aanwijzingen kunnen geven, maar nee, hij liep gewoon drie verdiepingen mee tot aan de deur. Idem bij dat sushirestaurant dat we maar niet vonden: een werknemer van de mediawinkel liep mee tot aan de lift en wees ons de juiste verdieping aan. En ja, dat was in Tokyo waar je struikelt over de toeristen en waar die wellicht ook bij momenten zwaar op het systeem van de bevolking werken, zoals in Brugge.
  • Het aanschuiven is een ding. Nette rijen, vaak ook aangeduid op de grond, zoals in de treinstations. En iedereen doet dat ook, probleemloos. Idem voor de roltrappen en dergelijke. Het contrast met Zaventem was dan ook groot, waar mensen stonden te drummen voor de roltrap naar omhoog, zich dan met valiezen tussen de paaltjes van de neergaande trap wrongen en dan ook meedogenloos – je kan ook niet anders – werden omvergeduwd door degenen die van de trap kwamen.
  • Stations. Wow. Dat zijn megagrote winkelcentra waar je alle mogelijke winkels vindt, en waar je soms zelfs al de betaalzone moet binnengaan om de winkels te vinden. Op zich is dat niet zo erg: je scant, zoals bij ons in de metro, je kaart wanneer je binnengaat en opnieuw wanneer je buitengaat, en als je dan een reis heb afgelegd, gaat het geld automatisch van je kaart. Je moet dus wel zorgen dat die opgeladen blijft, en dat kan, vreemd genoeg, enkel met cash. Wij hadden ook een veertiendaagse treinpas waarmee je ook op veel van die metro’s kan, en die kost zo’n 450 euro voor twee weken, maar dat geld hebben we er meer dan uitgehaald, denk ik dan. Praktische mensen, die Japanners. Behalve die cash dan.
  • Tattoos. Ik had wel gelezen dat tattoos een dingetje waren, dat Japanners daar zeer wantrouwig tegenover staan, omwille van het feit dat dat gelinkt wordt aan de Yakuza, de Japanse maffia. We waren gewaarschuwd dat in een onsen, een publiek bad, tattoos niet toegelaten waren. Ik had dat ook nog gezegd tegen Bart, want die heeft een half sleeve op zijn ene arm en een wolvenkop op zijn andere. Hij had dat toen al lachend afgewimpeld en gedacht dat dat wel ging meevallen. Niet dus.
    Kobe is in Hakkone in de bijzonder luxueuze onsen geweest, waar hij meer dan een half uur in het hete water naar de sterren heeft liggen staren. Daar stond dus expliciet aangegeven dat tattoos niet toegelaten waren, en dan niet alleen de grote, maar ook duidelijk bv. een klein bloemetje bij een dame. Euh juist ja. In Nakatsugawa was ik alleen en was het geen probleem, maar ik had dus teruggefloten kunnen worden. Meh.
  • Formulieren. Voor alles, maar dan ook echt alles moet je een formulier invullen. Elke keer dat Bart de valiezen moest versturen, moest hij eerst online een formulier invullen, en dan ook nog eens in drievoud op papier.
    Een treinticket reserveren voor een half uur later? Papieren invullen tiens! En alles wordt driemaal gecheckt. Een bestelling aan tafel? Je zegt je bestelling, de dame of heer herhaalt het, iedereen heeft besteld, en alles wordt minstens nog een keer herhaald. En aan de kassa wordt nog eens overlopen of het ook echt wel klopt wat ze aanrekenen. Meer dan één stuk kopen in een winkel? De rekening wordt met jou overlopen om zeker te zijn.
    Een drinkfles kopen voor Merel: elke fles werd nog eens uitgepakt om zeker te zijn dat het de juiste kleur was, opnieuw ingepakt, dichtgeplakt en pas dan aangerekend. En als die voor jou dan vijf flessen koopt, duurt dat tien minuten, jawel. Urgh.
  • De fameuze Japanse toiletten: nee dank je. Ik hou niet van een voorverwarmde toiletbril – misschien is dat in de winter anders – en ook niet van het water op mijn kont. Allez, dat water zou misschien nog wel oké zijn, als je er deftig papier bij kreeg om alles af te drogen, want op de meeste toiletten zit geen droogfunctie. Maar het toiletpapier is één laagje, het lijkt wel van dat papier uit schoendozen. Daar kan je dus niks mee aanvangen. En dat zo’n toilet opengaat zodra je in de buurt komt: laat mij met rust! Maar vooral: zo’n toilet spoelt dus ook vanzelf door. Ik weet niet hoe u uw kont afveegt – of in dit geval afdroogt – maar ik ga dan op één bil zitten. Goh, denkt dat toilet, die is klaar, ik spoel door. En dat is hoogst onaangenaam, zo’n toilet dat doorspoelt terwijl jij er nog op zit. Nee dank je. BTW, zelfs openbare toiletten en toiletten in winkelcentra en zo zijn van die speciale gevallen. Dat, of Franse hurkgevallen. Urgh.

Er zullen me wellicht nog wel dingen invallen, en dat schrijf ik dan later nog wel eens.

Japan.

Het is een speciaal land, jawel.

Dit was Japan in 1 minuut

Bart heeft een zalig compilatiefilmpje gemaakt. On that note: nu we weer thuis zijn, is het een pak makkelijker om overal ook de filmpjes in te zetten, zoals in de laatste drie postjes. Wie dus filmpjes wil zien, moet maar eens opnieuw de verslagen van Japan bekijken: ik ben ze er beetje bij beetje aan het bijzetten, want het is wel een werkje, ja.

Eindelijk thuis

Niet dat ik niet graag in Japan was, verre van, maar die reis zelf is toch een hele onderneming, en ik vind dat absoluut niet leuk omdat ik gegarandeerd slecht ben.

Kwart over twaalf steeg onze vlucht van Hongkong naar Brussel op, en zodra het kon, legde ik de zetel volledig plat, nam mijn hoofdkussen en mijn donsdeken en sliep. Sliep dus echt, zeven uur aan een stuk, en blijkbaar ook diep, want ik heb niet gemerkt dat ze komen vragen zijn voor avondeten – Bart heeft dat afgewimpeld voor mij – of dat ze het vensterschermpje zijn komen sluiten. Ik was dan ook echt nog misselijk, en ik heb uiteindelijk ook een Argyrax genomen, een zeer goed soort reispil die ik eigenlijk niet mag nemen wegens glaucoom, maar foert dus. En hoe slaap je? Zo dus.

Ik sliep, en werd na een uur of zeven wakker. Acht uur in onze tijd, maar we moesten er weer zes uur afpietsen, dus dat werd wat vreemd. Ik keek – in stukken en brokken met wat slaap tussendoor – nog naar Wicked, kon zelfs een ontbijtje eten en voelde me goed bij de landing. Oef.

De controles verliepen vlot, de valiezen waren er bijna meteen, en het luchthavenvervoer stond al te wachten. Resultaat? Om tien uur stonden we terug in ons huis, netjes gekuist door Asse, en die had zelfs de lakens van de huisoppassers gewassen!

Helaas, de daaropvolgende was was wel degelijk voor mij, en ik kon er meteen aan beginnen. Jammer genoeg was het aan het regenen, waardoor ik amper vier machines kon draaien want de droogkast is echt de vertragende factor.

En Japan? Dat wordt een prachtige herinnering!

Japan – dag 14: さようなら (ofte sayonara)

Na een succulent ontbijt zagen Arwen en Kobe het niet zitten om nog veel te doen, maar Bart, Wolf, Merel en ik wilden ook onze laatste dag in schoonheid afsluiten, en dus gingen we nog even tot bij het kasteel van Osaka, te midden van een groot park en omgeven door twee slotgrachten. Vlakbij staat overigens een ziekenhuis waarbij het wel lijkt alsof de Enterprise is geland…

We liepen rond, ik deed een paar caches, en we zagen dat het goed en warm was.

We waren vrij snel terug, tegen kwart over elf, meer dan voldoende tijd dus om nog twee caches aan beide zijden van het hotel te zoeken, en dan tegen twaalf uur uit te checken.

En helemaal afsluiten wilden we doen in stijl, en dus had Bart voor ons allemaal in het hotel een teppanyaki lunch gereserveerd: met een eigen chef die netjes toonde wat hij deed, en ons een vijfgangenmenu voorschotelde. En eigenlijk hadden we nog geen honger na dat uitgebreide ontbijt :-p

Maar dit hadden we nog niet gedaan, en onze kinderen kenden dat niet. Ja, het was een belevenis, en ja, het was duur,  maar wat een fijne afsluiter! Oh enne, wasabi – in het Japans met klemtoon op de eerste a, sorry Jeroen Meus – die vers geraspt wordt, is niet te vergelijken met verpakte wasabi. Héérlijk!

Nog een laatste zicht op Osaka, en weg waren we, de taxi in richting luchthaven. Die ligt trouwens volledig op een eiland, wel wijs om zien.

Om kwart voor twee opgehaald, om kwart voor drie op de luchthaven, tegen kwart na drie door alle administratieve onzin en in de lounge. Om vijf uur het vliegtuig op, vier uur later in Hong Kong, tegen negen uur dus.

Ik was nog maar eens kotsmisselijk, en een uurtje op de grond in de lounge liggen slapen hielp niet, dus nog maar eens mijn maaginhoud afgestaan aan een toilet in die lounge. En tegen kwart voor twaalf – eigenlijk kwart voor een, maar we waren al een tijdzone geminderd – terug het vliegtuig op, voor nog eens dertien uur. Yay. Not.

14.000 stappen. Ja, zelfs vandaag.