
Confituur
Zaterdag liep ik op de markt met Kobe, en namen we behoorlijk wat aardbeien en kersen mee, met het idee: ik zie nog wel wat ik ermee doe, maar ze zien er wreed goed uit, en desnoods wordt het confituur. Ha ja, want ons ma haar “platte-omaatjesconfituur ” was legendarisch lekker (en ook altijd veel te slap), maar is dus helaas ook verleden tijd. Ik voorzag dus al de nodige pec om ze in te dikken.
Gisteren waren de kinderen zich op een bepaald moment aan het vervelen, en toen ik vroeg om aardbeien te snijden, zeiden ze alle drie volmondig ja. Op een ‘ik-en-een-gij’ waren de aardbeien gesneden en stond de confituur te pruttelen. En zocht ik krampachtig naar confituurpotten waarvan ik zeker was dat ik ze nog had, maar die ik dus aan geen kanten vond. Ik heb er uiteindelijk nog een paar opgeduikeld, en vandaag ben ik er zelfs nog gaan kopen. Want ja, die aardbeienconfituur gisteren was een schot in de roos, en dus heb ik vandaag ook de kersen in de potten gedraaid.
Capes
Nu zaterdag is er Ankoria, de kinderlarp, en het weer gaat precies nogal nat zijn, voorspellen ze.
Via Freecycle had ik een ganse tijd geleden al een heel mooie lap roestbruine stof gekregen, ideaal voor twee kindercapes. Op zich zijn die capes zowat het simpelste dat er is, als je een beetje rechtdoor kan stikken met een naaimachine.
Je neemt een rechthoekige lap stof, breedte zo lang als je je cape wil hebben (voor mij dus 1.50 meter, voor de kinderen uiteraard een pak korter), en de lengte exact twee keer de breedte. Je neemt een stuk touw en een krijtje, en tekent een perfecte halve cirkel af op je stof. Met hetzelfde middelpunt teken je dan ook nog een kleine halve cirkel voor de halsuitsnijding.
Je knipt de halve cirkels zeer zorgvuldig uit, want de twee overblijvende, min of meer driehoekige stukken heb je nodig voor de kap. Je legt die namelijk op elkaar (als het goed is, zijn beide rechte zijden exact even lang) en stikt één van de rechte zijden aan elkaar. Je vouwt het resultaat open en maakt een mooie ‘zoom’ rond de gezichtsuitsnijding (of werkt met een bies). Daarna leg je het opengevouwen stuk op de halsuitsnijding, en past een beetje tot je het juiste plekje vindt waar de kap even breed is als de halsuitsnijding. Teken dat af, knip uit en naai vast langs de halsuitsnijding. Daarna nog het overblijvende stuk van de kap dichtnaaien, en voilà , een kap met een heel lange staart. Voor de afwerking kan je alles nog een mooie zoom geven, of een biesje, of om het even wat.
Kobe was alvast in zijn nopjes ^^ Zijn cape was geen perfect halve cirkel, en dus vooraan wat korter dan achteraan.
Bij een perfect halve cirkel komt de cape helemaal gelijk:

Een lichte cape kan je gewoon twee haakjes geven als sluiting, of een mooie knoop, of een houtje-touwtje. Voor de zware varianten maak je ter hoogte van de schouders aan de binnenkant twee zeer lange, zeer stevige linten vast. Op die manier kan je die knopen rond je lichaam in plaats van jezelf de keel dicht te snoeren. Voor een versie die wat openhangt, knoop je de linten eerst onder je armen door, kruisen op de rug en een knoop vooraan. Als het koud is of het regent, knoop je de linten vooraan over de borst, en knoop je ze achter de rug. Heel stevig, en vooral geen druk aan je keel.
EDIT: de cape van achteraan gezien:

366 – 07 juni 2016 – aardbei

Aardbeitjes
Die moestuin van ons, die ziet er eigenlijk niet zo slecht uit. Enfin, niet dat er veel in staat, want de gezaaide wortels zijn ongeveer een centimeter opgekomen, en toen was het plots gedaan. Maar onze aardbeiplantjes, die doen het prima! Sinds vandaag hebben we aardbeien, en voor zover ik kan zien, zullen we er elke dag wel een paar hebben, vanaf nu.
Verder heb ik nog niks gedaan in het achtertuintje: de platen staan klaar om geschilderd te worden, maar eerst wilde het maar niet stoppen met regenen, en toen verstuikte ik mijn voet, dus ja…
Maar ik geniet er wel intens van, van dat stukje tuin naast mijn bureau, zeker nu ik daar voortdurend kleine rode bolletjes zie verschijnen. En Kobe, die is apetrots.
366 – 27 mei 2016 – eigen kweek

366 – 06 april 2016 – minimadeleintjes

Rustige zaterdag
Donderdagvoormiddag ging de telefoon: Merel was beginnen overgeven, of ik haar niet kon komen ophalen.
Bart kon gelukkig overnemen in de namiddag, en dat was dat, dacht ik. Want meestal is zo’n buikgriepje een eendagsaffaire, en is ze de volgende dag weer helemaal in orde.
Helaas. Dat bleek dus niet het geval, want toen ze ’s morgens opstond, nam ze één hap van een boterham, en ging daarna terug naar de zetel. En het glas water dat ze daarna vroeg, was goed voor een impersonatie van ‘The Excorcist’. Helaas was ze net op mijn schoot gekropen, en mocht ik dus zowel de zetel, het parket, Merel als mezelf schoonmaken. Een goeie douche later voelde Merel zich duidelijk wat beter, maar nog echt niet in orde. Hmpf. Geen les dus voor mij.
Tegen ’s avonds voelde ze zich echt wel pakken beter, en dus gingen we picknicken. Ik lette er wel op dat het niet te ver en niet te lang was, en tegen kwart voor zeven waren we al in het clubhuis. Waar ze een soepje dronk, wat foto’s nam, gigantisch blozende kaken kreeg, en tegen half acht half lag te slapen op een paar stoelen.
Reden te meer om deze morgen Merel niet mee te sleuren richting Schaarbeek voor de rugbymatchen van de jongens: Bart was niet thuis, en om dan een paar uur in de kou te gaan staan met een half zieke kleine, nee bedankt. Ik gooide de jongens af op het clubhuis rond acht uur, en Wolf stond te glunderen: zijn eerste match van het jaar! Nog wel onder sterk voorbehoud en maximaal vijf minuten per keer op het plein – gelukkig zijn er onbeperkt spelerswissels bij de rugby – maar toch wel al match. En daarna mocht hij mee met Ian, Amy en vooral Stijn naar de rugbymatch België-Nederland in de Heizel, en dat vond hij minstens even leuk. Ik had hem gelukkig wel pijnstillers meegegeven, en dat was blijkbaar ook nodig.
Enfin, een en ander zorgde dus voor een heerlijk rustige voormiddag met enkel Merel, en in de namiddag er enkel nog een even rustige Kobe bij. En wat doet ne mens dan in een opwelling? Vanillewafeltjes bakken, en een stapeltje ervan inpakken als bedanking voor het meenemen naar de rugbymatch.
Om kwart over zes ging ik Wolf oppikken, pikte thuis dan de rest van de familie op, en reed richting lagere school voor de Culinaire Wereldreis. Veel te veel wijze leuke kleine hapjes gegeten, en vooral ook heel enthousiaste kinderen moegespeeld in hun bed gestoken.
Fijne dag, en ik had vooral de rust eens nodig.
366 – 20 februari 2016 – vanillewafeltjes

Knolletjes en bolletjes
In november plantte ik al een massa narcissenknolletjes en wat blauwe druifjes en sneeuwklokjes, maar vorige week vond ik, per toeval, nog een zakje irisknolletjes die ik compleet vergeten was en in de puinhoop van de garage nu plots had zien liggen. Eigenlijk moesten die nog in oktober in de grond gestoken zijn, maar bon. Er waren er al een paar aan het uitlopen, en ik dacht: och waarom niet? Wie weet bloeien ze dan volgend jaar wel?
Ik heb ze donderdagvoormiddag in de grond gestoken, en toen zag ik dat ook de tulpen, narcissen en nog een paar andere dingen al vrolijk aan het schieten waren, en dat sommige zelfs al een centimeter of vijf hoog staan. In januari, jawel. Ik maakte er een opmerking over op Facebook, en kreeg prompt te horen dat bij een vriendin haar paaslelies zelfs al uitgebloeid waren! Komt dat tegen!
Enfin, ik hou mijn hart vast tegen dat het begint te vriezen, en hoop dat dan niet alles dood ligt. Want weet je, ik wil écht wel kleur in die nieuwe tuin van ons!
