Soep voor de olympiade

Tegenwoordig zorg ik dat er altijd verse soep in huis is: een kwestie van warme drank en vitaminen, zou ik zeggen.

Daarnaast is het deze middag Latijnolympiade, en ook al heb ik maar twee deelnemers, ze mochten kiezen welke ‘snack’ ik meebracht. Zoals elk jaar zijn ze voor de soep gegaan, en dus kreeg Bart de opdracht van mij: “Breng ne keer soepgroenten mee?”

Blijkbaar was dat iets te vaag om goed te zijn, en dus bracht hij een soeppakket mee om pompoensoep te maken. In tegenstelling tot wat ik dacht zijn dat dus geen afdankers qua groenten, een manier om hun ‘oude’ groenten weg te werken – zoals dat thuis eigenlijk wel het geval is – maar wel kraakverse ingrediënten, in casu een kleine flespompoen, twee wortels, drie sjalotten, een stukje gember, 2 bouillonblokjes en – tot mijn verbazing – een appel en een appelsien. Vooral naar die twee laatste was ik benieuwd, maar ik moet zeggen: best wel een lekkere soep, zij het vrij zoet. Ik ga er een volgende keer geen ganse appelsien meer bij doen.

En de olympiade? Er werd gezwoegd en gezweet, en een van de twee gaf halverwege op, het vlotte aan geen kanten. De andere had er net twee uur  chemie olympiade op zitten maar ging ook voluit voor het Latijn.

Blij trouwens dat ik die soep bij had: het was daar ferm koud, met de ramen open en zonder verwarming…

Quarantaine-eten

We zitten dus sinds maandag vrij onverwacht in quarantaine. Tsja. Intussen heb ik even opgezocht en mag je ook in quarantaine naar de supermarkt om voedsel te halen, maar dan zo kort mogelijk natuurlijk.

De eerste dagen – Wolf was ook echt ziek en we wilden liever geen risico nemen – hebben we het probleem zo kunnen oplossen met diepvries en dergelijke. Maandag hadden we nog overschotten allerhande van het weekend, dinsdag heb ik kalkoenrollade met ananas gemaakt, woensdag was het pizza van de Pizza Hut. Altijd een succes hier in huis, dat laatste.

Maandag had Bart meteen een bestelling gedaan bij de Delhaize Direct en die kon gisteren geleverd worden: meteen stond er een wokschotel op tafel. En vandaag was het een enorme schotel pasticchio: penne onderaan met daarop een heerlijke tomaten-gehaktsaus en bechamel.

Bart had gedacht dat dat voor twee dagen zou zijn, maar dat was buiten Wolfs vernieuwde eetlust gerekend: ik denk dat hij zowat de halve schotel heeft opgegeten. Dik in orde, hij voelt zich dus duidelijk beter.

Intussen heb ik ook de kokosrotsjes gebakken waarvan het deeg al een tijd in de diepvries zat:

Morgen gaat Bart gewoon boodschappen doen, kwestie van weer alles in huis te hebben dat nodig is. En je kan niet alles kopen met levering: brood zit er bijvoorbeeld niet in. Maar gelukkig heb ik een broodbakmachine waarmee ik de eerste dagen brood heb gebakken, en zat er per uitzondering ook nog een brood in de diepvries.

Nee, van de honger gaan we hier niet sterven in deze quarantaine. Verveling, da’s dan weer wat anders…

 

Potjes potjes potjes!!!

Ik vermoed dat ge dat thuis ook wel ergens hebt, zo’n kast of schuif vol plastieken potjes. Potjes van Tupperware, ijscrèmedozen, van die bakskes van den traiteur, gekochte dozekes uit den Aldi, geërfde stukken van uw grootmoeder…

Enfin, potjes dus.

Het probleem is eigenlijk niet zozeer die potjes, maar wel die dekseltjes. Want op het moment dat je een potje nodig hebt en het juiste formaat hebt gevonden, moet je ook nog dat bijhorende dekseltje vinden. Een dekseltje dat ergens anders onder zit, of gesneuveld is, of kwijtgespeeld… Frustratie alom.

Ik heb niet alleen een grote schuif met potjes, maar ook nog twee boorden in een kast en een verzameling in de berging. Véél te véél potjes dus. En ik dacht: ons pa puzzelt graag, het is zondag, laat ik die mens aan het werk zetten.

Hij begon er vol goeie moed aan, maar toen bleef ik maar potjes en dozekes bijzetten. En nog wat. En dan nog een paar. Hij werd stilaan simpel, en ik haalde er een grote blauwe zak bij voor alle kapotte of verweesde exemplaren. Samen zijn we eruit geraakt en ik heb ook een stapel potten die gewoon te veel waren, weggegooid. Tsja.

Maar nu heb ik een schuif met drinkflessen en dozen voor vieruurtjes, een stapeltje boterhamdozen in de berging en een schap met grotere dozen allerhande. En dat is dat.

Merci, pa!

Beetje teleurgesteld

Op woensdag moet ik niet naar school en kan ik dus koken tegen dat de kinderen thuis komen.

Maar daarstraks voelde ik me als in een restaurant, maar dan wel aan de andere kant: de kinderen kwamen thuis en schoven de voeten onder tafel. Ik voorzag hen van verse soep en quiche, en nog voor ik zelf klaar was met eten, waren ze alweer verdwenen. Met de tafel en het aanrecht een puinhoop, zelfs de glazen waren in niet in de afwasmachine gezet.

Ik heb dan alles zelf maar opgeruimd, maar jammer genoeg waren het tafelschuimers en hebben ze niet betaald in restaurant mama.

Tsja. Tieners.

Diepvriesperikelen

Onze diepvries was nog maar eens aan ontijzen toe. Vreemd eigenlijk, want er is zogezegd een no frost functie, waardoor hij niet zou mogen aanijzelen. Maar bovenaan, aan de twee bovenste vakken met klapdeurtjes, was er ongeveer 4 cm ijs, denk ik. Kobe had in elk geval per ongeluk het deurtje gebroken omdat hij het niet meer dicht kreeg.

Bon, afgelopen week hebben we vooral dingen uit de diepvries gegeten, en vandaag is Bart eigenlijk aan het grote werk begonnen. De ijskast stond op 2° en alles is naar daar verhuisd, en toen is Bart beginnen krabben. Met een steekmes, schroevendraaiers, alles wat nodig was. En ja, hij was voorzichtig dat hij niks beschadigde. Een paar uur later was zo goed als alles weg en was er enkel bovenaan nog een dikke laag doorzichtig ijs. Ik heb dan maar de haardroger bovengehaald, en toen smolt het als, jawel, ijs voor de haardroger.

Héélder emmers hebben we eruit gehaald, ik heb alles laten drogen en afgedroogd en de boel weer aangezet. En raad eens? Tegen ’s avonds lag er alweer een dun rijmlaagje op de bovenste ijzers. Meh.

Tot zover de no frost…

Huisvrouwdinges

Dingen waar een Rombaut al eens goed gezind van wordt ’s morgens: een verrassingsontbijtje, zomaar, zonder reden, met gekookte eitjes en gesneden aardbeien en skyr en al. Liefje, ik zie u graag! Ik was nota bene nog net vroeg genoeg wakker om nog mee te eten met de rest – ik moet niet naar school op woensdag -  maar Merel had al een prachtig briefje voor me geschreven.

 

Koken hoefde ik niet te doen, er was nog genoeg van in het weekend, maar ik was on a roll en maakte meteen ook vanillepudding met speculoosjes en confituur van de gele pruimen die ik speciaal daarvoor op de markt gekocht had.

Zo af en toe heb ik eens een huisvrouwdagje, blijkbaar ^^

Pitapizza’s

In de categorie “snel klaar en super lekker” de pitta-pizza van Weight Watchers.

Het is vreselijk simpel en snel klaar: je zet je oven op 180°, legt vier pitabroodjes of kebabbroodjes, waarin je met een scherp mes een kruis in hebt gesneden, op een bakplaat, je wrijft ze in met een klein beetje olijfolie, en belegt ze zoals een pizza. Vijf minuten later: voila!
Het recept van Weight Watchers is met rode ui en spinazie: twee rode uien in ringen, met twee fijngesnipperde teentjes knoflook bakken in een een beetje olijfolie, en dan een ganse zak spinazie erbij laten slinken. Daarmee de pita’s beleggen, afwerken met geraspte fontinakaas, en klaar. Simpel, snel en lekker. En zelfs nog vegetarisch.

Ik had geen rode uien, en het werden dus gewone uien, en er zat bij mij nog hesp bij, en de fontina werd vervangen door mozzarella, maar het was minstens even lekker. En klaar op een kwartiertje.

Dik in orde!

Nog meer wafels

Deze keer geen wafeltjes, maar echte, zelfgemaakte gistwafels. De kinderen, en dan vooral Kobe, vroegen daar al een tijdje naar, en er lag dus ook al een hele tijd verse gist in de ijskast. Vandaag heb ik er op tijd aan gedacht om het deeg te maken, want dat moet toch wel een tweetal uur rijzen. Maar ze waren fantastisch lekker, geen idee wat het verschil maakte met andere keren, maar bon.

Ik had er eigenlijk gewoon veel te veel en heb twee uur staan bakken, maar man, ze zijn echt lekker, ook nog de volgende dag.

En de kinderen zijn dus echt wel vragende partij om dat vaker te doen. Ik denk dat ik de volgende keer wel met twee ijzers ga bakken, dat van ons ma staat hier ook.

Oh, en het recept?

  • een kilo bloem
  • daarin 35 gram verse gist, gebroken in een beetje lauwwarm water
  • twee eierdooiers erbij
  • een liter melk
  • een liter water, opgewarmd, met daarin gesmolten
  • 175-200 g margarine of boter
  • 8 lepels kristalsuiker
  • snuif zout
  • en dan drie opgeklopte eiwitten erdoor

Na elke stap goed mengen of mixen.

Anderhalf tot twee uur laten rijzen, afgedekt met een handdoek, op een warme plaats, bv de oven op de lichtste stand.

Smakelijk!

Wafeltjes

Enkele jaren geleden kreeg ik van Edwin, een medelarper, een speciaal soort wafelijzertje: eentje om zelf ijshoorntjes mee te maken, of als je ze niet oprolt: ongelofelijk lekkere dunne wafeltjes.

Het deeg is blijkbaar op vijf minuten gemaakt, het bakken duurt wel wat langer, maar Kobe was razend enthousiast over die wafeltjes en nam het bakken over. Ik heb wel zelf de eerste hoorntjes gerold met de roltuut – don’t ask – want daar heb je vuurvaste handen voor nodig. Je hebt namelijk zo’n 15 seconden voordat het stofslappe wafeltje afkoelt en keihard wordt, en in die tijd moet je het gloeiend hete wafeltje over de kegel draperen. Dat was dus geen werkje voor Kobe, de rest van de wafeltjes wel.

Die wafeltjes zijn wel gigantisch lekker, beter dan wat je in de winkel kan kopen, en Kobe wil die wel vaker maken: hij zit tijdens het bakken dan youtubefilmpjes te kijken.

Of zoals hij het samenvatte: “Zeg mama! Waarom wisten wij van het bestaan van dat machientje niet af, en waarom heb je dat niet veel eerder gebruikt??”

Tsja.