Londen dag 2: de toerist uithangen

We sliepen tot een uur of zeven – zalig verblijf, heel erg rustig en ruim en met een fijn terrasje – en zaten rond kwart voor tien aan een heerlijk ontbijtje wat verderop: de beste cinnamon rolls die ik al gegeten heb, zelfs beter dan die uit Tallin.

Alleen… ze bleken een pak zwaarder dan gedacht, zodat ik mijn bestelde pistachekoekje gewoon meenam. Merel had echter ook nog een pistachecroissant naar binnen gespeeld, allebei met heel veel boter, en was zowaar wat van slag.

Maar we lieten het niet aan ons hart komen, namen de underground naar Westminster en deden daar de touristy things samen met duizend andere toeristen. We keken naar Big Ben, the Houses of Parliament, Westminster Cathedral, alle beelden daar in de buurt, en zagen dat het goed maar pokkedruk was.

We namen daarop de River Bus richting Tate Modern, met zo’n hop-on-hop-off dagticket. Normaal gezien zou dat 59 pond geweest zijn voor ons twee, nu betaalde ik 16 pond met mijn EDC en ik was daar onbetamelijk mee in mijn nopjes.

Ginder zijn we eerst iets gaan eten bij een Italiaans ding, en dat viel best wel mee, een heerlijke ravioli voor mij. Merel voelde zich alleen nog steeds niet zo goed…

En toen was het tijd voor het Tate Modern. Ik wilde vooral Maman van Louise Bourgois zien, maar die was blijkbaar niet thuis. De schilderijen van Rothko waren dat gelukkig wel, en Merel snapte een klein beetje waarom Bart en ik daar zo kunnen blijven naar kijken, maar toch nog niet helemaal. Moderne kunst, dat is niks voor haar. Alleen die pamfletten van de Guerilla Girls, daar bleef ze echt lang bij staan, dat deed iets met haar, zei ze.

Eenmaal buiten hoorde ik plots: “Mevrouw Rombaut!” Ik verschoot me dood, maar het bleken twee fijne collega’s met hun kinderen te zijn, die we puur toevallig tegen het lijf liepen. Dat zou nog niet eens lukken als je het zou afspreken, denk ik…

Wij liepen even over de Millenium Bridge, maar moesten op onze stappen terugkeren omdat we opnieuw de boot op wilden maar de Blackfriar halte niet bediend werd.

En toen werd Merel ook nog eens zeeziek, want het was opkomend tij en er stond behoorlijk wat wind. Het leidde ertoe dat we even doorbeten tot we aan de halte Greenwich waren, zoals gepland, dan even doorliepen tot aan het park en ons daar onder een boom installeerden, in alle rust, weg van de drukte en het gewoel, in de schaduw. Het hielp: ze begon zich iets beter te voelen.

We liepen verder door het kurkdroge park naar boven, naar het observatorium en de nulmeridiaan en kregen zowaar enkele druppels op onze kop! Ik ging even poseren voor die nulmeridiaan en daarna ging ik een ijskoffie halen en Merel een bretzel, en kijk: ze knapte helemaal op! Wellicht hielp het zout haar bloeddruk omhoog en was het daaraan gelegen!

Enfin, wij de heuvel weer af, door het park, voorbij wat parkieten en de boot weer op, waar ik door mijn EDC niet hoefde aan te schuiven, en dan tot aan de Tower Bridge, want daar wou ze graag eens over lopen.

Blijkbaar moet je daarvoor eerst helemaal rond the Tower zelf lopen, en die ha ik nog nooit van dichtbij gezien. Best wel indrukwekkend,,,

Tegen dan was mijn pijp uit, moesten we wel nog een eind tot aan het metrostation, namen we de underground tot aan Paddington, haalden we brood, beleg, melk en yoghurtjes voor het ontbijt bij de Sainsbury, liepen nog tien minuten tot aan het appartement, en toen verklaarden we onszelf een beetje dood.

Enfin, het brood had gelukkig wel wat herlevende krachten, maar veel poot hebben we niet meer verzet.

20000 stappen.

London, baby!

Bart en ik hebben met de kinderen telkens een citytrip gemaakt na hun zesde studiejaar. Bart ging met Wolf naar Londen, met Kobe – weliswaar enkele jaren later wegens corona – naar Frankfurt, en ik ging met Merel naar Parijs. Daar hadden we beiden echt van genoten, en ik had toen gezegd dat we dat na haar vierde middelbaar, wanneer ze zestien werd, nog eens gingen doen. Maar toen vroeg ze of dat, nu we toch onze paspoorten hadden, niet naar Londen kon, want daar was ze nog niet geweest.

Vandaag stonden we dus om half zeven aan Gent-Sint-Pieters – dank u, Bart – en om iets over zeven in Brussel. Ze zeggen dat je een uur op voorhand moet zijn – de Eurostar was om 7.55 uur en dat is niet overdreven aangezien je buiten de Europese Unie gaat: paspoortcontrole, bagagecheck, nog eens paspoortcontrole en dan een tax-free zone zoals op een vliegveld. Vreemd.

Nog vreemder was de omgeving van de trein: zwaar bewaakt met prikkeldraad en al, want ja, transmigranten naar Engeland…

Na een rit van om en bij de twee uur en een gesprek van ongeveer gelijkaardige duur met de moeder en dochter die bij ons aan het tafeltje zaten en waarvan de moeder op een school in Neerpelt stond, konden we onszelf op Engelse bodem verklaren, meer bepaald op St. Pancras.

Een kwartier later stonden we in Paddington Station, waar we nog wat verderop onze valiesjes gingen deponeren. Onderweg kwamen we al voorbij de buitenkant van ons verblijf, en dat zag er goed uit.

Bon, wij verder richting Notting Hill, maar eerst was het tijd voor elevensies. Ha ja, breakfast was iets voor zessen geweest thuis, second breakfast rond half negen op de trein, en nu was er opnieuw een hongertje. Zonder naar de prijs te kijken zijn we op een terrasje gaan zitten, met een latte voor mij, een milk oolong voor Merel en voor elk een taartje. Euhm… 38 pond, jawel. Kuch.  Het scheelde wel dat we daarna geen lunch meer hoefden. We wandelden verder door Notting Hill, zagen de verschillende locaties van de gelijknamige film en liepen door de zeer drukke en zeer warme Portobello Road, waar we elk twee paar zalige sokken kochten.

Intussen hadden we het bericht gekregen dat we niet tot vier uur hoefden te wachten om de sleutels op te halen maar dat die al klaar lagen. Euhm, het werd een metrorit wegens net iets te ver intussen: sleutels, dan bagage en vervolgens ons appartement. Want ja, dat is het echt: een appartement voor een of twee personen, met een ruime living met tafel, sofa, volledig ingerichte keuken en veel kasten, een ruime slaapkamer met groot bed en weer veel kasten, een klein terrasje dat uitgeeft op een privé binnentuin voor de verschillende appartementen van het blok, kleine badkamer, apart toilet en een kleine aparte kamer voor Merel met eenpersoonsbed en een vanity. Er is zelfs een vaatwas en een wasmachine!

Mijn rug vond het even welletjes, Merels voeten ook, en dus hielden we horizontale rust tot een uur of vier. Toen waren de batterijen voldoende opgeladen om tot aan Hyde Park te wandelen en vast te stellen dat
1. het daar even droog en dor is als bij ons
2. een milkshake ook kan tellen als lunch rond half vijf
3. de Diana Memorial Garden veel kleiner is dan voorgesteld
4. het monument voor Albert gigantisch kitscherig is
5. er echt wel mooie beelden en hoekjes zijn
6. selfies ook wel een dingetje zijn.

En toen hadden we beiden echt wel honger (en zere voeten en veel te warm, maar dat terzijde) en had Merel een leuk klein restaurantje gevonden, Hayat. Zij nam er een versgebakken pizza, ik ging voor een stoofpotje van kip met champignons in een roomsausje met saffraanrijst, en we betaalden amper 32 pond, minder dan voor de taartjes.

Nog wat later stonden we weer thuis, vielen de plannen om naar de film Notting Hill te kijken in het water, en besloten we dan maar om elk nog wat te lezen en prompt in slaap te vallen.

24000 stappen, het kan niet missen, denk ik dan.

Vlamertinge, Ieper en Beselare

Het zijn blijkbaar zware tijden: vandaag werd de vader van een fijne collega begraven, en dus stond ik iets voor half elf in de kerk van Vlamertinge, een deelgemeente van Ieper. Het werd een mooie, ingetogen maar ook moderne dienst, en ik zat bij een handvol collega’s.

Nu ik daar toch in de streek was, ging ik meteen blijven en geocachen in de buurt. Maar ik reed dus eerst naar Ieper zelf om daar op de grote markt iets te eten, met mijn boekje erbij.

Je kan in Ieper niet passeren, vind ik, zonder even het museum In Flanders Fields binnen te gaan: dit zijn toestanden die we nooit mogen vergeten, en elke keer pakt het me weer. Ik bleef er amper een half uurtje, meer was ook niet nodig, ik ken het museum wel, maar toch…

Het was echt heet, intussen was het tegen drie uur, en ik moest ten laatste tegen zessen alweer in de auto zitten want vanavond was er een sessie van Ghostbusters roleplay in mijn tuin. Het rondje in Beselare dat ik voorzien had, zou wellicht te lang duren, en dus besloot ik om de fiets te laten voor wat hij was en labcaches en virtuals op te pikken in Ieper zelf.

Ik wist overigens niet dat Ieper zo mooie vestingen had, met water en park en al. Mooi!

Intussen was het vier uur, maar Geraard belde intussen de sessie af wegens opkomende migraine. Allez ja, ik ben zodanig gewoon dat hij meestert, dat ik dacht dat de sessie afgeblazen was, terwijl bij Ghostbusters hij gewoon een speler is en Koen degene is die meestert. Ha, dacht ik, dus toch dat rondje in Beselare!

Ik naar ginder, me geparkeerd op een droog stuk gemaaid veld, de fiets afgeladen, en begonnen aan dat rondje van 21 caches. En toen stuurde Ruben dat de sessie dan toch doorging, als er maar één iemand afbelde? Euh… Dju! Ik ging het rondje dan wel inkorten en de rest voor een andere keer laten. Tot Ruben, enkele caches verder, opperde dat hij misschien toch ging opgeroepen worden voor het werk omdat ze in de knoop aan het slaan waren daar. En of we het toch niet konden uitstellen. Euhm… Na veel vijven en zessen en gepalaver – ik zei dat ik nog in Ieperse streken en zat en uitstel ook niet erg zou vinden – werd beslist om het toch af te zeggen, zeker omdat ook Stefaan blijkbaar last had van de rug en niet ging komen.

Allez ju! Dus toch nog tijd om dit knappe, verzorgde en eigenlijk ook bloedhete rondje in Beselaarse velden af te werken. Ik kwam helaas geen enkel café tegen, zodat ik uiteindelijk aan een huis aanbelde om mijn waterfles opnieuw te vullen, want ik was dood van de dorst. Maar ik genoot en zag onder andere ook rotend vlas.

Toen ik aan de auto kwam, heb ik eerst even in de airco zitten uitblazen, want dat was even nodig. En toen een koekje gegeten, want ook de suiker was blijkbaar nodig.

En toen had ik nog genoeg energie om in het dorp van Beselare zelf de heksenlabcache te doen, want blijkbaar is dat een heksendorp met goed gedocumenteerde heksen. Ik ben maar door een klein stukje wijk gereden, maar de mensen zijn wel helemaal mee in het verhaal, zo blijkt.

Toen ik tegen half negen thuis kwam, was ik wel doodop, maar helemaal tot rust gekomen, en laat dat nu net de essentie van vakantie zijn, toch?

Ongepland én gepland geocachen

Wolf vroeg me of ik hem tegen half tien af wou zetten in Eke, op de parking van de voormalige Makro. Ze hebben namelijk toelating van de eigenaar om daar de UGent Racing auto te testen, en het is toch wel een eindje fietsen, ja, zo’n klein uurtje.

Voor mij is het vakantie, dus waarom ook niet? Ik moet trouwens ook naar Zomergem, want wellicht staat daar onze ‘goeie’ sportzak, gevuld met opa’s kleren, en Wolf heeft die nodig om mee te nemen naar Tsjechië en Oostenrijk. Ik kan er dan maar beter ‘de ronde van Vlaanderen’ van maken, toch?

Soit, ik passeerde dus door Landegem en zag dat daar een mooi labcacherondje rond Cyriel Buysse lag, met nog enkele vaste caches die ik nog moest doen ook. En ik had tijd…

In Zomergem stelde ik vast dat:
1. die zak daar niet stond, en dat ik die thuis onder mijn bed had geschoven
2. ik daar dus voor niks stond
3. ik echt dringend verder moet doen aan het opruimen van dat huis
4. ik daar echt geen enkele motivatie voor heb
5. daar nog gigantisch veel brol staat.

Enfin, naar huis dan maar, koken, en toen vond ik dat ik nog wel meer kon geocachen die dag. Bart zette mijn fiets op de auto, en ik reed voorbij Zelzate, net over de grens naar Westdorpe om daar een heel mooi rondje in de wijk Autriche te fietsen. Intens genoten, en zelfs een stopje kunnen doen om een smoothie te drinken met een stukje Westdorpse vlaai bij.

Na driekwart rondje kwam ik twee andere cachers per fiets tegen, en dan hebben we de rest maar samen afgelegd. Ik heb nog ferm goed gelachen: het waren twee wijze mannen van ongeveer mijn leeftijd die blijkbaar bijzonder goed op elkaar ingespeeld waren. En vooral ook galant: ik was op een bepaald moment even rondgereden omdat ik mijn fiets niet een trapje af kon dragen, en een eind verder, toen dat weer het geval ging zijn, stond een van hen me netjes op te wachten om mijn fiets naar beneden te brengen. Fantastisch, toch?

Enfin, fijne dag, fijne caches, fijn gezelschap. Vakantie, dus.

Avondje zee

Mijn dag was vandaag een beetje vreemd. Eigenlijk had ik afgesproken om met Max te gaan ontbijten, maar ik had ’s nachts moeten overgeven, en toen ik wakker werd, voelde ik me allesbehalve: misselijk, mottig, beetje hoofdpijn… Ik heb Max afgebeld en ben zowat de rest van de dag in de zetel blijven liggen, en heb nog een stevige dut gedaan ook.

De hoofdpijn werd erger, Dafalgan hielp niet, en dus nam ik een Excedryn, een middel tegen zware hoofdpijn en migraine. En kijk, binnen het half uur voelde ik me prima! Het moet dus een verholen migraine geweest zijn, en achteraf gezien kan dat wel kloppen, ja.

Maar mijn dag was dus compleet verloren geweest. Tot Bart zei dat hij die avond een diner had in Knokke, en ik op den bots besloot om zijn chauffeur te zijn en in Knokke te gaan geocachen intussen. Hij moest me dan maar een berichtje sturen wanneer hij daar aan het afronden was, en dan kwam ik hem wel weer oppikken.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik gooide hem af aan La Reserve en reed verder voor de stadscache van Knokke in een stukje park met duingrond. Mooi, zo in dat avondlicht!

Ik reed wat verder en ging in Duinbergen nog een paar caches oppikken, zelfs een webcamcache van een plaatselijke zeil- en surfclub. Ik genoot van de wind in mijn haar, de zon op mijn snoet, het geluid van de meeuwen en de golven, en uiteraard ook nog van een ijsje.

Ik moest me nog reppen toen Bart me een bericht stuurde: ik zat wel een eindje verderop. Maar ik heb er gigantisch van genoten. Moest het geen uur rijden zijn, ik reed vaker ’s avonds eens naar zee…

Twee daagjes Big Rivers

Allez ja, die verliepen toch wat anders dan gedacht, maar bon.

Gisterenochtend stonden we vrij laat op, en Sabrina zorgde voor een heerlijk uitgebreid ontbijt.

Nog een geluk, want de rest verliep iets chaotischer.

Tegen een uur of twaalf waren we bij Hanneke, en nee, het gaat niet goed met haar, maar dat wisten we al. We zijn sowieso al tijden bezig met geleende tijd, want eind 2023 had ze te horen gekregen dat ze kanker had, en zonder behandeling had ze nog zes weken. We zijn toen bij haar geweest en hebben toen een eerste keer afscheid genomen. We hadden beter moeten weten: koppig als ze is, vond Hanneke dat ze niet ziek was. We gingen in 2024 nog naar Big Rivers, en zelfs in 2025 lukte dat. En af en toe gingen we ook tussendoor nog even, gewoon voor de gezelligheid en omdat elk gestolen moment met haar er eentje was. Maar deze keer kon het niet: de behandeling slaat niet meer aan, en Hanneke heeft gewoon geen energie meer. We zijn een half uurtje gebleven, maar wat een deugd heeft dat half uurtje gedaan! En die knuffel, dat is er eentje om nooit te vergeten.

Mireille had echter enorm last van haar rug – spieren die vast zaten – en Kevin, Hannekes zoon die er ook was bij zijn ma, is samen met Po, een Thaise jongedame die Ayurvedische massages geeft. Kev heeft gebeld en we mochten meteen komen! Wij dus naar huis en vandaar naar het massagesalon, dat vlakbij Sabrina’s huis is. Het deed duidelijk deugd!

Het resultaat was wel dat we alle drie blauw van de honger waren, en dat we dus snel richting De Klik liepen, ons favoriete lunchadresje bij Maarten en Annemarie, met dat fantastische balkonnetje waarvoor je door het raam moet klauteren. Het was het wachten waard, gelukkig maar.

We slenterden verder, richting Grote Kerk voor de obligate foto op het trappetje, snuisterden even in de merchandise van dit jaar, en gingen op het Kerkplein luisteren naar een goeie Herman Brood Tribute Band. Klonk goed!

Een ijsje kon uiteraard ook, en daarna liepen we nog rond en pikte ik links en rechts wat labcaches op, om uiteindelijk bij Within Tension te verzeilen, een goeie Within Temptation Tribute band. Net voor het einde vertrokken we om een heerlijke Italiaanse pizza te verorberen op een alweer zalig terras aan het water. Dat laatste is niet moeilijk: er is quasi overal water in Dordrecht.

En toen was ons pijp uit: we keerden langzaamaan terug richting appartement, praatten nog even en kropen toen in ons bed. Fijne dag met gemengde gevoelens, kan je wel stellen.

 

Vandaag stonden we iets vroeger en gedisciplineerder op, want Sabrina en ik wilden om tien uur in het park staan voor een Pokemon Go! Event. Jawel, moet kunnen, toch?

Alleen… werd ze gebeten door een hond van een van de andere spelers! Die wimpelde dat zo goed als af, maar Sabrina’s been was echt aan het bloeden en haar broek was kapot, dus nee, het was niet zomaar iets! Ik ben me naar die man geschoten, en na veel gedoe gaf die uiteindelijk toch zijn telefoonnummer. Ik denk niet dat Sabrina daar iets mee gaat doen, ze hoeft niet naar de dokter want haar tetanosspuit is nog geldig, maar man! Die kerel nam dus niet eens zijn verantwoordelijkheid, vroeg zelfs niet hoe het met haar was! Echt he!

Meteen was de toon gezet: we waren allemaal wat van slag!

Soit, we liepen uiteindelijk toch de stad in, gingen een focaccia eten op een stralend terrasje – we zijn echt in Italiaanse doen – en liepen langs Biblis, een verplicht nummertje waar ik een superlichte zwarte wijde broek meenam voor amper 15 euro. We waaiden even langs het nieuwe snoepwinkeltje van Margriet, gingen even luisteren naar het koor van vrienden van Sabrina en Hanneke, en liepen daarna rustig terug naar huis.

Tegen vijven zaten we in de auto, tegen zeven uur was ik weer thuis, met opnieuw een hoop fijne herinneringen aan mijn favoriete Nederlandse stad. En ik vermoed dat haar inwoonsters daar voor veel tussen zitten, ja.

De kapel van Stoepe

Ik had Véronique alweer veel te lang niet gezien, en ze was ook niet naar de begrafenis kunnen komen, waardoor we vandaag afspraken. Ze was een paar dagen in Kluizen bij haar mama, wat ideaal was voor mij om haar na de kine op te pikken, even bij te praten, te wandelen, te geocachen, en haar dan een dikke twee uur later aan het station af te zetten. En zo geschiedde.

Ze was sinds haar kindertijd niet meer bij de kapel van Stoepe geweest – nochtans maar een paar kilometer van het ouderlijke huis vandaan – en was dan ook aangenaam verrast: door de bomen was de hitte bijzonder draaglijk, en de twee labcachen met bonus ook best amusant.

En uiteraard namen we beiden foto’s.