Haven IV

Haven dus, een nieuwe larp voor mij. Heb ik me geamuseerd? Welzeker! Maar toen spelleiding me dat op zaterdag in de vooravond vroeg, moest ik nog antwoorden: “Ja, maar ondanks Haven, eigenlijk”. Door het concept – je komt als vreemd volk toe in een compleet onbekende wereld met compleet andere, onbekende culturen – bleef mijn personage zeer op haar hoede, en legde nauwelijks contact met anderen.
Het hielp natuurlijk niet dat er al twee van mijn volk aanwezig waren, en dat we een eigen kampementje hadden gebouwd, een beetje – logischerwijs – verwijderd van de rest. Héél gezellig, met worstjes op de vuurkorf en al, en fantastisch gezelschap, maar we waren helemaal niet betrokken bij het spel.

Dat veranderde radicaal toen we – oorspronkelijk enkel Mireille en ik, later ook Sabrina en Hanneke erbij – mee de crypte in gingen, doorheen een soort doolhof, dan een tunnelsysteem, om voorbij een stevige golem in een kamer terecht te komen waar in een vreemde taal – het zelf verzonnen Eskhi Ganu – een hoop opnames konden beluisterd worden. En toen werd de linguïst in mij niet alleen wakker, maar begon die zich te verlekkeren. We probeerden zo goed zo kwaad mogelijk een van de acht teksten fonetisch te noteren, om die dan later bij het kampvuur met behulp van een zeer onhandig lexicon te vertalen. Schitterend gedaan, en ik amuseerde me rot!

Ook zondagochtend hebben we in die crypte doorgebracht met de andere zeven teksten. Ik vermoed dat de anderen zich doodverveeld hebben, maar ik vond het zalig! Zelfs toen het bericht kwam dat ze buiten aan de eindbash bezig waren, kon ons dat niet schelen: we deden voort!

Enfin, het volk van de Taoxka ligt me wel, het concept ook, en we bouwen het vooral verder uit. Ik kijk nu al uit naar de volgende Haven. Met àlle Vossen, deze keer.

Haven

Yup, na al die jaren eindelijk nog eens als speler op een larp weekend! Het had wat voeten in de aarde – de vorige kon ik niet mee omwille van de rug, en die daarvoor waren we aan het wachten op Els – maar yup, eindelijk gelukt. Met vier van de zes, maar bon, we hadden een klein kampje, genoten van het goede weer, en zagen er fantastisch uit, toch?

Griekse Dag

Man, ik heb me gigantisch geamuseerd vandaag! Het was zowaar Griekse Dag in centrum Gent, en ook al geef ik zelf geen Grieks momenteel, mijn collega Lucie kon moeilijk alleen de stadsbus nemen met een kleine veertig leerlingen, toch? Ik stak mijn vijfdes in de studie met een taak, liet ze een uur vroeger naar huis gaan, en gaf ook mijn zesdes de toelating om om twaalf uur naar huis te gaan. Ik heb ze niet horen klagen :-p

Zelf stond ik iets over half acht op de speelplaats, wandelde met de leerlingen naar de Mariakerkse Post, en nam er de lijnbus tot in het centrum. Daar wandelden we tot aan het Sint-Baafshuis (vlak naast de kathedraal) en meldden ons aan. Man, wat een volk! Er waren 1200 mensen, allemaal even enthousiast over Oud-Grieks, en dat voelde fantastisch!

Bon, het verslag over die dag dat ik voor school schreef, met foto’s uiteraard, kan u hier bekijken, compleet met interview voor Radio  1 en een klein interviewtje dat ik zelf van mijn leerlingen moest afnemen. Tsja…

Ik heb dus twee workshops van mijn eigen leerlingen meegemaakt, en ’s middags trok ik naar Sint-Lievens om er heerlijk in de zon te lunchen met mijn bestie Gwen, die zo heel toevallig pedagogisch begeleider Latijn en Grieks voor het GO! is. Daarna liep ik terug naar het Sint-Baafshuis voor een stadswandeling met een officiële gids die ons wees op sporen van de Griekse mythologie in het Gentse stadscentrum. Wijs!

Daarna gingen we allemaal naar de Groenzaal in Sint-Bavo voor de afsluitende finale van de quiz en een speech van Jef Vermassen. En daar voelde ik plots weer stekende pijn in mijn rug, van de soort waardoor ik net niet in paniek sloeg. Ik durfde nog met moeite bewegen, zitten ging niet vlot, en ik moest dus nog terug naar de bushalte, dan de bus, dan te voet tot aan de school, en dan nog de auto in naar de kine. Die had ik, vooruitziend, nog geboekt na de Griekse Dag. Alleen was er zo veel file dat ik de afspraak om half zes niet eens haalde. Geen nood, ik mocht gelukkig ook nog komen om half zeven. En ja, ik werd prompt gesommeerd om het heel rustig aan te doen de rest van de avond.

Allez gij.

Toch wel een beetje een domper op een verder toch wel zalige dag. Als dat tegen dit weekend maar goed komt…

Goed gevulde dag

Yup, het was me het dagje wel, ja. Om tien uur zat ik al in de auto, op weg naar Oostende. De man van een van onze koorleden was overleden en werd er vandaag begraven. Aangezien ik toch om twee uur in De Haan moest zijn, kon ik evengoed naar de begrafenis gaan, toch?

Ik had gedacht om er om twaalf uur weer buiten te zijn, snel een croque of zo te eten, en nog wat te cachen. Alleen, de dienst duurde net iets langer, en ik was uiteraard ook niet de enige van ons koor. We zijn dan samen iets gaan eten, en dat duurde ook allemaal wat langer, zodat ik na het eten eigenlijk snel weggevlucht ben om pas tegen kwart over twee bij Wolf te staan. Tsja…

Ik had hem gemist, mijn grote zoon, en het deed deugd om samen in de auto te zitten en te praten, dat uurtje onderweg naar huis.

Thuis bleek dat ook de andere twee hem intens hadden gemist: op een bepaald moment had Wolf zich in de zetel gezet, en binnen de paar seconden zaten de andere twee elk in een arm genesteld, en waren ze zelfs allebei zachtjes aan het huilen omdat ze zo blij waren dat hij terug was. Ach, het zal wel wennen, maar ik ga toch ook blij zijn als hij weer definitief thuis zal zijn, mijn maatje.

Tegen zes uur kwamen hier dan drie tienjarigen toe: Kobe kreeg ein-de-lijk zijn verjaardagsfeestje. Van juli 2016 én juli 2017, jawel. Om een of andere reden was het er nooit van gekomen dat te organiseren, en het is niet alsof hij er zo veel achter zat… Enfin, Rhune, Tiago en Nathan amuseerden zich eerst nog wat in de tuin met het boogschieten en dergelijke, en daarna waren er – traditiegetrouw – croques monsieur.

Daarna ben ik er vanonder gemuisd, terwijl Bart de jongens boven installeerde voor een FortNite avondje. Ze hebben ervan genoten, heb ik de indruk.

Zelf reed ik naar Destelbergen, want daar was de boekvoorstelling van Ganda 3: Triskelion. Dat is het derde boek van Dirk Willaert waar ik een paar maanden aan een stuk aan zitten verbeteren heb, maar daarover zal ik later nog wel eens schrijven. In een kleine kunstgalerij was een hoop volk verzameld, deed Dirk uiteraard zijn uitleg, las ik een stuk voor, las iemand anders nog een stuk voor, pleegde de dorpsdichter van Destelbergen een gedicht over de inhoud van het boek, en was het al bij al dik in orde.

Zo rond tien uur was ik weer thuis na nog een paar schemercaches, nog op tijd om de jongens boven te zien spelen. Tegen half elf besloten ze zelf dat het welletjes was en kropen ze in bed, met zijn vieren in de twee tweepersoonsbedden op Wolfs kamer. Toen ik om half twaalf ging slapen, heb ik ze tot slapen aangemaand. Helaas…

Om half vier ben ik dan nog maar eens opgestaan en heb drie gsms afgepakt, terwijl Kobe netjes lag te snurken, jawel.

 

Van nog meer gefiets en wijze mensen

Omdat ik dus had vastgesteld dat Kobe meer moet fietsen, ben ik vandaag nog met hem tot in Evergem gefietst, naar de muziekles. Eerder had ik het niet aangedurfd om met de fiets naar school te gaan: drie uur na elkaar lesgeven is lastig voor de rug, en ik wist niet of ik de vijf kilometer naar huis dan nog zou aankunnen. Stiekem was ik blij dat ik het niet gedaan had. Maar thuis stond mijn eten netjes op tafel op mij te wachten – dank u, liefje! – kon ik heel even liggen, en reed ik dan naar Evergem. Om half vijf fietste ik dan terug om hem op te halen, maar hij voelde zich echt niet goed om nog naar de rugby te gaan.

Erg vond ik dat niet: dan kon ik met de fiets naar mijn lezing in het KANTL in de Koningsstraat (niet ver van Sint-Jacobs). Ik heb nog moeten spurten, ik was bijna te laat. Maar de lezing van Gemma Janssen was bijzonder interessant: hoe was een Romeinse stadstuin opgebouwd, wat groeide erin, en hoe is men dat te weten gekomen? En welke functie had zo’n tuin dan wel? Het werd een lezing van anderhalf uur, maar dat stoorde totaal niet.
Meestal ga ik daarna onmiddellijk naar huis, maar Dirk Willaert was meegekomen, en dus besloten we daar nog eentje te drinken op de receptie. Ik heb evenwel geen drie woorden met Dirk gewisseld, want mijn oudlerares Liselotje was er ook, en wij hebben bijzonder heerlijk, oeverloos zitten tetteren, over Latijn en leerlingen en vroeger en de Italiëreis en de stoten die ik destijds op ’t school uitstak en waarvan zij er sommige zich beter herinnerde dan ik… Enfin, het werd een heerlijke avond ^^

Helemaal blij ten moede fietste ik vrolijk terug naar huis. Beetje koud aan de handen, dat wel, maar verder genoot ik. Carpe diem, zeker?

Dagje stad

Het zijn de laatste dagen van de tentoonstelling “Hello Robot” in het Design Museum, dus als we wilden gaan, moesten we dat nu doen.
Wolf werd op zijn uitdrukkelijke vraag gedropt bij een maatje in Belzele, zodat Kobe, Merel en ik vrij en vrolijk de stad in konden, en maar rekening moesten houden met één kapotte rug in plaats van twee.

We parkeerden in de Ramen, wandelden naar het museum, keken, lazen, bestudeerden en namen een selfie met R2D2. Ha ja, ge zijt nerd of ge zijt het niet :-p

Daarna gingen we een ijsje halen: traditie is nu eenmaal traditie.

We hadden nog tijd en een klein beetje energie over, en dus gingen we in de C&A twee kleedjes kopen voor Merel (voor Kobes lentefeest), zochten nog naar een mooie pull voor hem, haalden een Uitpas, keken nog rond in de H&M, de Hema, en besloten toen dat het welletjes was, en tijd voor een koffie, respectievelijk appelsap en warme chocomelk in de Labath.

Fijne dag, daar niet van, maar wel moordend voor de rug. Bon, ik heb vanavond geen plannen meer, ik blijf wel liggen dan.

Fantastisch dagje eten en cachen

Omdat ik destijds Veroniques rolluiken had gefikst, wilde ze ons eens uitnodigen om ’s avonds zelfgemaakte hamburgers met frietjes te eten. En omdat ik haar dochter al eens een geocache-initiatie had gegeven, en haar eigenlijk ook al, stelde ze voor om daarvoor te gaan cachen. Schitterend plan, vond ik.
Toen ik gisteren boodschappen deed en van ons middageten een lichte lunch maakte, een soortement brunch, heb ik Veronique en Leonore dan ook maar meteen uitgenodigd. Ik had spiegeleitjes, gerookte zalm, surimi, kaas, sla, radijsjes, rauwe champignons, worteltjes, … Enfin, een ganse hoop, en het werd best gezellig!

Na een koffietje reden we richting Daknam, voor een geocachetoer van negentien caches, en blijkbaar een aanrader. Awel, meer dan een aanrader. We maakten een prachtige wandeling waarbij we geen enkele auto tegenkwamen, door de velden liepen, langs water, en prachtige caches deden. Een boomklimcache – best dat Kobe het aapje mee was – eentje bijna in het water, een buizenpuzzel, een buis om los te peuteren, een vogelhuisje, een quasi onzichtbare, en zelfs een ongelofelijk wijze met een elektronisch memoryspel in. Schitterend! En de grijze dag veranderde allengs in een warme zonnige dag.
Véronique maakte foto’s, en ik mag er hier gelukkig enkele gebruiken.

We waren net om drie uur gestart, en het was kwart voor zeven tegen dat we terugwaren. Ik pikte Wolf op, en we reden tot bij Véronique thuis voor de hamburgers. En óf die smaakten!

Fantastische dag gehad!