Uitgebreid geocachen, daar had ik vandaag geen zin in. Er waren nog stapels was weg te werken en na al dat rondgeloop in Parijs vond mijn voet het ook wel even welletjes.
Virginie, de verhuurder van onze AirBNB, was zo lief geweest om ons dit dagje ook nog te gunnen. Normaal gezien was het de bedoeling dat we tegen elf uur de deur achter ons dicht trokken, maar we hadden gevraagd of we enkel onze koffers mochten laten staan. Dat kon, zei ze, die gingen niet in de weg staan. Maar deze morgen kreeg ik een berichtje: dat de volgende huurders pas op zaterdagmorgen aankwamen en dat ze zelf maar ging komen kuisen in de avond, zodat we gerust nog tot een uur of zeven in de kamer mochten.
Nu, we hadden alles al ingepakt, de koffers stonden gewoon opzij, de kamer was leeg, maar we hoefden tenminste niet de hele dag te zeulen.
We namen andermaal de metro, zodat we ook voor de laatste keer de Batobus konden nemen: de tickets waren geldig tot half twaalf en die boot blijft zalig.
Afstappen deden we voor de laatste keer aan Hôtel de Ville, om richting Les Halles te slenteren. Was me dat een teleurstelling zeg! Die zijn volledig gerenoveerd, zodat het oude beeld van de watervallen weg is en er nu gewoon een groot afdak is. Afknapper dus.
Maar door de naam Eglise Saint-Eustache te zien staan, viel mijn euro dat ik daar normaal gezien altijd een foto neem met dat hoofd dat daar ligt. Compleet vergeten! Wij dus naar het hoofd…
In een van de toeristische straatjes daar aten we een kippenbout met frietjes, maar man, vettig! Wel lekker, daar niet van…
Maar toen hadden we er allebei genoeg van: moe, heet, zere voeten… En aangezien we ons kamer toch nog hadden, namen we de metro naar huis, waar we tegen een uur of vier waren. We moesten pas om half zes weg, tijd genoeg dus om eventjes languit te liggen, te rusten, te lezen.
Dik kwart na vijf namen we afscheid, sleepte Merel de koffers van de gammele trap en rolden we richting station. Om daar vast te stellen dat het er pokkedruk was omdat zowat alle internationale lijnen – het gros van de treinen die daar toekomt en vertrekt – een stevige vertraging hadden. Blijkbaar waren er spoorlopers…
Gelukkig hadden ze er een Starbucks en konden we daar een zitplaatsje bemachtigen, want overal in het station, tegen elk muurtje en op elk hoekje zaten reiziger. Merel maakte kennis met de frappucino en met het fenomeen vertraging: het werd een dik half uur.
Nog een chance: in Brussel-Zuid bleken we drie minuten te hebben om de eerstvolgende trein naar Gent te halen, en dat haalden we gewoonweg! Netjes!
Een fijne babbel met een Brusselse jongeman en een taxirit later stonden we thuis. Rond een uur of negen dus: net genoeg tijd om Wolf een knuffel te geven en hem te zien vertrekken met zijn maten naar Parkkaffee.
Een vermoeiende citytrip, kilometers afgelegd, liters water gedronken, maar ook fantastische herinneringen gemaakt. Merel vond het alvast super, en daar gaat het toch om.
Dat een nachtje goed slapen toch een wereld van verschil kan maken!
Ik had mijn neusspuiter gebruikt zodat ik niet lag te snuiven, ik sliep onder een laken en Merel onder het donsdeken en blijkbaar was dat voldoende voor een deftige nachtrust. Oef!
Man, we keken onze ogen uit. Ik herinnerde me inderdaad dat daar alle chique merken zaten, maar wist niet meer dat die koepel er was, en dat de prijzen er voor sommige merken zó exuberant waren! Geef toe, 880 euro voor een vestje voor een vierjarige, Dior of niet… We liepen rond, voelden ons verschrikkelijk underdressed en toeristisch maar genoten van het gebouw.
En toen was er natuurlijk ook het dakterras met het fantastische uitzicht…
En toen, toen kwamen we bij de Tour Montparnasse, een veiligheidscontrole, een bagagescan en een uitzicht om u tegen te zeggen. En heet, heet!
Omdat het etenstijd was, mijn jongedame echt hangry kan zijn en de broodjes in de toren zelf er best wel lekker uitzagen en schappelijk geprijsd waren, bleven we daar dan ook maar iets eten. Alleen hun idee van ‘bière gourmand’ is ietwat vreemd, toch?
We namen de metro terug naar de Jardin des Plantes, de laatste halte van de Batobus, gewoon omdat we het zo leuk vinden om op die boot te zitten. We hadden evengoed rechtstreeks de metro kunnen nemen naar ons doel, maar da’s maar de helft van de lol, toch?
Enfin, we zagen de Arc de Triomphe en het drukke verkeer errond, maar geen zebrapad. Allez! We hebben ons dan toch maar tussen het verkeer door geschoten, om pas achteraf te merken dat er gewoon een voetgangerstunnel was. Kiekens dat we zijn!
Het plan was om dan te voet tot aan de Seine terug te wandelen en intussen onze waterflessen op te vullen, maar dat liep niet zo vlotjes. Merel werd moe, we hadden allebei dorst, onze voeten deden zeer… We liepen langs bijzonder chique hotels met nog chiquere auto’s, en aan de Seine moesten we nog tot aan de Eiffeltoren voor een boothalte. En ja, op mijn open data kaart van drinkfonteintjes vond ik er eentje, een kleintje, niet ver van de Eiffeltoren. Het plan was om onze flessen te vullen, leeg te drinken en opnieuw te vullen, en er stond ook niemand. Maar tegen dat we gedronken hadden, stond er dertig man, I kid you not!
Het lag niet aan de kamer, het lag niet aan het bed, maar wel degelijk aan ons. Tsja. Merel is absoluut niet gewoon om met twee in een bed te slapen en had het lastig met mijn zware ademhaling en af en toe blijkbaar licht gesnurk. Zij lag dan weer te smekken, te babbelen en zat op een bepaald moment zelfs recht. Maar vooral het ene deken voor ons beiden was niet praktisch.
Rond een uur of drie hebben we dan voor haar een nestje gemaakt aan de andere kant van de kamer: twee dekens en een donsdeken op elkaar gestapeld met daarover een laken waar ze zowel op als onder kon liggen. Dat scheelde een pak voor ons beiden, maar we waren eigenlijk nog moe toen we opstonden.
Tegen negen uur zaten we een paar straten verder op het voetpad aan zo’n piepklein bistrotafeltje met elk een croissant, ik met een stevige koffie en zij met een glas koude melk. Echt, gewoon eten in dat kind stoppen, dat scheelt al een pak!
We liepen de trappen af, keken even rond in het park rond de Eiffeltoren, zagen dat dat al meteen betalend was, maar aangezien Merel geen zin had om de toren zelf te beklimmen, wandelden we terug naar de Seine.
Daar namen we een abonnement voor twee dagen voor de Batobus: de lijndienst op de Seine waarbij je 10 haltes hebt – vijf aan elke kant, de belangrijkste bezienswaardigheden – met een boot om de twintig minuten. 24 uur was 19 euro voor mij (11 voor Merel), 48 uur maar 21 (en 13 voor Merel). Ge ziet van hier dat we dat meteen 48 uur hebben gepakt!
En ja, het was ondertussen flink boven de dertig graden en behoorlijk heet op die boot in de volle zon, maar het was wel genieten! We bleven een dik half uur zitten en stapten af aan de Notre Dame, waar we eerst iets gingen eten op een terrasje aan de afgesloten brug. Met twee aan dezelfde kant op zo’n bistrotafel, dat is het toch niet…
Daarna waren we zo moe en zo warm dat we in een parkje vlakbij eerst een cache deden en daarna gewoon gingen liggen in het gras, zoals behoorlijk wat Parijzenaars, zo bleek. Het deed deugd, daar in dat gras in de schaduw.
We liepen terug naar het water en namen de boot naar het Louvre. Altijd fijn, zo’n boot om eventjes rustig op te zitten en je voeten wat rust te geven.
Aan het Louvre was het niet alleen pokkeheet maar ook echt wel druk. Ik toonde Merel de Arc de la Caroussel, de rechte lijn van Parijs en uiteraard ook de glazen piramides, want die wilde ze zeker zien. Dat het Louvre niet zozeer die piramides was, maar wel een gigantisch museum en dat die piramides eigenlijk gewoon de ingang en lichtkoepels waren, daar had ze geen flauw idee van. Binnen wilde ze niet, en dat deden we dan ook niet.
We passeerden nog even langs de vreemde zuilen van het Palais Royal en besloten toen dat we allebei geen voeten meer over hadden en dat het welletjes was geweest. Een goeie metrorit later zaten we op een terrasje aan de Place Saint-Georges, het dichtstbijzijnde station bij onze kamer. Vijf euro voor een cola, en dat in een niet echt toeristische buurt…
In de studio gingen we allebei uitgeteld liggen en ik denk dat ik ook echt in slaap ben gevallen. Tsja, zoveel rondlopen na zo’n slechte nachtrust…
Tegen half negen waren we terug, niet veel later sliepen we beiden. Ik had nog gedacht van te bloggen, maar was daar eigenlijk veel te moe voor, zowel lichamelijk als mentaal.
De kinderen mogen, wanneer ze van het lager naar het middelbaar gaan, een citytrip kiezen naar een Europese stad naar keuze, met de ouder naar keuze.
In 2016 koos Wolf voor een weekendje Londen met zijn papa. In Kobes vakantie destijds kregen we het niet ingepland, en toen kwam corona. Tsja. Maar donderdag vertrekt hij met Bart voor drie dagen naar Keulen. Ja, mijn wenkbrauwen gingen ook de hoogte in, toen hij dat aankondigde, maar zodra hij eraan toevoegde dat het dan GameCon was, de grootste gaming beurs van Europa, klonk het net iets logischer.
Merel, mijn meisje zijnde, koos resoluut voor Parijs met mij. Een girls’ trip naar de meest bejubelde, meest romantische, meest tot de verbeelding sprekende stad? Ja hoor. Ze had al op voorhand uitgedacht wat ze allemaal wilde zien, maar liefst geen musea. Van mij niet gelaten, het was haar trip, zij bepaalde. En ja, ze was er helemaal klaar voor!
Onze trein naar Brussel ging om 9.55 uur, zodat we de taxi gevraagd hadden om 9.30 uur. Zelf reken ik een kwartiertje om naar het station te rijden, meer dan tijd genoeg, dachten we. Dat was echter buiten Guido gerekend: hij stond hier wel om 9.25 uur, maar had toen het lumineuze idee om dwars, maar dan ook dwars door ’t stad te rijden. Als in: Wiedauwkaai – even aanschuiven – en dan – oei, juist, de Opgeëistenlaan is onderbroken, wacht! – langs de Gasmeterlaan, over Wondelgembrug, door de Wondelgemstraat, via de Begijnhoflaan langs de Nieuwewandeling, toch de kleine ring op (die hij al veel eerder en vlotter had kunnen bereiken) – “maar Guido toch, ze zijn hier ook aan ’t werken, ge zijt een kalf, hoe kunt ge nu zo verkeerd rijden, maar vent toch” de arme man zat te vloeken en tikte de meter af op 20 euro – de Groot-Brittanniëlaan in, om uiteindelijk zich om 9.52 uur op het stationsplein zelf te schieten. De trein reed net het station binnen, we hebben ons gerept naar perron 9 – ge zult niet anders zien – en haalden gelukkig nog net de trein. Oef.
Gelukkig was dit geen voorteken voor de rest van de reis: de overstap in Brussel-Zuid op de TGV verliep zeer vlot en aan een snelheid van 300 km/uur zoefden we naar de lichtstad.
En toen was het een dikke twintig minuten met ons rolkoffertjes door de straten van Parijs naar onze AirBNB. Ik had wel even zitten kijken en toen iets gekozen dat best meeviel van prijs, niet ver van het station was, in een rustige buurt, en dat er vooral meer dan deftig uitzag. Man, zijn wij met ons gat in de boter gevallen zeg! Met stijl ingericht, kraaknet, deftige keuken en vooral een überpropere badkamer met een geweldige douche (als in: megaproper, nieuw, heet en veel waterdruk). En dan de ligging: niet gewoon in de quartier Montmartre, maar in een autovrij straatje in een afgesloten beluik met een fantastische binnentuin.
Alleen de traphal viel gigantisch tegen en deed ons de schrik om het hart slaan: niet afgewerkt, blote elektriciteitskabels, een oude gammele trap… Maar de kamer zelf: un bijou!
We luisterden naar de uitleg van de gastvrouwe, installeerden ons en trokken toen richting Montmartre, uitgehongerd. Ha ja, het was al bij tweeën, we waren vroeg op en Merel wordt gigantisch hangry… En die kan dan ook zo enorm gelukzalig kijken zodra ze eten voor haar neus krijgt.
Op de Place d’Anvers – of all places – placeerden we ons op een terras met een wreed wijze dienster en een haalbare lunch. Het eten is niet speciaal duur hier in Parijs, maar je betaalt stevig voor je drank: een cola is al gauw vijf euro, een koffie ook. Gelukkig krijg je ook altijd een karaf kraantjeswater voor niks.
We namen puur voor de lol de funiculaire naar boven, liepen rond, genoten van het uitzicht, losten een reeks geocaches op, vingen een eerste glimp van de Eiffeltoren op en namen uiteraard ook een selfie, zoals u in de foto van de dag kon zien.
Omdat we ’s middags zo laat hadden gegeten en eigenlijk allebei behoorlijk moe waren, besloten we om gewoon een baguette te kopen en even langs de Carrefour te gaan voor brie, salami, boter, melk en wat druiven. Zoals gezegd: Merel strà à lt gewoon als ge die eten geeft…
En toen, toen installeerden we ons samen op ons bed en keken naar ‘De klokkenluider van de Notre Dame’, want die had Merel zowaar nog niet gezien.
Die Notre Dame, dat zal voor morgen zijn, want nu is ons pijp gewoonweg uit.
Deze ochtend kwam Merel me om half zes wakker maken, om zes uur zaten we in de auto, om half zeven stonden we samen met een twintigtal andere idioten op een verlaten baantje in Melle.
Het is vandaag namelijk International Geocaching Day en ze wilden vandaag vooral het record breken van het maximale aantal mensen ter wereld die aan het cachen zijn vandaag. Een cacher uit Melle had het idee opgevat om al een event te doen bij zonsopgang: door je aanwezigheid heb je een cache gevangen op zo’n ontmoeting met allemaal andere cachers. Het was fijn, het was gezellig, het was vooral vroeg. De zon hebben we niet zien opkomen door een wolkenstrook vlak boven de horizon, maar dat deerde niet. Ik kreeg zowaar een haak voor mijn hengel en een nieuwe trackable en ik heb echt wel goed gebabbeld. Merel wist wat te verwachten en vond het ook helemaal niet erg.
Het plan was om daarna te gaan ontbijten, maar blijkbaar kan je in het Gentse op zaterdag zo goed als nergens terecht voor 9.00 uur. We zijn dan eerst nog maar enkele caches gaan zoeken, zo hoort dat op zo’n geocache dag.
Om eerlijk te zijn ben ik de tel van de dagen een beetje kwijt, en toen Gwen me vanmorgen stuurde of de Golden Gai goed was als restaurant, viel ik uit de lucht. Juist ja, we gingen eten! Maandag zien we elkaar terug bij Sofie en Sepp, maar dat mocht onze ontmoeting onder ons tweetjes niet deren, vonden we.
Ik kwam toe om half acht en had geluk: er was plaats aan de bar en ze wilden ons opschrijven voor een plaatsje op het terras, zodra er iets vrij kwam. En dat kwam eigenlijk behoorlijk snel: we hadden net onze – alcoholvrije – aperitieven voor onze neus en een bordje teriyaki kippenvleugels, toen we al mochten verhuizen naar buiten. Ik geef toe: dat was beter, want binnen was het behoorlijk warm en zitten kijken op de afwastoog is nu ook niet meteen bijzonder inspirerend.
Buiten zaten we heerlijk: de temperatuur was fantastisch en het verkeer in de Dampoortstraat is niet zo druk dat het stoort.
En het eten? Goh… Gwen had gehoord dat het hier super lekker was, maar we vonden het allebei niet speciaal. We hebben ook geen van beiden de ramen zelf genomen maar een salade, misschien ligt het daaraan? Het dessert was overigens wel zeer lekker, vond ik, maar allemaal met lactose zodat Gwen het bij een theetje hield.
Maar het werd wel een zeer fijne avond voor ons beiden, we hebben daar duidelijk allebei nood aan. Juist omdat we elkaar al zo lang en zo goed kennen, kunnen we ook alles tegen elkaar zeggen. We kennen elkaars familie door en door, maar we kennen ook elkaars werk echt wel door en door en daarover kunnen en mogen we ook oeverloos tegen elkaar zagen, iets wat je tegen collega’s niet altijd kan, en al zeker niet tegen je partner.