Ragnarok dag 3

Gisterenavond is ook Hilde toegekomen, mijn medemagiër, en dus heb ik haar vandaag meegetroond naar de bibliotheek van de Yanovie, waar ik deze keer ook de technische uitleg rond spreuken mocht inkijken en kopiëren. Ha ja, tweede bezoek, iets meer vertrouwen. Er is dus een speelster van de Yanovie die daar uren en uren werk heeft ingestoken, zalig om zien.

Hilde was laaiend enthousiast, en vooral: de assistent-bibliothecaris speelde vroeger ook een magiër en heeft ons outgame een ganse hoop uitleg verschaft over dingen die we echt niet wisten, want het spelsysteem is echt minimalistisch. We hebben daar enkele uren gezeten, en hebben meteen een heel concept voor de volgende Ragnarok. We weten ook wat we daar bij time-in meteen gaan doen: de Cerle Arcane opzoeken en daar contact leggen met andere magiërs.

En verder hebben we rondgelopen, dingen bekeken, was er ’s avonds een opdracht om te patrouilleren en dieven (ingame) te vatten, maar dat is dus niks voor mij. En er was in ’t stad een steengoed live optreden. Ik heb meegevolgd vanuit het kamp: dan was het kamp niet onbemand, en vooral: de rug begon het stilaan welletjes te vinden, ik had de hele dag nog niet neergelegen en ginder ging ik toch niet kunnen zitten. Het was echt goed, wist de rest me te zeggen, en ik geloof hen grif.

Meteen ook nog wat foto’s en dergelijke:

Julie maakte ook een filmpje op woensdag, nog voor de start, om te tonen hoe groot het eigenlijk wel is, en dan zie je de ‘stad’ nog niet:

Maar ook ’s avonds heeft het zeker zijn charme:

Ja, ik spreek dus al van de volgende Ragnarok. Als mijn rug het toelaat en het geen vier dagen regent, ben ik wel van plan te gaan, ja. Ik heb me echt goed geamuseerd en het is vooral een rustpunt, weg van de rest van de wereld, met fijne mensen om me heen.

Ragnarok dag 2

Vannacht had ik het minder koud en heb ik echt goed geslapen! En ja, dit trage leven bevalt me wel. Pluspunt: deze ochtend zijn ze de Cathy’s komen legen en schoonmaken, en het was bijna een plezier om naar het toilet te kunnen gaan. Benieuwd hoe lang dat zal duren in deze warmte, maar bon.

Er was een rustig ontbijt, ergens ook nog een middagmaal, we gingen de betaling regelen bij de Yanovie en ik merkte dat zij daar een heuse bibliotheek hebben, compleet met bibliothecaris, inschrijfdocumenten waarin je je akkoord verklaart met hun reglement, en vooral fantastisch materiaal! De meester-magiër was niet aanwezig, maar ik kon wel al enkele spreuken (sortilèges) overnemen, compleet met technische uitleg en al. Heerlijk moment daar, en ik kreeg er dan nog ijsgekoelde zelfgemaakte citroenlimonade bovenop.

Alleen dat Frans he, dat maakt het niet altijd even makkelijk. Maar iedereen is vol goede wil: ze spreken trager indien nodig, of schakelen over op het Engels. Het niveau van het Nederlands is over het algemeen bedroevend, en het is fijn als we dan eens een tweetalig iemand tegenkomen.

Na het avondeten wilde ik wel de show zien van Compagnie Lacrima, de groep waarbij de meesten vorige jaren zaten, maar waar er uiteindelijk stevige boel is ontstaan en dus een afscheuring is gekomen. Het werd best aangenaam: een schaduwspel, en vooral daarna een knappe goochelshow onder muzikale begeleiding, met jammer genoeg geen vuuracts, terwijl je duidelijk zag dat dat wel de bedoeling was. Ik heb dan nog een liedje gezongen, iemand anders ook, en toen was er plots een aanval van vampiers, gelukkig niet in het kamp zelf. Een van de Black Wolves was me komen waarschuwen, trouwens. De show was dus snel gedaan, maar ik bleef wat hangen – ik ken zowat iedereen van Lacrima – en deed een fijn klapke, dat uiteindelijk uitmondde in een zangstonde en hapjesronde en waardoor ik dus veel langer bleef hangen.

Ze wilden overigens met zijn allen me begeleiden naar ons kamp en, als daar niemand zou zitten, richting de stad: in groep ben je best veilig, alleen ben je een makkelijke prooi. Maar net toen we wilden vertrekken, kwam Jarne me ophalen: ze waren wat ongerust geworden waar ik zo lang bleef, en of alles wel in orde was en ik dus nog niet opgegeten was door een vampier.

Enfin, alweer een fijne, rustgevende dag, met een echt vakantiegevoel.

Oh, en ook een fijn en vooral hilarisch momentje: we zitten rustig te chillen, wanneer zich ene Ricardo aandient aan de poort, met de uitleg dat hij een barbier is en of hij iemand mag komen scheren, tegen betaling uiteraard. We zagen de bui al hangen toen hij een botermes bovenhaalde, maar man, goed gelachen! Zijn hele uitleg heb ik niet op beeld, een deel van zijn ‘behandeling’ wel.

Ragnarok dag 1

Awel ja, ik heb echt wel goed geslapen vannacht! Dat bed is prima, het werd alleen een beetje koud vannacht, amper 10 graden. Maar ik had mijn donsdeken, ik heb er nog een ander deken overgegooid, en onder mijn slaapkleed heb ik een legging aangetrokken en een pull erboven, en dat kwam best wel goed.

En verder? Goh… hebben we niet zoveel gedaan vandaag, vond ik. Maar het was best gezellig en wat men dan noemt slow living.

Er was het rustige ontbijt met verse koffie, en dat smaakte. Caitlin en Julie (C&J vanaf nu) hebben een frigo gekocht die werkt op een gasfles, en ja, dat marcheert. Ze zijn in de Decathlon ook twee kookplaatjes gaan halen die werken op van die kleine smalle gasflesjes, en ook dat werkt prima, al is de gas vrij snel op. Maar ik geloof dat ze 16 van die dingen mee hebben, dat komt helemaal goed. Gisteren was er al spaghetti, deze morgen dus koffie, ’s middags heb ik iets in ’t stad gegeten, en deze avond waren er wraps met gebakken kip en vanalles.

Alleen de ’toiletten’ zijn een uitdaging. Ze heten hier niet Dixi maar Cathy en zijn dus een begrip op zich. Er zijn verschillende clusters van die dingen met telkens een stuk of twintig cabientjes, maar dat maakt het blijkbaar niet minder erg. Vandaag zijn ze gefaseerd opengegaan, dat wil zeggen dat ze om de paar uur een paar nieuwe openden. Toen ik er daarstraks eentje opende, geloofde ik mijn eigen ogen niet. Het ding was vol tot aan de rand. En dan bedoel ik ook: tot aan de rand. Degene die het ding het laatst gebruikt heeft, moet echt met zijn kont in de stront hebben gezeten, dat kan niet anders. Echt, walgelijk gewoon! Ik wist niet hoe snel ik de deur weer moest dichtgooien, maar gelukkig waren er nog die ‘haalbaar’ waren. Tsja, het is niet alsof je veel keus hebt…

Verder hebben we een contract kunnen afsluiten met een grote groepering en ben ik meegegaan als secretaris: aangezien ik niet kan/mag vechten, ben ik degene die de aankondigingen doet, ons voorstelt, de grote klep uithangt maar ook de contracten onderhandelt en opstelt. En dan is het de grote baas, James, die er zijn poot moet onder zetten.

Ik heb zowaar een eigen bureautje onder de luifeltent, serieus.

En ja, voor de rest hebben we rondgelopen, heb ik met een trom ons aangekondigd – we zijn per slot van rekening een nieuwe groep – ben ik naar de verschillende winkeltjes gaan kijken, heb ik ’s avonds nog iets gedronken met enkelen van ons, en heb ik vooral een rustige, aangename dag gehad onder een stralende zon.

Oh, en er was ook de veldslag natuurlijk, die ik vanop een afstandje bekeken heb, terwijl mijn compagnie, The Black Wolves, aan het meevechten was.

Ja, dit is wel iets, ja.

Op naar Ragnarok

Ik heb me weer eens laten overhalen…

Sinds eind de 20ste eeuw – letterlijk – ben ik niet meer meegeweest op ‘kampement’, en daarmee bedoel ik zo’n mega larpevenement met duizenden spelers in tenten. De eerste paar Avatars heb ik meegedaan, en daarna vond ik het welletjes: geef me maar een gebouw, met bedden – hoe brak die ook zijn – en douches en WCs en dergelijke.

Maar op de trouw van Jarne en Jade kwam ik ook Caitlin en haar vrouw Julie tegen, en die begonnen over Ragnarok. Jarne had me daar ook al meermaals over verteld en het leek me echt wel leuk, maar voor mij is dat een no go wegens met die rug van me niet kunnen slapen op een veldbed of luchtmatras en zo. “Geen probleem”, zeiden de dames, “dan nemen we voor jou toch gewoon een bed mee? Een matras hebben we al, en we gaan dan zo’n simpel bedje kopen in de Ikea, we hebben toch een logeerbed nodig.”

Euh…

En toen zei ik ja. Zucht. Want vijf dagen – van woensdagavond tot zondagmiddag – in een wei met enkel tenten, zonder elektriciteit of warm water, en van die Dixi’s als toiletten… ik wist het toch niet goed. Maar bon, ik had het beloofd, en naast Jarne, Caitlin en Julie waren er nog vier andere in de groep. Het werd een nieuwe groep, een bende huurlingen met musketten, The Black Wolves. We hielden een online vergadering om alle praktische dingen te bespreken, en ik ging dus voor een grote vlag zorgen en een grote vuurschaal meenemen. Dat laatste werd omwille van de droogte uiteindelijk niet toegelaten en geschrapt, en maar best ook, want mijn auto zat behoorlijk vol met mijn gerief en dat van Jarne. Voor zowat al de rest gingen Caitlin en Julie zorgen, want die gaan vaak op reenactment, middeleeuws kampement dus, en hebben van die grote tenten en massa’s gerief, en gelukkig ook een camionette.

Jarne stond hier na mijn kine, laadde alles in, deed wat van tetris, en iets over vier vertrokken we richting Gouvy, net naast de grens met het Groothertogdom. Rond zeven uur draaiden we het indrukwekkende terrein op, en yes, de rest, behalve Hilde en Robbe, was er al. De tenten stonden op, het kamp was helemaal in orde, wij moesten enkel nog onze spullen in onze tent zetten en de stoelen opzetten en zo. Ik ging nog niet helemaal in kledij, maar de hoed en de cape kon ik toch niet laten.

Ik denk dat het best wel zal meevallen: veel zal afhangen van dat bed en hoe goed ik kan slapen, maar het ziet er in elk geval veelbelovend uit.

Vaandel voor de Black Wolves (soortement handleiding)

Ik heb me weer iets laten aanpraten, maar later daarover meer. Laat het nu volstaan om te zeggen dat ik aangesloten ben bij een nieuwe larpcompagnie, The Black Wolves, en dat we dus dringend een vlag ofte vaandel nodig hadden.

Say no more!

Ik was eerder al langs de stoffenwinkel gepasseerd en had daar enkele meters lichtgrijze, weerbestendige stof gekocht – dus ja, iets polyesterachtig denk ik.

Vandaag begon ik dus aan dat ding.

1. Stof plat leggen, vaandel dubbelzijdig aftekenen met stofkrijt of zo. Eén zijkant ga je later dubbel vouwen, zodat dat alweer een kant minder is die je moet afzomen en naaien.

2. Uitknippen (duh) met de stofschaar

3. Tekening maken in potlood: krijt veeg je uit met je handen, en stift of stylo is moeilijker uit te wassen en zie je te goed als je foutjes maakt. Ik zette er mijn laptop met de tekening naast en probeerde zo goed mogelijk met lijnen en afstanden te werken. En ja, ik vind het wel goed gelukt, ja.

4. Inkleuren met textielverf, de lijnen eventueel eerst met textielstift.

5. Vaststellen dat je niet voldoende textielverf hebt, de lijnen dan maar afwerken met textielstift en het excuus bedenken dat jullie nog maar een beginnende groep huurlingen zijn die nog niet veel fondsen heeft en dat verf duur is.

6. Grondig strijken zonder stoom met een doek tussen, zodat je zowel de verf als de stift fixeert.

7. Alle kanten grondig surfileren – jawel, niet lui zijn en niet overslaan! – en dan netjes samennaaien aan de averechtse kant, behalve de bovenkant.

8. De goede kant naar buiten draaien, de punt goed stevig scherp maken en er een knikker of zoiets ingooien, zodat de punt naar beneden blijft hangen.

9. Vijf – in dit geval toch, kan ook meer of minder zijn – strookjes van 18 op 10 cm uitknippen, surfileren, omvouwen en die vouw strijken, en dan omzomen.

10. De vijf strookjes met de meetlat over de bovenkant van je vlag verdelen, vastspelden en de hele bovenkant vaststikken met de lusjes erin. Tip: strijk ook de om te vouwen rand van je vlag zelf plat, zodat je perfect uitkomt en daar niet mee moet prutsen.

Ontbijtje met Max

Het plan was dus om vorige week te gaan ontbijten bij Nesto, maar toen voelde ik me allesbehalve en had ik ’s nachts moeten overgeven. Geen strak plan dus om dan te gaan ontbijten. Gelukkig is Max van de begrijpende soort, en konden we het verzetten naar vandaag. Maar dan zag hij de Gentsefeestenzone begrijpelijkerwijs niet zitten, en dus spraken we, net zoals bij de vorige koffie, af bij Bar Brutus in Mariakerke, want daar is het sowieso goed zitten én lekker.

Ik snap niet waarom we er vaak zo veel tijd over laten gaan vooraleer we opnieuw afspreken, want elke keer weer is het eigenlijk te kort, hebben we gespreksstof te over – onderwijs, de kinderen, kunst, musea, rare fietsen, … – en geniet ik er telkens weer van.

Dus, Max: ergens in augustus gaan we die Nesto eens uitproberen. Ja toch?