Monsters University

Toen ons een hele tijd geleden werd gevraagd of ik met de kinderen naar Monsters University wilde gaan kijken, zei ik uiteraard ja. Voor de première waren helaas geen plaatsen meer vrij, maar we konden tickets krijgen voor een voorstelling naar keuze, zolang het maar niet in het weekend was. Meteen kregen de jongens er elk nog een Tshirt bij, een knap polshorloge, stickers, zo’n fluorescerend oprolding voor rond je pols, en van die klinkhangers. Fijn!

Monsters-University-banner

De Tshirts zijn meer dan goed bevonden, ook de uurwerken worden naar hartelust gedragen, de stickers hebben al hun dienst bewezen als ‘flinksticker’, maar die film, dat kwam er maar niet van. Ha ja, want het moest de Nederlandstalige versie zijn, en die spelen ze niet ’s avonds, en overdag, tsja, was er altijd al vanalles gepland.

Tot gisteren dus.

Bart kon zich wat vroeger vrijmaken, ik ving een vijfkoppige babysit voor Merel, en dus trokken we met ons viertjes op de warmste dag van het jaar naar de film. Goeie keuze overigens: binnen was het zalig fris!

Kobe zat al te springen op zijn stoel: zijn allereerste cinema-ervaring, terwijl Wolf de ervaren coole gast uithing. En eigenlijk was dit meteen een metafoor voor de film zelf: twee jonge monsters – met uiteraard een ganse lichting nieuwelingen – komen op de universiteit aan, en willen het waarmaken in de zwaarste richting, die van de Schrikkers. De ene, Mike Wasowski, ofte de groene bol op pootjes met het ene oog, is enorm leergierig maar meteen ook ongelofelijk schattig, en de andere, Sullivan, het blauwe harige monster, hangt de coole gast uit die het allemaal wel al weet. En dan gaat het mis natuurlijk, en moeten ze wel samenwerken om alsnog hun doel te bereiken.

Tsja. Het is een voorspelbare film, met een typisch studentikoze inslag, maar dat maakt hem daarom niet minder vermakelijk. De jongens smulden ervan, ik vond het niet meteen Pixars beste. Niet dat ik me verveeld heb, verre van, maar het is wel heel erg Amerikaans, coming-of-age, en bij momenten moraliserend.Het leukste vond ik de soundtrack: als volwassene kon je daar massa’s verwijzingen uit halen, tot en met het ‘Gaudeamus igitur’.

Moet je de vorige film, Monsters Inc., gezien hebben? Nee hoor. Er zitten hele leuke verwijzingen in naar die film, maar dit is in feite een prequel, dus de jonge jaren van de hoofdrolspelers uit die film.

Conclusie: als het nog eens zo vreselijk warm is, rep je dan met de kinderen naar de dichtstbijzijnde cinema met airco, en geniet. Je zal er geen spijt van hebben.

Slapen in de tent, met een nachtwandeling

Ik weet niet meer waar ik het gelezen had, maar het leek me een prima idee: een nachtje kamperen in je eigen tuin (of die van oma, maar da’s geen optie), en dan een nachtwandeling maken.

Gisteren leek me een ideale avond: niet kouder dan 21°, en geen regen. Die combinatie is vrij zeldzaam, meestal krijgen we van die warmteonweders op ons dak. Ik heb met Wolf de tent opgezet, we hebben slaapmatjes en slaapzakken bovengehaald, en rond negen uur hebben de jongens zich geïnstalleerd. Vroeger was quasi niet te doen, want het bleef 28° buiten. Slapen hebben ze dat eerste stuk niet gedaan, wel gegiecheld, geprutst en gegoefeld.

Rond half elf heb ik ze uit de tent gehaald, toen je aan de westelijke horizon nog net wat lichter blauw zag dan aan de rest van de hemel. Gewapend met een zaklamp voor mezelf, kleine lichtjes voor hen, en een paar flesjes water – het was nog steeds 27° – zijn we naar de Lange Velden getrokken, een parkje langs een nieuwbouwwijk, van de R4 afgescheiden door een hoge aarden wal. Echt stil of echt donker was het daar niet, maar dat was ook niet de bedoeling, zo met een negen- en een zesjarige. En vooral: het is op wandelafstand.

We hebben een fijne wandeling gemaakt, geluisterd naar de krekels en de (brul)kikkers, ons een kriek gelachen met het geluid van een van die beesten – het leek wel een badspeeltje waar je langzaam op trapt – en naar de sterren gekeken. Veel kon je er niet van zien, zo dicht bij ’t stad, maar genoeg om hen de Grote Beer en de poolster te tonen.

We zijn rustig teruggewandeld, Kobe is dan toch maar in zijn eigen bedje gekropen, en Wolf heeft heerlijk geslapen in de tent, zegt hij.

Om eerlijk te zijn, ik kijk al uit naar ons midweekje in Waimes, in de Ardennen. Ik ga hen nog veel meer sterren tonen, en alle mogelijke dierengeluiden. En zorgen dat de zaklantaarns mee zijn, echt wel.

Zandbak

Of Wolf, negen jaar zijnde, nog in die zandbak speelt, vraagt u? Ik ben vandaag om 125 kg extra zand gegaan (ge ziet dat dus met moeite liggen, maar bon), Bart heeft dat bij het oude zand dat er al in lag, gekiept, en ja hoor: ik ben de kinderen twee uur gewoon kwijt geweest. Rust en stilte hier in huis, en zij rustig in de schaduw buiten. Al een chance dat ik het ding in de schaduw heb gezet…

zandbak1

zandbak2

Gewoon regen, of wa?

Hier thuis viel het nog mee, maar toen Merel en ik aanzetten naar Ronse om bij de schoonmoeder de jongens op te halen, en samen iets te eten in Ronse, begon het te druppelen. Nelly had – optimistisch – een tafeltje buiten gereserveerd, maar gelukkig hadden de mensen van het restaurant zelf wel al door dat het binnen toch wel veiliger was. Geen nood, we zaten achteraan, niet ver van de achterdeur, zodat we de kinderen perfect buiten op het springkasteel konden zien spelen. Want regen of geen regen, er werd gesprongen. Wat me andermaal opviel, was dat Merel deze keer wél meeging op het springkasteel. Zodra er andere kinderen zitten, durft ze niet, maar als het enkel haar broers zijn, springt ze vrolijk mee.

En Nelly en ik, wij kletsten er vrolijk op los.

Na het eten – intussen was er een gestage druilregen aan het vallen, bij een temperatuur van 22° – ben ik nog even met de kinderen langs de plaatselijke Hema (knutselgerief, zoals plakletters en stempeltjes) en de Action (nog nooit binnen geweest, wat een rommel zeg!) geweest, en daarna ben ik maar naar huis gereden. De plannen om eventueel naar Aubéchies en de Gallisch-Keltisch-Romeinse site daar te gaan, vielen letterlijk in het water.

Geen nood, Aubéchies loopt niet weg. En wij hadden een gezellig luie middag.

Vier voorstellingen op één dag

Dat moet kunnen, tijdens de Gentse Feesten.

Merel, Kobe en ik wapenden ons tegen de regen, en reden fluks naar het Arcatheater voor de voorstelling ‘Hut’ van 4Hoog. We waren op het nippertje vertrokken, en ginder stelde ik vast dat ik niet eens mijn portefeuille bij had 🙁 Maar toen ik zei dat ik van Gentblogt was en dus een recensie ging schrijven, herkende ze mijn naam, kon zelfs nog zeggen welke voorstelling ik eerder al had besproken, en we mochten gratis binnen. Yay!

De recensie in kwestie kan u dus hier lezen, compleet met foto’s en al.

Intussen was het buiten gestopt met regenen, en begon het eigenlijk al warm te worden. Gewapend tegen een eventuele nieuwe stortbui trok ik met Kobe en Wolf naar het EFTC, alwaar we nog eens drie poppenvoorstellingen zagen.

De eerste was grotendeels woordenloos, en Wolf was vrijwilliger van dienst. Ik heb dan ook een pak foto’s van hem genomen, hieronder krijg je er een paar. Het verslag staat, zoals altijd, op Gentblogt, maar heb ik deze keer ook zelf geschreven. Gelukkig was Max er om foto’s te nemen.

puppet01

puppet02

puppet03

puppet04

puppet05

Bij de tweede heb ik ongelofelijk smakelijk gelachen, maar de jongens vonden er niet veel aan. Wie dus nog gelooft dat poppentheater voor kinderen is, wel, die mag naar deze voorstelling komen kijken.

En voorstelling drie, wel, dat was pure Punch & Judy, het Engelse equivalent van onze Jan Klaassen en Katrijn, ofte ons Gentse Pierke. Grappen en grollen, meppen, slapstick, maar het was knap gebracht, en de jongens vonden het heerlijk!

Na het obligate ijsje reden we terug naar huis, met een stevige brok cultuur achter de kiezen. Het smaakte naar meer, maar het zal voor volgend jaar zijn, vrees ik.

Luie dag, alweer

Het regenrisico was me vandaag net iets te dreigend, en dus riskeerden we ons niet echt om naar de Feesten te gaan. En gelijk hadden we, trouwens, we zouden nogal nat geweest zijn.

In de plaats daarvan werd het een rustige dag: lang slapen, Muizenvallen spelen, koken, opruimen, en vooral ook naar kantoor rijden, om daar de geleverde zandbak af te halen. Ginder had ik een sterke man om het ding in de koffer te laden, hier thuis hebben Wolf en ik hem er dan samen weer uitgehaald. Ik ben beginnen vijzen, maar omdat de gaten niet voorgeboord waren, had mijn kleine elektrische schroevendraaiertje er nogal wat last mee. Ik ben dan ’s avonds nog bij de buren gaan vragen of een van hen een schroefboormachine had, en jawel: opgeladen en al 🙂

Intussen was Wolf al opgehaald door zijn peter: foebal! Blijkbaar was er iemand van de vriendengroep wiens abonnement vandaag niet gebruikt werd, en dus kon hij mee. Helemaal in blauw en zwart gekleed, en met zijn sjaal die hij gekregen had de vorige keer: hij was er klaar voor! En ook doodop toen hij rond middernacht weer thuis kwam, maar bon, dat had hij er dan wel weer voor over.

Vakantie, quoi.

En toen werd ook Kobe al zes jaar…

Hij kreeg bij het opstaan een dikke knuffel, mocht kiezen wat we gingen eten als ontbijt, koos ook het middageten, en wilde na de middag naar de Feesten gaan. Eerst kreeg hij nog zijn zelf gekozen cadeautje, zijnde ‘Muizenvallen’, waar ik zelf nota bene een half uur aan zitten knutselen heb om het in elkaar te zetten. Maar wel een wijs spel, dat wel. En tussendoor bakte ik een chocoladetaart voor de jarige.

Merel deed nog een stevige tuk, we maakten haar wakker, en trokken richting het centrum. Ook al had ik in gedachten van eens naar het Baudelopark te trekken met de jongens, Kobe koos resoluut voor de voorstellingen in het Europees Figurentheatercentrum, ofte het EFTC in de Trommelstraat. En dat is dus waar we naartoe trokken. De eerste voorstelling die we zagen, was op zijn minst bevreemdend te noemen: de poppenspeler vertelde op zijn heel eigen manier de inhoud van een aantal stukken van Shakespeare, maar dan wel met popjes gemaakt van kranten, schoenen, zijn eigen hemd, en in een tweede deel zelfs van varkensgebraad… Bizar, bij wijlen langdradig, maar bij wijlen ook bijzonder entertainend.

Het tweede was nog eens de Great Canelo Show, wat we zondag ook al gezien hadden, en waar vooral Merel nog eens met plezier naar keek.

Canelo1

Canelo2

Canelo3

Het was warm, maar het was een fijne dag. En gelukkig hadden de jongens niet echt last meer van die impetigo.

Zes jaar… Hij wordt groot, mijn kleintje.

Krentenbaard

Net toen we begonnen op te ruimen, gisteren aan de vijver, begon Kobe te klagen dat hij zoveel jeuk had. Ik dacht dat hij, net zoals de meesten van ons, gewoon gestoken was door een daas. Maar hij beweerde dat zijn rug zo vreselijk jeukte, en daar was totaal niks te zien. Het werd ook snel erger: zijn hele lijfje begon te kriebelen en te jeuken, en hij begon er zowaar van te huilen. Ik liep met Annemie (de gastvrouwe) mee naar binnen en spoelde hem af met kraanwater, want wie weet reageerde hij op iets uit het vijverwater? Het beterde heel even, maar niet lang. Ik heb dus een huilende Kobe in de auto gezet, terwijl ik verder opruimde. En toen begon ook Wolf te klagen van jeuk, ook al was er bij hem evenmin iets te zien.

Hier thuis heb ik ze allebei onmiddellijk doen douchen met Eucerin hypoallergene zeep, daarna ingewreven met een kalmerende lotion, en rustig tussen de koele katoenen lakens doen liggen. Ik dacht aan een soortement zonne-allergie, maar er was totaal geen uitslag te zien. Ze vielen allebei in slaap met de belofte dat ik vandaag met hen naar de dokter zou gaan, als het niet beterde.

En toen werd het ochtend, en stonden ze allebei vol kleine rode vlekjes, een beetje zoals de windpokken. Dat kon het echter niet zijn, want die hadden ze al gehad, en vooral, die manifesteren zich niet plots na een nachtje met een stuk of vijftig tegelijk.

impetigo

Nu waren de jongens vrijdag van sportkamp thuisgekomen met een briefje dat een van de kinderen daar ‘krentenbaard’ had, een vrij onschuldige maar besmettelijke ziekte waarbij er zich allemaal vlekjes ontwikkelden die blaasjes konden worden. Ik had er nog nooit van gehoord, en googlede het dus even. Het blijkt beter gekend onder de naam ‘Impetigo’, maar ook dat was me onbekend. Het is dus een stafylokokkeninfectie, op zich niet ernstig, maar veroorzaakt wel serieuze jeuk.

Ik dus met hen naar de dokter, en die bevestigde het vermoeden. Hij heeft hen meteen een specifiek antibioticum voorgeschreven, en iets tegen de jeuk. Intussen staan ze nog meer vol met vlekjes, maar is de jeuk perfect beheersbaar, en zolang ze de blaasjes niet openkrabben, is het eigenlijk niet erg.

Enfin, ’t is weer mooi dus. Vandaag hebben we dan maar een rustdagje ingelast, iets wat we eigenlijk sowieso van plan waren, omdat de jongens doodop zijn. Niet dat Merel wilde slapen, maar ze heeft deze morgen wel tot tien uur geslapen, en dat wil ook wel wat zeggen.

Ze hebben rustig gespeeld, en toen waren Merel en Kobe plots verdwenen, richting ons kamer. Ze hielden wel contact met Wolf hier beneden via de telefoon, want ze hadden plots de interne lijn ontdekt. Na een tijdje werd Wolf te nieuwsgierig, en trok hij ook naar boven. Haaa, rust!

Ze bleken een feestje te hebben georganiseerd. In ons kamer hadden ze een stuk vloer vrijgemaakt, het salontafeltje omgetoverd tot bar (Wolf was me netjes komen vragen of ze ananassap kregen), en de radio aangezet.

boven1

Na een tijdje moest ik komen kijken, en ik heb dan maar drie kommetjes chips meegenomen, tot grote vreugde van het gebroed. Ze lieten een netjes ingestudeerd dansje zien (zelfs Merel deed dapper mee), en hielden een ‘gitaarconcert’. We hebben zelfs nog samen staan dansen ^^

boven2

boven3

boven4

Enfin, rustdagjes zijn prima voor de creativiteit. Zelfs als ze verstoord worden door rode vlekjes.

Non-Stop

Omdat Gentse Feesten voor mij gelijk staan aan optredens en cultuur, nam ik Wolf mee naar de Scala in Sint-Amandsberg voor een avondje musical. Toegegeven, het was op uitnodiging en met de bedoeling om een verslag te schrijven voor Gentblogt, maar dan nog.

We hebben er allebei van genoten, van ons avondje uit. In de pauze is Wolf voor ons drankjes gaan halen, en hebben we samen op het terrasje buiten gezeten, en gekletst. Wij kunnen dat, mijn oudste zoon en ik. Soms ernstig, maar meestal nogal gekscherend en onnozel doend, zoals een beetje in de familie zit. Hij wordt zo snel groot, die zoon van me…

Voor het verslag van de musical moet u hier klikken, ik heb geen zin om het alsnog hier te zetten, vooral omdat er nogal wat foto’s in staan.