Sjaal voor Merel

Merel vroeg me enkele weken geleden of ik een sjaal voor haar kon maken. In zacht materiaal, met strepen, en lang. Ik liet haar kleuren kiezen, kocht merinowol – ja het is een dure sjaal, al bij al – en begon te haken.

En toen stopte ik elvendertig draadjes in, en was ze er bijzonder blij mee. Gelukkig maar. Ik ben eigenlijk ook zelf wel content van het resultaat, ja.

Mocht er nog iemand eentje willen: je betaalt enkel het materiaal.

Lectuur: “A Parade of Horribles (Dungeon Crawler Carl #8)” van Matt Dinniman

Toen ik zag dat deel acht van deze ongelofelijk rollercoaster was uitgekomen, heb ik hem meteen gekocht. Dit is een van de meest bizarre en tegelijk amusantste premisses voor een boekenreeks die ik al in tijden gezien heb. Blijkbaar ben ik niet de enige, want ik heb intussen opgevangen – geen idee of het waar is – dat er een reeks én een videogame van zou gemaakt worden. Vooral voor dat laatste leent het zich perfect, want het is ook opgevat als game.

Carl komt met Donut en de rest aan op level 10, na de verwoesting van de Faction Wars. Op het eerste zicht lijkt het een – voor het spel – bijzonder simpele level: je moet racen, en wie het laatste binnenkomt, valt af. Als in: sterft. Dit is makkelijk. Té makkelijk, toch?

Dat blijkt wanneer er niet meer tegen NPCs geracet wordt, maar ook tegen andere spelerteams. En wanneer de races telkens moeilijker en uitdagender worden, zelfs met een upgrade voor het rijtuig.

Tegelijk zijn er geruchten over level 11: niemand weet wat er daar gaande is, zelfs de showrunners niet, alleen de AI. En dus smeedt Carl een plan. Een bijzonder gevaarlijk, roekeloos plan.

Ik heb bewondering voor de grenzeloze fantasie van Dinniman. Tegelijk: als er door je format niet of nauwelijks beperkingen zijn: waarom ook niet? Ook deze ‘aflevering’ van de reeks gaat razendsnel, is bij momenten bijzonder spannend en heeft tegelijk ook meer en meer diepgang, met een donkere ondertoon.

Intussen is er een massa merchandising ontstaan rond de reeks, heb ik gemerkt, en blijkt ze gigantisch populair te zijn. Ik snap dat: ik wacht vol ongeduld op het volgende deel.

Kobe en co in Oostenrijk

Vannacht is Kobe thuisgekomen van een weekje Oostenrijk met de vrienden. Ze waren met zijn zevenen, verdeeld over twee auto’s, met de nodige tenten en ander kampeergerief. Ze zijn gaan trekken in de bergen, hebben een keertje overnacht in een berghut, en het zag er allemaal prachtig uit.

Hoe weet ik dat nu? Want ja, Kobe is gekend om zijn “Kobecommunicatie”, zoals Merel dat noemde. Wel, ik ben blijkbaar niet de enige ouder die zaagt dat we geen updates krijgen als ze op reis zijn, en dus had een van hen een Whatsapp groepje aangemaakt voor de ouders, en daar kwamen dus updates in. De manier waarop ze het schreven, maakte duidelijk dat ze het in het belachelijke wilden trekken, maar wij, wij vonden het prachtig!

Alleen ben ik bijzonder blij dat ik niet mee moest, als ik het zo een beetje zag. Man, dat klimmen! Kobe vertelde dat ze op een bepaalde dag van 800 naar boven de 2000 meter geklommen waren. Amai mijn voeten!

Maar de foto’s waren zalig.

Opnieuw een eigen lokaal

Vorig schooljaar moest ik vrijwel elke dag verhuizen van lokaal: ik had 7 verschillende lokalen voor 20 lesuren. Dat maakt het een beetje lastig om woordenboeken en dergelijke te voorzien, en zelfs mijn laptop mee te nemen, want dat ding weegt, en ik moet dus zeulen, wat ik niet kan.

Dit jaar, nu mijn handicap ook officieel erkend is, heb ik dus weer een eigen lokaal, en meer bepaald mijn vroegere lokaal dat ik in 2019 volledig geschilderd had met leerlingen, en waar ik spreuken op de muur was beginnen zetten. Na corona had de directie beslist dat ze een extra vergaderlokaal nodig hadden, en aangezien dit zowat het dichtstbij de rest van de directiegang lag én niet bijzonder groot is, was ik het dus kwijt. Tsja.

En nu heb ik het terug en kan ik elk uur daar lesgeven, daar hebben ze netjes voor gezorgd. Er kan, met enige moeite 24 man in, en mijn grootste groep is 22, dat lukt dus net. Tegen 1 september had ik effectief alle benodigde banken, een fijn bureau, zelfs een hoge tafel met bijhorende stoel en ook een smartboard. De kasten waren helaas nog vol spullen van de Ouderwerking – die mensen moeten per slot van rekening ook érgens hun gerief kwijt- maar ook daar zijn ze mee bezig om dat leeg te halen, zodat mijn woordenboeken en ander materiaal in de kasten kan.

En intussen heb ik mijn lupa al naar daar gebracht, en wat nepplantjes, een eerste beetje klimop, mijn klok en zelfs al mijn grote kaart van Gallië, want die heb ik voortdurend nodig in september. Er hangt voorlopig nog een megagroot beamerbord, maar ook dat gaat nog verdwijnen, en dan kan ik nog enkele kaarten ophangen.

De gordijnen die ik intussen in een ander lokaal had gehangen, komen ook nog terug, nadat ik ze gewassen heb. Enfin, beetje bij beetje ga ik het helemaal weer een eigen persoonlijkheid geven en er een écht vaklokaal van maken.

En weet je wie ook terug is? Lucas de klasplant! Dat is een grote ficus benjamina, waarvan ik vermoed dat die nu ongeveer 27 jaar oud moet zijn, als het niet meer is. Ik heb hem altijd hier op school gehad – zolang ik een eigen lokaal had tenminste – maar hij stond er ook al in mijn lokaal in Gentbrugge, en dat was rond 2000. En ja, die leeft nog steeds, zelfs al heeft hij het laatste jaar op kot gestaan. Taai beestje, die Lucas.

Maar thuis is waar mijn Lucas staat, toch als het over werk gaat. En ik voel me weer helemaal thuiskomen, daar op school.

Lectuur: “Project Hail Mary” van Andy Weir

Geloof het of niet, maar ik wist dus niet eens dat er een film was uitgekomen van dit boek: Merel wees me erop en vroeg of dat de reden was dat ik dit ging lezen. Euh, nee dus: dit stond al langer op mijn lijst als blijkbaar uitstekende science fiction, en dat bleek ook te kloppen.

De premisse is eigenlijk zelfs best realistisch: wanneer wetenschappers merken dat de straling van de zon precies licht is afgenomen, stellen ze vast dat er een… bacterie? Amoebe? Een of andere levensvorm, in elk geval, de energie van de zon steelt, en het gaat razendsnel. Als in: de aarde is gedoemd.

Ryland Grace is een leraar wetenschappen die zich plots, helemaal alleen, in een ruimteschip bevindt op letterlijk lichtjaren van ons zonnestelsel. Wat erger is: hij heeft er totaal geen idee meer van wat hij daar aan het doen is, waarom, of zelfs wie hij is, en wie die twee lijken zijn in zijn schip. En hoe kan hij daar geraakt zijn?

Beetje bij beetje komt zijn geheugen terug, en wat hij zich herinnert, is niet bepaald hoopgevend. Hij moet op zijn eentje de wereld zien te redden. Denkt hij. Want…

Het verhaal gaat heen en weer in de tijd: we krijgen Ryland zonder geheugen in zijn ruimteschip, en we krijgen de rest van het verhaal naarmate hij zich dat herinnert. Weir slaagt er wonderwel in wetenschappelijke uitleg te combineren met een razendspannend verhaal en het al bij al nog geloofwaardig te maken ook, zelfs voor wie de wetenschappelijke uitleg aan geen kanten snapt.

Ik begrijp dan ook dat dit verfilmd is: het leent er zich prima toe, het is eigenlijk zelfs een huis-clos. Aanrader voor wie van science fiction houdt, maar eigenlijk ook voor wie daar standaard geen fan van is.

Amare in Damme

Watou hebben we dit jaar gemist, wegens te warm – te druk – te weinig rug. Maar De Standaard had in het begin van de zomer enkele evenementen opgelijst, en ik had dat netjes bijgehouden. Daarop zag ik nu dat we ook Ooidonk gemist hadden, en dat is op twintig minuten rijden van hier.

Maar wat dus langer dan de grote vakantie loopt, namelijk tot eind september, is àmare, een kunstroute in Damme. Het was prachtig weer, onze weekends zijn vrijgekomen, en dus trokken Bart en ik na de middag richting Damme. Daar ligt, een viertal kilometer van het dorp zelf, De Blauwe Zaal, een grote manège cum feestzaal waar ze volop aan het feesten waren in boerenkiel, jawel. Maar daar is dus ook een opstapplaats van de Lamme Goedzak, een oude boot die heen en weer vaart tussen Damme en Brugge.

Eigenlijk had ik die boot willen hebben om twintig over twee, maar net toen ik de tickets had aangeklikt en wilde betalen, was het boeltje blijkbaar uitverkocht. Meh. De boot van twintig over vier was ook prima, zo bleek, en daar waren nog kaarten voor.  We waren iets te vroeg en bekeken dan ook eerst enkele kunstwerken daar ter plekke. Daarna installeerden we voor twintig minuten op die Lamme Goedzak.

In Damme stapten we af, gingen meteen het ijssalon binnen tegenover de steiger en genoten. En keken dus naar alle kunst, met meer en minder succes.

Onder andere in het oude Sint-Jans-Hospitaal was er een hele collectie te zien. Knappe dingen, maar dat geslenter is dus dodelijk voor de rug.

We liepen verder, via de kerk en het bijhorende domein, en dan verder langs de oude vestingwallen waar blijkbaar al altijd gedichten geposteerd staan.

En toen was er nog een wandeling van een viertal kilometer doorheen de velden, langs een wijngaard, en dus bezaaid met kunstwerken.

Het was mooi, maar toen was het ook mooi geweest. Mijn rug had er genoeg van, en ook voor Bart was het welletjes. Maar ik heb er gigantisch van genoten, om eerlijk te zijn.

En nu maar hopen op nog mooi zondags weer.

Street Art Wondelgem deel 3

Eerder had ik al twee reeksen van vijf labcaches gelegd om de muurschilderingen hier in Wondelgem in de, jawel, verf te zetten. Begin juli was me dat eindelijk gelukt, maar je kan dus niet onbeperkt labcaches leggen: je krijgt maar om de drie maanden een nieuwe credit. Ik moest dus wachten tot eind augustus, en toen werkte de rug niet mee.

Vandaag zag ik het eigenlijk wel zitten om eventjes de fiets op te gaan, door het vernieuwde parkje van den Dries te fietsen en nog vijf nieuwe labcaches aan de vijf volgende kunstwerkjes te maken. Ver is de afstand niet, maar dat is ook niet meteen de bedoeling: ik wil gewoon de aandacht trekken op de schilderingen. Geef toe: er zitten pareltjes tussen!

En na afloop ging ik nog even op een bankje daar aan den Dries in het zonnetje zitten om nog een paar Pokémons te vangen. Ha ja, die beesten vangen zichzelf niet. Dat is duidelijk.

Sportdag editie 2026

Net zoals vorig jaar lag de sportdag dus al meteen in de eerste week. Dat heeft zo zijn voordelen: veel meer kans op goed weer dan bv. vroeger de dag voor de paasvakantie, toen het al eens durfde stormen of zelfs sneeuwen. En in de laatste week voor de grote vakantie zijn alle goeie plekken zeer snel bezet én durft het voor ons leerkrachten er al eens te veel aan zijn. En dit heeft ook nog voordelen: nieuwe klassen leren elkaar daardoor beter kennen.

Nu, voor mij was het wel een beetje druk, na die ongelofelijk drukke eerste schooldag. Ik moest nochtans pas om tien uur een collega aflossen, en ik had mijn rolkarretje mee met daarin mijn stoel, mijn paraplu en een regenvestje. Dat laatste heb ik helaas ook nodig gehad: in de ochtend miezerde het een beetje, daarna klaarde het op, maar rond kwart voor drie begon het plots even te gieten. Gelukkig niet lang, en we konden grotendeels schuilen onder de bomen, maar toch.

En verder zat ik dus in mijn stoeltje te kijken naar wat de leerlingen uitspookten: boogschieten (waarbij ik het toch niet kon laten om eventjes mee te doen), Highland Games, lacrosse, iets met frisbee en dan ook nog enkele estafettes op van die speciale springkastelen. Wel wijs, eigenlijk.

Maar het was gezeul en veel zitten, en dus vond de rug het niet zo sympathiek, maar ook weer niet zo erg. Al bij al een goeie afsluiter van de eerste week, denk ik dan.

Maar ik ben wel klaar om er volgende week keihard tegenaan te gaan, yup.