Vredesdag

Twee jaar geleden lieten we met het GO! atheneum Mariakerke de Poeljemarkt in Gent, beter gekend als de plek waar de Schaapstal (stadshal) staat, omdopen tot Vredesplein.

Dit jaar zette een aantal collega’s opnieuw de schouders onder dit initiatief, deze keer zonder andere scholen, maar wel nog steeds met een optocht van 800 man van Mariakerke naar het centrum. Gelukkig was er politiebegeleiding, want begin er maar eens aan.

In de voormiddag waren er tal van lezingen en workshops voor de leerlingen, onder andere door Walter Van Steenbrugge die hier vlakbij zijn kantoor heeft en meteen enthousiast was.

Onder de Stadshal zelf was er een toespraak van onze burgemeester, eentje van Hafsa, de schepen van onderwijs, werd het Vredeslied gezongen en was er nog poëzie van de leerlingen. Yup, het was goed. Alleen was ik er eigenlijk niet bij: door mijn viervijfden werk ik niet op maandag en was ik dus ook niet ingeschakeld. Ik ben dan wel tegen kwart voor drie – te laat, maar ik was druk bezig thuis en had de tijd niet gezien – naar het plein gefietst, net op tijd om nog een deel van het lied te horen en zo. De speeches heb ik gemist, maar de sfeer zat er wel in, ja.

Blij dat ik alsnog tot hier ben gefietst, ja. Zeker omdat we daarna nog met een handvol collega’s op een terras zijn gaan zitten, en daar heb ik echt van genoten. En uiteindelijk heb ik nog een cache die zijn dopje kwijt was, gerepareerd. Wat een heerlijke herfstdag was dit, zeg!

Zoete sessie

Onze Cthulhucampagne is al even afgelopen, en voordat we beginnen met Cthulhu by gaslight – 19de eeuw dus – meestert Koen tussendoor een kleiner scenario van Ghostbusters. Daar heb je dus ook voorgemaakte personages, en een maf scenario. Ik heb in elk geval al echt goed gelachen: het geeft een compleet andere dynamiek en is veel kolderesker.

Op het einde van de vorige sessie waren we in een soort Snoepland terechtgekomen, met enkel maar zoetigheden, chocoladerivieren, suikerspinbedden, noem maar op. We hadden dan ook aan Geraard voorgesteld om voor een keer, naast de gezonde groentjes en eventuele chipjes, vooral snoepgoed te voorzien. Dat had hij prompt gedaan, en ik had zelf ook nog wel wat meegenomen. Naast een fijne sessie had ik dan na afloop ook buikpijn, want als dat in kommetjes voor mijn neus staat, kan ik daar niet afblijven.

Eerste schooldag (aan ’t unief)

Uiteraard was er 1 september, en toen was Wolf er niet en nam ik een foto van de andere twee.

Vandaag start het academiejaar voor de jongens, ze hebben straks hun eerste les, en mij gunden ze alsnog een eersteschooldagfoto, zelfs mét schoenen!

En natuurlijk geef ik u, naar traditie, de hele reeks van de vorige foto’s mee, gewoon omdat het zo mooi is om hen te zien veranderen.



366-sep01





Museumdagje in en rond Den Haag

Bart had een schitterend idee: waarom gingen we niet eens naar museum Voorlinden, in Wassenaar? Hmm… Dat ligt dus wel net voorbij Den Haag, op 2.5 uur rijden. Maar, zei Bart, we nemen er meteen het Kunstmuseum in Den Haag bij, en eten dan iets in het centrum zelf.

Goh ja, waarom niet? Het leek me een fijne uitstap, en dat bleek een understatement.

Nog voor acht uur zaten we al in de auto, iets over tien konden we knal voor het Kunstmuseum daar in Den Haag parkeren. Ik ben al verschillende keren met school in Den Haag geweest, maar dit ligt buiten het centrum, dit kende ik dus nog niet.

Man, het gebouw alleen al is een bezoekje waard! Het is een doolhof, dat is waar, stijl Designmuseum in Gent, een art decogebouw van de architect H.P. Berlage. “Om de gewone man het gevoel te geven dat hij een cultuurtempel betreedt, waarin hij in alle rust kennis maakt met de kunst, ontwerpt hij onder andere de lange, beglaasde pergola. Daarmee neemt hij geleidelijk afstand van het drukke straatgewoel. De rustige vijvers moeten hem voorbereiden op de aandachtige omgang met kunst. Eenmaal binnen betreedt de bezoeker de monumentale hal. Daar kan hij rechtdoor op gelijk niveau naar de ruimtes voor kunstnijverheid. De kunstvorm die het dichtst bij de gewone man staat. Of de trappen op voor de meer verheven beeldende kunst. Om museummoeheid te voorkomen, ontwerpt Berlage de museumzalen in een menselijke maat en van verschillende grootte. De doorgang tussen de zalen plaatst hij nooit recht tegenover elkaar, zodat elke ruimte evenveel aandacht krijgt. Om de bezoeker vooral te laten verdwalen in de kunst, zorgt hij dat er geen duidelijke looproute is.” 

Zoals een van de suppoosten zei, die ik aanklampte omdat ik nog maar eens verdwaald was: “Het is ook de bedoeling van de architect, mevrouw”. Euh, juist ja.

En dan de kunstwerken… Een hele reeks rond De Stijl, met uiteraard Rietveld, en dan het topstuk van het museum, de Boogie Woogie van Mondriaan. Knap om zien, perfect gekaderd ook. Maar Mondriaan was zeker niet het enige: er hangt echt veel knap werk.

Er was een onderdeel rond muziek, en boven een hele tentoonstelling rond mode allerhande, waarbij je ook zelf dingen kon aantrekken.

En dan kon je ook nog helemaal naar beneden, naar de Wonderkamers: een bont allegaartje van de meest uiteenlopende dingen, waarbij je van de ene kamer in de andere en van de ene verbazing in de andere valt. Oh, en ook dingen kunt aantrekken.

En eigenlijk doe ik het museum nog helemaal geen recht. Ik vond het de max, zeer creatief, zeer… anders, zeer aangenaam. We hebben er ook langer rondgelopen dan gedacht, en dat zegt ook wel iets, ja.

Daarop reden we alsnog naar het centrum om daar iets te eten en wat rond te lopen. Ik wilde Bart eigenlijk het Binnenhof laten zien, maar dat was helemaal afgesloten wegens verbouwingen. Meh.

En toen reden we een kwartiertje verderop, naar Wassenaar en het landgoed Voorlinden. Zoals Wikipedia het stelt: “Museum Voorlinden is een Nederlands particulier museum voor moderne en hedendaagse kunst op het Landgoed Voorlinden te Wassenaar in Zuid-Holland. De erin ondergebrachte kunstverzameling van Joop van Caldenborgh staat bekend als de Caldic Collectie, de grootste particuliere kunstcollectie in Nederland.“

Wel, euh, wow. Zonder meer wow. Het gaat grotendeels om monumentale kunst, en het museum is er duidelijk op gebouwd. Zo is er bv. het zwembad, waar je dus ook onderdoor kan lopen, zoals het is bedoeld. Of de extra trap naast een van de andere kunstwerken, zodat je het ook van bovenaf kan bekijken. Ik heb er enkele dingen gezien die ik al eerder zag en die in bruikleen waren, maar ik heb er ook zonder meer prachtige dingen gezien die ik nog niet eerder zag. Moderne kunst, dat wel, je moet er voor zijn. Het begon al quasi perfect bij het binnenkomen: een van de kleinere Maman beelden van Louise Bourgeois, waar ik zot van ben.

En toen wilde ik graag nog even uitwaaien aan het strand in Scheveningen. En uitwaaien bleek wel het juiste woord te zijn, ja: we waaiden bijna van die pier af! Die pier is trouwens voornamelijk vergane glorie, konden we merken. Op het strand lopen was geen optie, want je werd er gezandstraald. Maar we dronken er wel nog ergens een koffie met een uitgebreid dessertbord bij.

En tegen half acht waren we weer thuis, helemaal uitgewaaid en uitgekunst, maar met een prachtige dag achter de rug. Aanrader!

Lectuur: “Three hands in the fountain” (Marcus Didius Falco #9) van Lindsey Davis

Zo af en toe neem ik eentje van deze reeks ter hand: de avonturen van Marcus Didius Falco, detective in het Rome van de eerste eeuw na Christus.

Falco zit een glas wijn te drinken met zijn beste vriend, ergens op een terrasje, wanneer een werker van de gemeente een half verrotte hand uit de verstopte waterleiding haalt. Meteen gaan beide heren – die voor het eerst in duo werken – op onderzoek uit. Niet makkelijk, want de overheid wil niet dat het bekend wordt dat er lichaamsdelen in het drinkwater zitten, om opstand en chaos te voorkomen. Alleen blijkt het geen alleenstaand geval te zijn, en is er misschien wel een seriemoordenaar aan het werk die toeslaat tijdens de publieke feesten.

Echt lichte lectuur is dit niet – daarvoor zijn de boeken te lang en de plot soms te ingewikkeld – maar tegelijk is het ontspannend, vooral ook door de wrange humor die Davies hanteert. Het kinderachtige vrouwenbashen is er een beetje uit, al gebruikt ze nog graag een cliché over getrouwde mannen, ambtenaren, gemeentewerkers en zo meer.

Ik lees dit graag als iets uitgebreider tussendoortje en ik grijp er toch telkens weer naar, dus het moet zijn dat het niet slecht is.

Kleine stapjes

Vorige week schreef ik dat ik opnieuw een eigen lokaal heb. Beetje bij beetje ben ik dat nu aan het inrichten, naarmate er plaats komt.

Intussen heb ik de gordijnen die boven in een lokaal hingen, meegenomen naar huis, gewassen, gerepareerd en opnieuw opgehangen. Ja, ik heb zonneschermen in mijn lokaal, maar soms zijn die niet voldoende. Ze geven ook niet echt verduistering als je naar een filmfragment wil kijken, al zijn de schermen ook echt wel goed.

Vandaag heb ik ze dus opgehangen, en intussen staat ook Lucas de klasplant netjes op zijn plaats. Mijn collega heeft ook verder gedaan met het legen van de kasten, en dat maakt me gelukkig.

Kleine stapjes, maar wel leuk!

Sjaal voor Merel

Merel vroeg me enkele weken geleden of ik een sjaal voor haar kon maken. In zacht materiaal, met strepen, en lang. Ik liet haar kleuren kiezen, kocht merinowol – ja het is een dure sjaal, al bij al – en begon te haken.

En toen stopte ik elvendertig draadjes in, en was ze er bijzonder blij mee. Gelukkig maar. Ik ben eigenlijk ook zelf wel content van het resultaat, ja.

Mocht er nog iemand eentje willen: je betaalt enkel het materiaal.

Lectuur: “A Parade of Horribles (Dungeon Crawler Carl #8)” van Matt Dinniman

Toen ik zag dat deel acht van deze ongelofelijk rollercoaster was uitgekomen, heb ik hem meteen gekocht. Dit is een van de meest bizarre en tegelijk amusantste premisses voor een boekenreeks die ik al in tijden gezien heb. Blijkbaar ben ik niet de enige, want ik heb intussen opgevangen – geen idee of het waar is – dat er een reeks én een videogame van zou gemaakt worden. Vooral voor dat laatste leent het zich perfect, want het is ook opgevat als game.

Carl komt met Donut en de rest aan op level 10, na de verwoesting van de Faction Wars. Op het eerste zicht lijkt het een – voor het spel – bijzonder simpele level: je moet racen, en wie het laatste binnenkomt, valt af. Als in: sterft. Dit is makkelijk. Té makkelijk, toch?

Dat blijkt wanneer er niet meer tegen NPCs geracet wordt, maar ook tegen andere spelerteams. En wanneer de races telkens moeilijker en uitdagender worden, zelfs met een upgrade voor het rijtuig.

Tegelijk zijn er geruchten over level 11: niemand weet wat er daar gaande is, zelfs de showrunners niet, alleen de AI. En dus smeedt Carl een plan. Een bijzonder gevaarlijk, roekeloos plan.

Ik heb bewondering voor de grenzeloze fantasie van Dinniman. Tegelijk: als er door je format niet of nauwelijks beperkingen zijn: waarom ook niet? Ook deze ‘aflevering’ van de reeks gaat razendsnel, is bij momenten bijzonder spannend en heeft tegelijk ook meer en meer diepgang, met een donkere ondertoon.

Intussen is er een massa merchandising ontstaan rond de reeks, heb ik gemerkt, en blijkt ze gigantisch populair te zijn. Ik snap dat: ik wacht vol ongeduld op het volgende deel.