Japan – dag 6: een verloren dag

Om half negen zaten we aan een uitmuntend ontbijt en vonden we het eigenlijk jammer dat we hier al weg moesten: wat een hotel! En dan hadden we nog verkeerd begrepen dat het eigenlijk hier was dat we een privé onsen hadden moeten boeken, maar we hadden onze bikini’s en zo niet mee, en naakt zagen de kinderen niet zitten. Maar eigenlijk hadden we er ook niet echt tijd voor…

Om half tien stonden we buiten, iets later zaten we op de bus naar Gora station, waar we een kabeltreintje naar boven namen, waar een kabellift is met spectaculair uitzicht op de Fuji, een meer en een vulkanisch landschap dat bevreemdend aandoet.

Boven bleek de wachtrij voor de kabellift nog mee te vallen: een goed half uur. Mijn rug was daar niet zo blij om, maar bon, dat moest dan maar. Alleen… er kwam al een waarschuwing dat het bijzonder hard aan het waaien was en dat het niet erger mocht worden. En ja hoor, nog vier wagentjes voor ons misschien, en ze sloten de boel af. Hadden we voor niks staan wachten. Ze konden ook niet zeggen hoe lang ze gesloten zouden blijven. We bleven nog een half uurtje zitten – de files aan de bushalte waren immens want iedereen moest terug natuurlijk – en namen dan dat kabeltreintje maar terug naar beneden.

Daarna zaten we een dik half uur opnieuw op dat fijne zigzagtreintje van gisteren, en we hebben duidelijk twee ingenieurs in spe mee: toen er werd omgeroepen dat er een hellingsgraad was van 8% en de ene kant van de trein 2,50 meter hoger was dan de ander, begonnen ze allebei prompt uit te rekenen hoe lang die trein dan wel was. Zucht.

Soit, in Odawara konden we een eerste stukje shinkansen nemen, maar eerst overvielen we een 7-Eleven om er iets van middageten te scoren. Een restaurant hoefde niet, dat zijn we intussen wat beu. Maar erg gezellig was het allemaal nu ook weer niet.

Bon, de eerste shinkansen op, en dan een tweede direct naar Nagoya, in totaal een 270 kilometer op zo’n anderhalf uur. Uitzicht was er niet echt, alleen industrieterreinen en lage wolken.

En dan, jammer genoeg, nog een uur op een lokale trein met de layout van een metro. Meh. We waren dan ook doodop tegen dat we in het donker in Nagakutsawa waren, en daardoor viel ook het hotel op het eerste zicht nogal tegen.

De kamer is inderdaad klein – Tokyo-klein – maar wel gerieflijk en proper.

En toen kwamen we eerst even bij – de rug deed gemeen zeer – haalden we beneden een avondsnack, liepen nog even naar de lokale 7-Eleven voor meer snacks, en dat was dat. Alleen Kobe zocht nog even de onsen op, wij zagen dat niet meer zitten.

Een verloren dag dus. Tsja. Net geen 10.000 stappen.

Japan – dag 5: trip naar Hakone

Omdat Merel echt nog niet op haar plooi is en bovendien nog slecht geslapen had ook, bleven we opnieuw wat langer slapen. Iets over negen stond Bart aan de balie om onze valiezen te versturen. Dat is hier een dingetje: de supersnelle shinkansen zijn zalig, maar je mag geen bagage meenemen, die moet je op voorhand versturen naar je volgende hotel. Alleen moet je wel een dag extra rekenen, zodat we in onze rugzakken onze spullen voor vanavond ook meenemen en pas donderdagavond in de volgende bestemming onze koffers terug hebben. Blijkbaar lukt dat wel: de vijf rugzakken zaten goed vol – ik kan er geen dragen – maar we hadden wel alles mee.

Het is overigens een heldere dag en vanuit onze hotelkamer konden we plots de Fuji zien liggen!

Iets voor tien, na nog een fijne geocache in het station, namen we de eerste trein richting de kust, voorbij Kawasaki, Yokohama en andere ronkende namen. Vreemd genoeg heeft ook zo’n trein nog steeds de layout van een metrostel. Goed twee uur later namen we een volgende, om dan een prachtig treintje te nemen naar Hakone: het zigzagt de berg op, en dat mag je letterlijk nemen: eerst naar links tot aan een platform, dan naar rechts tot een volgend stationnetje, weer naar links enzoverder. Het uitzicht was magnifiek, blij dat we dat genomen hebben in plaats van een bus of zo. Ter plekke aangekomen gingen we een fijn maar stevig trapje af naar beneden, naar het burgerrestaurantje dat Wolf had gevonden.

Eén en ander had wel langer geduurd dan gedacht, zodat we pas na twee uur daar waren, maar man, die burgers hebben gesmaakt! En de weg ernaartoe, over een rivier en langs een hoop bloesems, maakte immens veel goed.

Het was een hele mooie wandeling, maar tijd voor de boottocht met de piratenboot of zelfs de tocht met de kabelbaan was er niet. Tsja. Dat laatste gaan we morgen proberen doen, als de rijen te doen zijn. Reserveringen voor de fast lane zijn al volzet tot eind mei…

We namen de bus richting hotel, stapten verkeerd af omdat de travelapp van ons reisagentschap niet klopte, keerden dan maar op onze stappen terug, vertrouwden op Google Maps en kwamen rond half vijf in ons hotel aan.

Wat een verschil met Tokyo! Ruimte, zen, geen drukte, traditionele elementen… Heerlijk! En een bad op het balkon dat je kan laten vollopen met water uit de heetwaterbronnen onder het hotel, iets wat Bart en ik dus gedaan hebben. Zowel hij als Kobe hebben ook de yukata aangetrokken, voor mij hoefde dat niet meteen. Maar wat een uitzicht, wat een sfeer…

De rest deed voornamelijk een tukje: ik denk dat we allemaal niet goed door hadden dat dit een wellnesshotel is, met een grote onsen beneden met alles erop en eraan. Niet dat Bart of ik erin zouden mogen: zelfs kleine tattoos zijn niet toegestaan.

En tegen zeven uur gingen we eten: we kregen meteen een eigen ruimte toegewezen, in alle rust en sereniteit. Het contrast met de sushiheksenketel van gisteren kon niet groter zijn. En het buffet was uitmuntend.

Kobe trok nadien nog naar de grote onsen, Wolf en Arwen zagen dat niet zitten wegens naakt en al, maar Merel nam nog een badje op haar balkon.

Jammer dat er hier voor de rest niks te beleven valt, want dit hotel verdient meer dan 1 overnachting, toch?

Oh, en met al dat reizen net geen 10.000 stappen.

Japan – dag 4: meer Tokyo

Om negen uur zaten we aan het ontbijt, om iets over tien waren we alweer onderweg naar het station. Jammer genoeg was het intussen aan het regenen, en dat zou nog wel even zo blijven.

De bedoeling was om nog voor de middag in de tempel van Edo te zijn, de oude stad van Tokyo. Alleen ging het van kwaad naar erger met Merels hoest en gesnotter, totdat ze er bij zat te huilen. We besloten om een apotheker te zoeken, maar ook hier bleven we maar zoeken tot we vaststelden dat die zich binnen in het station bevond, in de betalende zone. En daar bleken we dan eerst bij de dokter langs te moeten gaan, wat we dan maar deden, met de nodige wachttijd. Merel blijkt niet alleen een stevige zware verkoudheid te hebben, maar ook een lichte oorontsteking. Viraal of bacterieel kon hij niet vaststellen, en de vlucht zal er geen goed aan gedaan hebben, zodat hij haar antibiotica voorschreef, een middel tegen de hoest en een middel tegen het slijm. En nu maar hopen dat dat helpt…

We trokken alvast naar Asakusa met de grote Senso-Ji tempel, maar eerst gingen we ramen eten in een van de grote ketens. Euh… Het was er klein, pokkewarm en een half uur aanschuiven, met een gevoel van een fastfoodtent. Maar de ramen waren wel lekker.

En toen stonden we in het hart van het oude Tokyo, Edo dus, samen met een miljoen andere toeristen, waarvan een deel zich de moeite en het geld had gespendeerd om traditionele kleding te huren, Mooi, maar druk! We kochten er good luck charms, snoven de wierook op, en zagen dat het mooi was én een toeristenval.

Bon, een eind verder opnieuw de metro op, en nog wat verder de autonome trein die grotendeels op een eigen spoor in de lucht rijdt, wat zorgt voor knappe uitzichten op de eindeloze gebouwenzee die Tokyo is. We stapten uit aan een bekend punt met het gigantische Gundambeeld, en met een gigantisch winkelcentrum, waar de kinderen gingen shoppen en Bart en ik een koffietje dronken en ik uiteraard ook nog wel een geocache of twee meepikte.

En toen nog maar eens een minuut of twintig op die luchttrein, naar Teamlabs, een soortement instagram ervaringsding. Pokkedruk, maar dat is niks nieuws in Tokyo. En voor een deel tot aan je knieën in het water. Het meeste vond ik nu niet zo speciaal, maar wel de bewegende hangende orchideeënzee. Prachtig…

Bon, naar buiten, terug de trein op, en dan switchen naar een gewone metro. Euh… Het was intussen kwart over zeven, maar die trein zat stampvol, en dat is letterlijk te nemen: je werd geduwd en gestampt. Arwen kreeg het Spaans benauwd zodat we de volgende halte meteen zijn uitgestapt, in een zakendistrict, leek het. Wolf vond online een goed aangeprezen conveyor belt sushi op 12 minuten stappen, en daar gingen we dus naartoe. Online allemaal goed en wel, ter plekke vonden we het niet. Wij binnen in zo’n Mediamarkt-achtig iets, en blijkbaar zat dat restaurant daarboven op het zevende. En toen was er ook nog een wachtrij van een half uur, maar ergens anders ging het niet minder druk zijn, en we bleven dus wachten. Wel, het was de moeite waard. Zelden zo’n zottekot gezien, om eerlijk te zijn. Superdruk, superluid en super de max! Je bestelt iets met een aanraakschermpje voor je neus, wacht enkele minuten en het komt netjes voor je neus aan via die lopende band, met geluidssignaaltje en al. Wat een machine! Superveel en superlekker gegeten, en voor ongeveer 50 euro voor ons zes. En geloof me, Kobe deed het concept eer aan!

En toen was het voor iedereen welletjes. We spoorden naar huis, de kinderen gingen nog even rariteiten opsnorren in de 7/11, en dat was dat voor vandaag.

Eigenlijk hebben we nauwelijks iets gezien van de miljoenenstad Tokyo. We zijn pompaf, hebben de nodige kilometertjes op de teller, en toch… Ik denk dat je hier makkelijk een maand kan doorbrengen en nog niet alle interessante dingen gezien hebt. Tsja. Maar we hebben een klein smaakje van Tokyo te pakken.

18.000 stappen, btw.

Japan dag 3: Tokyo

Ik heb geslapen als een blok, van elf tot acht, en het was nodig. Ik denk dat ik gisteren trouwens een liter water heb gedronken en ik moest niet eens naar het toilet, beetje gedeshydrateerd dus. Tsja.

Om negen uur zaten we met zijn allen aan het uitgebreide ontbijtbuffet, iets over tien waren we op wandel richting station hier vlakbij, want daar moesten we onze Japan Rail passen gaan ophalen. Wel een gemak, zo’n pas: werkt voor metro, trein en zelfs de meeste shinkansen. We vonden niet meteen onze weg in dat station, maar een jongeman die ik aansprak, bleek een student Engels te zijn en die liep zelfs meteen mee tot aan de infobalie enkele verdiepingen lager, want hij had toch tijd over. Tekenend voor de mentaliteit hier: zeer zeer vriendelijk.

Daarna ging het richting Meiji Schrijn: een gigantisch complex ter ere van keizer Meiji die gestorven is in 1918, en dat ligt temidden een zeer oud, prachtig bos knal in het midden van Tokyo. Vreemd, maar mooi.

Terug de metro op, en iets eten in een chic restaurantje aan een mooie plaza waar Wolf ons feilloos naartoe had geleid.

Van daaruit ging het te voet verder richting het stadhuis -  of toch iets in die strekking, want Tokyo zelf bevat ongeveer 13 miljoen inwoners, verspreid over 23 districten, maar de metropool Tokyo is ongeveer 40 miljoen inwoners – waar je gratis tot boven kan, met prachtige uitzichten. Op een van de foto’s zie je overigens dat bos goed liggen.

We wandelden een half uurtje verder, met een tussenstop voor een koffie – Bart, Merel en ik – of een 7/11 voor de rest en dan naar Shinjuku National Garden, een prachtige traditionele tuin met veel bloesems, maar nog niet de kenmerkende roze. We liepen rond, slaakten de occasionele ooh en aah, amuseerden ons rot met een foto van onze zes kopjes met bloesems – klont, iemand? – en vonden het allemaal goed.

We wandelden terug naar het station via Shinjoku met die bekende 3D-kat

en namen de metro naar Shiboya, dat bijzonder gekende kruispunt met op piekmomenten 3000 mensen die tegelijk oversteken. Daar zaten we wellicht niet, maar het was er sowieso pokkedruk. Bij Hachiko was het aanschuiven…

Toen gingen we op zoek naar een welbepaald sushirestaurant, dat we pas na heel lang zoeken gevonden hebben en waar een ellenlange rij stond, zodat we https://youtube.com/shorts/ki1OqCc3tRoalsnog ergens anders binnen gingen, voor alweer gefrituurd eten. Tsja.

En toen wilden de kinderen nog even shoppen, maar Bart en ik zagen dat echt niet meer zitten, zodat wij al op het gemak terugkeerden en zij wat later volgden. En uiteraard moesten we de dag besluiten met de 7/11 om er de raarste dingen te proeven…

Oh, en 24.000 stappen.

Japan – dag 2: ik hààt verplaatsingen!

Het vorige verslagje was kort wegens de dag die met zes uur werd ingekort en een vliegreis waarop niks te beleven viel.

Rond vier uur plaatselijke tijd – ergens tussen elf en twaalf uur ’s nachts dus – werden we wakker gemaakt en volgde het ontbijt. Ook ik dacht dat dat wel moest lukken: nog anderhalf uur tot landen, toch?

Euh… De landing lukte nog, maar ik was ongelofelijk misselijk, en dat ging in de lounge daar in Hong Kong – transfer van drie uur, met opnieuw security controle, handbagagecontrole, paspoortcheck en alles erop en eraan – maar niet over. Eten hoefde ik dus aan geen kanten, en pas toen mijn hele maaginhoud in een zakje werd gemikt – inclusief zelfs het avondeten van de dag ervoor, ik had echt niks verteerd – voelde ik me beter. Ik kon zelfs een fotocache gaan loggen, zodat ik er nu ook eentje heb in Hong Kong.

Ook het opstijgen viel nog mee, maar ik durfde niks meer eten of drinken, no sir. Na amper een dik uur moesten we alweer landen in Taipei, en jawel, misselijk uiteraard. Bon, vliegtuig af, security check, paspoort check, terug naar de gate, zelfde vliegtuig weer op voor nog een kleine drie uur. Dit waren geen slaapzetels maar ze konden wel redelijk plat, dus ja, weer wat geslapen. Helaas, de landing zorgde ervoor dat wat mijn maag toch nog bevatte, ook nu r weer uit kwam. Blergh. En slecht, slecht…

Intussen was het vijf uur lokale tijd, zeven uur verschil. De immigratiecontrole, visumcontrole, vingerafdrukken en bagage ophalen kostten ons nog een uurtje. Gelukkig stond ons taxibusje te wachten, maar de rit – avondspits in Tokyo – was nog eens meer dan anderhalf uur.

Iets voor achten stonden we totaal uitgeput in het hotel, Merel was aan het huilen van vermoeidheid en ellende. Maar we waren ter bestemming: Tokyo Ikebukuro, verdieping 22. De kamers zijn klein maar ruim naar Tokyose normen, en ik ging nog van kamer wisselen – mits stevig bijbetalen – voor Merel en Kobe van een klein tweepersoonsbed naar een twin kamer: ze ging anders geen oog toe doen en ze was nu al zo ziek…

Gelukkig was het restaurantbuffet nog open, zodat we ter plekke nog iets konden eten en zelfs niet meer buiten hoefden. Tegen half tien lag Bart al te slapen, ik heb het nog uitgehouden tot elf uur, kwestie van de jet lag wat tegen te gaan.

Maar het uitzicht op nachtelijk Tokyo van op de 22ste verdieping: prachtig!

Knowing me knowing you

Dinsdag gaf ik drie keer een workshop rond democratie aan de derdes, woensdag, donderdag en vrijdag werd dat zes keer een workshop van twee uur aan de eerstes. Lucie was met een bijzonder goed idee afgekomen: het gezelschapsspel Knowing Me Knowing You – ja ik begin ook altijd Abba te zingen.

Het thema van de projectweek is “Ik en de ander” waarbij we ons focussen op zelfbeeld, zelfinschatting, maar ook hun verhouding tot hun klasgenoten en hun medemens. Dit spel kadert daar volledig in: je speelt met vier of vijf spelers en stelt aan de hand van kaartjes met daarop vijf vragen de meest uiteenlopende vragen aan je medespelers. Je moet de antwoorden daarop raden, en pas achteraf krijg je van de speler over wie de vraag ging, het juiste antwoord. Dat leidt soms tot hilarische toestanden.

Stuk voor stuk speelden de leerlingen het spel enthousiast mee, ook al hadden wij de groepen ingedeeld en mochten ze die niet zelf kiezen. Sommige groepen speelden ronde na ronde en zaten te schateren, bij andere groepjes ging het wat moeizamer. En wie op het einde dat wilde, mocht ook nog kraanvogels leren vouwen, in het kader van vrede en al.

Conclusie: zeker voor herhaling vatbaar, en perfect binnen het thema! Goed gezien van Lucie, zou ik zo zeggen!