Eventjes naar Lovendegem met de fiets

Gisteren waren Wolf, Merel en ik per fiets briefjes aan haar vriendinnetjes gaan uitdelen, en Wolf had dat zo leuk gevonden, dat hij vroeg of we vandaag niet even tot in Lovendegem konden rijden, zo’n negen kilometer, om hallo te gaan zeggen bij Arwen. Ik stemde in, op voorwaarde dat hij écht, maar dan ook écht zijn afstand zou bewaren. En we namen ook zelf een fles water en een vieruurtje mee, zodat we niks konden contamineren.

Effectief, een prachtige fietstocht langs Belzele later zaten we, samen met oma en opa, in de tuin bij Ann en Jarno, netjes op een stevige afstand van elkaar. Ook zij hadden hun eigen eten en drinken mee en hielden afstand.
Awel, het was echt gezellig om nog eens andere mensen te zien en te kunnen zitten praten, ook al was het met die afstand tussen.

Arwen kreeg het wel eventjes te kwaad en begon te huilen omdat ze Wolf niet mocht vastnemen, maar we hielden voet bij stuk: alleen zo geraken we erdoor. Tsja…

Na een drie kwartier reden we dan maar terug, en ik had echt genoten van het sociale contact én de fietstocht met mijn zoon.

Van post en lekker eten

Er is voor veel dingen tijd, momenteel. Zoals voor eten maken. Allez ja, niet dat ik zo uitgebreid kookte, maar ze vonden het precies allemaal wel lekker.

Het ontbijt was ter afwisseling eens van die paaskoeken, en had ik er meer gekocht, ze waren ook op geweest. Als middageten hadden de kinderen quiche gevraagd, maar dan wel met bacon, champignons en mozzarella.

Als vieruurtje had ik eigenlijk chocolademousse gekocht, maar toen dacht ik dat er nog ijs was, en aardbeien, en dat dat eigenlijk wel een fijne combinatie was.

En in de namiddag reed Wolf nog even naar de Delhaize, zodat we croque monsieurs konden eten. Ja, zo’n quarantantie, ne mens wordt er niet mager van.

Maar gelukkig kwam er nog een ietsie beetje beweging bij kijken. Merel had namelijk een ganse hoop post: tekeningen voor haar vriendinnetjes, en dan brieven voor omaly en opa. En die tekeningen moesten wel in de brievenbussen worden gestoken. Mét begeleidende krijttekening aan de bewuste brievenbus, uiteraard. Bij Lieze was dat laatste niet nodig, want die kwam even buiten en toen stonden beide meisjes op twee meter van elkaar te glunderen. Zo’n BFF, het is me wat.

Maar we passeerden ook even langs een van Wolfs beste maten, en die kreeg natuurlijk ook een tekening.

Snel fietsten we niet, maar we waren er wel even mee buiten, en dat deed deugd.

Alternatieve Pasen

Normaal gezien gingen we deze middag eten in Ronse met Nelly. Uiteraard kan dat nu niet doorgaan, gezien de omstandigheden. Maar Bart en Koen hadden een aperitiefje afgesproken, online welteverstaan. Nu, het had wat voeten in de aarde omdat Nelly’s iPad niet alle software heeft staan en we dus wat gelimiteerd waren, maar het lukte wel ^^

Bart had een bijzonder fijne maaltijd voorzien, met vooral ook een, euh, enthousiaste taart.

En daar geniet ik nog het meest van: we konden ook gewoon buiten eten. Zalig toch, zo’n vroeg zomerweertje? Als we dan toch in ons kot moeten blijven, liever zo dan in de gietende regen.

Lectuur: “IJzerkop” van Jean-Claude Van Rijckeghem

Wolf moest dit boek lezen voor Nederlands, en aangezien ik het dan toch kocht voor op zijn (lees: Barts) Kobo, kon ik het evengoed ook overzetten naar mijn Kindle en zelf ook eens lezen. Ha ja, want als het goed is voor de kinderen, zal het ook wel oké zijn voor mij zeker?

Awel, ja. Ik vind het een goed boek. Niet het beste dat ik al gelezen heb, maar zeker niet het slechtste, bijlange niet. Het verhaal begint in Gent – en dat is bijzonder amusant aangezien je alles herkent – in de Napoleontische tijd, waarbij een jong meisje het gehad heeft met de verplichtingen die bij haar sexe en haar afkomst horen, en als ze verplicht wordt te trouwen als een stuk handelswaar bij een contract, besluit ze haar leven in eigen handen te nemen, met alle gevolgen vandien.

Ja, het is een jeugdroman, een coming of age, en ja, het is in wezen feministisch en historisch, maar dat stoort nergens aangezien het gewoon een onderdeel van het verhaal is en niet bedoeld is als expliciete boodschap.

De stijl is niet helemaal mijn ding, ik hou eigenlijk niet van boeken die zowel in het heden als in de ik-vorm zijn geschreven, maar de laatste tijd lees ik precies niks anders. Tsja. De verhaallijn wisselt trouwens af tussen het hoofdpersonage, het meisje dus, en haar jongere broer, die uiteraard een deel van de gevolgen van de acties van zijn zus moet dragen, maar ook zijn eigen problemen heeft. Op die manier krijg je een mooie wisselwerking van perspectief, tussen het privilege van de mannen en het verplicht onderdanige van de vrouwen in die tijd.

Wolf zei ook dat hij hem graag gelezen heeft, meer nog, het is het eerste boek dat hij ooit volledig heeft uitgelezen want onze Wolf en lezen, nee, dat is het niet.

Maar bon, zoek je een goed boek voor je ongeveer zestienjarige puber? Dan is dit een aanrader.

Buitenwerk

Onze speeltoren die Wolf en ik een aantal jaren geleden samen hebben gebouwd, wordt eigenlijk niet echt veel meer gebruikt. Bart had al gezegd om hem af te breken, maar dat zag ik niet zitten, en wie weet kan hij over een tiental jaar opnieuw dienst doen.

Maar de lange teut waar de schommels aan hangen, die mocht er wel af, ja: meer plaats en zo. En de houten bak waarin ons brandhout geleverd werd, die zou perfect moeten passen in de ruimte achteraan de toren, zodat we er de blauwe vuilniszakken kunnen inzetten.

Gemakkelijker gezegd dan gedaan: we hebben blijkbaar de vijzen van de schommel nogal stevig vastgedraaid. Maar waar een wil is, is een weg, en stevige armspieren, dat ook. Daarin moet puber Wolf zijn meerdere nog erkennen in zijn moeder: ik mag dan gehandicapt zijn, mijn armspieren zijn nog verdekke in orde!

Enfin, met veel moeite werd het schommelgedeelte losgekoppeld, en de houten bak, die kregen de jongens niet op zijn plaats. Hij kan er op zich wel staan, maar om hem erin te krijgen, da’s een ander paar mouwen. Maar ze toonden zich de waardige zonen van hun koppige vader, en toen ik terugkwam van de boodschappen van Marleen, zat het ding – minus één plank – zowaar op zijn plaats!

Om de namiddag af te sluiten, fietste ik nog even naar Evergem: daar moest ik nog een nieuwe cache steken, en het was ideaal fietsweer. Ik genoot, zeker toen ik de zonsondergang zag. En geen kat op straat…

 

De eerste echte lentedag!

Gisteren en vandaag was het eindelijk goed weer, en het leven verplaatste zich spontaan naar buiten. De tuin, welteverstaan. Wolf had eerder deze week al het terras schoongespoten met de hogedrukspuit, gisteren haalden we ook al de tuinkussens en de Fatboy uit, en Merel en ik installeerden ons met ons boek.

En vandaag was het nog beter, waardoor we ook onze zondagse taart buiten aten. Geen goed idee, overigens, als uw taart een merveilleux is en alle chocoladestukjes op uw zwarte broek waaien waar ze ogenblikkelijk smelten. Hmpf.

Ik maakte mijn broek zo goed zo kwaad mogelijk schoon, zag dat het een verloren zaak was, en sprong dan maar op de fiets om twee caches te repareren – alweer. Die van de Brusselsepoortsluis was weer eens verdwenen, maar de cachende buur ging er een oogje op houden. En de Sint-Agnetesluis, aan de Coupure, was grofweg losgesnokt. Daar had ik meer geluk: aangezien een vroegere cache in de buurt gearchiveerd is, kon ik hem eindelijk op een betere plaats leggen, vlakbij de eigenlijke vroegere sluis. Happy me!

En intussen fietste ik door bevreemdend lege straten.

En ’s avonds, toen aten we ook gewoon buiten. En Gandalf zag dat het goed was.