Tiende verjaardag!

Zoals ik gisteren al schreef, had ik mijn vrienden opgeroepen om kaartjes te sturen. En toen waren er niet alleen kaartjes maar ook cadeautjes en lag de hele keukentafel vol.

Deze morgen kwam ze om acht uur bij mij in bed kruipen, we maakten de rest wakker, Merel deed een maskertje aan, en we namen haar mee naar beneden. En toen…

Dat enthousiasme, dat is toch zalig???

Vooral met de mechanische eenhoorn van Mario en Babeth hebben we ons een kriek gelachen: dat ding stapt bijzonder snel, schudt dan al hinnikend met zijn kont en dan begint hij een liedje te zingen. Het effect op Gandalf was grandioos…

Intussen bakte Kobe pancakes bij wijze van ontbijt en mocht zij alles uitpakken en alle kaartjes opendoen, iets waar ze echt lang mee bezig was. En toen maakte ze dit filmpje:

’s Middags waren er wraps van broerlief, en in de namiddag was er uiteraard ook taart. Haar lievelingstaart was er niet meer in gewone vorm, alleen in de Sint-uitvoering, maar dat vond ze niet erg. Alleen is zo’n dikke laag chocolade niet zo handig voor kaarsjes ^^

En ’s avonds, toen waren er frietjes van de frituur.

’t Is niet dat we volgevreten waren of zo, hoor!

 

 

Compleet maf!

Ik had een week of twee geleden op Facebook een oproep gelanceerd: dat Merel tien jaar werd, en dat ze dus wegens corona geen feestje kon geven, maar dat ze op haar verjaardag zelfs nog in echte quarantaine zat, dus geen vriendinnetjes, geen opa, niemand. Meh. En of iemand het dus zag zitten om haar een kaartje te sturen, want je wordt maar één keer tien jaar. Ik kreeg veel reactie en ik had dus een kaartje of tien verwacht. Juist ja.

In de loop van de week werden er 7 pakjes en 23 kaartjes in Barts bureau verstopt, een plaats waar ze weinig of niet komt, en waar regelmatig dozen en pakjes staan.

Deze avond, toen ze al in bed lag, hingen we de slingers op. Normaal gezien leggen we ook confetti en slingers en zo op de ontbijttafel, maar deze keer was dat absoluut niet nodig:

Echt, serieus… Er zitten twee cadeautjes van ons tussen, en dat is alles, al de rest komt van jullie.

Ze gaat niet weten wat ze ziet, en zelfs ik vind de anticipatie zalig.

Bedankt, iedereen!

Lectuur: “Battle Ground”: The Dresden Files 17 van Jim Butcher

Dat ik fan ben van de Dresden Files, dat kon u hier al meermaals lezen: in maart vorig jaar las ik de eerste zeven in één ruk uit, en meteen daarna gooide ik er de volgende acht nog bij. En toen waren ze op, en zat ik zonder.

Het leest als een trein: bijzonder vlot geschreven en pulpy, maar intussen moet je er wel je gedachten bij houden: na al die boeken zijn er wel héél veel personages en héél veel plotlijnen die telkens opnieuw opgepikt worden of waarnaar telkens opnieuw verwezen wordt. Het is dus ook geen aanrader om ze niet van in het begin te lezen, want dan ben je met de helft van het verhaal niet mee en heb je totaal geen idee waarover het gaat.

En toen was er in juni plots boek 16 dat ik ook in quasi één sessie uitlas, maar waarbij ik op mijn honger bleef zitten: het ging grondig mis in de magische wereld van Harry, maar alles werd in stelling gebracht zonder dat er echt een punchline volgde. Er was duidelijk een extra boek op komst, zo veel was zeker.

En toen miste ik de publicatie van Battle Ground compleet, tot mijn ontsteltenis. Gisteren merkte ik dat op één of andere manier op, schafte het meteen aan op Amazon – gemakkelijk, jong, zo’n ebook: ge hebt het op uw reader staan binnen de minuut – en sloeg aan het lezen. En jawel, zonder hernemen ging het verhaal naadloos verder: 20% verder in stelling brengen, 60% een enorm gevecht, vandaar de titel, en dan 20% losse eindjes opruimen. Serieus, nooit gedacht dat ik 300 pagina’s over één gevecht ging kunnen lezen zonder dat het ging vervelen, maar als je een beetje een inlevingsvermogen hebt, zie je de schitterend beschreven gevechten gewoon voor je. Met zeer intense momenten, dat ook. Het is één lange adrenalinerush met nauwelijks een adempauze.

Wat me opvalt is dat Butcher waarschijnlijk de kritieken op zijn vorige boek grondig ter harte heeft genomen: van enig seksisme is deze keer totààl geen sprake meer.

En je ziet nu al waarover het volgende boek zal gaan: ook hier zijn een paar onaffe plotwendingen die voer genoeg opleveren voor een of meerdere volgende boeken. Nee, Harry Dresden kan vooralsnog nog niet op zijn lauweren gaan rusten, zoveel is zeker.

Deze aflevering krijgt van mij gewoon 5 sterren: ik heb het in iets meer dan 24 uur uitgelezen, en ja, ik heb een normale nacht slaap gehad én was gedaan en soep gemaakt en dat soort dingen.

De Dresden Files blijven wat mij betreft een gigantische aanrader voor wie graag hedendaagse fantasy leest. Maar je begint dus het best wel bij boek 1.

Lectuur: “Een schitterend gebrek” van Arthur Japin

Nu Wolf voor school ook deftige boeken moet lezen, vond ik dat ik mee moest beginnen lezen met hem. Zo ook dit boek, hem aangeraden door Ann, de mama van Arwen en leraar Nederlands bij ons op school.

Ik moet zeggen, in het begin vond ik het absoluut maar niets. Een zeer barok taalgebruik, archaïsche woorden, wendingen waarin ik me niet kon vinden… En dan nog in de ik-persoon geschreven, iets waar ik geen fan van ben. Het verwonderde me dat Wolf dit wilde lezen.

Maar naarmate ik verder las, na zo’n dertig pagina’s, begon het me te boeien. (Spoiler alert: ik ga een en ander zeggen over de inhoud, maar eigenlijk zijn dat dingen die je vrij snel te weten komt.) Het hoofdpersonage blijkt ene Lucia te zijn, luxehoer in het achttiende-eeuwse Amsterdam. Beetje bij beetje vertelt ze hoe ze geworden is wie is nu is, hoe ze daar geraakt is, en wie daar de oorzaak van is: ene Giacomo Casanova. Omgekeerd verklaart haar verhaal meteen ook waarom Casanova een, welja, casanova was die zich aan niemand kon of wilde binden en de ene vrouw na de andere versleet.

Lucia vertelt alles op een afstandelijke manier, maar net daardoor wordt de diepte van haar emoties en opofferingen duidelijk. Ook wordt de reden van haar hardheid beetje bij beetje uit de doeken gedaan, waardoor je uiteindelijk echt gaat meeleven met het personage.

Het eindigt nogal voorspelbaar, maar bon, je kan ook niet alles willen.

Het boek is geen topper, maar ik heb het op twee dagen uitgelezen – het is niet bepaald dik en ik zit in quarantaine – en dat wil zeggen dat het ook zeker niet slecht is. Al snap ik nog steeds niet zo goed wat Wolf in dit boek ziet: ik vind het eerder iets voor een vrouwelijk publiek.

Lectuur: de tweede Mistborn trilogie van Brandon Sanderson

Concreet gaat het om “The Alloy of Law”, “Shadows of Self” en “The Bands of Mourning”, en blijkbaar zou er nog een vierde en laatste boek moeten uitkomen, maar dat is al eventjes beloofd en is er nog niet.

Was ik al laaiend enthousiast over de eerste trilogie, dan vond ik deze gewoon nog beter. Het probleem is dat in de eerste boeken de hele wereld nog moet uitgelegd worden, met allomantie, feruchemie en hemalurgie op kop. Deze trilogie gaat ervan uit dat je de eerste drie boeken hebt gelezen en dat bovenstaande termen geen uitleg meer behoeven. Ze spelen zich een aantal honderd jaar later af, en de wereld is geëvolueerd van cloak and dagger naar Steampunk: een sfeertje van cowboys, vuurwapens, technologische vooruitgang zoals de opkomst van auto’s en stoommachines, terwijl er evengoed nog parasols en hoge hoeden gebruikt worden. En uiteraard zit de stevige scheut fantasy er perfect in verwerkt. Dat is het mooie eraan: net zoals bij de eerste drie boeken zit de wereld volmaakt in elkaar, zijn er geen hiaten en heeft alles een enorme vaart. Dat is ook nog een verschil: er is iets minder tijd voor gefilosofeer en getwijfel, ook al zijn ook nu de hoofdpersonages wel degelijk van vlees en bloed met hun tekortkomingen en twijfels.

De plot zelf geeft je de indruk van verzeild te zijn in een Indiana Jones verhaal: het gaat gigantisch vooruit, is enorm meeslepend en je leeft zodanig in dat het moeilijk is om de boeken weg te leggen. En niet alleen zijn er de twee mannelijke hoofdpersonages Wax en Wayne, de vrouwen zijn even sterk vertegenwoordigd met uitgewerkte persoonlijkheden en evolutie.

Ik kan eigenlijk al niet wachten op boek nummer vier waarin de plot zou moeten afgerond worden. Ik heb er trouwens ook al gigantisch van gedroomd: héérlijke avonturen in diezelfde wereld.

Grote fan, jawel. En nu, met wat tussenstops, de rest van Brandon Sandersons oeuvre. Kan niet fout gaan.

Halloween

Nee, dit jaar zit een Halloweenfeestje bij Bart en Birgit er uiteraard niet in, jammer genoeg.

Maar ook Merel en ik zijn nogal zot van alles wat met Halloween te maken heeft, en dus werd ook het huis hier al eerder grondig versierd.

Maar vanavond wilden we er iets speciaals van maken: griezelige hapjes, en dan met zijn allen naar A Nightmare before Christmas kijken, want geen van de kinderen had die al gezien.

Het werden heksenvingers, spinneneitjes en hotdogmummies. Veel werk, maar wel zeer lekker. De vingers zijn eigenlijk gewoon reepjes pizzadeeg met een amandel als nagel, en dan wat inkepingetjes en kruiden. De spinneneitjes zijn hardgekookte eieren die je kookt in gekleurd water, dan de schaal breken en nog een paar uur in het gekleurd water laten liggen. Pellen – maar de onze wilden echt niet meewerken – en dan de dooier mixen met groene kleurstof, wasabi en mayonaise, en voilà. En de hotdogmummies, da’s het simpelste van alles: zwanworstjes omwikkelen met reepjes bladerdeeg, da’s alles.

Bart was in de voormiddag speciaal voor ons nog naar de groentewinkel gelopen om een pompoen te halen. Jammer genoeg waren er alleen maar kleintjes, maar dat was voldoende om nog uit te hollen en soep van te maken. Resultaat: lekkere pompoensoep met spinnenballetjes én een jack o’ lantern op de valreep.

Het resultaat was wel stemmig te noemen, en we hebben allemaal veel te veel gegeten ^^

Vrolijk Samhain, iedereen!

Namiddagje Zomergem

Aangezien de uitslag van Wolfs coronatest nog steeds niet binnen is en we geen risico wilden lopen, kwam ons pa deze middag niet bij ons eten, maar ging ik tegen half drie naar hem toe. Met mondmasker, op veilige afstand, maar wel met een portie zalm met broccoli en pasta, een croissant, zelfgemaakte soep voor een paar dagen en vooral ook twee éclairtjes, eentje voor elk. We hebben er aan de keukentafel gezellig zitten kletsen, koffie gedronken, éclairtje gegeten, en we zagen allebei dat het goed was.

Om eerlijk te zijn: eigenlijk heb ik nu meer tijd met hem doorgebracht dan wanneer hij bij ons komt. Bij ons is hij een deel van de familie: we eten, hij sorteert kousen, we drinken koffie en eten taart, hij schaakt als Wolf thuis is, maar echt praten doen we niet vaak.

Bij het weggaan droeg hij me op een lege wijnfles bij het glas te gooien. Dit is dus wat mijn vader als doordeweekse wijn drinkt, tegenwoordig. En hij heeft gelijk!