Online lezing
Normaal gezien durf ik al eens naar een lezing gaan van het Nederlands Klassiek Verbond of van het Griekenlandcentrum, maar uiteraard ligt ook dat nu op zijn gat. Tsja.
Het NKV vond echter dat het evengoed online kon doorgaan, zo’n lezing, en ik vond dat ook wel. Het duurde wel even voor de spreker zijn presentatie gesynct kreeg, maar bon. Concreet lag ik dus in mijn zetel, met mijn dochters nieuwe hoofdtelefoon op, te luisteren naar “Arjan Zuiderhoek – Rumoer in de polis: over sociale conflicten in de Griekse stad”. Op zich nog wel interessant, maar er waren een paar “lolbroeken” ingelogd die in de chat de hele boel eigenlijk continu stoorden, op lagereschoolniveau, echt. Idiote opmerkingen, idiote vragen… precies alsof ze gedronken hadden of zo, bijzonder kinderachtig.
Maar verder was dat eigenlijk best wel oké, zo’n lezing: was ze fysiek doorgegaan, ik had er me niet meer heen gesleept, daarvoor was mijn dag te vol vandaag en werkte de rug niet meer mee. Maar nu ben ik tenminste weer mee wat de antieke auteurs in hun schrijfsels wisten te vertellen over standentwisten, conflicten en andere problemen in de gemiddelde Griekse polis. ’t Is maar dat ge het weet.
Wespenfluisteraar?
Ik denk dat ik mezelf ga hernoemen tot “wespenfluisteraar”: er zitten in de buurt van de school een of meerdere wespennesten en we vinden ze niet. De brandweer is al komen zoeken, en de leerlingen wisten me te vertellen dat er ook al mensen van ’t unief waren geweest omdat er een zeldzame soort zou tussen zitten.
Soit, af en toe komt er dus een wesp de klas binnenvliegen, consternatie alom. Geen idee hoe het komt, maar dan spreek ik het beest streng toe, zeg dat het buiten moet en wijs naar de openstaande ramen. En, bijzonder bizar, die beesten vliegen gewoon terug naar buiten. Hilariteit alom. En dat is nu al een keer of zes gelukt, de leerlingen vinden het zalig.
Lectuur: “A prayer for Owen Meany” van John Irving
Als het op de BBC lectuurlijst staat – apocrief of niet – én op de Big Read, dan moet het wel goed zijn, toch? Mijn volgende boek werd dus bestseller, prijswinnaar en klassieker “A prayer for Owen Meany”, en volledig terecht.
Het is een ietwat vreemd boek, op de keper beschouwd. Het hele verhaal wordt verteld door John Wheelwright, beste vriend van Owen Meany, maar dan vanuit zijn perspectief als volwassene van 46. Het boek wisselt af tussen de volwassene die John is en de momenten die hij in zijn jeugd – in de jaren 1950-1960) – gedeeld heeft met Owen Meany, maar dan wel hoe hij zich die achteraf herinnert en vooral ook interpreteert.
Irving vertelt gewoon kleine anekdotes: hoe ze speelden op zolder in de oude kleerkast van de gestorven grootvader, hoe ze gingen zwemmen in een steengroeve, wat ze uitspookten op vakantie bij nonkel en tante, dat soort dingen. De meeste van die dingen zijn op zich onbelangrijk, maar ze schetsen wel, beetje bij beetje, het karakter van zowel John als Owen Meany én alle opgelopen trauma’s. Want die zijn er, vooral als Owen bij het baseballen als elfjarige per ongeluk de slaap van de moeder van John raakt en zij sterft. John neemt het Owen niet kwalijk, maar het drukt wel een stempel op beide jongens.
Het boek schetst daardoor ook het leven in een klein stadje in New Hampshire en weet ook de tijdsgeest bijzonder goed te vatten.
Af en toe heb ik zitten schateren: een kerstspel dat compleet uit de hand loopt, of het gedoe rond een VW kever die door het basketbalteam probleemloos een trap opgedragen wordt en op een podium wordt gezet, maar die daar, wel, iets minder probleemloos weer af geraakt.
Maar tegelijk is het een diep tragisch boek, waarbij je echt meeleeft met beide hoofdpersonages. Ik heb bij momenten ook gehuild, ja, zeker op het einde, ook al zie je dat van mijlenver aankomen en wordt het ook echt aangekondigd.
In het begin stoorden de verwijzingen naar het christendom – in al zijn vormen: katholiek, congregationalist, episcopalian, … – me een beetje, maar langzamerhand wordt duidelijk dat dit echt wel relevant is voor het verhaal. En eigenlijk blijft Irving neutraal – ik heb er geen idee van of hij nu zelf gelovig is of niet.
Een gemakkelijk boek is het niet, maar het heeft me echt wel geraakt. Ik heb mezelf erop betrapt dat ik er al regelmatig aan zitten denken heb, aan de achterliggende filosofieën en denkpistes.
Een van de bekendste quotes, eentje die diep raakt:
“When someone you love dies, and you’re not expecting it, you don’t lose her all at once; you lose her in pieces over a long time—the way the mail stops coming, and her scent fades from the pillows and even from the clothes in her closet and drawers. Gradually, you accumulate the parts of her that are gone. Just when the day comes—when there’s a particular missing part that overwhelms you with the feeling that she’s gone, forever—there comes another day, and another specifically missing part.â€
Een aanrader voor diepe, donkere dagen. En eigenlijk ook de vrolijke dagen. Eigenlijk voor elke dag.
Geocachen in Gent centrum
Nee, ik heb er geen nieuwe caches ontdekt, al zijn er nog een paar wandelingen die ik nog moet doen.
Maar het is nu al behoorlijk lang dat ik 7 verschillende sluizen in Gent van een cache heb voorzien, met elk een code. De bedoeling was al bijzonder lang om er nog een achtste sluiscache bij te leggen en dan een bonus, eentje die je maar kan vinden al je alle andere acht caches hebt gevonden.De locatie voor die laatste had ik al lang in gedachten: het Sluizeken, en dan meer bepaald het stukje wandelpad langs het water. Daar staat een paar prachtige oude bomen, ideaal voor een cache. Alleen weet ik niet hoe voorbijgangerbestendig die cache daar zal zijn.
Soit, in het prachtige weer ben ik de fiets op gegaan, heb eerst de cache aan de Tolhuissluis vernieuwd – doosje was aan het doodgaan – en ben daarna doorgefietst naar het Sluizeken om daar dus een voorlopige cache weg te steken. Ik wil er eigenlijk iets speciaals van maken, maar eerst wil ik zeker zijn dat de cache daar niet snel verdwijnt. Er is nogal wat passage langs dat wandelpad, en in de zomer zit er ook regelmatig volk te chillen.
Ik fietste verder naar de Sint-Jorissluis aan de Reke om er een nieuw logrolletje te voorzien. Het potje was nog prima, maar het was vochtig van binnen en er zat te veel brol in. Uitgekuist, en verder.
Volgende stop was de Scaldissluis aan de Oude Beestenmarkt, want daar was de cache alwéér verdwenen. Serieus zeg! Ik denk dat ik vorige keer een meter of 5 duct tape heb gebruikt om hem vast te plakken, en blijkbaar zijn er nog steeds mensen die vinden dat ze hem moeten lostrekken. Enfin, poging elvendertig.
De tocht ging verder richting Rabot, want daar wil ik een achtste cache met code wegsteken. Het is geen echte sluis geweest, wel een keersluis, maar het is zo een mooi gebouwtje dat ik er wel de aandacht op wil trekken.
Mooi plekje gevonden, en dan vrolijk naar huis gefietst, zodat ik op tijd was om om vier uur DnD te spelen met Jesse en co.
Yup, fijne en vooral ontspannende namiddag gehad. Lang leve de elektrische fiets!
Nog meer geocaches, maar dan vooral herstellen
Dat het een bezigheid is, zelf geocaches plaatsen en in orde houden. Mijn rondje in het park van Mariakerke was nog maar eens aan onderhoud toe: de 1 die een nieuw plekje had gekregen, lag blijkbaar te dicht bij een andere cache en was afgekeurd, en de 2 was verdwenen. Een cache wat verderop aan een kapelletje was toe aan een nieuw logrolletje wegens compleet vol.
Bon, ik deed boodschappen voor Marleen en reed daarna door naar het park. Ik ging verplaatsen, vervangen en vernieuwen en genoot van de heerlijke zon.
Meteen passeerde ik ook even langs de school en kon het niet laten om daar een foto voor Instagram te nemen.
En toen had ik nog wat tijd voor het oudercontact van Merel en ik reed nog door naar de Blaarmeersen. Daar ligt namelijk al lang een cache naast de pier die al weken kleddernat is. Ik dacht voortdurend van hem te gaan vervangen tijdens een rugbytraining, maar ofwel was het aan het regenen, ofwel was er om een of andere reden geen training.
Er was veel volk, maar het is me toch gelukt om hem redelijk onopvallend te vervangen, denk ik.
Ik kwam thuis, plofte in de zetel, luisterde naar juf Liesbeth voor het oudercontact van Merel, en opende daarna mijn mail. Moh! Een nieuwe cache, uitgekomen om half drie in de namiddag, op drie kilometer van mijn deur! Langs de fietsostrade rond Gent, tussen Mariakerke en Wondelgem, een stukje dat ik wel kende. Ik twijfelde even tussen fiets en auto, maar sprong toch in de auto. Na een kort wandelingetje kwam ik aan een brugje en begon ik te zoeken met een pillamp. Eerst stond ik duidelijk aan de verkeerde kant te zoeken, maar toen ik het brugje overstak en naar de andere kant liep, had ik hem snel in handen. Een waar avontuur in het donker, maar wel een “first to find” voor ondergetekende. Yep!
Een geslaagd cachedagje, zou ik zo zeggen.
Geocachen in Munte
Vandaag had ik afgesproken met Véronique om in het mooie weer te gaan cachen. Plaats van afspraak was Munte, de rand van het Bruinbos, waar ik een rondje van zo’n 5 kilometer en 14 caches had uitgestippeld. Vijf kilometer, da’s normaal gezien ongeveer een uur, maar als je cacht moet je per cache daar toch vijf à tien minuten bij rekenen: sommige caches vind je in een oogopslag en moet je enkel nog loggen, bij andere ben je soms tot een half uur kwijt, afhankelijk van hoe koppig je bent.
Over ons rondje deden we iets meer dan drie uur, pauze op een hekkenbalkje met een carré confituurtje inbegrepen. Oh, en talloze foto’s, dat ook.
Ik hield het bij de gsm, kwestie van het gewicht wat te beperken, maar Véro had haar toestel mee en documenteerde grondig.
Tegen het einde was het echt wel donker, de laatste cache hebben we gezocht én gevonden met het lichtje van onze telefoons.
Om kwart over vijf reden we huiswaarts, en ik pikte in het passeren in het donker nog 4 extra caches langs de baan op.
Ik heb er immens van genoten: buitenlucht, beweging, volwassen gezelschap en een zalige babbel. Meer moet dat toch niet zijn?
366 – 11 november 2020 – fotografiegymnastiek
Eindelijk weer buiten!
Vandaag was het ronduit rotweer, zodat ik in mijn kot gebleven ben. Maar gisteren, gisteren was in de namiddag eindelijk onze quarantaine afgelopen, zodat ik de auto heb genomen en naar Sleidinge ben gereden om er een rondje te geocachen. Het was dan wel grotendeels door woonwijken, ik heb intens genoten van het wandelen, het zoeken, en het op afstand kennismaken met een koppel geocachers.
Ik haalde tien mooie caches binnen, alleen de bonus heb ik niet meer gezocht want de rug begon pijn te doen, de gsm was zo goed als plat en ik was eigenlijk al te laat voor Merels verjaardagstaart. Ik ga nog wel eens terug ^^
Maar man, opgelucht dat ik eindelijk weer mag rondlopen!






