Daarom zijn er niet meer leerlingen op school…

Ik krijg regelmatig de vraag: waarom start bij jullie op school enkel het zesde op, en de andere jaren niet meer? Waarom mogen de andere leerlingen niet meer starten? Als het voor het ene jaar kan, kan het toch ook voor de andere? Mijn kind wil zo graag naar school…

Wel…

Ik kan u met cijfers en berekeningen om de oren slaan, maar laat me het gewoon tonen: dit is het lokaal waar ik standaard les geef aan 24 leerlingen.

Reken nu zelf eens uit hoeveel leerlingen er in dit lokaal kunnen als ze elk op anderhalve meter afstand van elkaar moeten zitten, in elke richting. En trek dan uw conclusies over de bruikbaarheid van de meeste lokalen voor groepen van 14 leerlingen. Want ja, we hebben enkele grote lokalen. Maar we hebben meer lokalen van de bovenstaande soort, waarin je comfortabel binnen kan met een kleinere groep, maar niet als die uit elkaar moeten zitten.

Neem daar dan ook nog eens de gangen bij en de toiletten, waar je, als je anderhalve meter afstand moet houden, telkens maar één leerling binnen kan laten. Want ja, er zijn meerdere hokjes, maar de gang daarnaast is amper een meter of zo, en je kan dus niet kruisen.

Voor onze 72 leerlingen van het zesde voorzien we dus een half uur pauze en één toilet, in de hoop dat dat volstaat. En zijn dus alle grote lokalen op de benedenverdieping al ingenomen.

Dus nee, hoe graag we het ook zouden hebben, we kunnen daar echt niet nog eens 100 leerlingen aan toevoegen als we de basisregels van social distancing moeten volgen. En wij gaan als school écht niet onze leerlingen in gevaar brengen.

Beetje haastig

Normaal gezien zijn mijn dagen nu heel erg rustig en vooral stressvrij: ik moet enkel maar opstaan om op tijd les te geven en dat valt dus echt wel mee.

Maar vandaag, voor het eerst in toch wel een langere tijd, was het eventjes stressen. De voormiddag was rustig: lesgeven aan vijfdes en eerstes, dat viel dus wel best mee. Maar ik had beloofd om Marleen naar haar orthopedist te brengen voor haar rug: die woont in de buurt van de Kinepolis, en daar mag zij niet komen met haar autootje van 17 jaar oud. En openbaar vervoer is voor haar momenteel geen optie, dus ja, ondergetekende to the rescue. Ik vind dat helemaal niet erg, dat is met plezier gedaan, maar de directie had onze online personeelsvergadering van vorige week naar vandaag verzet, en niet om 16.00 uur of 16.30 uur, zoals de vorige keren, maar wel om 15.40 uur, wat qua timing een beetje clashte. Och ja, ik contacteerde de directie en zij vonden dat helemaal niet erg: zolang ik daarna maar aansloot en ook de PPT grondig doornam, was dat geen probleem.

Marleen woont in Mariakerke, niet ver van de school, en dus besloot ik om haar af te zetten en dan meteen door te rijden naar de school en daar in de leraarskamer of zo de vergadering bij te wonen: dan kon ik meteen ook foto’s nemen voor de website. Maar aangekomen op school bleek de gang naar de leraarskamer afgesloten te zijn, en ik durfde die niet openen omdat misschien het alarm aanlag. Tsja. De vergadering was al bezig, en dus dacht ik: ik log gewoon in via mijn gsm en zet me hier in de gang te luisteren. Ja hoor, maar dan blijkbaar zonder geluid, want dat wilde niet aan op mijn gsm. Euh… Ik heb me dan maar op mijn gat op de grond gezet naast de deur van de directie, zodat ik haar gezicht zag op mijn telefoon en haar stem hoorde via de deur. Goed bezig, Rombaut!

Maar bon, ik heb de vergadering gehoord, de info meegekregen én een paar foto’s kunnen nemen van de voorbereidingen voor de heropening. En ik was weer helemaal zen toen ik thuiskwam. Hehe.

 

Mondmaskertijd

Ik had het al een tijd zitten zeggen dat ik mondmaskers ging maken. Bart had er niet veel vertrouwen in en bestelde er zelf al een aantal, maar intussen ben ik er – zij het met enige hindernissen – aan begonnen. Ik had nog een paar stofjes liggen, maar de jongens en Bart vroegen vooral zwart, en dat had ik niet meer. Tenzij in van die dikke dikke stof, en dat is ook niet de bedoeling of je kan niet meer deftig ademen.

Merel en ik gingen daarom deze middag de fiets op. Allez ja, ook weer een regeling zoals de vorige keer: we fietsten samen tot aan de voet van de fietsbrug, zetten daar haar fiets stevig op slot, en dan ging ze achterop, de brug over, het ziekenhuis door en zo naar de Sleepstraat. Alwaar, tot mijn verbazing, geen rij stond. Voor 18 euro heb ik twee meter zwarte katoen, een meter paarse katoen, een meter streepjes, een meter paarse bolletjes en 10 meter ronde zwarte elastiek. Ik vind dat persoonlijk  niet slecht, nee.

En toen fietsten Merel en ik terug naar haar fiets en vonden we dat het dringend tijd was voor een koekje. Of twee. Of drie :-p

Enfin, ik heb nu dus stoffen en ik kan eraan beginnen. Ik heb er intussen wel al een paar, kijk maar. Een blauwtje en een knalroze voor Merel, ook al hoeft zij dat eigenlijk niet te dragen. En Wolf probeerde het even op een alternatieve manier, maar vond dat precies niet zo comfortabel.

 

Opruimfee

Merel kon de gigantische chaos op mijn bureau niet langer aanzien, en begon met goeie moed op te ruimen. Veel dingen kon ze wel al wegdoen: al mijn oorringen en kettingen op hun plaats, alle muntjes in een bak, alle kaarten op een stapeltje, dat soort dingen. En voor de rest schakelde ze ook mij in, redelijk streng ook: “Mama, nu doe jij je papieren, en ik zal je er wel bij helpen. Je zegt maar in welke kast alles moet.”

Euh… Vooruit dan maar, zeker? Maar het resultaat is echt wel schitterend:

Die dochter van me: ik denk dat ik ze ga houden.

Murphy…

Hebt ge ein-de-lijk uw stoffen samengezocht, hebt ge een patroon afgedrukt en hebt ge de naaimachine van uw ma geïnstalleerd met een bang hartje – het is meer dan dertig jaar geleden dat ge die nog gebruikt hebt en van uw eigen naaimachine is de pedaal kapot – valt na vijf centimeter – letterlijk!  – naaien de elektriciteit van het ding uit.

Blijkt de kabel kapot te zitten, vlakbij de -uiteraard volledig in het plastiek ingewerkte – stekker. En dat was blijkbaar al zo, want uw ma heeft er destijds nog een ijzerdraadje rond gedraaid. En dan moogt ge eerst nog beginnen solderen aan die draad, die nog ferm tegenwerkt ook want hij zit precies verkeerd gedraaid. Iets wat trouwens nog langer dan dertig jaar geleden is. En zoekt ge uw kot af waar die soldeer ook alweer ligt. En lukt het met een hoop gepruts, maar hebt ge gelukkig uw vingers voor een keer niet verbrand.

En dan, dan, DAN kunt ge aan die mondmaskers beginnen. Yakshaving, iemand?
Maar bon, dat eerste masker, dat valt precies nog mee. De stof is bij nader inzien wel wat te dik: het is van die dikke dikke katoen zoals voor jeansbroeken. Maar het model, yup, dat is het wel.
Allez hup, de kop is eraf.

Jefferson

Wie is dat nu weer, hoor ik u denken tot hier?

Wel…

Ik was zaterdag naar de Aveve geweest om croissants en om surfinia’s: dat zijn mijn favoriete bloembakbloemen die ik elk jaar opnieuw staan heb. Standaard koop ik de Blue Sky variant, en die hebben ze niet in de Brico, vandaar. Al vond ik het wel jammer dat er geen zwarte waren, want die vond ik de max.

Maar bon, gisteren wilde ik die dus uitplanten en vroeg ik aan Wolf om in het tuinhuis de zak met teelaarde te halen: die is te zwaar voor mij. Wolf, lief als hij is, liep naar het openstaande tuinhuis. En toen klonk er een vreemde gil en kwam een opgewonden Wolf teruggelopen: “Mama mama mama, er zat een egel in die zak met aarde, en die sprong eruit, en ik denk dat hij dood is, maar ik weet het niet zeker, en ik ben mij dood verschoten, en kunt ge eens komen kijken?”

Ik ben uiteraard mee gaan kijken, en inderdaad, een mooie grote egel die zich niet verroerde, maar wel duidelijk aan het ademen was. Ik gaf hem een duwtje en hij kroop onder een rek. Ah bon?

Maar egels worden niet verondersteld in tuinhuizen te zitten, dus Wolf legde wat kattenvoer in kleine hoopjes om hem naar buiten te lokken, en installeerde zelfs een heus egelplekje buiten in het achtertuintje, met bladeren en een donker hoekje en een kartonnen doosje en een afdakje.

Een paar uur later was het beest inderdaad verdwenen van dat plekje, maar hij kon evengoed ergens anders onder gekropen zijn, dus lieten we het tuinhuis nog gewoon even open, om zeker te zijn.

Vandaag wilden Merel en ik in de namiddag opnieuw gaan fietsen, en Merel tilde in de garage een grote plastiekzak op, met opnieuw een ietwat vreemde kreet: Jefferson – want zo hadden de jongens hem intussen gedoopt – was onder die plastiekzak gekropen. Euh, geen goed idee, beest! Ik heb een kartonnen doos genomen, hem daar voorzichtig ingerold, nog een vastgesteld hoe schattig zo’n luizenbeest eigenlijk wel is, en hem dan buiten gezet aan dat egelplekje.

We hebben hem sindsdien helaas niet meer gezien, en ook het kattenvoer wordt niet meer aangeraakt, hoewel hij de eerdere hoopjes had opgegeten.

Tsja.

Het was wel leuk geweest, zo’n egel in de tuin. Al was het maar om alle slakken op te vreten die standaard aan mijn aardbeien zitten.

Mening

Ik ga hier even een tekst van een lieve oud-collega posten. Meestal doe ik dat niet, maar dit was zó de nagel op de kop, dat ik dat toch even wou doen.

Leentje Van Hoorde schreef het volgende:

Is er al eens onderzocht wat het effect is op de PISA-score van onze leerlingen van het constant verguizen van hun leerkrachten? Beseft Jan met de pet/piano dat het onderuithalen van deze beroepsgroep vooral zijn kinderen treft? Leerlingen die thuis steeds horen dat leerkrachten lui zijn, zullen zich ongetwijfeld minder hard inzetten voor school. En wat doet al die negativiteit met het maatschappelijke aanzien van ons beroep, wat vast rechtstreeks afstraalt op de kwantiteit/kwaliteit van ‘de instroom’?
Dit is dus een warme oproep om eventuele frustraties over uw eigen job en schooltijd opzij te zetten en de mensen die uw kinderen opleiden niet consequent als lui of dom af te schilderen. Ik schrijf dit met veel medeleven voor zelfstandigen die hun inkomen op dit moment kwijt zijn. Maar trap niet naar onderen om uw benarde situatie aan te klagen.
Mogen we gewoon in alle luwte ons werk verder zetten zonder alweer door de mangel gehaald te worden? En wie zich laat verblinden door de vele vakantie: leerkracht is stilaan een knelpuntberoep, dus doe wat u predikt en kom mee lesgeven. Ik voorspel dat u het met die motivatie geen schooljaar uithoudt.