Het zijn zware weken, en dan komt er nog zo vanalles tussen. Sommige dingen, zoals de leerlingcontacten, de verbeteringen, het intikken van rapportcommentaren en de technische doorloop van de uitvaart, kan ik niet vermijden. Andere wil ik dan weer niet vermijden, zoals de iftar gisteren. Voor wie het niet kent: de iftar is het moment van de dag dat moslims tijdens de ramadan het vasten verbreken bij het ondergaan van de zon. Dat moment wordt doorgaans in familie gevierd, elke avond opnieuw, en zorgt voor verbondenheid.
Onze zesdes van moslimorigine wilden dat ook met hun klasgenoten, de vijfdes en de leraars vieren. Totaal vrijwillig uiteraard, en met het potluckprincipe. Ik had het beloofd, maar na Velzeke en dan nog een leerlingencontact of drie was de pijp bijna uit. En ik wilde om half acht ook nog in de Masks – de tweewekelijkse tabletop met fijne vrienden – zijn, dus ik moest me wel wat haasten. Ik had nog snel een broodpudding gemaakt en die nog heet meegenomen, en ik genoot er eigenlijk wel van. Het principe was ook fijn: we kregen willekeurig een ticketje en dat wees ons dan een tafel aan. Resultaat: ik zat met vijf jongens aan tafel die ik eigenlijk totaal niet kende, die dus ook nooit bij mij hadden gezeten. Een Rayan, een Rayyaan, een Mohammed, een Roel en een Ramses, ook niet allemaal moslim maar dus wel allemaal zeer open. Ik leerde ook wel wat bij: dat je traditioneel je vasten breekt met een dadel, en het waren goeie. Dat bepaalde gerechten ook standaard zijn, en dat je ook met leerlingen die je niet kent heel gezellig aan tafel kan zitten.
De tabletop was daarna de kers op de taart, waar ik op de iftar geen tijd meer voor had. Meer moet dat niet zijn, volgend jaar opnieuw!
