Het begon net iets minder rustig: Merel moest, zoals elke dag deze week, om half tien op school zijn voor de toneelrepetities. Iets over negen vertrok ze met de fiets, luttele minuten later ging de voordeurbel. Euh? Daar stond ze opnieuw, met de vraag of we haar ketting wilden helpen opleggen. Ha ja, want het lag spekglad buiten en ze was net gevallen met de fiets, en daarna nog eens gewoon uitgegleden ook. Hmmm. Geen goed idee om te fietsen dus, want in onze wijk is er sowieso nooit gestrooid, maar de fietspaden onderweg naar school ook niet, terwijl de gewone baan wel berijdbaar is. Ik sprong dus in de douche, daarna in mijn kleren, en vervolgens in de auto. Tien minuten later stonden Merel en Lieze – die we onderweg ook hadden opgepikt wegens uiteraard hetzelfde probleem – op school, waar we ons een weg over de fameuze immer gladde rode stenen schaatsten.
Terug thuis – ik had me heel even in de warenhuishel gewaagd en was daar ongeschonden uitgekomen – werd er vooral nog geblogd, wat gelezen, gehaakt, chocomousse gemaakt en genikst. De jongens vertrokken naar hun respectieve feestjes, Bart, Merel en ik installeerden ons in de zetel met ovenhapjes en de film Hackers, er was daarna Vrede op Aarde – nog steeds enkel het programma, jammer genoeg – en er was volop vuurwerk om ons heen rond middernacht. Er werd geknuffeld, wensen uitgewisseld, en dat was 2025. Een al bij al goed jaar, op persoonlijk vlak dan.
Moge 2026 meer van dat brengen, en dan vooral ook internationaal.
