Ankh

Ik speel al twintig jaar – letterlijk – met het idee van een tattoo. Al sinds mijn zestiende denk ik erover, maar het is er gewoon nooit van gekomen. Ik dacht altijd aan een kleine spin onder mijn linker sleutelbeen, maar ne mens moet daar dan werk van maken he.

Maar nu, nu was het tijd voor een andere tatoeage, vond ik. Ook met deze speel ik al een jaar of twee, meer dan genoeg bedenktijd. Een paar weken geleden boekte ik een afspraak in een tattooshop hier in Gent, bij een oud-leerlinge van de school. Het moest en zou vandaag: net vandaag is Els namelijk twee jaar overleden. Mijn larpmaatje Els, met wie ik jarenlang heb samengespeeld en wier symbool de Ankh was.

Wikipedia zegt erover: ” In de oudheid droegen de Egyptenaren de ANKH op afbeeldingen als teken van hun onsterfelijkheid, de sleutel van het eeuwig geluk; wanneer mensen het dragen wordt daarmee aangegeven dat zij deze wereld voor het hiernamaals hebben geruild. Het werd geacht hun bescherming te bieden tegen allerlei gevaren. De hiëroglief in deze vorm betekent ‘leven’. “

Beter kon het niet zijn, toch? Dus heb ik sinds vandaag een kleine tattoo op de binnenkant van mijn rechterpols, als aandenken aan Els, Vic en ons ma. Het symbool van het eeuwig leven, een eeuwig aandenken. Niet dat ik een tattoo nodig heb om aan hen te denken, dat gebeurt zo ook wel, maar toch…

Ik schreef ook het volgende aan Els:

“Elske,

het is twee jaar, verdomme. Twee jaar, en ik verwacht nog altijd commentaar van u op mijn domme opmerkingen. Weet ge, de laatste Omen liep ik efkes verloren bij het vertrek: naar wie moest ik nu bellen om ons een slaapplaatske vrij te houden? Ik lag prima, maar ik miste u in mijn buurt, weet ge. Bij Haven was het nog erger: spelleiding had plaats voor ons vrijgehouden, allemaal samen, en plots deed het gigantisch pijn om alle namen van de Vossen daar te zien staan zonder de uwe daartussen.
Uwe stoel staat nog altijd klaar in ons kamp, beze. Hij wordt nogal vaak ingepikt door de een of andere onverlaat, maar het is wel Katara haar stoel.
Maar weet ge, Stefaan is voor de eerste keer weer meegekomen, en dat deed onnoemelijk veel deugd. Het was soms ook verschrikkelijk moeilijk, vooral voor hem: wij, allemaal samen, zonder u. En elk moment verwachtte ik eigenlijk dat gij daar ook ergens zoudt staan.
Ik vecht trouwens met een stok momenteel. Het Vossenschild als speler, nee, dat nog efkes niet.

Ik mis u, Els. ’t Is soms vreemd, want het is niet alsof we elkaar zelfs maar wekelijks spraken. Maar die gedeelde hobby, die band was toch wel immens sterk. Ik mis mijn sterke Vos aan mijn zijde. Ik mis de gigantische lachbuien, ik mis het onnozel doen, ik mis het vechten zij aan zij.

Wij, beze, wij gaan later samen nog een stevig potje larpen. Liefst op Poort dan nog. Samen met alle Vossen. Beloofd.

Kom hier, da’k u tegen mijne gilet trek.”

Voor jullie. En hopelijk komt daar nog lang niemand anders bij.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *