En toen waren ze ziek

We moeten toch iets verkeerds gegeten hebben op de picnic gisteren: ik ben bij het thuiskomen een paar uur in mijn bed gekropen, zo mottig was ik. Het kan natuurlijk ook de hitte geweest zijn.

Gisterenavond laat kwam Wolf plots af dat hij zich niet zo goed voelde, en jawel, rond elf uur moest hij overgeven. Waarop hij zich gelukkig wel een pak beter voelde. Deze morgen ging hij het proberen om naar kamp te gaan, maar net toen ik de lunchpakketten had gesmeerd en de rugzakjes klaar waren, zei hij dat het wellicht toch niet ging gaan, want hij voelde zich weer allesbehalve. Bon, ik heb hem toch in de auto gezet, want we moesten Kobe nog gaan afzetten op kamp. Halverwege begon die dat hij zich ook niet lekker voelde. Zucht.

Toen ik parkeerde aan de Voskenslaan, zag hij inderdaad lijkwit. Ik heb hen dan maar allebei ziek gemeld, en ben weer naar huis gereden. Ik was nog niet eens het domein van de hogeschool af, toen Kobe zei: “Mama, ik moet overgeven – beuaaark.” Ik vermoed dat er tussen woord en daad hoop en al een seconde of twee zat. Geen tijd dus om een zak te nemen, het venster open te draaien of te parkeren.

Ik ben even gestopt, ben uitgestapt, heb de schade opgemeten, en ben gewoon verder gereden – amper vijf minuten later waren we thuis. Wolf is onmiddellijk in zijn bed gekropen, en Kobe heb ik netjes in de douche gezet, gewassen, gedroogd en geknuffeld, en ook in bed gestoken. Tegen dan sliep Wolf trouwens al.

Wolf heeft iets meer dan een uur geslapen, Kobe drie uur. Ik denk dat het dus echt wel nodig was.

Soit, een kop koffie, een hoop gewroet in de auto, en een wasmachine vol autostoelenstof later was het leed geleden. En hadden zij dus een dag kamp minder, en ik een drukke dag rijker.

Ach ja. Het hoort er ook allemaal bij zeker?

Eén antwoord op “En toen waren ze ziek”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *