Kat(er)

Het is er eindelijk eens van gekomen, ik zeg het al een half jaar: onze huiskater (of beter misschien tuinkater, het beest zit hele dagen buiten) is eindelijk gesneden!  Hij was intussen al bijna anderhalf jaar oud, dus het mocht wel eens, in onze kattenrijke buurt.

Gisterenmorgen heb ik hem zonder omhaal van het hondenmatje geplukt en in de reisbox gedropt (gelukkig had hij die niet op voorhand zien staan) en bij de dierenarts om de hoek afgezet. Rond half vijf mocht ik hem weer ophalen: bang, als altijd als hij vervoerd moet worden, maar niet extra. Niet zoals de vorige katten, die ronduit boos waren op mij en die me minstens twee dagen geen blik waardig keurden. Nee, hij sprong hier thuis wel vrij snel uit zijn box, en ontweek me een beetje (in die zin dat ik hem niet had kunnen pakken als ik zou gewild hebben), maar viel wel onmiddellijk aan op zijn korrels en water, en ’s avonds bleef hij erbarmelijk miauwen om toch maar buiten te mogen. Eigenlijk moest ik hem nog tot vandaag binnen houden, maar dat was dus niet te doen, en daarmee heb ik hem rond acht uur toch maar buiten gelaten. Hij was levendig, had nergens last van, en sprong rond zoals anders. En dus mocht hij van mij.

Met een bang hartje hoopte ik toch dat ik hem de volgende morgen weer in dezelfde vrolijke hongerige staat als altijd ging zien. Hij is misschien geen mensenkat die op je benen komt liggen, maar het is toch mijn beest. En jawel hoor, hij zat klaar op de vensterbank om binnen te mogen, en ging dadelijk eten. De wonde was niet meer te zien, en blijkbaar had hij er geen last meer van. Oef!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *