Zondag

Merel ligt in bed, Bart is naar zijn werk, en de jongens zijn naar de scouts, gewapend met regenjas en caoutchouc botten.

Ik ben alleen, en het is stil. Ik zet een koffie, geniet van de heerlijke geur, hang even over de damp. Op kousenvoeten haal ik de strijkplank van boven, sleep de grote mand strijk in de woonkamer, en posteer me voor de tv.

Buiten regent het. Waait het. Stormt het, bijna. Ik heb eventjes medelijden met de jongens. Héél even maar, want ik weet hoe leuk een jeugdbeweging in de modder kan zijn. Straks zal ik hen opvangen in de garage, modderbroeken uitstropen en meteen in de machine gooien, laarzen uitgieten en zetten drogen, en twee grijnzende gezichtjes richting douche sturen.

Maar nu even niet.

Ik zoek op de digicorder naar een Engelse detective, draai het strijkijzer op twee bolletjes, vis een hemd uit de mand, en neem nog een slokje koffie.

Guur weer, koffie, strijk en een detective. Veel zondagser wordt het voorlopig eventjes niet meer, nee.