Hmpf.

We waren van plan om vandaag naar het Gravensteen te gaan (en meteen eens op de laatste dag van de solden te kijken voor een nieuwe bikini, want de sluiting van de mijne is kapotgesprongen in Tunesië), maar toen voelde Kobe zich niet lekker. Buikloop, zelfs bijna overgeven, en jawel, 38° koorts. Veel is dat niet, maar ik heb het ventje toch maar lekker in de zetel geposteerd. Hij ziet er slapjes uit, wil niks eten, en spurt om de zoveel tijd naar het toilet. Geen goed idee om ons buitenshuis te begeven dus.

De uitstap (en de bikini) zal voor een andere keer zijn. Ach ja. De tuin kan er maar wel bij varen. We gaan er eens invliegen vooraan, en de helft van die overwoekerde struik wegsnoeien. Wolf staat al te popelen om te helpen.

Ziek

En nu is Bart ziek, en redelijk serieus ook. Hij was de voorbije dagen al niet in optima forma, maar vandaag is hij geveld. Koorts, mottig, en de hele nacht overgeven, helaas. Hij klaagt er ook over dat hij keelpijn heeft, en dus ga ik morgen de dokter laten komen, om zeker te zijn dat het toch ook geen keelontsteking is, zoals bij mij.

Ik denk dat het een stevige buikgriep is. Hij is in elk geval behoorlijk ellendig, den duts.

Ziek

Ik voelde me al een paar dagen slapjes, en had moeite om me te concentreren. Nu, dat laatste komt wel vaker voor, maar vormt wel een probleem als je met stapels examens zit die moeten verbeterd worden. Gisteren had ik een ruwe keel, maar ik stak dat op slijm dat van mijn neus naar beneden in mijn keel kroop, wat ervoor zorgde dat ik moest hoesten en schrapen.

Tot ik deze morgen opstond. Een echt zere keel, een dikke rechteramandel, en een mottig gevoel. Dokter dus.

Die keek in mijn keel, en verschoot precies: het was niet enkel die ene amandel, het waren beide amandels én de huig en keelwand die onder de witte spikkels zaten. Verdict: een stevige keelontsteking, en dus zware antibiotica. En normaal gezien veel rust en slapen, maar helaas, die examens verbeteren zichzelf niet. Ik kan het me echt niet permitteren ziek te zijn.

Pech zeker?

Ziek Mereltje

Merel had al een paar dagen vlekjes in haar gezicht, precies een soort acné of zo. Ik maakte er niks van, ze sliep al een paar nachten wat onrustig, en ik dacht dus dat het gewoon vermoeidheid was.

En toen bleek ze zondag plots één rood vlekje met een puntje/blaasje op haar rug te hebben. Windpokken? Het zou best wel eens kunnen, het doet de ronde links en rechts momenteel. Ze was nochtans absoluut niet ziek, wel speels, vrolijk, goedlachs, en actief.

Forward maandagnamiddag: rond een uur of vier had de crèche gebeld, maar mijn telefoon stond stil, en pas rond twintig over vier had ik het gezien. Meteen teruggebeld, en ik hoorde haar al brullen in de achtergrond. Ze had daarstraks nogal enthousiast gans haar bedje ondergekotst, en was nu compleet overstuur. Toen ik een goeie vijf minuten later arriveerde, was de rest van de kinderen netjes appeltjes aan het eten, en lag zij op haar zij in de zetel, duimpje in de mond, beestje in haar armen. Ze reageerde zelfs niet toen ze me zag. Ook thuis bleek ze een complete dweil te zijn: zelfs toen Wolf haar riep, keek ze niet eens om.

Ik heb ze maar onmiddellijk in haar bedje gestoken, met een dankbare blik tot gevolg. En toen sliep ze. Van half vijf tot elf uur, jawel. Toen werd ze wakker, slobberde twee flessen melk naar binnen (500 ml, echtig waar), at van ver een korstje brood, speelde even (vrolijk en goed gezind), en lag tegen kwart voor twaalf weer in haar bed. Om pas wakker te worden om half zeven.

Mijn moeder stond stand by om een eventueel nog serieus zieke Merel op te vangen, maar ze was bijzonder vrolijk, speels, actief, at met smaak en lachte, en dus mocht ze naar de crèche. Daar bleek alles normaal te zijn, behalve dat ze voortdurend een lichte verhoging had, 37,5° en zo.

Tsja. Een virusje zeker?

Stand van zaken

Daarstraks ben ik dus bij de internist geweest. De neurologe had me doorgestuurd, omdat ze er toch niet gerust in was. De man in kwestie, joviaal maar toch zeer professioneel, luisterde aandachtig, bekeek bloed- en urinewaarden, en besloot dat het een virale infectie was (geweest). Aangezien er duizenden verschillende virussen bestaan, was de kans om te achterhalen welk virus had toegeslagen, bijzonder klein. En aangezien je tegen de meeste virussen toch niks kan beginnen, was dat ook verloren moeite.

Hij concludeerde dat ik het daar maar bij moest laten, tenzij de klachten verergerden. Maandag ging ik probleemloos voor de klas staan, al kon de vermoeidheid en het oedeem nog wel enige tijd aanslepen. Mijn bloedwaarden waren goed tot zeer goed, ik zou gezond moeten zijn. Alleen cholesterol en ijzer waren nogal laag, maar niks alarmerends. Hij bestelde nog wel bijkomende tests voor reuma en artritis, omdat mijn gewrichten toch nog wel pijn doen.

En ik moest het wat rustigjes aan doen. Ook weer niet té rustig, want dat was dan weer niet goed voor de bloedsomloop en het oedeem.

Allez bon.

Waar is House als ge hem nodig hebt, hm?

Memorabel nieuwjaren

Kobes peter, Dirk, moest nog komen nieuwjaren, en we hadden vandaag afgesproken. Die afspraak lag al van in december vast, en Kobe keek er enorm naar uit.

Dat ik zonder klank zit, ging de pret niet drukken: Bart was er per slot van rekening ook nog.

Dacht ik.

Want rond een uur of tien in de voormiddag begon Bart zich plots misselijk te voelen, met buikkrampen, en kroop hij in zijn bed. De kinderen waren gelukkig rustig, zodat ik op ’t gemak mijn lasagne kon afwerken.

Tegen twaalf uur riep ik Bart op, maar die zag maar bleekjes, en rond half een waren Dirk en Ilse hier, mét heerlijke aperitiefhapjes en een fles champagne. Bart zat erbij en keek ernaar, en was ook weinig van zeg. Gelukkig waren de kinderen dolenthousiast over het cadeautje van peter Dirk: het spel Skylanders voor de Wii, met in totaal vier ventjes.

Na het voorgerecht – scampi’s geflambeerd in de pastis – zag Bart er intussen zo lamentabel uit, dat hij maar weer in zijn bed is gekropen. De tafelconversatie was zo een beetje bizar: geen gastheer, en een gastvrouw die niet mag spreken. Goed bezig :-p Gelukkig lieten Dirk en Ilse het niet aan hun hart komen, en genoten ze van de grote schotel verse lasagne met massa’s groenten.

Na die hoofdschotel werd het nieuwe spelletje opgestart, en Wolf was er meteen mee weg, het was een plezier om naar te kijken. Naar het dessert – een schitterende chocoladetaart – keken de jongens zelfs met moeite om, zó wijs was dat spelletje.

Dirk en Ilse zijn nog gezellig blijven plakken tot rond een uur of vijf, zo’n groot impediment was mijn spraakgebrek dus blijkbaar nog niet.

Ik had in elk geval een fijne middag, en de kinderen ook. En Bart? Die is blijven slapen tot zeven uur, heeft dan wat gegeten, en is dan opnieuw in de zetel gekropen onder een dekentje. De duts.

Stemproblemen

Ik zat het eigenlijk al een paar weken te zeggen, dat mijn stem niet goed aanvoelt. Door de steeds terugkerende keelontsteking viel ze nu eigenlijk acuut weg: ik ben behoorlijk hees.

Deze voormiddag had ik een afspraak bij mijn vaste oor-, neus- en keelarts, degene die me ook negentien jaar geleden heeft geopereerd aan diezelfde stembanden. Ik hield mijn hart vast, en jawel: een beginnende stembandknobbel op mijn rechterstemband.

Oi.

Ik moet een week zwijgen – ‘stemrust’, zoals dat zo mooi heet, en dan ging hij wel zien. Hopelijk is het daarmee opgelost. Daarna ga ik, ook al heeft de dokter dat nog niet vermeld, terug naar de logopedist. Eens kijken of mijn stemgebruik nog altijd ok is, en of het niet moet bijgestuurd worden.

Ik hoop maar dat het niet te maken heeft met mijn switch eerder dit jaar binnen het koor van tenor naar alt. Want tenor mag ik er niet meer zingen, wegens afwijkend stemtimbre. Zucht. Ook dit ga ik laten nakijken door mijn logopedist.

Soit, mijn eerste beroepsziekte is een feit. Zowat de enige die een leerkracht Latijn kan hebben :-p

Thuis.

Ik zit thuis. De hele week. En ik kan u niet eens vragen om koffie te komen drinken, want ik moet zwijgen. Allez, toch zoveel mogelijk, niet zo strikt als destijds na mijn stemoperatie.

Ik sukkel nu al meer dan een maand met mijn keel en bovenste luchtwegen. In december had ik een knoert van een sinusontsteking, in die mate zelfs dat mijn tanden er serieus pijn van deden. De dokter schreef me amoxicilline voor, een stevig antibioticum.

Begin januari was het opnieuw zover: sinusitis en keelontsteking, en deze keer was ik zelfs compleet geveld, in die mate zelfs dat Bart een dag is thuisgebleven om voor de kinderen te zorgen. De dokter schreef me een zwaarder antibioticum voor, iets dat – dixit de bijsluiter -  enkel mag gegeven worden als gewone antibiotica niet meer helpt. Hmpf.

Vrijdagavond had ik het weer zitten: mijn beide amandelen begonnen serieus dik te staan, mijn ganse keel stond in brand, en de sinussen, tsja, daar zwijgen we over. Ik heb Orofar genomen, mijn neus gespoeld, en het voorlopig daarbij gelaten. Zaterdagavond had ik verplichtingen, zodat ik mezelf heb opgepept, en ook zondag kon/wilde ik er niet onderuit. Maar na de wedstrijd ben ik braafjes onmiddellijk naar huis gegaan, en niet meer mee uitgeweest. Het mocht niet baten.

Vanmorgen was de keel nog steeds dik, zij het ietsje minder. Ik ben naar de huisarts gegaan, en die stelde nog maar eens hetzelfde probleem vast. Antibiotica had geen zin, zei ze, aangezien het wellicht viraal was en ik toch niet bleek te reageren, en ze verwees me prompt door naar de ORL. Groot gelijk. Want ik was toch al van plan te gaan: mijn stem lijdt ook onder het voortdurende geproest en geschraap. Ik wilde het nog even aanzien omdat de eerste week na de kerstvakantie altijd wel zwaar voor de stem is, maar intussen wordt het alleen maar erger. Mijn stem is mijn werkinstrument, per slot van rekening.

En dus zette de huisarts me meteen ook gewoon een week thuis. Oei. Dat had ik eigenlijk niet verwacht. Een combinatie van rusten, zwijgen en weerstand opbouwen. Om zowel de stem, de keel als de sinussen en de algemene weerstand een kans te geven zich te herstellen.

Mja. Ik klaag niet. Ha ja, want ik mag niet spreken. Of toch niet veel.

Ongerust

Het zit ons niet mee, de laatste tijd: er is altijd wel iemand ziek. In de vakantie heb ik drie dagen plat gelegen met een heel gemene sinus- en keelinfectie. Vorige week dinsdag en woensdag zat Wolf thuis met een serieuze buikgriep. En nu heeft Merel ons eigenlijk wel doen schrikken.

Donderdagavond had ze plots koorts: 38° en oneffen. Niks om je zorgen om te maken: kleine kinderen hebben snel koorts. Vrijdagmorgen leek alles in orde, en ik bracht haar naar de kinderopvang.

Tot die me vrijdagnamiddag belden: Merel was al de hele dag hangerig en zeurderig, had niks gegeten ’s middags,  nauwelijks geslapen, en had nu ook koorts. Of ik haar niet kon komen halen. Ja dus. Tegen vier uur was ik thuis met een huilerig Mereltje, dat ik een koekje voederde en in bed stopte.

Helaas hield het daar niet op. Het ganse weekend wilde ze enkel melk, at af en toe een stukje appel of koek met lange tanden, en was eigenlijk vervelend en lastig. Slapen wilde ze niet, of toch maar moeilijk, en ze huilde veel. De koorts hield ook aan, maar er was verder niks te zien aan haar. Ze is vijf kiezen tegelijk aan het krijgen, en ik stak het daarop. Zaterdagnacht was ze huilend wakker geworden, en het duurde toch wel een dik half uur (en een halve fles melk) voor ik haar weer rustig kreeg, en terug in bed kon leggen.

Helaas was dat gisterennacht niet het geval. Ze was ook alweer de hele avond onrustig en huilde veel. Rond een uur of tien had ze plotseling hoge koorts: 39,7° Een Perdolan suppo haalde die koorts wel naar beneden, maar wat er ook pijn deed, daartegen was het niet opgewassen: ze bleef maar huilen zodra we haar in bed legden. Tegen middernacht had ik haar eindelijk rustig gekregen: ze was in slaap gevallen bovenop mijn borst, en sliep gelukkig snel in toen ik haar in bed legde. Tot kwart over een. Plots schoot ze brullend wakker: het klonk echt alsof er iets serieus pijn deed. Ik haalde haar uit bed en bood haar een fles aan, maar dat deed haar enkel nog harder huilen. Ze wilde ook niet getroost worden: ze duwde me weg als ik haar wilde pakken. Ik heb haar dus maar naast me in de zetel gezet, en heb een beetje proberen lezen, terwijl ze naast me zat te brullen. Om kwart voor twee heb ik er Bart bij gehaald, en nog een kwartier later, na dus drie kwartier onafgebroken brullen, heb ik me aangekleed en ben met haar naar de dokter van wacht gereden.

Toen viel Merel stil: ze begreep niet wat er gaande was, en keek met grote ogen naar de ijskoude en verlaten wereld buiten de auto. De dokter vond echter niks. Oren, neus, keel, luchtwegen, darmen: alles deed normaal. Ze raadde me aan Merel nog een pijnstiller te geven, en de volgende ochtend naar de huisarts te gaan voor een urinecontrole, want het zou wel eens een blaasontsteking kunnen zijn. Tegen drie uur lagen we dus allebei in bed, en ze sliep. Oef.

Deze morgen glipten Bart en de jongens in stilte weg, en ik werd om kwart over negen wakker van een duif tegen mijn dakvenster. Ik moest gelukkig maar werken om elf uur, en had al met mijn ma afgesproken dat ik haar naar ginder mocht brengen. Ik belde dus eerst even de huisdokter op om te vragen of zij plaszakjes liggen had (waarmee de urine bij baby’s opgevangen wordt) maar helaas. Een afspraak werd dus uitgesteld tot half zes deze avond, tegen dan gingen die wel binnen zijn.

Pas om tien uur werd Merel wakker: vrolijk, fris, en met een temperatuur van 36,4°. Oef. Ik bracht haar naar mijn moeder, en ging werken. Om vier uur kon ik haar weer ophalen: ze was zeer rustig, maar wel vrolijk, had gegeten, goed geslapen, en had nog steeds geen koorts. In de auto naar huis werd ze zelfs steeds maar actiever, in die mate zelfs dat ik de doktersafspraak heb afgebeld. Hier thuis heeft ze twee boterhammen en een fles binnengespeeld, heeft vrolijk gespeeld met haar broers, alles omver gebabbeld, en nu ligt ze rustig in bed.

Ik denk dat we erdoor zijn. Ik hoop het maar.

Blah!

En die titel is deze keer echt wel op zijn plaats.

De jongens zijn deze namiddag namelijk met oma en opa naar het circus, en gaan daarna bij hen logeren. Bart en ik hadden daarom het plan opgevat om een babysit te zoeken voor Merel, of haar eventueel zelfs een nachtje uit te besteden, en te gaan eten bij In De Wulf. Dat staat al heel lang op ons verlanglijstje, maar dat komt er maar niet van.

Bart heeft deze morgen de reservatie afgebeld. Helaas. Gans mijn keel staat nog dik, en ik kan met moeite mijn ogen openhouden. Merel is ook al de hele dag zeer actief, zij het bijzonder lief, maar gunt me dus ook geen rust.

Dus zal die Wulf voor een andere keer zijn.

Toeme.

Toeme toeme toeme!