Rondje Blaarmeersen met rugbymatch als dessertje

Deze namiddag moest Wolf om kwart voor twee aan de Blaarmeersen zijn: zijn eerste rugbymatch in, goh, jaren. Het was stralend weer, geen beetje koud, de match begon maar om drie uur: ideaal voor mij om even rond de vijver te wandelen en een cacheke aan de overkant te zoeken.

Wel, ik heb intens, maar intens genoten. De cache heb ik niet gevonden, maar ik ben wel lekker in een boom geklauterd en ik heb prachtige herfstfoto’s genomen.

Helemaal uitgewaaid was ik net op tijd voor de match. Ik was eigenlijk niet van plan te blijven, maar het was mooi om zien, het was heel erg lang geleden, en ik zat op mijn gemak. Wolf heeft enkel de laatste tien minuten gespeeld – hij was dan ook invaller, heeft nog niet echt veel getraind – maar kreeg wel complimenten van medespelers en trainer. Goed zo!

En toen ging ik nog even boodschappen doen in de Delhaize daar vlakbij, terwijl Wolf rustig kon douchen en nog iets drinken.

Best wel trots op mijn oudste.

Zalige moederkesdag, ma!

Hey ma

’t is nu al de vierde moederkesdag die ik moet doorbrengen zonder u, maar gelukkig zijn er mijn vier schatten hier in huis.

Al om half negen werd ik uit mijn bed gelicht – gelukkig was ik wakker en lag ik te lezen – want ze weten dat ik een ontbijt op bed niet wijs vind: al die kruimels overal! Awel ma, ’t was de moeite! Eitjes, speciale yoghurtjes, sapjes, chocomelk, gesneden ananas, mango, meloen en aardbeien en koeken van bij den bakker: Bart had zijn best gedaan!

Wolf was nog veel wijzer: er lag gewoon een boekée paarse bloemen te wachten! Anemonen en fresia’s, ik ruik ze nu al. Hij was die gisteren gaan halen met zijne fiets, en natuurlijk ben ik gisteren blijkbaar kweetniehoeveel keren in zijn kamer binnengeweest, en ik dacht al: wat is die aan het doen dat hij zo schichtig reageert? Ge hadt zijn gezicht moeten zien, ma, ’t was geld waard. Och, ge zoudt zo trots zijn op mijn drie gasten. En Wolf is al zo volwassen he ma, ’t neemt uit…

Merel had iets mee van op school: een hele mooie paarse origami bloem met carpe diem op het blaadje en een metalen versierd potje met kamillezaadjes. Klop derop, natuurlijk.

Van Bart kreeg ik meteen nog twee items van mijn wishlist: mijn twee favoriete parfums die zo goed als leeg waren en waar ik al een tijdje zuinig mee aan ’t doen was.

En ’s middags was er biefstuk met frietjes, en daarna nog taart en al. Nee ma, ik ben er niet magerder op geworden, maar ge moet er niet over zagen.

En toen kreeg ik ons pa zo ver om nog mee efkes een wandelingetje te maken van, ocharme, 1.17 kilometer. Hij was aan ’t zuchten als een paard, is verschillende keren moeten stoppen en we hebben er dik een half uur over gedaan. Echt. Hij was vorige week nochtans al verschillende keren gaan wandelen, zei hij, maar hij zal nog veel meer oefening nodig hebben om effect te krijgen, vrees ik. Spijtig dat gij niet meer achter zijn vodden kunt zitten, ma, hij heeft het pertang nodig.

Maar de koffie daarna smaakte nog eens zo lekker ^^ En de tuin was zalig om te zitten.

Ach ma, moest ik kunnen, ik kwam u een grote bos muguetjes brengen: ze rieken fantastisch. En ge zoudt er deugd van hebben om op mijn terras te komen zitten kletsen.

Weete ma, gij hebt uw ma nooit moeten afgeven, al hebt ge er bij momenten uw pere mee gezien door alle boodschappen en was. Ik mis u nog altijd, maar ik heb zelf een dochter, en onze band is even goed, denk ik. Soms zou ik zo graag nog ne keer de telefoon pakken en gewoon, ja, kletsen met u. Over de domste dingen eerst. En uw raad vragen voor andere dingen, en uw gedacht. En luisteren naar uwe commentaar over de mensen en de dingen in uw omgeving, en de stoten die ge nu weer tegengekomen zijt, en waar dat ge u nu weer aan geërgerd hebt.

Ik mis u ma. En ik wens u ne zalige moederkesdag.

Salu he!

Kapitein Zeppospark

Zondag, mooi weer, en dus sommeerde ik ons pa om mee te gaan voor een korte wandeling op Meulestee om er twee geocaches op te pikken.

Omdat de brug nog altijd niet gerepareerd is, parkeerden we op de Wiedauwkaai aan de spoorwegbrug en staken te voet over. We flaneerden langs de nieuw aangelegde kaai en het nieuwe parkje, en ik bewonderde de metalen constructie met platform. Visueel verbindt het ding de twee omgevormde loodsen, en verder is het gewoon wijs, zo’n platform in de hoogte.

Om de 300 meter moesten we halt houden – als het al zoveel was – omdat ons pa compleet buiten adem was. Die lockdown heeft hem geen goed gedaan: hij beweegt amper nog, gaat niet meer wandelen en rookt weer meer, met behoorlijk desastreuze gevolgen, zo bleek. Met enige moeite bereikten we het pleintje aan de Meulesteedsesteenweg waar hij een bankje en ik een cache vond, en voorzichtig gingen we op weg naar het nieuwe parkje. Allez ja, nieuw, ik had het er al eerder hier over hoor.

Ik was er al een paar keer met de fiets gepasseerd, ik had er Wolf al eens naartoe gestuurd met een paar vrienden, maar nu merkte ik pas dat het echt mooi uitgebouwd was. En wat ik de vorige keer niet opgemerkt had – je kan er nochtans niet naast kijken – was de enorme kraan die er staat als erfgoed en die je kan beklimmen. Ik liet ons pa beneden aan een tafeltje achter om uit te zuchten en weer wat kleur te krijgen – ik durf hem nogal pushen – en ging zelf de cache zoeken op de kraan.

Al puffend gingen we langs het water terug naar de auto. Ons pa was oprecht blij dat hij terug was: net geen twee uur over 2.5 kilometer gedaan. Hij moet dus dringend iets aan die conditie doen, want anders is het resultaat dat hij compleet geen evenwicht meer heeft, begint te vallen en uiteindelijk naar een rusthuis moet, en dat proberen we kost wat kost te vermijden.

De koffie met taart smaakte eens zo hard, terug thuis. En ik, ik had een zeer fijne wandeling – beetje traag misschien – met fijn gezelschap en twee geocaches. Dik in orde, zo voor een zondag.

Bourgoyen

Een aantal jaar geleden wilde ik een nieuwe traditie beginnen: gaan wandelen in de Bourgoyen op oudejaarsnamiddag. Maar de vorige jaren was het blijkbaar telkens aan het gieten. In 2015 was het wel gelukt, in 2014 ook.

Maar een van Wolfs beste vrienden verjaart op oudejaarsavond en hij wilde graag de namiddag met zijn maten spenderen, en dus gingen we vandaag wandelen.

Ik dacht aan een klein eindje, maar uiteindelijk hebben we de hele toer gedaan van iets meer dan 5 kilometer. En na afloop een pannenkoek van Pierino die heel strategisch op de parking stond, want het was er echt wel druk. Maar bon, wij waren er ook, we moesten dus niet klagen.

En uiteraard waren er foto’s. Geniet. Ik heb dat ook gedaan.

Vinderhoutse vagraties

Merel had vandaag nog een sessie bij de psycholoog, maar in het donker gaan wandelen langs die modderpaadjes, dat is me toch net iets te gevaarlijk: je loopt soms nogal dicht bij het water. Maar om anderzijds drie kwartier in de auto te koekeloeren, dat was het nu ook weer niet. Ik was eventjes blijven zitten maar besloot toen om toch nog een ommetje te maken.

Ik stapte stevig door, een klein half uur, langs verlaten straten, duistere wegels en heerlijke paadjes onder een stralende volle maan.

Ik zag vooral dat het goed was, dat het hier en daar stevig donker was, dat de Van Vlaenderensmolen er ook in het donker goed uitzag, en dat zo’n iPhone 11 toch een verdomd goeie nachtsensor heeft. En dat ik nog steeds bijzonder graag rondloop in het donker.

Tsja…

Wandeling in de vallei van de Oude Kale

Deze middag had Merel een sessie bij de psycholoog die in Vinderhoute woont, vlak achter het natuurgebied van de Oude Kale. Ik vroeg hem hoe lang de wandeling die ik in gedachten had, normaal gezien duurt. 35 à 40 minuten, was zijn antwoord, ideaal dus voor de drie kwartier sessie.

Ik trok mijn jas stevig dicht en begon te stappen tot aan de Van Vlaenderensmolen en dan nog ietsjes verder, het bos in, langs de eerste vijver, verder naar de tweede, en dan nog wat verder naar de achterkant en een dijk van die grotere vijver.

Intussen was de zon aan het ondergaan en beklom ik eventjes de dijk voor een extra foto, de foto van de dag van de vorige post. Geef toe, niet slecht voor een iPhone, toch?

Ik moest wel nog even stevig doorstappen – dat heb je met al die foto’s die moeten getrokken en al die pokemon die moeten gevangen worden – maar was heerlijk uitgewaaid netjes op tijd terug bij Merel. Oef!

Eén minpunt: het was er eigenlijk wel behoorlijk druk, in tegenstelling tot vroeger. Blijkbaar heeft dat in verschillende magazines of zo gestaan en komen mensen op verkenning. Dat, en corona natuurlijk.

Maar ik moet eigenlijk niet piepen, ik liep er ook, al was dat niet de eerste keer: kijk hier en hier maar.

Saleich dag 6: de laatste

Morgen moet ik alweer naar huis, en dus was dit vandaag mijn laatste échte dag hier.

Ik ben deze voormiddag eigenlijk vooral veel geld kwijt geraakt. Véél geld, en ze hadden me nochtans zo gewaarschuwd voor die verleidelijk grote markt in Saint Giron…

Monica en ik reden samen door, Muriel en Eve kwamen achter, en Carmen stond met haar zelfgemaakte quiches, briks en desserten ergens op een andere markt. Eerst kwamen we bij een handelaar in muziekinstrumenten, waar ik ongelofelijk twijfelde over een prachtige, handgemaakte maar ook met kennis van zaken in elkaar gestoken handtrommel. Maar 120 euro vond ik nogal veel, ja. Voor tien euro kocht ik echter zo’n heerlijk schud-ei, een of andere houtsoort gevuld met korreltjes die een prachtig geluid maken. Wat verderop stak ik voor 16 euro een echte Opinel op zak, kocht ik twee zomerhoeden voor tien euro, en nog wat verder kwam ik prachtige rokken van Indische zijde tegen. Ik heb voor mezelf een donkerpaarse gekocht en voor Merel een zwarte, samen 60 euro. Tsja. En toen bleek er ook een standje met van die handgemaakte boekjes in embossed leer ingebonden, een ideaal cadeautje voor Kobe. Ik nam er voor mezelf ook eentje mee, en dan nog 6 van die kleintjes voor de Vossen. 34 euro eraan voor de moeite. Twee armbandjes voor Wolf maakten me ocharme 6 euro armer, en toen ging ik alsnog de handtrommel halen omdat het zo’n zalig ding is. De verkoper was al gezakt naar 100, en ik had nog welgeteld 110 euro op zak. En toen wilde ik er eigenlijk nog een speciaal gewatteerd tasje erbij dat eigenlijk 20 euro kostte, maar voor die tien euro was het oké. En toen bleek er geen bâton bij te zitten. Waarop de verkoper bedenkelijk keek, ik mijn portefeuille liet zien, en hij er met een grijns de speciale klopper gewoon bij stak. Ik moest wel beloven dat ik contact ging opnemen als er een probleem was, en hij toonde ook hoe ik het vel moest opspannen en ontspannen. Enfin, veel geld kwijt, maar een zalig ding.

Intussen hadden we ook Muriel en Eve opnieuw ontmoet en kochten we een gigantisch lekkere, maar sowieso gigantische burger van pulled porc noir, zoals ze het hier zo mooi zeggen.

En toen was het echt welletjes geweest en was de markt eigenlijk – gelukkig – ook afgelopen. We reden huiswaarts, ik deed een siësta, en Eve knutselde een geocache in elkaar. Zelf willen ze niet echt geocachen omdat ze liefst zo min mogelijk online willen te vinden zijn, maar ze vond het wel een fantastisch idee om er eentje in de buurt te leggen en te onderhouden. Het werd een heel mooi queer-feminist doosje, en dan moesten we uiteraard ook nog de wandeling maken die Monica en ik op de eerste dag hadden gemaakt.

Sommige foto’s kon ik opnieuw nemen, en ik moet toch wel toegeven dat mijn techniek intussen behoorlijk wat is verbeterd. Allez, hoop ik dan toch.

En de cache locatie? Een ronduit prachtige oude kastanjeboom die helemaal gedraaid is en achteraan een soort holte heeft, ideaal voor een cache natuurlijk. Knap gezien!

Eindigen deden we die avond met een koud buffetje en een karaoke, buiten onder de grote schuur. Elk hebben we een nummer gezongen, maar wel met de blonde Olgapruik op en een drinkhoorn als micro. Trànen  gelachen! En nee, daar zijn geen foto’s van. En waarom had ik die dingen mee, zult u zich misschien afvragen? Wel, het was een ideetje van Monica om eventueel rond magisch-realisme te werken, maar eigenlijk zijn we daar niet eens aan toe gekomen.

Saleich: dag één

Kwart voor acht werd ik hier al opgeroepen: vroeg voor een vakantiedag maar er moest wel degelijk gewerkt worden. Fotografiestage, weetuwel.

Er was een rustig gezamenlijk ontbijt met ons vijven: de drie gastvrouwen, Monica en ik. En aangezien Eve geen Nederlands spreekt, is dat hier gewoon ook nog een keer een Frans taalkamp, Roeland is er niks bij.

Daarna nam Monica me mee voor een tochtje rond de plaatselijke heuvel, de Chac, doorheen de bossen, langs de weiden, om te zien hoe ik foto’s maak en vooral welke fouten ik allemaal maak. Veel, zo bleek, ik heb  dus veel marge om bij te leren. Maar ik vond dat er wel al een paar deftige beelden tussen zaten, zeker na de tips om gelaagdheid in de foto’s te steken om hen meer te doen spreken. De beste is foto van de dag geworden, maar hier zijn er nog een paar.

Er waren schitterende spring rolls als middageten, en daarna kreeg ik van Monica wat theorie en een hoop oefeningen rond ISO, sluitertijd, brandpuntsafstand en diafragma. En heb ik wel een hoop bijgeleerd. Alleen de rug wilde niet helemaal meer mee, maar bon. Ik ben dan even gaan liggen, zodat ik er weer helemaal klaar voor was tegen het avondeten: worstjes met boontjes uit de moestuin en daarna pruimentaart met pruimpjes uit de boomgaard.

En toen hadden we het plan opgevat om nog braambessen te gaan plukken maar waren we eigenlijk wat te laat weg om nog veel te zien. Maar het werd andermaal super gezellig. En mooi. En amusant. En met snapshots.

Het lijkt echt wel een vakantie met vriendinnen in plaats van een opleiding. Mooi meegenomen!

Geocaching in Sint-Kruis-Winkel

Strikt genomen is het nog Gent, maar Sint-Kruis-Winkel is toch al gauw een dikke twintig minuten onderweg, zeker als je het veer neemt en dat net voor je neus wegvaart. Maar we waren absoluut niet haastig, mijn pa en ik, en we genoten van het tochtje.

In SKW parkeerden we ons aan de Moervaart en trokken het koppelingsgebied binnen om er een pracht van een wandeling te maken en ronduit knappe caches te vinden. We hebben vier caches gevonden vandaag, ik heb vier favorietpunten uitgedeeld, en normaal gezien ben ik daar niet zo scheutig mee.

Cache één was een eenvoudig doordenkertje, nummer twee was met een slot van een kluis en vroeg ook wel wat denkwerk. Ik had geluk dat mijn euro snel gevallen was.

Tegen dan waren we net geen kilometer ver en moest ons pa al even rusten: hij had geen evenwicht en haalde zwaar adem, al ontkende hij dat laatste ten stelligste. Toen ik hem zei dat we nog geen kilometer ver waren, geloofde hij me niet, maar zo’n geocache app liegt er niet om. Tsja.

Cache nummer drie was een pareltje dat ik eerder per toeval openkreeg, en die ik dan ook niet meer toekreeg tot ik effectief het mechanisme achterhaalde. Mooi mooi mooi!

En dan nam ons pa zijn pil van vier uur in, helaas zonder water, want dat had ik niet mee en daar had hij ook niet om gevraagd. Natuurlijk bleef ze in zijn keel steken, en dus gingen we op aanraden van andere wandelaars even verder tot aan een klein hoveke, waar drie mensen rustig op hun koerke zaten te kletsen. Ik vroeg om een glas water, en kreeg meteen de uitleg dat de eigenaar 95 was, daar ter plekke was geboren, nog steeds met de fiets reed en met de auto, en dat zijn vrouw 91 was en de zoon 71. Zeer sympathieke mensen, en ons pa knapte een pak op van dat glas water. Zozeer zelfs, dat hij niet meteen naar de auto terug wilde wandelen – we zaten intussen op anderhalve kilometer – maar nog langs een bospad tot aan de Moervaart, waar er nog twee caches lagen, wilde stappen. Dapper gingen we op weg, maar voor ik de volgende bankkaartcache oploste, heb ik hem toch voorzichtig gedumpt op een elektriekkastje, want hij was weer zwaar achter zijn adem aan het trekken. Wat geen waar was, volgens hem, maar bon.

Enfin, we wandelden terug naar onze auto, legden in totaal 2.8 kilometer af, en de laatste 300 meter zijn we om de 40 meter moeten stoppen, want het ging niet meer. Koppig, dat is hij wel, ik mocht de auto niet halen.

Ik denk dat ons pa vooral van zichzelf verschoten is: dat hij 2.5 kilometer niet meer kan wandelen zonder duizend keer te stoppen. Ik bedoel maar: we hebben er – met zoeken naar caches en al – drie uur over gedaan. En dan ging het nog niet op het einde.

Hij heeft me beloofd dat hij thuis vanaf nu elke dag – als het weer het toelaat – ging wandelen. Een klein tochtje maar, vanaf zijn deur via de Westeling langs de Adolf Lievensstraat en zo terug. Hij heeft zijn alarm aan, als er dus iets gebeurt, is er altijd snel iemand. Maar bon, dat heeft hij al ettelijke keren beloofd. Ik hoop dat hij nu voldoende geschrokken is van zichzelf om er ook echt iets aan te dóen deze keer. Want het zal alleen maar beteren als hij zelf begint te wandelen, iets wat al zijn dokters vragen, overigens.

Mja. ’t Is ne Rombaut, zeker?