Lectuur: Les Nuits de la peur bleue (Le Bureau des affaires occultes #3) van Éric Fouassier

Zoals ik al eerder zei, zijn dit fantastische boeken, maar niet iets wat je vlot even tussendoor leest, zowel omwille van het Frans als omwille van de toch wel zware inhoud.

Zoals altijd is het gewoon het simpelste om de korte inhoud te geven zoals hij overal te vinden is: meteen een staaltje van het Frans waarin het boek geschreven is.

Printemps 1832. Une épidémie de choléra terrorise la population parisienne. La « peur bleue », comme on l’appelle, provoque des centaines de morts et suscite les plus folles rumeurs. Sinistre hasard: une série de meurtres atroces décime au même moment le quartier pauvre de Saint-Merri. Les victimes sont poignardées avant d’être amputées d’un organe. Qui peut tuer ainsi, prélevant poumon, foie ou rein? Un maniaque? Face au risque de panique, l’inspecteur Valentin Verne explore toutes les pistes. Secondé par Aglaé et deux récentes recrues, l’Entourloupe, escroc repenti, et Tafik, ancien mamelouk des armées napoléoniennes, il traque la vérité dans les rues de Paris et ses recoins les plus obscurs. Une nouvelle enquête de l’inspecteur Valentin Verne, le génial créateur du Bureau des affaires occultes, où la science flirte avec le vice et le crime.  

De jonge inspecteur Verne gaat dus in een door een zware epidemie geteisterd Parijs op zoek naar een seriemoordenaar die op een wel zeer gruwelijke manier te werk gaat. Zijn geliefde Aglaé is intussen ook een lid van zijn afdeling van de politie, tot grote verbazing van zowat alles en iedereen want vrouwen zijn geen politie. Toch niet in die tijd.

Intussen blijven ook de trauma’s van Verne opspelen, tot Aglaé een manier vindt om die te doorbreken. Eindelijk. Want nu kunnen de personages ook op persoonlijk vlak verder, en hoeft de auteur daar niet meer over doordrammen.

Het blijft dus een loodzwaar thema dat ook niet bepaald lichtvoetig wordt weergegeven, en af en toe komt het akelig dicht in de buurt van wat er speelde in 2020. Maar, ik lees zeker nog het vervolg. Als ik eens veel tijd heb – het leest niet bepaald vlot – en weer zin in een uitdaging. Mijn Frans wordt er alleen maar beter op.

Lectuur: Le Fantôme du Vicaire (Le Bureau des affaires occultes #2 ) van Éric Fouassier

Na deel 1 had ik gezegd dat ik zeker ook verder wilde lezen, maar dan wel eerst wat lichtere dingen, want dit leest niet zo vlot, maar wel zeer aangenaam.

Ik bedoel maar, dit is de korte inhoud die je zowat overal vindt:

Valentin Verne, inspecteur en charge du Bureau des Affaires Occultes, doit résoudre une nouvelle affaire : un médium aurait recours au spiritisme et à de mystérieux pouvoirs extralucides pour ramener à la vie de la fille de Ferdinand d’Orval, un noble très fortuné. Tables tournantes, étranges apparitions, incarnations inexplicables… Mystification ou réalité?

Des bas-fonds parisiens aux salons de la haute société, des espions de Vidocq aux troublants mystères du spiritisme, l’auteur nous entraîne dans un polar crépusculaire et addictif.

En ja, het boek zelf is dus ook zo. Inspecteur Verne krijgt een nieuwe zaak voorgeschoteld, eentje over een zeer dubieus medium die vooral geld aan het aftroggelen is van naïeve zielen. Wanneer daar ook doden bij vallen en er nog nieuwe slachtoffers dreigen, komt Verne tussen. Alleen… hij is zelf ook nog volop bezig met zijn eigen zaak, en dan meer bepaald het zoeken van zijn misbruiker, de Vicaris. Wanneer die op een bepaald moment de rollen omdraait en zelf berichten begint te sturen naar Valentin om hem in de val te lokken, kan die niet anders dan daarop ingaan. En dan gaat het mis natuurlijk…

Het blijft hetzelfde heerlijke Frans, in een heerlijk tijdskader: ik heb het nu eenmaal voor kostuumdrama’s. Het enige waar ik me aan ergerde, was het feit dat Fouassier zo blijft hameren op het onvermogen van Verne om een relatie aan te gaan. Ja, uiteraard speelt dat een rol, maar op den duur wordt het wat drammerig, we weten het ondertussen wel.

Er zijn momenteel overigens 5 boeken in de reeks: ik ga ze zeker verder lezen. Maar nu eerst nog wat fantasy en wat klassiekers en zo. En lichtere dingen.

Lectuur: Le Bureau des affaires occultes (Le Bureau des affaires occultes #1 ) van Éric Fouassier

In het kader van “Het mag al eens wat lastiger Frans zijn, toch?” ben ik in deze gedoken, geschreven in 2021 maar zich afspelend in Parijs in 1830.

Het verhaal draait rond Valentin Verne, een jonge, zeer knappe, charismatische maar zeer afstandelijke, kille en bij momenten ook zeer wrede inspecteur, die van de Zedenpolitie overgeplaatst is naar de Sureté om daar een bizarre reeks moorden op te lossen. Parijs is sowieso een kruitvat met brandende lont na de revolutie van 1830, en dit soort seriemoorden kan de situatie alleen maar verergeren. Tegelijk krijgen we het verhaal van een jong gastje, dat opgesloten wordt gehouden door een sinister persoon, de Vicaire, in een donkere vochtige kelder en daar regelmatig misbruikt wordt. Uiteraard zullen de twee verhalen samenkomen, maar hoe, wanneer en waarom?

Fouassier schrijft een prachtig, bijwijlen barok proza met heerlijke beschrijvingen en subtiele nuances. Dat maakt de lectuur natuurlijk niet makkelijk, maar gelukkig is er de woordenboekfunctie op de Kindle, die ervoor zorgt dat ik maar op een woord te tikken heb om er de uitleg – in het Frans, uiteraard – van te krijgen. Nee, dit is geen hedendaags gesproken Frans, zoals in Tout le bleu du ciel, dit is duidelijk literair Frans, maar dan wel om duimen en vingers bij af te likken. Mooi, goed geschreven, een intrigerend hoofdpersonage, een knappe plot waarvan je de subtiliteiten maar halfweg het boek ziet opdoemen, enfin, een policier van eenzame hoogte, vond ik.

Ja, ik ga zeker het vervolg lezen, maar eerst wellicht iets dat wat minder zwaar valt, want zowel de psychologie – je leest per slot van rekening over kindermisbruik en trauma en zo – als de schrijfstijl nopen niet meteen tot lichte lectuur.