Meh

“Goh”, zeiden ze, “laat die wijsheidstand maar uithalen”, zeiden ze, “dat gaat u een hoop pijn besparen!”

Het doet verdomme serieus veel zeer! Ik heb er donderdag de hele dag ijs op gehouden, en Ibuprofen geslikt, maar ik heb toch niet echt veel moeten slapen van de pijn, vrees ik. Echt serieus, maar zeer dat dat doet! Voor mijn rug heb ik eigenlijk nooit pijnstillers gepakt, maar ik zit nu al drie dagen aan de stevige pillen, en het wordt precies alleen maar erger.

Nu, op mijn briefje stond dat het al zou moeten gestopt zijn met sijpelen, maar dat doet het nog wel. De zwelling zou vandaag het ergste moeten zijn, maar dan stilaan afnemen. Oordeel zelf.

Ik voel me ook ellendig: ik kan nauwelijks eten, die pijn overheerst alles, en ik heb er intussen ook nog Dafalgan bij, bovenop die Ibuprofen, om het een beetje draaglijk te houden.

Het was deze middag zelfs zo erg dat, toen Bart thuis kwam met Wolf, we naar het ziekenhuis gereden zijn. Ik ben er namelijk zeker van dat dit meer is dan gewone zwelling, je voelt echt een bol, dit is dus een stevige ontsteking met dik abces. Zoals de vorige keer dus.
En waarom dan ziekenhuis? Omdat ik, zoals op mijn papieren stond, belde naar de afdeling en ze me naar Spoed lieten komen. Het was misschien toch beter de tandarts van wacht geweest, maar alla.

Daar kwam een huisartse in opleiding poolshoogte nemen, even voelen, prikken voor ontstekingswaarden in mijn bloed, en concluderen dat het een abces was, een stevige ontsteking, en dat ik misschien wel antibiotica kon nemen, Augmentin 400. Oh, en voor de pijn er Tramadol bovenop.

Verder kon ze er niks aan doen, ik moest zondag of maandag dan maar contact opnemen met de tandarts. Juist ja.

Die Tramadol werkt wel, de pijn is zo goed als weg, maar ik ben er zo mottig van als een ei.

Ziekenhuis…

Gisteren dacht ik al dat het niet oké was met mijn rug. Awel, dat was precies nog een understatement.

Vannacht ging het helemaal fout. Waar ik normaal gezien gewoon op mijn buik moet gaan liggen om de pijn weg te krijgen, hielp dat in dit geval niet meer. En ik geef het toe, zo veel pijn heb ik in mijn leven nog niet gehad. Ik heb liggen roepen, in mijn kussen liggen bijten, liggen worstelen en slaan om toch maar een houding te vinden waarin de pijn wegtrok. Ik was wel nog tot boven geraakt, in de badkamer, maar daar was ik gevallen. Wolf had me blijkbaar horen roepen van de pijn, en was me komen helpen. Enfin, helpen, het is niet alsof iemand iets kan doen voor mij op zo’n moment. Maar ik was blij dat hij er was. Gelukkig kwam iets later Bart thuis, en nam die over. Samen zijn we tot boven geraakt, waar het dan opnieuw erin schoot. Zoals gezegd, roepen van de pijn.

Ik durfde me eigenlijk niet meer verroeren, want elke beweging zorgde opnieuw voor helse pijnen. Nog in de nacht besloten we al dat ik naar het ziekenhuis moest, dat dit niet houdbaar was. Bart bracht in de morgen de kinderen naar school, en kwam toen even bij mij luisteren. Ik was tegen de morgen in slaap gevallen, eindelijk in een pijnloze houding.  Bon, met enige moeite en ondersteuning van Bart geraakte ik tot in de badkamer, waar opnieuw een serie pijnscheuten de kop opstak. Ik geraakte nog net tot in Wolfs bed, kon me daar na nog een reeks pijnaanvallen toch nog comfortabel leggen, en sliep nog een uur of twee.

Ik geef het heel eerlijk toe: ik wist dat ik naar het ziekenhuis moest, maar ik durfde gewoonweg niet te bewegen, omdat ik wist dat ik het dan weer ging uitroepen van de pijn. En jawel, een eerste poging om uit het bed te komen, draaide op niks uit. Een tweede poging deed evenveel pijn, en zorgde ervoor dat ik uiteindelijk al op de grond lag. Bart had al eerder geopperd dat hij de ziekenwagen ging bellen, maar ik had dat afgeslagen als complete onzin. Na tien minuten op de grond gaf ik toe: een ambulance was misschien toch nog zo gek niet.

Een kwartier later stonden er twee potige kerels naast mij, en was ik al wat bekomen van de laatste pijnaanval. Hmm, de ambulanciers bevestigden mijn vermoeden: met een brancard konden ze de trap niet af, er ging dus een MUG en de brandweer aan te pas komen om me via het venster naar buiten te takelen. Juist ja. Koppig zijn heeft ook zijn voordelen, en dus krabbelde ik heel voorzichtig recht tot op mijn knieën, zonder pijnscheut. Beide heren tilden me op tot mijn voeten, en samen gingen we de trap af. Helaas, beneden in de hal schoot het er opnieuw in, schreeuwde ik het uit, vroeg ik om me te laten vallen, wentelde op de grond heen en weer, en vond ik eindelijk een pijnloze houding. Ik was nog maar eens kletsnat van het zweet, maar ik was tenminste wel al beneden, waar de ambulanciers iets met mij konden aanvangen. Ze namen een soortement schep, tilden me op een brancard, en reden naar het ziekenhuis, op mijn verzoek het Jan Palfijn.

Daar heb ik een kleine twee uur moeten wachten op Spoed, want het bleek er heel druk te zijn. Pas tegen zo’n vier uur kwam er iemand luisteren wat het probleem was, kreeg ik meteen ook een stevige dosis pijnstillers – thuis had ik al Tramadol genomen, iets wat Bart nog liggen had sinds zijn galgedoe – en ook Temesta om te ontspannen. Kort daarna werd ik richting scanner gebracht, en nog wat later – ik moet geslapen hebben, dankzij de medicatie – werd ik naar een kamer gebracht, met meteen ook een baxter voor extra pijnstilling.

Aangezien ik nu veilig lag, kon Bart gerust terug naar huis: ik kon me toch geen vin verroeren. Ze brachten me wel een boterhammetje, ik had de hele dag nog niet gegeten, en dat ging vlot binnen. En daarna? Viel ik prompt in slaap, en werd ik enkel nog gewekt voor meer pijnstilling en bloeddruk en zo.

Tsja…

Ziekenhuisopname voor Wolf…

Ik heb vandaag stevig aan de alarmbel getrokken: het is welletjes geweest. Maar echt genoeg.

Wolf heeft al sinds eind januari rugpijn. Even oplijsten (ook voor mezelf):

De nieuwe afspraak is gepland op 15 juni, morgen dus. Intussen is de rugpijn van Wolf almaar erger geworden: hij is gestopt met gitaar spelen (ook door het gebroken hand), gestopt met de scouts, gestopt met de rugby… Maar sinds begin deze week is het pakken erger geworden, in die mate zelfs dat ook fietsen moeilijk begint te worden. Maandag heeft Bart hem naar school gebracht, vrijdag was hij met mij meegereden, gisteren heeft hij de bus genomen… Het kind kan nog met moeite stappen, met moeite op een stoel zitten… Zijn examens mag hij sowieso al allemaal mondeling afleggen wegens schrijfverbod door de aanhoudende pijn in zijn hand dat maar niet beter wordt, maar…

Deze middag lag hij te huilen van de pijn en ellende in de zetel. De huisarts had hem zwaardere pijnstillers voorgeschreven, Zaldiar, maar daar voelt hij zich dus slecht door. Maar hij heeft morgen dus wel zijn eerste examen. Hij heeft het eigenlijk al zo goed als allemaal geleerd, maar hij kan zich voor geen meter concentreren.

Ik vond het welletjes. Ja, we kunnen misschien gewoon de afspraak bij de fysicotherapeut afwachten morgen, en dan? Als die niks ziet, wat dan?

Om half acht zaten we bij de huisarts, en viel Wolf prompt flauw in de wachtzaal. Wat hem overigens, toen hij even had neergelegen op de koude vloer, de commentaar ontlokte: “Ha, nu weet ik waarom dokters geen vloerverwarming hebben…” Zijn gevoel voor cynische humor is er gelukkig nog.

Iets later zaten we bij de dokter zelf, en draaide Wolf nog eens weg. De dokter onderzocht hem, stelde vast dat zijn bloeddruk 9 op 4 stond, dat hij crepeerde van de pijn ondanks de pijnstillers, en oordeelde ook dat het welletjes was, en dat er nu dringend eens iets moest gedaan worden. Hij belde naar de dienst pediatrie van het Jan Palfijn, en Wolf mocht nog via de spoed binnenkomen diezelfde avond.

Oef.

We reden naar huis, haalden wat basisspullen op, en gingen richting spoed. Daar hebben we ongeveer twee uur gewacht tot de dokters inderdaad ook vonden dat opname noodzakelijk was, en tot er een kamer geregeld was.

IMG_3108

Hij kon gelukkig nog lachen, al deed dat eigenlijk wel behoorlijk veel pijn. Maar, zoals hij zei, wat kan je beter doen dan met je eigen miserie lachen? En dat is dus wat wij deden, daar samen op spoed…

Tegen dik elf uur waren we op een kamer, en kreeg Wolf intraveneus pijnstillers toegediend. Hij heeft nog steeds veel pijn, maar hij zal wel slapen, en vooral: er zal eindelijk eens iets gebeuren. Ze gaan hem binnenstebuiten keren tot ze iets gevonden hebben. Serieus. Want anders bijt ik.

19551583_265090650637772_1435380771_o

Morgenvroeg komt de pediater. Dan horen we meer.

 

Communie, maar met een bang hartje

Dat het een echt gemengde dag is geworden, vandaag.

Donderdagavond zaten we nog allemaal samen bij ons ma, op haar uitdrukkelijke vraag, om de begrafenis te bespreken. Het gaat plots snel, nu, ons ma eet bijna niet meer, en ze is extreem moe de laatste tijd. Gisteren zag ze er echt niet goed uit, en vandaag, rond half twee – we waren ons net aan het klaarmaken voor de communie tegen drie uur – ging de telefoon: Jeroen was bij ons thuis, en vond dat het echt niet meer kon zijn. Of hij ons ma naar de spoed mocht laten brengen, want ze was zodanig zwak dat ze niet meer op haar benen kon staan. Wat wil je, als je al vier dagen niks gegeten hebt? In het ziekenhuis gaan ze er misschien voor kunnen zorgen dat ze nog wat kan eten of tenminste binnenhoudt, en met een paar baxters glucose zal ze haar kracht misschien wel terugkrijgen. Enfin, hopelijk toch.
Maar Jeroen wilde de 100 bellen, en dat zag ik niet zitten: dan zouden ze haar naar het dichtst bijzijnde ziekenhuis brengen, zijnde Eeklo. Niet dus. Iets later belde hij terug: dat ze wel met de ambulance naar het UZ kon gebracht worden, als een huisarts dat zo voorschreef. Alleen… ze zouden haar nooit van de trap af willen brengen, maar er de brandweer bij halen, met een speciaal bed en een kraan en al. Enfin, tegen half drie belde hij dat hij haar zelf wel van de trap zou dragen en naar het UZ zou rijden. Hij ging dan wel te laat zijn op het vormsel van Wolf, maar als ik hem kon smsen waar hij precies moest zitten, ging hij achterkomen. Roeland zat in Antwerpen, maar kwam dan wel naar het UZ.

Enfin, wij dus met een bang hartje naar de kerk. Aan de andere kant was ik ook opgelucht: ik was er echt niet meer gerust in, in ons ma, sinds ik haar gisterenavond in bed had gestoken, en in het ziekenhuis ging ze tenminste deftig verzorgd worden. Nog een chance dat ze niet tegenpruttelde.

De mis was twintig minuten bezig, toen effectief Jeroen in alle stilte binnen kwam en plaats nam. Oef. Wolf had dus netjes zijn twee peters bij zich toen het moment van het vormsel zelf kwam, en Jeroen had zelfs daarvoor nog tijd om een paar foto’s te nemen. En de vader van een van Wolfs vriendjes zat op de eerste rij, en had dus ook een massa foto’s.

Na de mis belden we even naar Roeland, uiteraard, en bleek dat ons ma nog steeds op de spoed lag, en dat ze al een pak opgeknapt was van de baxters. Ze was uitgedroogd en ondervoed, zei de spoedarts. Oef.

We dronken eerst een glaasje champagne bij ons thuis, en Jeroen nam een prachtige foto van mij met de kinderen.

13234717_10208748303359033_9623234_o

Daarna ging Koen naar huis, en reed Jeroen naar de spoed, om Roeland af te lossen. Ik zou dan wel nog wat later komen.

En jawel, tegen half acht stond ik op de spoed, waar ons ma nog steeds lag. Al gingen ze haar net naar een kamer brengen, bij de oncologie, om haar deftig in de gaten te kunnen houden. Ons ma had gedacht van misschien toch wel naar huis te kunnen, maar de dokters vonden dat ze nog steeds te zwak was, en eigenlijk was ze inderdaad doodop. En dus reed ik met ons ma op haar bed mee naar de K1, en installeerde haar daar rustig in haar kamer. Jeroen had precies nogal overhaast gehandeld, en dus was haar portefeuille niet mee, en ook geen bril of medicijnen, of iets om te lezen. Ze ging dan maar wat slapen, maar niet voordat ze me uitgebreid geïnstrueerd had over wat Jeroen de volgende dag allemaal moest meebrengen. Onder andere haar mooie kleren, want eigenlijk is ze wel van plan morgen naar Wolfs feest te komen. Per slot van rekening moet ze hier ook niet echt iets doen, en kan ze gerust ook slapen.

Hopelijk lukt het, want ze was echt wel moe.

Spoed!

Na een rustige voormiddag – Bart had boodschappen gedaan – trok ik met Wolf en zijn beste maatje Wout naar Berchem, voor de ledendag van Elanor: we gingen er in een zaaltje met beamer de twee extended versions van The Hobbit I en II bekijken. De jongens en ik hadden ons geïnstalleerd, in zachte zetels met dekentjes en zo, en we genoten.

Na deel I begonnen we aan het eten, en terwijl Hedwig de rijst afgoot, ging mijn telefoon: Bart. Of ik alsjeblief onmiddellijk naar huis wilde komen, want hij verging van de buikpijn. Hmm. Aan zijn stem hoorde ik dat het heel ernstig was, ik ken hem zo onderhand een beetje. Terwijl ik haastig onze spullen bijeengrabbelde, belde ik de ouders van Wout op: van hen wist ik zeker dat ze thuis waren, dat ze op een paar minuten rijden van ons woonden, en dat Wouts zusje Febe kon babysitten, want dat had ze al eerder gedaan. En gelukkig hoorden Cindy en Jo ook aan mijn stem dat het menens was: vijf minuten later waren ze bij Bart, nog vijf minuten later waren ze op weg naar de Spoed van Sint-Lucas.

Intussen had ik vanuit de auto mijn ma opgetrommeld, en ook zij liet ongeveer alles ter plekke vallen, en reed naar Wondelgem. Ik kwam ongeveer tegelijk met haar aan, liet de kinderen onder haar hoede achter, en reed met wat inderhaast bijeengegraaide spullen voor Bart naar de spoed. Cindy had me tijdens de autorit al verteld dat hij morfine had gekregen tegen de zware pijn, dat ze testen aan het doen waren, en dat het dus ook echt wel ernstig was. Om zeven uur stond ik in Sint-Lucas, en kon ik Cindy aflossen. Bart lag intussen te kronkelen van de pijn, ondanks de pijnstilling, op een onderzoekskamertje, en kreeg gelukkig nog wat extra verdoving, zodat hij in slaap viel. Het eerste vermoeden waren nierstenen, maar de scan was vrij duidelijk: een serieuze galsteen! Maar omdat ze vocht zagen rond de galblaas, wat wijst op een ontsteking, wilden ze vannacht nog niet opereren, ook al liep de chirurg van wacht er wel degelijk rond. Er werd antibiotica opgestart, en morgenvroeg gaan ze eerst opnieuw bloedtests doen en een echo nemen, om te weten hoe ver die ontsteking staat, en of ze onder controle is.

Tegen tien uur hebben de verpleegsters en ik hem geïnstalleerd in een kamer, en met nog wat extra pijnstilling sliep hij, tegen dat ik de papieren in orde had gemaakt en alles geregeld was.

Morgen een operatie dus. Blijkbaar is het een standaardoperatie, een laparoscopie, en met wat geluk is hij maandagavond al thuis.

Poeh. Ik ben er nog niet gerust in, maar we weten tenminste wel wat het is, en de paniek is weg. En ik ben mijn vrienden ongelofelijk dankbaar. Echt, echt waar.