Communie, maar met een bang hartje

Dat het een echt gemengde dag is geworden, vandaag.

Donderdagavond zaten we nog allemaal samen bij ons ma, op haar uitdrukkelijke vraag, om de begrafenis te bespreken. Het gaat plots snel, nu, ons ma eet bijna niet meer, en ze is extreem moe de laatste tijd. Gisteren zag ze er echt niet goed uit, en vandaag, rond half twee – we waren ons net aan het klaarmaken voor de communie tegen drie uur – ging de telefoon: Jeroen was bij ons thuis, en vond dat het echt niet meer kon zijn. Of hij ons ma naar de spoed mocht laten brengen, want ze was zodanig zwak dat ze niet meer op haar benen kon staan. Wat wil je, als je al vier dagen niks gegeten hebt? In het ziekenhuis gaan ze er misschien voor kunnen zorgen dat ze nog wat kan eten of tenminste binnenhoudt, en met een paar baxters glucose zal ze haar kracht misschien wel terugkrijgen. Enfin, hopelijk toch.
Maar Jeroen wilde de 100 bellen, en dat zag ik niet zitten: dan zouden ze haar naar het dichtst bijzijnde ziekenhuis brengen, zijnde Eeklo. Niet dus. Iets later belde hij terug: dat ze wel met de ambulance naar het UZ kon gebracht worden, als een huisarts dat zo voorschreef. Alleen… ze zouden haar nooit van de trap af willen brengen, maar er de brandweer bij halen, met een speciaal bed en een kraan en al. Enfin, tegen half drie belde hij dat hij haar zelf wel van de trap zou dragen en naar het UZ zou rijden. Hij ging dan wel te laat zijn op het vormsel van Wolf, maar als ik hem kon smsen waar hij precies moest zitten, ging hij achterkomen. Roeland zat in Antwerpen, maar kwam dan wel naar het UZ.

Enfin, wij dus met een bang hartje naar de kerk. Aan de andere kant was ik ook opgelucht: ik was er echt niet meer gerust in, in ons ma, sinds ik haar gisterenavond in bed had gestoken, en in het ziekenhuis ging ze tenminste deftig verzorgd worden. Nog een chance dat ze niet tegenpruttelde.

De mis was twintig minuten bezig, toen effectief Jeroen in alle stilte binnen kwam en plaats nam. Oef. Wolf had dus netjes zijn twee peters bij zich toen het moment van het vormsel zelf kwam, en Jeroen had zelfs daarvoor nog tijd om een paar foto’s te nemen. En de vader van een van Wolfs vriendjes zat op de eerste rij, en had dus ook een massa foto’s.

Na de mis belden we even naar Roeland, uiteraard, en bleek dat ons ma nog steeds op de spoed lag, en dat ze al een pak opgeknapt was van de baxters. Ze was uitgedroogd en ondervoed, zei de spoedarts. Oef.

We dronken eerst een glaasje champagne bij ons thuis, en Jeroen nam een prachtige foto van mij met de kinderen.

13234717_10208748303359033_9623234_o

Daarna ging Koen naar huis, en reed Jeroen naar de spoed, om Roeland af te lossen. Ik zou dan wel nog wat later komen.

En jawel, tegen half acht stond ik op de spoed, waar ons ma nog steeds lag. Al gingen ze haar net naar een kamer brengen, bij de oncologie, om haar deftig in de gaten te kunnen houden. Ons ma had gedacht van misschien toch wel naar huis te kunnen, maar de dokters vonden dat ze nog steeds te zwak was, en eigenlijk was ze inderdaad doodop. En dus reed ik met ons ma op haar bed mee naar de K1, en installeerde haar daar rustig in haar kamer. Jeroen had precies nogal overhaast gehandeld, en dus was haar portefeuille niet mee, en ook geen bril of medicijnen, of iets om te lezen. Ze ging dan maar wat slapen, maar niet voordat ze me uitgebreid geïnstrueerd had over wat Jeroen de volgende dag allemaal moest meebrengen. Onder andere haar mooie kleren, want eigenlijk is ze wel van plan morgen naar Wolfs feest te komen. Per slot van rekening moet ze hier ook niet echt iets doen, en kan ze gerust ook slapen.

Hopelijk lukt het, want ze was echt wel moe.

Spoed!

Na een rustige voormiddag – Bart had boodschappen gedaan – trok ik met Wolf en zijn beste maatje Wout naar Berchem, voor de ledendag van Elanor: we gingen er in een zaaltje met beamer de twee extended versions van The Hobbit I en II bekijken. De jongens en ik hadden ons geïnstalleerd, in zachte zetels met dekentjes en zo, en we genoten.

Na deel I begonnen we aan het eten, en terwijl Hedwig de rijst afgoot, ging mijn telefoon: Bart. Of ik alsjeblief onmiddellijk naar huis wilde komen, want hij verging van de buikpijn. Hmm. Aan zijn stem hoorde ik dat het heel ernstig was, ik ken hem zo onderhand een beetje. Terwijl ik haastig onze spullen bijeengrabbelde, belde ik de ouders van Wout op: van hen wist ik zeker dat ze thuis waren, dat ze op een paar minuten rijden van ons woonden, en dat Wouts zusje Febe kon babysitten, want dat had ze al eerder gedaan. En gelukkig hoorden Cindy en Jo ook aan mijn stem dat het menens was: vijf minuten later waren ze bij Bart, nog vijf minuten later waren ze op weg naar de Spoed van Sint-Lucas.

Intussen had ik vanuit de auto mijn ma opgetrommeld, en ook zij liet ongeveer alles ter plekke vallen, en reed naar Wondelgem. Ik kwam ongeveer tegelijk met haar aan, liet de kinderen onder haar hoede achter, en reed met wat inderhaast bijeengegraaide spullen voor Bart naar de spoed. Cindy had me tijdens de autorit al verteld dat hij morfine had gekregen tegen de zware pijn, dat ze testen aan het doen waren, en dat het dus ook echt wel ernstig was. Om zeven uur stond ik in Sint-Lucas, en kon ik Cindy aflossen. Bart lag intussen te kronkelen van de pijn, ondanks de pijnstilling, op een onderzoekskamertje, en kreeg gelukkig nog wat extra verdoving, zodat hij in slaap viel. Het eerste vermoeden waren nierstenen, maar de scan was vrij duidelijk: een serieuze galsteen! Maar omdat ze vocht zagen rond de galblaas, wat wijst op een ontsteking, wilden ze vannacht nog niet opereren, ook al liep de chirurg van wacht er wel degelijk rond. Er werd antibiotica opgestart, en morgenvroeg gaan ze eerst opnieuw bloedtests doen en een echo nemen, om te weten hoe ver die ontsteking staat, en of ze onder controle is.

Tegen tien uur hebben de verpleegsters en ik hem geïnstalleerd in een kamer, en met nog wat extra pijnstilling sliep hij, tegen dat ik de papieren in orde had gemaakt en alles geregeld was.

Morgen een operatie dus. Blijkbaar is het een standaardoperatie, een laparoscopie, en met wat geluk is hij maandagavond al thuis.

Poeh. Ik ben er nog niet gerust in, maar we weten tenminste wel wat het is, en de paniek is weg. En ik ben mijn vrienden ongelofelijk dankbaar. Echt, echt waar.