Lectuur: “Ommouw me” van Ted van Lieshout

Mja. Dit is een poëzieboek voor de Kleine Cervantes, en ik weet niet zo goed hoe ik het moet beoordelen. Poëzie is namelijk helemaal anders dan de standaard romans die de andere vier boeken toch zijn, en ik vind dat appelen met peren vergelijken.

9789025884154 Ommouw me

Maar vind ik het goed? Eigenlijk wel, als je er rekening mee houdt dat het voor jongeren geschreven is. Van Lieshout heeft een reeks kleren waar een verhaal aan vast hangt, en daar heeft hij telkens een gedicht bij geschreven. Een versleten jeans, een pet van zijn vader, kleren van zijn overleden broer… Hij heeft er zelf foto’s bij genomen en hier en daar ook tekst op de etiketjes gezet. Het resultaat is soms grappig, maar vaker ontroerend en ingrijpend. Soms zijn er gevonden kleren bij, en ook daar kan hij zijn fantasie op loslaten.

De vormgeving mag er in elk geval zijn, en ik vind de gedichten ook echt wel op niveau.

Alleen… hoe zet je zoiets naast een prozaboek? Naast een roman met een uitgewerkt verhaal?

Ik ben benieuwd wat de leerlingen ervan zullen zeggen. Ik hou je op de hoogte.

Extra verjaardagscadeautje

Vorige week kwam er plots nog een extra cadeautje toe: een pakket van het Poëziecentrum. Marleen wilde ons drieën ook een cadeautje geven voor onze verjaardagen en wat anders dan poëzie?

Mij gaf ze een prachtig boek van Rumi, een middeleeuwse Perzische dichter met prachtig intense gedichten. Vorig jaar, op gedichtendag 2023 had ze me er een gedicht van voorgelezen, en ze was blijkbaar niet vergeten dat ik dat zo mooi had gevonden. Bart heeft het intussen al op zijn bureau gelegd en leest er af en toe in:

Daarnaast was er de Poëziekalender, een scheurkalender met elke dag een gedicht, en daar kijk ik nu al naar uit, om eerlijk te zijn.

En dan was er nog een boek voor Merel. Een prachtig boek, daar niet van, maar hetzelfde als wat ze vorig jaar gekregen had. Op zich is het geen probleem: ik heb het netjes in de verpakking gelaten en ik ga het wel eens wisselen in het Poëziecentrum, Marleen heeft er zelfs al naartoe gebeld en het hen laten weten.

Maar ik vind het vooral ongelofelijk lief: gewoon hele fijne extra cadeautjes. Want ja, poëzie leest nog altijd het gemakkelijkst en het aangenaamst op papier, toch?

I shall wear purple

Ik zag dit passeren en dacht: “Dat is het. Carpe diem. Carpe diem purpuream.”

Blijkbaar gestemd tot het favoriete Britse gedicht van 2024, en Helena Bonham Carter leest het magistraal voor: “Warning” van Jenny Joseph.

When I am an old woman I shall wear purple
With a red hat which doesn’t go, and doesn’t suit me.
And I shall spend my pension on brandy and summer gloves
And satin sandals, and say we’ve no money for butter.
I shall sit down on the pavement when I’m tired
And gobble up samples in shops and press alarm bells
And run my stick along the public railings
And make up for the sobriety of my youth.
I shall go out in my slippers in the rain
And pick flowers in other people’s gardens
And learn to spit.

You can wear terrible shirts and grow more fat
And eat three pounds of sausages at a go
Or only bread and pickle for a week
And hoard pens and pencils and beermats and things in boxes.

But now we must have clothes that keep us dry
And pay our rent and not swear in the street
And set a good example for the children.
We must have friends to dinner and read the papers.

But maybe I ought to practise a little now?
So people who know me are not too shocked and surprised
When suddenly I am old, and start to wear purple.

Watou

Ik zeg dat eigenlijk al jaren, dat ik naar Watou wil, en dat is er nog nooit van gekomen. Tot nu, dankzij mijn lieve echtgenoot.

Bart had het ontbijt ook geboekt en dat was dan ook meer dan in orde.

Tegen half elf zaten we op de (elektrische) fiets richting Watou, een achttal kilometer door een idyllisch landschap met het beste weer dat je je maar kan voorstellen: zon en wolkjes, 24°, een zacht briesje. Fantastisch gewoon!

We begonnen op de markt aan een aantal kunstinstallaties, reden dan wat verder om er nog enkele te bekijken, en ik was blij dat we met de fiets waren, om eerlijk te zijn. Mijn rechtervoet doet de laatste tijd behoorlijk veel pijn, ik vermoed dat er nu ook daar een hielspoor is gevormd, met dus fascitis plantaris als gevolg. Bon, de afspraak bij de orthopedist ligt vast, maar dat neemt niet weg dat die fiets best wel dik oké was.

We gingen iets eten in Poperinge zelf, fietsten toen nog naar twee meer afgelegen installaties, en reden toen verder naar het kasteel Lovie, waar ook nog enkele kunstwerken waren én heel fijne arduinocaches. Alleen had ik voor die laatste niet echt tijd meer, zodat ik er maar eentje heb gedaan. Dat is helemaal niet erg, ik heb dan een reden om terug te komen.

Bart en ik genoten van de fietstocht, maar opnieuw was het voor hem welletjes, zodat hij recht naar het hotel fietste en ik in Poperinge zelf nog een paar losse caches opviste met het laatste restje batterij van mijn fiets.

En ja, ik had zonnecrème mee maar er niet echt bij stilgestaan om me in te smeren. Niet wreed slim natuurlijk, al deed het gelukkig geen zeer.
We aten opnieuw in het restaurant maar deze keer à la carte, niet opnieuw de menu van gisteren. De kalfszwezerik was succulent, geloof me.

Bart ging terug naar de kamer, ik ging nog eventjes tot in het park wandelen om daar uiteindelijk de cache van de speurtocht van gisteren op te pikken, die had ik gisterenavond nog uitgerekend.

Al bij al een prachtige, vermoeiende dag gehad. Héérlijk!

Gedichtendag 2022

Oi! Ik was de gedichtendag van vorige week zowaar vergeten! Schande over mij!

Ik had al op voorhand zitten nadenken over welk gedicht ik zou posten, maar zowat al mijn favorieten zijn de vorige jaren al aan bod gekomen.

En toen zag ik het Gent Magazine, en daarin een gedicht over mijn stad van Rhea Cecile. En ik dacht: waarom ook niet? Want poëzie, dat moet je toevallig tegenkomen.

Gent

Zie de stad
als niets dat nadert.

De straten tot de nok
gevuld met drommen hoekstenen en dokken

die elkaar verdragen. Ik wieg me
langs vaarten en vertier naar

rimpels van de binnenstad.
Ze wachten weemoedig op mijn teken en buigen

zalvend de nacht om tot ochtendlicht hees
over wuivende huizen valt.

In een drieluik van nissen blijkt huiswaarts
waar hoeders op torens me sturen.

Binnen wordt buiten
                   – contouren van gulle steegjes

en weids als de blik van passanten
inhaleer ik

de stad
als alles dat voor me ligt.

 

De gedichten van vorige jaren:

2021: William Shakespeare met Sonnet 18
2020: Hugo Claus met Achter deze gevel
2019: Hans Lodeizen met Kus me.

2016: onze trouwhaiku
2015: Rainer Maria Rilke Herbsttag
2014: Horatius met zijn Leuconoë, het gedicht waarin carpe diem ook echt geschreven staat
2013: Jan Engelman met Vera Janacopoulos
2012:  Horatius over de Soracte, mijn sneeuwgedicht
2011: een anoniem Oud-Grieks gedicht,
2010: Cees Buddingh met zijn Blauwbilgorgel
2009: Paul van Ostaijens Melopee
2008: Hans Andreus met Voor een dag van morgen
2007: Catullus met Odi et Amo
2006: Catullus met mijn allerfavorietste gedicht, en ook zijn carmen 5 Vivamus

Allerzielen

Allerzielen was misschien gisteren, maar dit traditionele Afrikaanse gedicht sprak me immens aan. Lees, en herinner.

En as ek kom te sterwe, lief,
sing dan geen klaaglied nie;
Plant dan geen rose op mijn graf
of koel sipresse nie.
Laat net die groen gras bo mie
wees, die reën en die môre dou;
En as jij wil, vergeet mij
en as jij wil, onthou.
Want skadu’s sal ‘k nie sien,
of voel hoe dat die water week,
nie hoor hoe dat die voëltjes sing
as of hul harte breek.
Maar ek sal altijd drome droom
in die skemer; wie weet
miskien sal ek daar nog onthou,
miskien sal ek vergeet.