Mars

In het tweede jaar moeten de leerlingen voor de les Latijn in duo een god of godin voorstellen. Dat mag via een toneeltje, een filmpje, een poppenspel, een interview of een andere creatieve vorm. Sommigen doen dat heel goed, bij anderen is het nogal statisch of gewoon slecht uitgewerkt.

Wat ik dit jaar vreemd vond, is dat niemand me om materiaal heeft gevraagd. Kobe natuurlijk wel, dat is vrij logisch, en hij en zijn maatje waren dan ook deftig aangechareld. Maar verder? Niemand, en dat is jammer.
Het zoontje van een van de collega’s zit in de parallelklas, en hij was me wel degelijk komen vragen naar gerief om de god Mars te kunnen spelen. Ik heb vanalles meegegeven en hij zag er prachtig uit. Ik heb dan ook een fotootje gekregen van hem.

Oh, en er lag ook iets in mijn vakje als bedankje. Ik ben in de lach geschoten.

Ikigai

Ikigai. Een principe waar ik eigenlijk al wel een paar keer bij stil heb gestaan, en waarvan ik denk / hoop / durf zeggen dat ik het eigenlijk wel bereikt heb.

Ikigai is eigenlijk het ultieme doel dat je zou moeten kunnen bereiken in je beroepsleven, namelijk een beroep dat je graag doet, waar je goed in bent, waar je voor betaald wordt én waar de wereld op zit te wachten.

Lesgeven, en meer bepaald nog het Latijn, is effectief iets wat ik zeer graag doe, dat lijdt over het algemeen geen twijfel. Als ik afga op wat mijn leerlingen zeggen, ben ik er ook vrij goed in, als ik zo onbescheiden mag zijn. Ik word er gelukkig ook voor betaald, en met mijn  universitair diploma en mijn anciënniteit is dat ook meer dan behoorlijk, daar heb ik hoegenaamd geen klagen over.

Zit de wereld erop te wachten? Goh… Daar blijven de meningen verdeeld over: is Latijn nog wel een nuttig vak? Maar ik had het erover met Bart, en die zei: “Goh, jij geeft eigenlijk geen Latijn, jij geeft Gudrun.” Ik moest daarmee lachen, maar in feite heeft hij wel gelijk: ik probeer toch altijd veel meer in mijn lessen te steken dan enkel Latijn. Dat dat soms ontaardt in de meest vreemde verhalen, tsja…

Maar ik, ik voel me er in elk geval bijzonder goed bij: ik heb totaal geen zin om te veranderen van werk, ik ben elke eerste september opnieuw goed gezind. En ja, soms zal ik wel eens kankeren op mijn werk, zoals iedereen, maar beter kan ik het eigenlijk niet treffen.

Ikigai. Ik mag mijn beide pollekes kussen, denk ik.

Euroclassica

Elk jaar wordt er een conventie gehouden van classici, afwisselend in twintig verschillende landen van de EU, blijkbaar. Om de twintig jaar is dat dus in België, en laat het nu vandaag in Antwerpen zijn. Lid zijnde van het certaminacomité kon ik eigenlijk niet niét gaan, en dus stond ik tegen acht uur in het station van Dampoort. Nu, dat klinkt iets vanzelfsprekender dan het eigenlijk was: Bart had me de avond voordien, maar blijkbaar al lachend, gevraagd wanneer hij me wakker moest maken. Kwart voor zeven, had ik gezegd, en ik had mijn wekker dus niet gezet. Alleen… ik ben wakker geschoten vijf over zeven, in sneltempo gedoucht, raprap een boterhammetje binnengestampt en om vijf over half acht zat ik op de fiets richting Dampoort. Blijkbaar kunt ge dus wreed rap fietsen als het echt moet. Ik had nota bene nog dik tien minuten over en was zelfs eerder in het station dan Gwen.

Al tetterend stapten we naar het perron, en zodra de trein aankwam, stapten we op. Een dikke vijf minuten later zie ik staan: “Volgende halte: Beervelde”. Huh? Zaten wij niet op een intercity? In al ons getetter hadden we er niet bij stilgestaan dat er blijkbaar vertraging op de lijn zat, en dat er eerst nog een trein naar Lokeren halt hield, ene die inderdaad te laat was geweest. Zucht. Maar gelukkig waren we eigenlijk, zo wist een medereiziger die ons had horen sakkeren te vertellen, de trein naar Antwerpen gewoon voor en ging die vijf minuten later wel stoppen in Lokeren. Oef, toch nog op het gewenste schema.

We stapten in Antwerpen gezwind naar het universiteitsgebouw en waren nog mooi op tijd om de mensen te helpen opvangen. Ha ja, Gwen was ingeschakeld en ik hielp dan ook maar mee.

Eerst waren er drie sprekers in plenum. Professor Mark Janse had echt wel de max van een verhaal. Hij was Cappadocisch gaan bestuderen, een taal die verwant is met het Grieks maar toch een eigen taal is. Overal staat die taal geattesteerd als intussen uitgestorven: de laatste paar sprekers zijn overleden. De Cappadociërs woonden oorspronkelijk in huidig Turks gebied.  Er is in 1924 een gedwongen switch geweest tussen christenen die in Turkije leefden en moslims in Griekenland. Daardoor voelden die mensen zich eigenlijk helemaal ontheemd: ze spraken een andere taal dan de rest, wel verwant, maar alla, en ze verborgen die taal eigenlijk. In Turkije stierf ze effectief uit, maar groot was de verbazing toen Janse in Griekenland toch onder oude mensen nog de taal ontdekte. Een heilige graal, als het ware! De max, toch?

De tweede spreker was, goh, in het Frans en is me niet eens bijgebleven. De derde spreker was prof. Christian Laes die het had over polyglotten in de oudheid, maar dan wel in het… Latijn! Die mens spreekt eigenlijk even vlot Latijn als ik Engels: hij sprak voor de vuist weg en met ontegensprekelijk gemak. Zo wijs, maat!

Enfin, er was lunch, er waren de nodige computer- en beamerproblemen waarbij ondergetekende een handje toestak, en ik volgde nog twee seminaries, eentje over een onderzoek waarom veel leerlingen na het tweede jaar afhaken, en eentje over hoe je eigenlijk best gewoon les geeft in het Latijn, uiteraard zelf ook in een rad en humoristisch Latijn.

Eigenlijk ben ik gewoon jaloers op die mensen!

Ik dronk nog snel een glas op de afsluitende receptie, had tijd voor een snelle ice tea in de Geek Street Summer Bar, en repte me naar het station. Alwaar mijn trein afgeschaft bleek en ik alsnog een half uur zat te koekeloeren. Ik was beter wat langer in de Geek Street blijven hangen, me dunkt!

Enfin, zware dag, interessante dag, maar of hij daarom 100 euro waard was? Hmm…

OpenSchoolDag

Ik geef toe, ik hield mijn hart vast voor deze openschooldag. Vorig jaar was die van een tot vijf, en ik heb hem toen nauwelijks overleefd: ik kon niet meer op het einde.
Vandaag was hij zelfs van tien tot vijf, een pak langer dus. Ik was gisteren eigenlijk uitgenodigd voor een Bal Obscura, maar ik wist dat ik me veel beter gewoon koest zou houden en ben dus maar netjes thuis gebleven. Tsja, ik begin mezelf eindelijk een beetje te kennen, en vooral mijn eigen beperkingen sinds het gedoe met de rug.

Bon, om half tien stond ik dus op school met een hoop gerief, en dat werd netjes door superlieve collega’s uitgeladen. We installeerden het hele lokaal zoals de vorige jaren: Ellen maakte Romeinse hapjes met leerlingen, Lucie deed vooral veel uitleg, en ik liet mensen proeven van mede, iets wat bijna niet gekend is. Maar aangezien die honingdrank nogal populair is -understatement- in larpmiddens, is een maat van ons, Tom, met een heuse medewinkel begonnen in Antwerpen, schuin tegenover the Geeky Cauldron waar ze het ook verkopen. Ik had dan ook een mooi aanbod én flyers van de Atmicmu mee, en ja, het werd vrij vlot verkocht. Het resultaat was dat ik het grootste deel van de dag rechtgestaan heb, maar eigenlijk viel het al bij al goed mee.

Wolf en Kobe waren intussen ook op school: Kobe om met techniek te spelen, Wolf om met Arwen rond te lopen in Romeinse kledij. En gelukkig ook om mee te helpen bij het opruimen, want toen begon het wel lastig te worden.

Maar al bij al hebben we veel info gegeven, veel uitgelegd over het verschil tussen de twee en de vier uur, en was het wel in orde, ja.

Het verslag mét foto’s dat ik voor school heb geschreven, vind je hier.

Mens erger je niet

Dingen waar een mens zich al op maandagmorgen aan ergert: als je per se het woord ‘idealiter’ wil gebruiken, leg dan niét de klemtoon op liter, maar wel op de a. Of gebruik misschien gewoon een woord dat je wél kan uitspreken, hmm? Zeker als je een uitleg op de radio komt doen, en niet meteen wil weggezet worden als incompetent.

Of ligt dat nu echt aan mij?

Integratie

Elk jaar komen er verschillende klasjes zesdestudiejaartjes een paar lessen volgen bij ons om kennis te maken met de school. Uiteraard krijgen ze dan vakken die ze in het lagere niet krijgen en waarvoor ze bij ons kunnen kiezen: technologie en ICT, cultuur en filosofie, wetenschappen, en natuurlijk ook Latijn.

Vorig jaar deed ik het terwijl ik nog net volledig in ziekteverlof was, dit jaar had ik meteen vier groepen om te “entertainen”. Ik kan niet zeggen dat ik dit graag doe, die kleintjes: het is drie kwartier aan een stuk praten, ze enthousiast proberen krijgen, en ook degenen die al lang beslist hebben om nooit Latijn te doen, mee te krijgen. Ik heb er wel aparte werkblaadjes voor gemaakt en ze zijn steevast bijzonder enthousiast, maar toch… Ik had die integratie dus van kwart voor negen tot twaalf uur, en ik was steendood, net als mijn collega’s trouwens. Voor zo’n lesjes ga je namelijk voluit, de hele tijd. Met een eigen klas is dat helemaal anders, maar deze kleintjes moet je voor je winnen, vandaar. Maar… het zusje van Arwen bijvoorbeeld was vast van plan om nooit Latijn te doen, en twijfelt nu keihard ^^

Missie geslaagd dus.  En het verslag met foto’s kan je hier vinden.