Kampproblemen

Eigenlijk mag ik het zo niet noemen, maar eerder waterproblemen.

Kobe vertrok normaal gezien morgen op kamp, naar Viroinval, een beetje onder Charleroi. Alleen belde de leiding vandaag met slecht nieuws: hun terrein is compleet ondergelopen. Als in: het riviertje dat drie meter lager stond, hebben ze dichterbij en dichterbij zien komen, tot ze zich laten evacueren hebben door de brandweer. Ze = de vorige groep, de jongverkenners. Die hebben hun kamp dus met een dag moeten inkorten.

Kobe heeft wel een fantastische leiding: ze gaan morgen toch op kamp vertrekken, maar naar het eigen terrein hier. Dat is lang niet hetzelfde, maar toch ook op kamp. Zodra het kan, gaan ze dan naar het eigenlijke kamp vertrekken of naar een alternatief terrein, al naargelang de schade. Ze gaan ons waarschuwen wanneer we hen naar het station moeten brengen.

Ik kon Kobe vandaag wel efkes vierendelen. Ik had hem herhaaldelijk gezegd dat hij zijn kampgerief op voorhand moest samen zoeken, want dat ik niet de laatste dag nog dingen ging halen.

Schoenen waren we eerder deze week nog gaan halen, maar denk je dat hij ze ingelopen heeft? Nee hoor.

En vandaag kwam hij schoorvoetend af dat hij geen regenjas heeft. En stapkousen. En dat hij nog een effen witte T-shirt nodig heeft. Ik heb stevig gegrmbled, maar ik kan hem toch moeilijk zonder regenjas laten vertrekken? Vandaag stonden we dus alsnog in de Decathlon waar we gelukkig alles gevonden hebben wat we nodig hadden.

Echt he…

Goed gevulde dag

Meestal heb ik op woensdag niet te veel te doen. Allez ja, buitenshuis dan, ik weet altijd wel wat gedaan, vooral qua schoolwerk.

Deze morgen hielp ik rond kwart voor acht Kobe met pancakes te bakken – hij mocht ontbijten op school – en daarna pakte ik zelf een en ander in qua koffiemateriaal: mijn campinggasvuurtje, de bialetti, koffie, een hoop bekers, lepeltjes, melk en suiker, en ik reed vrolijk met de fiets richting school.

Ha ja, onze zesdes hebben vandaag eindelijk hun uitgestelde en sterk beperkte uitvaart. Er is een digitale show opgenomen, en daarvoor spraken ze af op ’t veld voor een ontbijtje in klasbubbels. Ontbijten heb ik dus niet gedaan, maar wel verse koffie gemaakt voor een aantal mensen. En deugd gehad van de lachende gezichten van de zesdes, dat ook.

Daarna was er dus de uitvaartshow, en aansluitend reed ik vrij snel naar huis: Bart had zoals altijd gekookt voor ons.

Kobe had dan weer om twee uur een miniconcert voor fagot. Al zat daar ook wel enige miscommunicatie tussen mij en mijn zoon. Hij had gezegd: een tiental minuten om een stukje op te nemen met een pianiste, in het Guislain.

Om zeker te zijn – het Guislain heeft nogal wat ingangen – vroeg ik het exacte adres tijdens het eten. Bleek het de Sint-Juliaanstraat te zijn, een zijstraat van de Ottergemsesteenweg, aan de andere kant van Gent in plaats van hier in Wondelgem. Oh yo, best dat we het nog even nakijken of we waren grandioos verkeerd geweest.

Enfin, wij daarnaartoe. Er was niet meteen parkeerplaats, dus zei ik tegen de uiterst behulpzame verpleegster aan de ingang dat ik wel in de auto zou wachten. Euh, zei die, dat is wel lang, toch? Er ging een wenkbrauw omhoog. Blijkbaar was het geen opname maar een heus miniconcert van twee fagotten en een zanger voor de geriatrische patiënten in het centrum. Eerst even inspelen en dan om half drie het concertje. Ah bon. De verpleegster heeft me op de privéparking van de instelling geposteerd en ik ben dus uiteraard komen luisteren.

Omdat ik dus onverwacht aan de andere kant van Gent zat en iets langer werd opgehouden, heb ik Kobe dan maar verplicht om mee even een drietal caches in orde te zetten en ééntje te zoeken. Ik had niet echt de indruk dat hij het erg vond ^^ Het was overigens lang geleden dat ik nog eens op zwier was met mijn jongste zoon, en dat deed wel eens deugd, ja.

Enfin, terug thuis was er tijd voor een vieruurtje, wat verbeterwerk, en dan richting Vinderhoute voor een sessie bij de psycholoog met Merel. Deze keer was het niet de bedoeling dat ik erbij was, maar ik zag het ook niet zitten om de wandeling te doen van de Oude Kale – mijn heup, waarvan de slijmbeurs quasi nonstop overbelast is door mijn rug, deed pijn – en dus heb ik een stoel gevraagd en heb ik me gewoon aan de kant van de weg zetten lezen. De Molenstraat is plaatselijk verkeer, maar man, volk dat daar woont en werkt, niet te geloven! Er moeten daar een paar vakkundig verborgen gigantische woontorens en kantoorgebouwen staan, dat kan niet anders.

En toen ik thuis kwam, viel mijn euro dat morgen alles dicht was, en dat ik eigenlijk mijn zinnen gezet had op een deftige partytent, want morgen is er DND  buiten. Ik dus nog richting Brico, waarbij dezelfde bijzonder behulpzame  jongeman van de vorige keer me uitlegde waarom hij die van 110 euro duidelijk meer aanraadde dan die van 40. En nee, die gast krijgt daar geen commissie op. Die van 40 is plastiek met plastieken buizen, die duurdere is in stof met stevige metalen buizen en véél makkelijker op te zetten. Ha bon, die dus. En meteen ook alles netjes in mijn kar gelegd, want hij herinnerde zich zelfs nog dat ik een kapotte rug heb.

Aan de kassa werd er afgerekend door een iets oudere dame, die meteen ook vroeg of het wel zou gaan om het in mijn koffer te leggen. Toen ik zei dat ik wel behulpzame handen ging vinden op de parking, riep ze meteen een van de jonge gasten om het ding in de auto te leggen.

Mooi, mooi.

Nu nog een paar dagen goed weer, en we kunnen er weer tegen.

 

Tuinkist

Wolf was vrij categoriek vorige week, toen de kinderen samen de garage en het tuinhuis aanpakten: de tuinkussens moesten een andere plaats krijgen, bij voorkeur in een kist in de tuin.

Ik gaf hem geen ongelijk: momenteel liggen ze in de garage, en liggen ze in de weg als ik met mijn fiets moet passeren. Maar vooral: het is een ongelofelijk gedoe om ze binnen en buiten te leggen, en ik kan het zelf niet, ik moet telkens een beroep doen op de huisgenoten.

Gisteren sommeerde ik Kobe om mee een kist te halen in de Brico, of om op zijn minst toch eens te gaan kijken. Jawel, een exemplaar dat nét groot genoeg was, kon onze goedkeuring wegdragen en werd dan ook prompt door Kobe en een zeer bereidwillige medewerker van de Brico zelf weggedragen naar de auto. 130 euro armer en een half uurtje gepuzzel van Kobe later, stond er een kist te pronken in de tuin. De kussens kunnen er nét in, want we hadden de buitenafmetingen gerekend en niet gezien dat er binnenin een boord was van 5 cm rondom. Ach ja, het lukt.

En toen zag Merel de kist, gevuld met zalige zachte kussens, op een lekker warm plekje, en heeft ze ze meteen, zoals een heuse kat betaamt, geadopteerd als chill plekje. Als in: je gooit er een van de kussens uit, neemt je gsm mee, en installeert je in de kist met het deksel half dicht. Warm, zacht, afgezonderd en perfect van grootte.

Ik was haar meteen een uurtje kwijt, jawel.

Maar ik moet het toegeven: ’t is wel een gemak, die kist.

Gerickrolled

Jawel, het bestaat nog steeds: rickrollen.

Wikipedia zegt: Rickroll is een internetmeme, die ontstaan is in 2007.

Rickrollen gebeurt door een ander een link te geven en de indruk te wekken dat daar iets interessants te vinden is. Maar in werkelijkheid leidt de link naar de muziekvideo Never Gonna Give You Up van Rick Astley. De grap begon in 2007, toen mensen die op het internetforum 4chan op een link naar een trailer van Grand Theft Auto IV klikten doorgelinkt werden naar de video van Rick Astley op YouTube.”

Vorig jaar tijdens de lockdown probeerden mijn leerlingen me af en toe te rickrollen, maar dat is ze eigenlijk nooit gelukt.

Nu, deze week komt Kobe met zijn fagot bij mij: “Mama, mama, luister eens? Ik kan iets dat je wijs gaat vinden.”

Vol goeie wil, zoals een goede moeder betaamt, zeg ik: “Ja liefje? Laat maar horen?”

Waarop mijn allerliefste engeltje met een grote grijns – voor zover je kan grijnzen met een fagotboccaal in je mond – “Never gonna give you up” begint te spelen.

Gerickrolled in mijn eigen badkamer op fagot. Dat kan dus blijkbaar ook.

Zucht.

Wafelkommetjes

In juni had ik nog eens geschreven over de ragfijne wafeltjes die ik dankzij Edwin kon bakken.

Toen hadden we eigenlijk vooral een probleem met het feit dat je, als je er ijshoorntjes van wil maken, ze rond de roltuut – de plastieken kegel -moet draaien als ze nog gloeiend heet zijn en dat het echt een kwestie van seconden is. Maar met een ovenwant aan lukt het niet, en wachten tot ze afkoelen is ook geen optie, want dan zijn ze keihard en kan je ze niet meer oprollen.

Kobe was gestraft gisteren – slechte punten leveren hem een computerloze dag op, want het is niet van niet kunnen, maar van niet maken of een andere slordigheid – en bakte dus met alle plezier nog eens van die wafeltjes. En stelde toen vast dat je met een vork dat wafeltje wel perfect kunt draperen in een kommetje en het dan netjes modelleren, zodat je van die wafelkommetjes hebt, zonder je vingers te verbranden. Hij maakte er meteen genoeg van voor een vieruurtje vandaag, en ik kocht er meteen vanille-ijs bij, een blik fruitsla (of vers fruit voor wie dat wilde) en een bus slagroom.

Je had ze moeten zien glunderen vandaag. Echt. Ja, Kobe is wel de bakker hier in huis.