Een nieuw rondje schoolraad

Ik ben in april 2021 in de schoolraad gestapt, afgelopen voorjaar heb ik me opnieuw kandidaat gesteld voor diezelfde schoolraad.

We zijn met drie ouders, drie personeelsleden, drie mensen uit socio-economische milieus en twee leerlingen. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik eigenlijk bij alle drie de eerste categorieën inzetbaar ben, maar dat maakt op zich niet uit.

Wat ik wel redelijk fantastisch vind, is dat onze voorzitter die dat al jaren doet maar sinds vorig jaar geen kinderen meer heeft op onze school, toch bereid was om lid te blijven van de schoolraad. Ze doet dat prima, is zeer betrokken bij de school en durft ook ongezouten haar mening geven.

Er is een paar nieuwe mensen bijgekomen en ook dat is wel verfrissend. En we hebben gelukkig ook zeer mondige leerlingen die niet geïntimideerd zijn door onze aanwezigheid en hun mening durven verkondigen.

Yup.

Nog vier jaar engagement, en met plezier.

Leesclub

Ook dit jaar ga ik op school opnieuw voor de leesclub. Het is intussen wel een beetje een eenzame bedoening geworden, want waar we vroeger met een hele groep leraars waren, is dat intussen helaas sterk uitgedund. Als in: enkel ik nog, en hopelijk ook een handjevol leerlingen. Al vrees ik ook daar voor: de enthousiastelingen van vorige jaren zijn intussen allemaal afgestudeerd. Meh.

Maar ik blijf proberen, en we gaan na de vakantie voor Little Women van Louisa May Alcott, op onder andere vraag van Merel.

Wie zich kan vrijmaken op dinsdag 4 november om half vier, is welkom!

Op hoop van zege dus.

OpenSchoolDag 2025

Dat gevoel,

wanneer je op de OpenSchoolDag je hart vasthoudt omdat die dag heel belangrijk is voor jouw vak en je maar met twee collega’s in plaats van de gebruikelijke drie bent,
wanneer je dan je lokaal langzaam ziet vollopen met leerlingen die vrijwillig hun zaterdag opofferen om jullie bij te staan en zich in Romeinse kleren hijsen,
wanneer je die leerlingen dan, als jij even bezig bent eentje in een toga te wikkelen, naadloos jouw uitleg hoort overpakken en ze vol vuur hun vak – joùw vak – hoort verdedigen,
wanneer de hogerejaars probleemloos de Romeinse recepten tackelen,
wanneer je een tweedejaars, als jij al bezig bent met een uitleg, zonder verpinken jouw medebar ziet overnemen en tussendoor nog een deskundige uitleg hoort serveren,
wanneer om vijf uur, als jij piepedood bent en alles nog moet opgeruimd worden, een aantal leerlingen, waaronder enkele die geeneens Latijn volgen, zich spontaan aanbiedt om te helpen,
wanneer die dan onvermoeibaar ettelijke keren de trap op en af lopen met dozen vol materiaal, tafelkleren opruimen, spullen naar je auto brengen, tekeningen van de muur halen, posters oprollen enzoverder,
wanneer je die dan, kwart voor zes, zeer uitgebreid bedankt en hen zegt dat je zonder hen op dat moment wellicht in een hoekje stond te huilen,
wanneer er dan eentje plompverloren zegt: “Tja, mevrouw, wij zijn nu eenmaal een warme school”

wel, dàt gevoel, lieve mensen, dat zorgt ervoor dat ik zo ongelofelijk graag op mijn Go! atheneum Mariakerke sta en dat ik na 31 jaar nog steeds vol goesting – zij het met wat meer vermoeidheid – lesgeef.

Infoavond

Deze avond tekende ik nogmaals present op school, voor de infoavond van ouders van potentieel nieuwe leerlingen.

De presentatie was kort en krachtig, helemaal to the point en zeer vlot gebracht door de twee dames van ons beleid. Achteraf konden de ouders nog vragen stellen aan een vertegenwoordiger van elke vakgroep, in casu Latijn dus. Veel vragen waren er niet, behalve dan de gebruikelijke “Wat is het verschil tussen de twee uur Latijn en de vier uur Latijn?”

Wat me wel gigantisch veel deugd deed, is de vraag van een ouder met de uitleg: “Mijn dochter was absoluut niet van plan om Latijn te doen, maar heeft bij jullie hier vorige week een lesje Latijn gehad, en is nu heel hard aan het twijfelen om het toch te doen.”

Mission accomplished, zou ik zo zeggen.

En ja, er was wel wat volk, ja.

Warme school

Ik weet het, het is vaak een loos begrip, een “warme” school. Maar het is feedback die we heel vaak krijgen van zowel leerlingen, oud-leerlingen als ouders. En ik, ik als leraar kan dat alleen maar bevestigen.

Ik ben wellicht niet de gemakkelijkste als collega: ik heb overal een mening over, doe dingen graag op mijn eigen manier en zal de kritiek niet schuwen als ik denk dat iets beter kan. Ik ben ook absoluut geen sociaal mens: ik heb een gemakkelijke babbel, maar ik zal me niet snel laten kennen en zeker niet snel echt connectie maken met iemand.

Maar ik kwam gisteren dus terug op school en man, wat een warme ontvangst! Heel veel collega’s die me vroegen hoe het ging, of ze iets konden doen, dat ik er inderdaad niet meer getrokken uitzag, en of het wel een goed idee was dat ik al terug was. Of ze voor mij niet moesten kopiëren, zodat ik dat zelf niet hoefde te doen. Of ze geen dekentje moesten halen toen ik in een tussenuur even ging liggen. Of iemand mijn toezicht niet moest overnemen zodat ik kon liggen. Of ze mijn spullen niet hoefden te helpen dragen. En het is niet alsof je aan mij kan zien dat er iets scheelt, ik zie er doodnormaal uit. Een collega bood zelfs aan om van lokaal te wisselen zodat ik de trap niet op hoefde, maar dat is gelukkig geen probleem.

En toen mijn veter los was, bukte een jonge collega zich zonder iets te zeggen en maakte mijn schoen vast. Want bukken is inderdaad een lastig gegeven.

Ook de leerlingen waren bezorgd, maar ook blij dat ze me terugzagen. Zelfs leerlingen die ik niet in de klas heb of zelfs maar gehad heb, gaven me een warme glimlach en zeiden welkom terug.

Weet je? Dat doet deugd. Dat is ook de reden dat ik toch sowieso even terug wilde voor die examens. Dat is ook de reden dat ik wil blijven werken, zo veel mogelijk. Want die sfeer, die pakt niemand je af.

De kleine Cervantes

Wat vinden jongeren zélf het allerbeste jeugdboek? Dat is het opzet van de Kleine Cervantes, de jeugdliteratuurprijs van de Stad Gent. Elk jaar lezen meer dan 100 Gentse jongeren uit de eerste graad van het middelbaar onderwijs 5 jeugdboeken, genomineerd door een professionele jury. Ze lezen, debatteren, gaan creatief aan de slag in workshops en kiezen uiteindelijk een winnaar die wordt bekendgemaakt op het slotfeest.

Voor de eerste keer doet ook onze school mee met deze literatuurprijs: een dozijn leerlingen en een handvol leerkrachten gaat de uitdaging aan om de vijf boeken te lezen én onderling te bespreken. Eind maart zullen we dan onze stemmen moeten uitbrengen om dan nadien, op dinsdag 13/5 even de school te laten voor wat ze is en naar De Krook in Gent te trekken. Daar ontmoeten we de auteurs, de andere scholieren uit de jury en staan ons heel wat leuke dingen te wachten. In de namiddag verhuizen we dan naar de Minard, een prachtige schouwburg, voor de prijsuitreiking.

Wie wil meelezen, kan dat uiteraard ook doen: de vijf boeken zijn

  • De levens van Lanya / Mirjam Oldenhave
  • Duizend en ik / Yorick Goldewijk
  • Wat ons nog rest / Aline Sax
  • Jona / Anna Van Praag
  • Met jou is het anders / Hanne Eerdekens

De Kleine Cervantes werd in 1998 in het leven geroepen om het leesplezier via de school een duwtje in de rug te geven. Leerkrachten gaan actief aan de slag met hun leerlingen uit de eerste graad middelbaar onderwijs, een leeftijdsgroep waarin lezen dreigt af te nemen. Ze discussiëren, debatteren, creëren én feesten. Zo wil de Kleine Cervantes het leesplezier aanwakkeren en daarmee de persoonlijke, cognitieve en emotionele ontwikkeling van jongeren bevorderen.

En dat, dat kunnen wij als school alleen maar toejuichen, toch?

Klik hier voor nog meer info!

Mijn nieuwe rooster is fantastisch!

Ik weet niet hoe ze het doen, die collega’s van me, maar ze hebben me weer gigantisch in de watten gelegd!

Ik geef dus 21 uur effectief les, en ik wil liefst niet meer dan 5 uur op een dag, want mijn rug vindt het allemaal niet zo fijn. De roostermakers hadden me gevraagd of ik het erg zou vinden om maar één halve lesvrije dag te hebben, in plaats van de gebruikelijke twee waar zij vrijwel altijd voor kunnen zorgen. Ik vond dat geen enkel probleem, want liever minder uren op een dag dan die twee halve dagen. Ik zou dan toch maar plat in de zetel moeten liggen om te bekomen.

Maar kijk, mijn rooster kwam vandaag binnen, en het is prachtig! Op maandag geef ik les van half negen tot één, de namiddag ben ik lesvrij. Op dinsdag begin ik pas om tien uur, tot half vier; op woensdag van half negen tot twaalf, op donderdag opnieuw pas om tien uur tot half vier, en op vrijdag gewoon weer van half negen tot een, zodat ik ook daar de namiddag vrij heb. Het is hen dus wel degelijk gelukt om me alsnog twee vrije namiddagen te roosteren, en de andere dagen begin ik iets later.

Dikke dikke chapeau, en ook een enorm fijn gevoel over de zorgzaamheid en bezorgdheid van de collega’s. Het is natuurlijk een beetje uit eigenbelang ook, want als ik uitval, vinden we niet zomaar vervanging, dat hebben we duidelijk gemerkt. Maar ik weet dat het vooral gewoon is om zorg te dragen voor elkaar en het elkaar zo makkelijk mogelijk te maken om naar behoren te functioneren.

En dat, dat is waarom ik zo graag op mijn school sta. Want dat van die warme school, dat is gewoon een feit.